Super K, de meest aanbeden man van Amerika

Eerste deel biografie Henry Kissinger

Bij Hollands Diep uitgevers verschijnt deze maand het boek Kissinger, de idealist van Niall Ferguson. In deze biografie over Henry Kissinger wordt het verhaal verteld van de Joodse vluchteling die vanuit Hitlers Duitsland naar de Verenigde Staten vluchtte en van daaruit een invloedrijke adviseur werd op het Witte Huis. In dit eerste deel van de biografie wordt onder anderen ingegaan op de ‘mythevorming’ rondom Kissinger, die zelfs werd uitgeroepen tot de meest aanbeden man van Amerika. Een fragment uit het boek dat hierover gaat:

Kissinger, de idealist

Is alles wat me is overkomen uiteindelijk geen samenloop van toevalligheden? Man, man, ik was eerst een heel onbekende professor. Hoe had ik tegen mezelf moeten zeggen: ‘Nu ga ik de dingen zo aanpakken dat ik internationaal beroemd word’? Dat zou pure dwaasheid zijn geweest. (…) Misschien zegt iemand dat het gebeurd is omdat het moest gebeuren. Dat zegt men altijd wanneer de dingen zijn gebeurd. Niemand heeft het ooit over dingen die niet gebeuren – er is nooit geschiedenis geschreven door de dingen die nooit zijn gebeurd.
– Henry Kissinger tegen Oriana Fallaci op 4 november 1972

Geen enkele moderne staatsman, en zeker geen Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, is zo vereerd en daarna verguisd als Henry Kissinger. Toen de Italiaanse journaliste Oriana Fallaci hem in november 1972 interviewde, had Kissinger het toppunt van zijn roem nog niet bereikt. Een paar jaar later schreef Fallaci, terugkijkend op de ontmoeting, een sarcastische parodie op de voorpagina’s van de tijdschriften die op dat moment werden uitgebracht.

Deze te beroemde, te belangrijke, te gelukkige man, die ‘Superman’, ‘Superstar’, ‘Superkraut’ wordt genoemd en die paradoxale bondgenootschappen smeedt, onmogelijke overeenkomsten weet te sluiten en de wereld zijn adem laat inhouden alsof het zijn studenten aan Harvard zijn. Deze ongelooflijke, onverklaarbare, onuitstaanbare persoon, die Mao Zedong ontmoet wanneer hem dat uitkomt, het Kremlin betreedt wanneer hij daar zin in heeft, de president van de Verenigde Staten wakker maakt en zijn slaapkamer binnenloopt wanneer hij denkt dat het moet. Deze absurde persoonlijkheid met hoornen bril, naast wie James Bond een smaakloze creatie wordt. Hij schiet niet, gebruikt zijn vuisten niet en springt niet over racende auto’s, zoals James Bond, maar hij adviseert over oorlogen, beëindigt oorlogen, doet alsof hij onze lotsbestemming verandert – en doet dat ook.

Kissinger op Newsweek: Super-K
Kissinger op Newsweek: Super-K
Kissinger verscheen in juni 1974 ook daadwerkelijk als Superman op de omslag van Newsweek, getekend met maillot en cape, en aangeduid als ‘Super K’. Hij had al verschillende keren de omslag van Newsweek gehaald, afwisselend afgebeeld als ‘De man in de kelder van het Witte Huis’, als ‘De geheim agent van Nixon’ en als een Amerikaanse Gulliver, omsingeld door Lilliputters in ‘Een wereld vol wee’. TIME magazine was nóg meer in de ban van Kissinger. In de periode waarin hij minister van Buitenlandse Zaken was, verscheen hij niet minder dan vijftien keer op de cover, en het magazine omschreef hem eens als ‘’s werelds onmisbare man’.

Natuurlijk bevatten alle omschrijvingen een zekere humor. Al aan het einde van 1972 deed een grap de ronde over Kissingers invloed:

- advertentie -

‘Wat denk je dat er gebeurt als Kissinger sterft? Dan wordt Richard Nixon president van de Verenigde Staten!’

Korte tijd was het samengestelde woord ‘Nixinger’ in zwang, dat zijn gelijkheid met de president impliceerde. In 1972 figureerde Kissinger als superheld op de omslag van Charles Ashmans Kissinger: The Adventures of Super-Kraut – slordig gekleed en met veelbetekenende lippenstift op zijn wang.

Toch was Kissinger écht populair. In hetzelfde jaar verscheen hij voor de eerste keer in Gallups ‘Most Admired Man Index’. Hij veroverde direct de vierde plaats. Het jaar erop klom hij op tot nummer één. In mei van dat jaar zei 78 procent van de Amerikanen Kissinger te kunnen herkennen – een percentage dat alleen wordt geëvenaard door presidenten, presidentskandidaten en de grootste sport- en filmhelden. Midden 1974 werd zijn beleid volgens de peiling van Harris door 85 procent van de respondenten gesteund – een indrukwekkende prestatie.

Vroeger of later worden alle ministers van Buitenlandse Zaken geïnterviewd door Charlie Rose, maar alleen Henry Kissinger was bijna veertig keer te gast in Roses show – om het maar niet te hebben over zijn gastoptredens in de soapopera Dynasty en in The Colbert Report. Alle ministers van Buitenlandse Zaken vallen ten prooi aan karikaturen in dagbladen, maar alleen van Kissinger werden geanimeerde cartoons gemaakt: hij figureerde in Freakazoid, The Simpsons en Family Guy.

Niettemin was Kissinger zich er in 1972 maar al te goed van bewust dat dit soort beroemdheid gemakkelijk kan omslaan in beruchtheid. ‘De gevolgen van wat ik doe, ik bedoel de publieke opinie, hebben me nooit gestoord,’ verzekerde hij Oriana Fallaci.

Ik vraag er niet om om populair te worden en zoek er ook niet naar – integendeel. Als je het echt wilt weten, populariteit kan me niets schelen. Ik ben helemaal niet bang om mijn publiek kwijt te raken. Ik kan mezelf toestaan om te zeggen wat ik denk. (…) Als ik mezelf zou storen aan de reacties van het publiek, als ik alleen maar berekenend zou handelen, zou ik niets bereiken. (…) Ik zeg niet dat het altijd maar zo door moet gaan. Sterker nog, het kan net zo snel weer verdwijnen als het kwam.

Henry Kissinger, 1976
Henry Kissinger, 1976
Dat had hij goed ingeschat.

Roem heeft twee zijden: wie beroemd wordt, wordt ook bespot. In 1971 parodieerde Woody Allen Kissinger in een halfuur durende ‘mockumentary’ voor PBS met de titel Men of Crisis: The Harvey Wallinger Story. De film, razendsnel geschreven en gefilmd nadat Allen Everything You Always Wanted to Know About Sex *But Were Afraid to Ask had afgerond, werd in februari 1972 uitgezonden en vervolgens bijna direct om politieke redenen uit de lucht gehaald. Zender PBS beweerde dat de film niet in een verkiezingsjaar kon worden getoond zonder dat andere kandidaten gelijke zendtijd werd geboden. In werkelijkheid kon de door de overheid gefinancierde omroep Woody Allen er niet van weerhouden zeer scherpe opmerkingen over onder andere Pat Nixon te maken, maar wilde ze zich niet de woede van het Witte Huis op de hals halen. Typerend voor de film is de scène waarin Wallinger, gespeeld door Allen, telefonisch opdracht geeft voor ‘een gerechtelijk bevel tegen de Times. Het is een New Yorkse, Joods-communistische, linkse krant. En dan hebben we het alleen nog maar over de sportbijlage.’ In een andere scène wordt Wallinger gevraagd te reageren op de (authentieke) verklaring van president Nixon dat ‘we de oorlog [in Vietnam] zullen beëindigen en vrede zullen winnen’. ‘Wat Nixon bedoelt,’ mompelde Allen, ‘is dat het, eh, belangrijk is om de oorlog te winnen en om daarbij vrede te winnen. Of dat we in het ergste geval de oorlog verliezen en vrede verliezen. Of dat we, eh, ten minste een deel van de vrede winnen of misschien twee vredes winnen, of een paar vredes verliezen maar een stukje van de oorlog winnen. Het alternatief is dat we een stukje van de oorlog winnen of een stukje van Nixon verliezen.’

Interviewer: Er wordt in Washington veel beweerd dat u een extreem actief sociaal leven hebt.
Wallinger: Dat is, denk ik, flink overdreven. Ik (…) ik (…) hou van aantrekkelijke vrouwen, ik hou van seks, maar, eh, het moet wel Amerikaanse seks zijn. Ik hou niet van on-Amerikaanse seks.
Interviewer: Wat verstaat u dan onder Amerikaanse seks?
Wallinger: Als je je ervoor schaamt, is het Amerikaans. Dat is, eh, belangrijk, weet u. Dat je je schuldig voelt (…) en schaamt. Ik denk dat seks zonder schuld slecht is omdat het dan bijna fijn wordt.

In reactie op het bezwaar van de directie van PBS dat de film niet in de smaak was gevallen, schimpte Allen: ‘Het is moeilijk om iets te zeggen over de regering wat niet slecht in de smaak zou vallen.’

Grappen over het kabinet-Nixon waren al lang voor de val van de president gemeengoed onder de komieken in Manhattan. Kissinger, na Nixon de belangrijkste persoon in de regering, was dus ook na Nixon het belangrijkste doelwit – in welk medium dan ook. De liedjes van de satirische songwriter Tom Lehrer zijn inmiddels grotendeels vergeten, maar dat kan niet gezegd worden over zijn opmerking dat ‘politieke satire in onbruik raakte toen Henry Kissinger de Nobelprijs voor de Vrede kreeg’. Eerder had de Franse singer-songwriter Henri Salvador al het irritant catchy liedje ‘Kissinger, Le Duc Tho’ geschreven uit protest tegen de trage voortgang in de onderhandelingen tussen de Verenigde Staten en Noord-Vietnam. Cartoonist David Levine lanceerde misschien wel de wreedste van alle geïllustreerde aanvallen op Kissinger. Hij tekende meer dan een dozijn cartoons, waarvan er twee zelfs door het links-liberale New York Review of Books werden geweigerd omdat ze te flagrant waren. De ene cartoon toonde een naakte Kissinger, zijn rug vol macabere tatoeages, de andere toonde Kissinger onder een laken met de kleuren van de Amerikaanse vlag terwijl hij vrolijk een naakte dame met een hoofd in de vorm van een wereldbol verwende. Ondanks protesten van zijn medewerkers publiceerde Victor Navasky deze laatste karikatuur in The Nation.

Het lijkt alsof Henry Kissingers persoonlijkheid – alleen zijn naam al – een zenuwpijn in het collectieve geheugen van een generatie opriep. In Joseph Hellers roman Good as Gold, uitgegeven in 1979, werkt de hoofdpersoon, een professor Engelse literatuur van middelbare leeftijd met de naam Bruce Gold, aan een boek over niemand anders dan:

Kissinger.
Hoe beminde en haatte Gold die sissende naam.
Zelfs los van zijn immense jaloezie haatte hij Henry Kissinger al vanaf het moment dat hij een publiek figuur werd. En nog steeds haatte hij hem.

Kissinger, de idealist - Niall Ferguson
Kissinger, de idealist – Niall Ferguson
Hoe onbeduidend ook, het liedje dat Eric Idle schreef voor Monty Python toont aan dat de zenuwpijn zich uitstrekte tot aan de andere zijde van de oceaan:

Henry Kissinger,
How I’m missing yer,
You’re the Doctor of my dreams.
With your crinkly hair,
And your glassy stare,
And your Machiavellian schemes.

Het beeld van Idle en Ronnie Wood van The Rolling Stones die in Madison Square Garden na een gevecht van Mohammed Ali ‘gekke bekken’ achter Kissingers rug trekken, vertolkt een tijdperk. Zodra Kissinger was vertrokken, zakten de twee Engelse artiesten ‘als een huilende massa ineen’.

~ Niall Ferguson

Fragment uit het boek Kissinger, de idealist van Niall Ferguson dat deze maand bij Hollands Diep verschijnt

Bestel dit boek bij:

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Meer van dit soort berichten? Like ons dan!

Gelijk naar geschiedenisboeken over:
Ook adverteren op Historiek?
Goede keus! Klik hier