The Tielman Brothers en de oertijd van de Nederlandse popmuziek

Helden van toen – Harm Peter Smilde

Eind september verschijnt van Harm Peter Smilde het boek ‘Helden van toen. The Tielman Brothers en de Nederlandse rock-’n-roll 1957-1967’. In dit artikel doet de auteur verslag van de lange weg – hij was er bijna vijf jaar mee bezig – om tot dit boek te komen.

Helden van toen

Na hun komst uit Indonesië in Nederland in maart 1957 stonden de broers Reggy, Ponthon, Andy en Loulou Tielman binnen enkele weken op het podium met hun rock-’n-roll. De geschiedenis van die oerperiode van de Nederlandse popmuziek wordt vaak ten onrechte over het hoofd gezien. Bovendien is de historie van The Tielman Brothers nog nauwelijks onderbouwd beschreven. Die leemte heb ik met het boek ‘Helden van toen’ proberen op te vullen.

Andy en Reggy Tielman, ca. 1965. (Foto uit collectie Leon Donnars.)
Andy en Reggy Tielman, ca. 1965. (Foto uit collectie Leon Donnars.)
‘De Tielman Brothers, die naam moet absoluut met hoofdletters worden geschreven in de Nederlandse popgeschiedenis’, zei Leo Blokhuis in 2011. Maar ik had niet of nauwelijks van deze band gehoord, terwijl ik toch in een muzikaal gezin ben opgegroeid waar overal platen en singles rondslingerden, ook van Nederlandse bands uit een grijs verleden. Ook op de radio en in de talloze muziekbladen die ik las kwam ik The Tielman Brothers bij mijn weten niet tegen. ‘Hoe kan dat?’ vroeg ik me af. Hoe kan deze band die klaarblijkelijk zo belangrijk is geweest voor de Nederlandse popmuziek betrekkelijk onbekend zijn bij het grote publiek? Wat is hun geschiedenis? En welk verhaal zit daar weer achter? Deze vragen prikkelden mij als schrijver, muziekliefhebber en muzikant. Ze spoorden me aan om op onderzoek uit te gaan; het werd een historische en muzikale speurtocht die zeker niet rimpelloos verliep.

Plaats in de muziekgeschiedenis

Natuurlijk zijn The Tielman Brothers niet helemaal vergeten. Zeker in kringen van Indo’s en Molukkers genieten ze grote bekendheid. Soms wordt het hitje uit hun nadagen – Little Bird – nog op de radio gedraaid. In 1989 verscheen van Lutgard Mutsaers het prachtige boek Rockin’ Ramona. Daarin figureren naast veel andere bands nadrukkelijk ook The Tielman Brothers. Verder circuleren er op internet verhalen, veel verhalen, het ene nog mooier dan het andere. Over successen, lucratieve platencontracten, roem, hits, geld en The Beatles die hun trucjes zouden hebben afgekeken en overgenomen. Bronnen ontbreken daarbij meestal. Bovendien beantwoorden deze verhalen voor mij niet de vraag waarom onze muziekgeschiedenis The Tielman Brothers en collega-bands zo vaak links laat liggen. Terwijl bijvoorbeeld The Blue Diamonds en Anneke Grönloh wel in ons collectieve geheugen zitten. Het was tijd voor onderzoek, vond ik, zo goed en grondig als het kon. Alleen op die manier kun je deze oer-rock-’n-rollers hun plaats in de muziekgeschiedenis geven.

- advertentie -

Black Eyes, in AVRO-studio Hilversum, Weekendshow, 23 januari 1960:

The Tielman Brothers in hun tijd

Het manco van de meeste bestaande verhalen over The Tielman Brothers en de andere vroege rock-’n-rollbands is dat ze daarin bijna losgezongen zijn van hun tijd. En juist die periode en alles wat daarin gebeurde – grofweg van halverwege de jaren vijftig tot halverwege de jaren zestig – maakt hun geschiedenis zo boeiend. Met de komst van de rock-’n-roll halverwege de jaren vijftig werd, mede door de uitvinding van de goedkope en handige vinylsingle, populaire muziek voor het eerst massacultuur. Na de Tweede Wereldoorlog was in heel West-Europa en de Verenigde Staten een jeugdcultuur opgekomen (in Nederland nozems, in Duitsland Halbstarken, in Groot-Brittannië Teddy Boys, in Frankrijk blousons noires, in de VS greasers). Deze jongeren zetten zich af tegen hun ouders en hadden, ook heel belangrijk, vrije tijd en steeds meer geld. Daarmee werden ze een economische factor.

In Nederland was er bovendien een botsing tussen enerzijds mensen en groepen die de orde van voor de bezetting wilde herstellen en anderzijds (vooral) jongeren en jongvolwassenen die hartstochtelijk op zoek waren naar nieuwe normen en vormen (denk ook bijvoorbeeld aan de Vijftigers in de dichtkunst). Daarmee stond Nederland maatschappelijk en cultureel in die tijd in de steigers. Het proces van renovatie en verbouwing zou zeker tot in de jaren zeventig duren. Voor de vroege rock-’n-rollbands kwam daar nog eens bij dat ze voor een groot deel (maar niet alleen) bestonden uit Indo’s en Molukkers. Zij waren niet lang daarvoor feitelijk gemigreerd naar hun ‘vaderland’, Nederland. Tussen 1946 en 1964 kwamen in totaal zo’n 250.000 ‘Indische Nederlanders’ uit Indonesië naar een Nederland dat velen van hen alleen van foto’s, ansichtkaarten en verhalen kenden.

Hun min of meer gedwongen migratie (met alle pijn en frustratie van dien) geeft een extra dimensie aan de culturele en maatschappelijke verschuivingen in Nederland. Alleen door The Tielman Brothers in de context te plaatsen van die door elkaar lopende ontwikkelingen valt te begrijpen wat het betekende dat vier broers vanaf 1957 de bühne beklommen en spetterende rock-’n-rollshows gaven.

Speuren naar betrouwbare bronnen

Loulou Tielman in vrijetijdskleding achter de drums in bar-dancing Westhof, Heidelberg, Duitsland, ca. 1960. (Foto uit collectie Leon Donnars.)
Loulou Tielman in vrijetijdskleding achter de drums in bar-dancing Westhof, Heidelberg, Duitsland, ca. 1960. (Foto uit collectie Leon Donnars.)
Als je de geschiedenis van een band wilt reconstrueren, zou je graag een la willen opentrekken waarin alle informatie en documentatie zit die je nodig hebt. Zo werkt het natuurlijk nooit, maar in het geval van The Tielman Brothers was de beschikbare informatie wel heel fragmentarisch. De heren correspondeerden nauwelijks en interviews met hen uit de periode 1957-1967 zijn buitengewoon schaars.

Andy Tielman heeft vanaf eind jaren tachtig met enige regelmaat interviews gegeven; alleen zijn de herinneringen aan hun eerste periode in Nederland en Duitsland vaak tegenstrijdig en na raadpleging van andere bronnen blijkt het waarheidsgehalte van zijn uitspraken in veel gevallen twijfelachtig. Datzelfde euvel kleeft aan Andy’s autobiografie That’s my life: over veel gebeurtenissen is hij vaag, hij laat nogal eens iets weg en in een aantal gevallen bleek tijdens mijn onderzoek de informatie aantoonbaar onjuist.

Diversiteit aan geschreven bronnen

Toch heb ik voor een reconstructie met veel speurwerk nog redelijk wat (geschreven) bronnen weten te raadplegen. Dankzij de website Delpher (de uitgebreide tijdschriften- en krantenzoekmachine van de Koninklijke Bibliotheek) en andere digitale zoeksystemen was het mogelijk krantenartikelen en -berichten te vinden (ook over de tijd van het gezin Tielman in Indië/Indonesië). Maar ik heb ook heel wat middagen in de kelder van de Koninklijke Bibliotheek doorgebracht met het systematisch doornemen van microfiches van (niet-gedigitaliseerde) oude kranten op zoek naar informatie over optredens en andere berichten over de band. Verder waren er flarden correspondentie, boeken, tijdschriften, artikelen op internet, geluidsopnamen, filmpjes op YouTube en beeldmateriaal van Beeld & Geluid in Hilversum. Daarnaast kon ik contracten en rekeningen van een collega-band raadplegen om een beeld te krijgen van de gages en prijzen begin jaren zestig.

Op een zeker moment stuitte ik in het Nationaal Archief op een flink pak correspondentie van het Nederlands Commissariaat te Palembang (Sumatra, Indonesië) uit de periode 1952 tot eind 1956. Dit commissariaat was een soort tijdelijke ambassade of diplomatieke post die de belangen van de Indische Nederlanders moest behartigen. De correspondentie van en over de familie Tielman uit dit dossier gaf mij veel informatie over vader Herman Tielman, het functioneren van het gezin en de omstandigheden waarin de Tielmannen in 1957 naar Nederland vertrokken. Daarnaast vond ik in het Nationaal Archief de Japanse interneringskaart van Herman Tielman en zijn zogeheten ‘stamboekgegevens’ waaruit zijn wederwaardigheden in de Tweede Wereldoorlog min of meer duidelijk werden.

Om alle gebruikte bronnen inzichtelijk en controleerbaar te maken heb ik die in het boek per hoofdstuk in eindnoten vermeld en een uitgebreide bronnenlijst achterin toegevoegd.

Ooggetuigen geven geschiedenis kleur

Al met al was het heel veel informatie sprokkelen en puzzelen. De gegevens waren soms zo fragmentarisch, summier en tegenstrijdig, dat ik (moe van het eindeloze factchecken) meermalen van zins ben geweest de krat met al het materiaal het raam uit te gooien en het project te laten voor wat het was. Ik was daarom blij dat er ook nog ooggetuigen waren. Als je door middel van geschreven bronnen een ruwe reconstructie kunt maken die aandoet als een soort schokkerige zwart-witfilm, dan maken goede ooggetuigen daar een wat vloeiender bewegende kleurenfilm van.

Andy Tielman omstreeks 1960 in bar-dancing Westhof, Heidelberg, Duitsland. (Foto uit collectie Leon Donnars.)
Andy Tielman omstreeks 1960 in bar-dancing Westhof, Heidelberg, Duitsland. (Foto uit collectie Leon Donnars.)
De broers Tielman zelf zijn allemaal overleden. De laatste, Reggy, overleed in 2014. Het is mij niet gelukt hem voor zijn dood nog te interviewen. Andy overleed drie jaar ervoor, in november 2011. Veel mensen die de broers hebben gekend en hen eind jaren vijftig en begin jaren zestig hebben zien optreden, zijn al overleden. De ooggetuigen en collega-muzikanten die nog in leven zijn, zijn redelijk op leeftijd. Sommigen van hen hadden er geen behoefte aan om terug te blikken op die roerige rock-’n-rolltijd. Gelukkig stond een aantal belangrijke ooggetuigen het mij wel toe samen met hen in hun herinneringen rond te dwalen. Onder hen Edu Schalk, die de broers vanaf hun aankomst in Breda in 1957 goed heeft gekend en veel met hen is opgetrokken. Verder sprak ik in Duitsland met Helmut Wenske, die in de periode 1960 tot 1964 in Hanau alleen al The Tielman Brothers ruim vijftig keer heeft zien optreden en met andere Nederlandse bands bevriend was. Ook heb ik veel gesproken met Woody Brunings die met The Crazy Rockers in hetzelfde circuit als de broers optrad. Hij heeft een open blik en een scherp geheugen waardoor hij mij een goed inzicht gaf in het rock-’n-rollgevoel van die tijd. Hij was ook nooit te beroerd om feiten en gebeurtenissen na te trekken bij anderen in zijn omvangrijke netwerk. Leon Donnars, vanaf 1965 ooggetuige en rock-’n-rollverzamelaar van het eerste uur, gaf mij ook veel waardevolle informatie en inzage in interessante documenten. Door de medewerking van deze en andere ooggetuigen vielen veel puzzelstukjes uit de verschillende schriftelijke bronnen op hun plaats.

Verhalen worden mythes

Als biograaf ontkom je er niet aan om mooie verhalen door te prikken en tot mythe te verklaren. Een van die verhalen is dat The Beatles in Hamburg bij The Tielman Brothers (meermalen) in de zaal hebben gezeten en hun trucjes hebben afgekeken. Door nauwkeurig na te gaan wanneer en waar The Beatles in Hamburg optraden – dat is goed gedocumenteerd – en in bronnen te zoeken naar bewijzen voor optredens van The Tielman Brothers in Hamburg in die periodes, heb ik het waarheidsgehalte van dit verhaal getoetst. Met een heel andere uitkomst. Een ander verhaal is dat The Tielman Brothers in Nederland werden geboycot en volledig verguisd. Dit is dan volgens het verhaal de reden geweest waarom ze hun heil in Duitsland zochten en daar gingen optreden. Dat zou een soort dubbele tragedie zijn: eerst verdreven uit de Gordel van Smaragd waar ze zijn geboren en vervolgens vanwege wilde muziek ook nog eens min of meer weggepest uit Nederland dat hen toch al niet heel warm had verwelkomd. ‘Holland moet ons niet’, zou Andy volgens hemzelf in die tijd hebben gezegd. Nauwgezet heb ik in kaart proberen te brengen aan de hand van bronnen hoe populair de band was in Nederland van 1957 tot ongeveer 1960, tot welke ophef en kritiek hun televisieoptreden begin 1960 heeft geleid en wat de redenen waren voor hen (en talloze andere bands) om in Duitsland te gaan optreden. En welke gevolgen dit had voor hun bekendheid en populariteit in Nederland. Daaruit komt een volstrekt ander beeld naar voren.

De charme en de angel van de rock-’n-roll

In de loop van mijn muzikale en historische speurtocht bleek mij ook dat The Tielman Brothers deze aangedikte en vaak ongeloofwaardige verhalen helemaal niet nodig hebben om erkend te worden als pioniers van de Nederlandse pop- en rockmuziek. Uit bronnen en ooggetuigenverslagen komt duidelijk naar voren dat hun prestaties (en dan vooral hun live-optredens) zeer indrukwekkend waren, zeker in de periode van 1957 tot ongeveer 1964. Zij (en hun collega-rock-’n-rollbands) hebben zo ongeveer alles wat nu normaal is zelf moeten uitvinden: show maken op het podium, spectaculaire stunts uithalen, zorgen voor een goed bandgeluid dat indruk maakt in de zaal en een aansprekend imago opbouwen. Het kan hun nauwelijks kwalijk genomen worden dat ze niet inzagen dat juist in die tijd eigen nummers schrijven, plaatjes opnemen en hits scoren steeds belangrijker werden om aan de muzikale top te komen en te blijven. Rockmuziek zag men als een jeugdzonde en langdurig carrière maken in deze tak van sport was een concept dat nog niet bestond. Het was niet zo vreemd dat de broers Tielman voor het snelle geld gingen in de rock-’n-rollkroegen. Het kon immers ieder moment voorbij zijn? Dat dachten The Beatles in 1964 ook. Dat is de charme en de angel van de rock-’n-roll: het draait om het ultieme leven in het nu omdat het morgen over kan zijn. Het was daarbij onvermijdelijk dat die onbevangenheid in de loop van een jaar of vijf verdween en de gepolijste, bedachte showelementen erin slopen.

In deze biografie van The Tielman Brothers plaats ik hen ook in hun tijd door het veranderende muzikale landschap (in Nederland en daarbuiten) te schetsen. Doordat het hen niet echt lukte mee te veranderen, detoneerden ze met hun repertoire, performance en outfits steeds meer in dat landschap. Toch trokken ze in de zomermaanden van 1965 en 1966 met hun shows nog veel bekijks in Palais de Danse in Scheveningen.

Rock-’n-roll (geen specifieke song) in Café Kossenhaschen, Mannheim, Duitsland, januari 1959, uitgezonden op de Duitse regionale televisie:

Puurheid in popmuziek

The Tielman Brothers hadden in Nederland, zeker eind jaren vijftig, geen muzikale voorbeelden. Er waren geen ervaren bands die deden wat zij deden en collega-rock-’n-rollers zaten in hetzelfde schuitje. Aan carrièreplanning leken ze niet te doen en misschien maakten ze daardoor ongelukkige keuzes. Ze zetten niet alles op alles om een hit te krijgen en bleven hangen in een live-circuit met een repertoire van covers dat uit de mode raakte. Intussen waren ze zelf juist wel voorbeelden voor anderen, onder meer voor Golden Earring, Jan Akkerman, Wally Tax en Jan de Hont van ZZ & The Maskers. Die zagen hen live en waren direct verkocht.

Het blijft eeuwig zonde dat The Tielman Brothers geen aansprekende hits hebben gehad waarmee ze zich in ons collectief muziekgeheugen hebben genesteld. Achteraf zou je dat de onrechtvaardigheid van de geschiedenis kunnen noemen. Het kan ook de reden zijn waarom die oerperiode van de Nederlandse popmuziek nogal eens over het hoofd wordt gezien of niet serieus genomen. Onterecht, want juist de rauwe randen en het feit dat ze hun overdonderende en virtuoze shows vaak speelden in aggenebbisjtentjes geven hun rock-’n-roll begin jaren zestig een puurheid die nu soms in de popmuziek ver te zoeken is. Dat vier broers (en collega-rockers) van heel gewone komaf met muziek en show opeens bakken geld verdienden, was ook een bevrijding die bij de rock-’n-roll hoorde. Je hoefde geen filmster, rijkeluiszoontje of bemiddelde industrieel te zijn om het breed te laten hangen met blitse auto’s, blingbling en blonde meisjes. Dat besef en dat vooruitzicht heeft talloze muzikanten en bandjes na hen geïnspireerd.

Reconstructie van een levensgevoel

Helden van toen - The Tielman Brothers en de Nederlandse rock-'n-roll 1957-1967
Helden van toen – The Tielman Brothers en de Nederlandse rock-‘n-roll 1957-1967
Omdat er van The Tielman Brothers weinig opgenomen liedjes zijn die recht doen aan hun reputatie en er behalve hun televisieoptredens begin 1960 en 1966 nauwelijks beelden zijn van live-optredens, is het een groot goed dat er nu nog ooggetuigen zijn die kunnen bevestigen wat de band voor de Nederlandse popmuziek heeft betekend.

Zo is het boek niet alleen een zo goed mogelijk feitelijke geschiedschrijving, maar brengt het, hoop ik, ook het levensgevoel van een fascinerende tijd over. Door de ooggetuigen en de bijeengesprokkelde bronnen denk ik dat mijn speurtocht – ondanks twijfels onderweg – heeft geleid tot een behoorlijke reconstructie. Er zitten soms gaten in. Hier en daar kan een plank of balk scheef zitten. Sommige stukjes stucwerk zijn misschien minder mooi dan ze zouden moeten zijn. Toch laat het geheel in grote lijnen zien hoe het monumentale huis van de vroege Nederlandse rock-’n-roll met Indische en Molukse wortels er heeft uitgezien. En hoe The Tielman Brothers daarvan zo’n beetje de architecten zijn geweest, die het ook nog eens voor een gedeelte zelf in elkaar getimmerd en gemetseld hebben.

~ Harm Peter Smilde

Boek: Helden van toen – The Tielman Brothers en de Nederlandse rock-‘n-roll 1957-1967

Reserveer dit boek bij:

Rollin’ Rock, in AVRO-studio Hilversum, Weekendshow, 23 januari 1960:

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Meer van dit soort berichten? Like ons dan!

Gelijk naar geschiedenisboeken over:
Ook adverteren op Historiek?
Goede keus! Klik hier