Onconstitutioneel gedrag van koningin Juliana

Hoe de koningin de grondwet aan haar laars lapte
/
4 minuten leestijd
Koningin Juliana en prins Bernhard bij aankomst in de Verenigde Staten, 1952. Links de Amerikaanse president Harry Truman en zijn echtgenote.
Koningin Juliana en prins Bernhard bij aankomst in de Verenigde Staten, 1952. Links de Amerikaanse president Harry Truman en zijn echtgenote.

Op 20 september 1949 werd de Duitse oorlogsmisdadiger Willy Lages door het Bijzonder Gerechtshof in Amsterdam ter dood veroordeeld. Als leidinggevende van het Centraal Bureau voor Joodse Emigratie werd hij verantwoordelijk gehouden voor onder meer Jodenvervolging, geweldpleging en het organiseren van razzia’s. De Bijzondere Raad van Cassatie bevestigde het vonnis zo’n negen maanden later. Het kabinet wilde het uitvoeren en besloot daartoe in unanimiteit.

Maar koningin Juliana wenste dat besluit niet mede te ondertekenen. Ze had, waarschijnlijk om religieuze redenen en onder invloed van gebedsgenezeres Greet Hofmans, grote bezwaren tegen de doodstraf. Justitieminister Hendrik Mulderije (CHU, later opgegaan in het CDA) weigerde voor haar handelswijze ministeriële verantwoordelijkheid te nemen, maar ook dat vermocht haar niet te vermurwen.

Premier Willem Drees probeerde de vorstin over te halen de doodstraf voor Lages alsnog te bekrachtigen. Hij wees haar op het onconstitutionele van haar opstelling. Volgens de grondwetswijziging van 1848 zijn immers de ministers politiek verantwoordelijk en dient het staatshoofd zich bij hun beslissingen neer te leggen. Mocht Juliana in haar houding volharden dan zou het hele kabinet moeten aftreden, zo betoogde Drees in lange gesprekken met de koningin. Bovendien zal hij Juliana eraan herinnerd hebben dat zij kort na haar aantreden in 1948 diverse andere doodvonnissen wél had ondertekend. Kennelijk lag de kwestie toen nog niet zo principieel.

Maar de inspanningen van Drees hadden geen resultaat. Het staatshoofd schijnt zelfs gedreigd te hebben zelf af te treden. Een constitutionele crisis, met alle narigheid van dien voor het kabinet, zou de consequentie zijn geweest. Daar had Drees natuurlijk absoluut geen zin in.

Demonstratie tegen mogelijke amnestie van Willy Lages, Nieuwmarkt Amsterdam, 1952
Demonstratie tegen mogelijke amnestie van Willy Lages, Nieuwmarkt Amsterdam, 1952 (CC0 – Wim Consenheim / Anefo – wiki)

Nieuwe minister

Gelukkig voor politiek Den Haag vond er in 1952 een kabinetsformatie plaats, die zou leiden tot het kabinet Drees III (of II, afhankelijk welke telling je wil aanhouden). De nieuwe minister van Justitie Leendert Donker (net als Drees een PvdA’er) had ook grote moeite met de doodstraf. Hij bleek bereid Lages gratie te verlenen. Diens doodstraf werd omgezet in een levenslange gevangenisstraf. Het onconstitutionele gedrag van Juliana had dus vruchten afgeworpen.

Het was overigens niet de eerste keer dat de vorstin voor staatsrechtelijke problemen zorgde. In hetzelfde jaar 1952 zou zij een staatsbezoek brengen aan de Verenigde Staten. De vorstin wilde daar een toespraak houden over wereldvrede en ontwapening, waarin ze allerlei standpunten zou innemen die nogal haaks stonden op het kabinetsbeleid. Drees en zijn ministers zagen niets in het wazige verhaal dat de vorstin wilde afsteken. Vooral minister van Buitenlandse Zaken Dirk Stikker (een VVD’er) lag dwars. Hij en Drees probeerden Juliana onder druk te zetten om haar tekst aan te passen. Maar ook nu dreigde Juliana met aftreden.

De koningin wist haar zin door te drijven. Zij hield een nauwelijks gewijzigde redevoering en boekte daar nog groot succes mee ook. Haar Amerikaanse toehoorders, blij met de vorstelijke aanwezigheid, applaudisseerden luid en stelden geen kritische vragen, hoewel de woorden van Juliana toch hier en daar sterk afweken van de Amerikaanse buitenlandse koers. Ook in de Nederlandse pers, die destijds vrijwel geheel aan de leiband van de overheid liep, bleven vervelende publicaties uit.

Woestijn

Het artikel van Frans Goedhart in Het Parool, 26 april 1952
Het artikel van Frans Goedhart in Het Parool, 26 april 1952 (Delpher)
Alleen Het Parool, sociaaldemocratisch maar onafhankelijk, kwam met een stekelig (zij het keurig verwoord) commentaar. Onder de kop ‘A queer country’ (‘Een raar land’ dus) vroeg de auteur zich af of het kabinet nu werkelijk ‘in de woestijn van een troosteloze wereld een stem heeft gehoord’. Dat had de koningin immers gezegd. En volgens de grondwet kwamen al haar uitspraken voor rekening van de ministers.

‘Hoort men in Den Haag nu ook al stemmen en wordt men geplaagd door visioenen?’

De ironische commentator was Frans Goedhart, niet alleen oprichter van Het Parool maar ook PvdA-Kamerlid. Hij legde met zijn stuk de vinger op de zere plek. Hij liet namelijk doorschemeren dat hij wel snapte dat de zweverige vredestoespraak nooit uit de koker van het kabinet kon zijn gekomen. Juliana was er helemaal alleen verantwoordelijk voor en handelde dus in strijd met haar grondwettelijke bevoegdheden.

In de jaren erna zou de vorstin steeds verder opschuiven naar een kennelijk diep doorvoelde, maar nogal mistige religiositeit. Ze raakte ook hoe langer hoe meer in de ban van Hofmans. De naar deze gebedsgenezeres genoemde affaire zou evenwel pas in 1956 tot uitbarsting komen.

~ Fons Kockelmans

Overzicht van Boeken over (leden van) het Nederlands koningshuis