Sint-Maarten, feestdag van Martinus van Tours

De achtergrond van Sint-Maarten
//
5 minuten leestijd
1
Sint-Maarten schenkt een bedelaar de helft van zijn mantel - Louis Anselme Longa
Sint-Maarten schenkt een bedelaar de helft van zijn mantel - Louis Anselme Longa (CC BY-SA 3.0 - Abmg - wiki)

Op 11 november is het Sint-Maarten. Dit kinderfeest wordt gevierd in verschillende delen van Nederland, België, Frankrijk en Duitsland. Op de feestdag gaan kinderen met lampionnen langs de deuren. Ze zingen een lied en krijgen, als het meezit, wat snoepgoed als dank.

Sint-Maarten volgens Antoon van Dijck
Sint-Maarten volgens Antoon van Dijck
Sint-Maarten is eigenlijk een katholieke feestdag, maar de binding met het geloof is in de meeste gevallen tegenwoordig maar klein. Kinderen van alle gezindten doen er aan mee.

Het feest wordt op 11 november gevierd omdat dat de feestdag is van de heilige Martinus van Tours (ca. 315-397), een van de grondleggers van het christendom in Gallië. Hij is de beschermheilige van militairen, kleermakers, herbergiers, kooplui en bedelaars.

Martinus zou rond het jaar 315 geboren zijn in Pannonië, een Romeinse provincie ten westen van de Donau. Net als zijn vader, die officier was in het Romeinse leger, nam ook Martinus al op jonge leeftijd dienst in het leger. Volgens een legende ontmoette hij als Romeinse soldaat op een dag bij de poort van de Gallische stad Amiens een bedelaar. Het lot van deze man greep Sint Maarten naar verluidt zo aan dat hij besloot zijn kostbare mantel in tweeën te snijden. Hij schonk de bedelaar de helft van zijn mantel, de andere helft was officieel eigendom van Rome en kon hij dus niet afstaan. Volgens de legende stond de arme man symbool voor Christus. ’s Nachts zou Christus zelf aan Martinus verschenen zijn en iets gezegd hebben als:

“Ik was naakt en gij hebt Mij gekleed.”

Martinus beschouwde de droom als een oproep en bekeerde zich tot het christendom. Nadat hij het Romeinse leger had verlaten, werd hij leerling van Hilarius van Tours, een belangrijke theoloog en de bisschop van Poitiers. Hierna leefde Martinus, die door Hilarius werd gedoopt, enige tijd als kluizenaar in Ligugé, een plaats in de buurt van Poitiers. Ook werkte hij als duiveluitdrijver en reisde hij door Gallië om het christendom te verspreiden. Door de grote toestroom van volgelingen ontstond in het jaar 361 bij Poitiers een klooster, het eerste in Gallië. Martinus woonde hier twaalf jaar.

Al bij leven was Martinus van Tours, die koos voor een leven in soberheid, zeer bekend. Waar hij kwam dromden de mensen samen en er gingen veel verhalen rond van wonderen die zich na tussenkomst van de heilige zouden hebben voorgedaan. Op een dag zou na lang gebed van Martinus bijvoorbeeld een jonge slaaf die zich kort daarvoor verhangen had, weer tot leven zijn gekomen.

Bruegels weergave van het sint-maartensfeest (ca. 1566)
Bruegels weergave van het sint-maartensfeest (ca. 1566)

Bisschop

In het jaar 371 werd Sint Maarten bisschop van Tours, ondanks verzet van andere bisschoppen. Een andere legende meldt dat Martinus eigenlijk geen bisschop wilde worden. Hij verstopte zich daarom in een ganzenhok. De bevolking van Tours ontdekte de schuilplaats echter omdat de ganzen een enorm kabaal maakten. Martinus werd zo alsnog bisschop, maar bleef zijn monnikenleven voortzetten. Anders dan andere bisschoppen verbleef hij niet in de kathedraal, maar in een kleine cel die aan de kerk was gebouwd zodat het gewone volk hem eenvoudig kon bezoeken.

In 375 stichtte Martinus in de buurt van Tours een nieuw klooster: Marmoutiers (Martinus’ monasterium: Martinus’ klooster).

Martinus van Tours overleed op 8 november 397 in Candes en werd drie dagen later begraven in de basiliek van Tours. Al snel na de dood van de bisschop kwam de verering op gang. Sint Maarten is beschermheilige van Groningen en Utrecht. In de Dom van laatstgenoemde stad wordt een stuk armbot bewaard dat van de heilige zou zijn geweest.

Kort na zijn overlijden schreef Sulpicius Severus een eerste hagiografie over Martinus van Tours. Het beroemde voorval met de mantel beschreef Severus als volgt:

“Martinus begreep dat de bedelaar, nu de anderen hem geen barmhartigheid betoonden, voor hem was bestemd. … Daarom greep hij het zwaard waarmee hij was uitgerust, verdeelde er zijn mantel mee in twee stukken en gaf één ervan aan de arme; het andere trok hij zelf weer aan. Intussen begonnen enkele omstanders te lachen, omdat hij er met de afgesneden mantel als een mismaakte uitzag. Maar velen ook, die gezonder van geest waren, zuchtten diep, omdat zij niet iets dergelijks gedaan hadden. Want juist zij, die rijker waren, hadden de arme kunnen kleden zonder zelf naakt te hoeven worden.”

Vertaling Peter Nissen en Els Rose (Kampen 1997)

Tombe van Martinus van Tours
Tombe van Martinus van Tours (Publiek Domein – wiki)

Ook bekend is een beschrijving van een feestmaal van de Romeinse keizer Magnus Maximus in Trier. Marinus van Tours woonde het banket met tegenzin bij en schond de etiquette. Severus:

“De priester die Martinus begeleidde, was tussen de hoogwaardigheidsbekleders gaan aanliggen, maar zelf was hij op een stoeltje gaan zitten dat naast de keizer was neergezet. Ongeveer halverwege de maaltijd bood een dienaar volgens gebruik de keizer een drinkschaal aan. Hij gebood hem de schaal liever aan de allerheiligste bisschop te geven. Hij hoopte en verwachtte de beker uit Martinus’ hand terug te ontvangen. Maar toen Martinus gedronken had, gaf hij de schaal aan zijn priester. Hij was er namelijk van overtuigd dat niemand het méér verdiende om als eerste na hem te drinken en dat hij niet eerlijk zou zijn tegenover zichzelf als hij een groter eer bewees aan de keizer of een van zijn voornaamste medewerkers dan aan een priester.

De keizer en alle aanwezigen hadden zo’n bewondering voor dat gebaar dat zij zelfs ingenomen waren met die houding waaruit ook minachting voor hen sprak. In heel het paleis werd het een druk besproken onderwerp: tijdens een keizerlijk gastmaal had Martinus gedaan wat nog geen enkele bisschop gewaagd had tijdens de maaltijden die de laagste ambtenaren hun aanboden.”

Sulpicius Severus ‘Het leven van Sint-Maarten’ – Vertaling Patrick Lateur (Lannoo, 1997)

Martinus dankt zijn grote bekendheid vooral aan de geschriften van Severus, die de heilige bewonderend ‘de dertiende apostel’ noemde. Ook Gregorius van Tours, een andere veelgelezen auteur in de Middeleeuwen, schreef over het leven van Martinus.

Tienden

Ironisch is dat, hoewel Marinus van Tours juist herinnerd werd om zijn vrijgevigheid, kerkleden in de late Middeleeuwen vaak hun kerkelijke belasting, de zogeheten tienden, op Sint Maarten moesten afdragen. In de beeldende kunst wordt Martinus vaak afgebeeld als militair, zittend op zijn paard, terwijl hij zijn mantel in tweeën snijdt. Ook is hij wel eens te zien met een afbeelding van een gans.

Kinderen met lampionnen tijdens Sint-Maarten
Kinderen met lampionnen tijdens Sint-Maarten (wiki)

Sint-Maartensfeest en ganzenmarkt

Het Sint-Maartensfeest herinnert aan de heilige Martinus. Op de avond van 11 november trekken veel kinderen erop uit met zelfgemaakte lampionnen waarin kaarsjes branden. Op zijn feestdag hoefden kinderen vroeger niet naar school en ook ontstond de gewoonte hen die dag te trakteren op snoep. Tegenwoordig moeten kinderen nog wel wat voor dat snoepgoed doen. Ze maken een lampion en zingen liedjes als Sint Maarten, Sint Maarten, de koeien hebben staarten en Lampionnetje, lampionnetje.

Vroeger at men op de feestdag van de heilige vaak Sint-Maartensganzen. Dit gebeurt tegenwoordig niet meer. Rond 11 november worden er nog wel vaak ganzenmarkten gehouden.

St. Maartensviering in 1961

Bronnen

-Heiligen – Rosa Giorgi (Ludion)
-http://www.heiligen.net/heiligen/11/11/11-11-0397-martinus.php
-Leven van de heilige Martinus – Severus
-https://www.trouw.nl/nieuws/11-november-is-de-dag-dat-mijn-lichtje-dat-mijn-lichtje~b7e1dad8/
-https://mainzerbeobachter.com/2020/11/11/martinus-van-tours/
Abonneer
Stuur mij een e-mail bij
guest
1 Reactie
Oudste
Nieuwste Meest gestemd
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
Eerder gepubliceerd

Handel en ambacht in de vroege Middeleeuwen

Hierna verschenen

Onrust in de ‘waanzinnige veertiende eeuw ‘