Waar is de ‘Schat van Dalfsen’ zes jaar na dato?

/
5 minuten leestijd
Een van de gevonden trechterbekers
Een van de gevonden trechterbekers - Foto: Carolien Prins van Historische Kring Dalfsen

Toen de gemeente Dalfsen in 2012 kenbaar maakte dat ze aan de oostkant van het dorp woningen wilde gaan bouwen, werd er aan het Archeologisch Diensten Centrum Archeo Projecten gevraagd een vooronderzoek te doen. In het verleden waren er langs de Vecht al verschillende archeologische vondsten gedaan en het hoger gelegen Gerner Marke kon interessante bodemschatten bevatten. Dat was ook het geval. Bij het vooronderzoek werden vele vondsten uit de Middeleeuwen, Romeinse IJzertijd, IJzertijd, Bronstijd én twee aardewerken trechterbekers van meer dan 5000 jaar oud gevonden.

De harten van de archeologen in Nederland begonnen sneller te kloppen. De kans op een bijzondere vondst was groot in het Overijsselse Dalfsen. In 2015 werd dan ook vol enthousiasme begonnen aan de opgraving. De archeologen met hun studenten hoefden echter niet diep te graven. Op slechts een meter diepte werden in het zand al de eerste markeringen zichtbaar van duizenden jaren oude graven. In totaal zijn meer dan 136 graven blootgelegd en ruim 120 trechterbekers opgegraven. Volgens Suzanne Wentink, provinciaal archeoloog bij Het Oversticht, is het grafveld vermoedelijk nog groter geweest. Maar met deze vondst, werd het al de grootste vondst ooit van trechterbekers in Noordwest-Europa. En die trechterbekers horen bij een volk dat meer dan 3500 jaar voor Christus leefde.

Het grafveld in Dalfsen. Markeringen in de grond
Het grafveld in Dalfsen. Markeringen in de grond. – Foto: Carolien Prins van Historische Kring Dalfsen

Trechterbeker cultuur

De mensen van de Trechterbekercultuur waren niet de eerste bewoners van Overijssel. De eerste menselijke bezoekers aan Overijssel waren nomaden. Zij zwierven met de seizoenen mee van noord naar zuid en omgekeerd. In de omgeving van Kampen zijn diverse getuigenissen gevonden van deze nomaden. Pijlpunten, maar ook verbrande grond van open vuren zijn bij diverse opgravingen naar boven gekomen.

Ongeveer 3500 voor Christus vestigden de eerste mensen zich permanent in Noord-Nederland. Zij lieten hun jager-verzamelaars leven achter zich en gingen gewassen telen en dieren houden. Doordat men niet meer rondtrok, werden er aardewerken potten gemaakt om spullen in te bewaren. Die potten hadden de vorm van een trechter en bevatten versieringen in de vorm van inkervingen.

Foto: Carolien Prins van Historische Kring Dalfsen
Foto: Carolien Prins van Historische Kring Dalfsen

Die eerste bewoners van Nederland kwamen dus uit het noorden van Europa, uit hedendaags Duitsland en Denemarken. In Nederland worden ze ook wel Hunebedders genoemd. In Drenthe begroeven zij hun doden in grafkelders gemaakt van enorme zwerfkeien.

“In Overijssel zijn deze zwerfkeien niet te vinden, dus begroeven zij de mensen in de grond. Bij zowel de hunebedden als de grafvelden in Overijssel treffen we dezelfde soort trechterbekers aan. Dat betekent dat zij een bepaalde verwantschap met elkaar hebben. Dat ze in ieder geval tot dezelfde cultuur behoren”

…aldus Suzanne Wentink, die ook in het provinciaal archeologisch depot in Deventer werkt.

Soortgelijke bekers als die in Dalfsen, zijn in Duitsland en Denemarken gevonden, maar ook in Spanje en Portugal zijn soortgelijke bekers gevonden. Alhoewel ze niet identiek zijn, zijn ze wel duidelijk herkenbaar en afkomstig uit dezelfde periode. Op de één of andere manier zijn deze cultuuruitingen dus al ver voor Christus door een groot deel van West-Europa gegaan.

Heleen Westerman in gesprek met Suzanne Wentink
Heleen Westerman in gesprek met Suzanne Wentink

Niet alleen in Dalfsen

De vondst van trechterbekers in Dalfsen, is niet uniek, ook niet voor Overijssel. In 1937 zijn al zo’n 36 trechterbekers opgegraven in de buurt van Hardenberg.

“Bij de ontginning van de Baalder Esch kwamen de arbeiders al heel snel met scherven en potten aanzetten. Er is toen iemand erbij gehaald en die heeft gezegd dat ze geld krijgen als ze hele potten brengen. Soms werd er gezegd, dat men geld kreeg voor elke scherf. Als dat was gebeurd, dan hadden we hier in het depot niet zoveel hele potten staan.”

Suzanne zegt het met een glimlach op haar gezicht. Niet alleen vlakbij Hardenberg, maar op meerdere plaatsen langs de Vecht, zoals in Welsum, Hessum, Varsen, Arriën en ook vlakbij Dalfsen in Ankum en Rechteren zijn bewijzen gevonden van deze trechterbekercultuur.

Enorme begraafplaats

In Nederland zijn voor de opgraving in Dalfsen in totaal zo’n vijftig graven gevonden van deze trechterbekercultuur, waarvan de grootste begraafplaats acht graven telde. De vondst van de meer dan dertig trechterbekers vlakbij Hardenberg is een grote vondst, maar het is niet zeker of deze bekers bij een grafveld hoorden. In 1937 werd archeologie in Nederland vooral door amateurs beoefend en verzamelde men vooral objecten. Een analyse van de bodem maken, werd toen nog niet gedaan. In Duitsland was al een groter grafveld gevonden met in totaal honderdtien graven. In die graven zijn alleen wel veel minder giften ofwel trechterbekers gevonden dan in Dalfsen.

Vanwege de omvang van het grafveld en de vele bekers die zijn gevonden, was de vondst in Dalfsen dan ook internationaal nieuws. Ten tijde van de opgraving werd er al gesproken over ‘de schat van Dalfsen’. Maar waar is die schat nu?

Foto: Carolien Prins van Historische Kring Dalfsen
Foto: Carolien Prins van Historische Kring Dalfsen

Huidige situatie

Nu, ruim zes jaar later, is men nog steeds bezig met het dateren van de vondsten, en deze te analyseren, te conserveren en te restaureren. Dit wordt door de Universiteit in Groningen gedaan. Want, toen men na de opgraving de gevonden materialen begon te verwerken, bleken de trechterbekers erg poreus te zijn. Conservering en restauratie was noodzakelijk, als men ook in de toekomst deze trechterbekers wilde blijven bewonderen. Dalfsenaar Celine de Ruiter studeerde in die tijd archeologie in Groningen en studeerde af op de archeologische vondsten in Dalfsen. Zij heeft onderzocht hoe deze potten vroeger gemaakt werden. Niet alleen van welke materialen, maar ook hoe ze zijn gebakken bijvoorbeeld. De resultaten van haar onderzoek helpen bij het restaureren van deze en toekomstige vondsten.

Foto gemaakt tijdens de opgraving in Dalfsen
Foto gemaakt tijdens de opgraving in Dalfsen (Carolien Prins van Historische Kring Dalfsen)
Terwijl men in Groningen hard werkt aan de restauratie en conservering van de trechterbekers, wordt er op provinciaal en lokaal niveau nagedacht over hoe deze vondsten zichtbaar kunnen worden gemaakt voor bewoners en bezoekers van de provincie. Dalfsen heeft zelf geen museum, dus wat zal het worden? Een boek, een digitale tentoonstelling of een echte tentoonstelling in bijvoorbeeld het Drents museum? De provincie Overijssel heeft dus nog wat werk te verzetten, want niet de gemeente Dalfsen maar de provincie Overijssel is eigenaar van de archeologische vondsten in Dalfsen. Wordt vervolgd dus.

~ Heleen Westerman
Dit artikel is mede mogelijk gemaakt door het Steunfonds Freelance Journalisten

Lees ook: Spectaculair grafveld uit de Steentijd ontdekt in Dalfsen
…of: De Trechterbekercultuur (ca.4900-2750 v.Chr.)

Meer informatie:

In twee magazines van de Historische Vereniging Dalfsen is uitgebreid aandacht besteed aan de archeologische vondsten. In Rondom Dalfsen Special 84 gaat het over de trechterbekercultuur. Rondom Dalfsen Special 86 gaat over de vondsten uit de Merovingische vondsten. Ten tijde van de opgravingen is er ook een opname van Willem Wever in Dalfsen gemaakt, waarin de vraag werd beantwoord: ‘hoe kan je aan iets wat opgegraven is, zien hoe oud het is.’ Bekijk deze aflevering hier.

Vorige verhaal

Wie waren de Merovingen van Koksijde?

Volgende verhaal

De viskubbe – Een type fuik

×