‘Wetenschap is pas af als ze is gecommuniceerd’

Afgelopen vrijdag was aan de Vrije Universiteit het Romeinensymposium. Jona Lendering was daar een van de sprekers. Op Historiek publiceren we de tekst van zijn lezing. Lendering pleit hierin voor betere wetenschapsvoorlichting, één die niet de zender maar de informatiebehoefte van de ontvangers als uitgangspunt neemt.

Veel geschreeuw en weinig wetenschap

Het is als met de kruipolie die maakt dat een machine soepel draait: alles gaat beter als de informatie waarop we ons baseren accuraat is. Onderzoekers speuren naar die informatie en is deze eenmaal verworven, dan is het zaak haar zo snel en adequaat mogelijk over te dragen aan zoveel mogelijk mensen. Wetenschap is pas af als ze is gecommuniceerd.

“In de archeologie ligt de nadruk vaak op iets dat is opgegraven en nauwelijks op de eigenlijke inzichten. Het gaat dus wel over vondsten maar niet over archeologie.”

Archeologen werken vanouds samen met musea en doen hun overdracht zo beroerd niet, maar er is verbetering mogelijk. Daarbij is de crux: het gaat om de informatiebehoefte van de ontvangers en niet om wat de zenders toevallig hebben te bieden. Bij zenders kunt u denken aan universiteiten, musea, stichtingen, re-enactors, journalisten, erfgoedhuizen en wat dies meer zij.

Ik denk dat ik over dit onderwerp iets kan zeggen omdat ik al twintig jaar de Oudheid uitleg: op mijn website staan binnenkort precies 4000 pagina’s, ik blog dagelijks, verzorg een nieuwsbrief, schreef boeken, treed op als reisleider en museumgids, organiseer met het RMO “Oog op de Oudheid”, doe journalistiek werk en verzorg cursussen, lezingen en lessen. Deze zomer heb ik gewerkt aan een project om 86.000 Oudheid-foto’s rechtenvrij online te plaatsen; momenteel begeleid ik profielwerkstukken en ook voer ik derde-lijns-gesprekken. En vooral: ik beantwoord veel mail. Denk aan twintig tot dertig vragen per week, duizend per jaar. Het is op deze ervaring dat ik het onderstaande baseer.

Een innovatief project

De limes is extreem innovatief omdat het een omkering is van het Gelderse geschiedbeeld. Dat is gevormd door de Nijmeegse geleerde Gerard Geldenhouwer, die in zijn Historia Batavica (1530; 1541) Nijmegen identificeerde als hoofdstad van de Bataven én aangaf dat “wij” in de Lage Landen afstammen van de Germanen. Ik blogde er al eens over.

Dit is het dominante beeld gebleven: je kunt de Bataafse mythe moeiteloos volgen via de ereboog voor prins Maurits naar Rembrandts “Eedgenootschap van Claudius Civilis” en de Bataafse Republiek, en daarvandaan langs Batavus Droogstoppel tot de Batavus-fietsen. Logisch, want via de afkeer van Latijnse persoonsnamen in middeleeuws Nederland, “Wat Walsch es valsch eyst” en de middelnederlandse literatuur gaat onze culturele identiteit (wat dat ook moge zijn) inderdaad terug op de Germanen. Dankzij de limes-projecten krijgt iemand die zich wil verdiepen in de Nederlandse Oudheid nu echter een omgekeerd beeld, waarin de boeman van weleer centraal staat. Dit is revolutionair.

Deze ommekeer heeft te maken met internationaal erfgoedbeleid en is deels politiek. Er is ook een interne, Nederlandse aanleiding: de in 2006 door de commissie-Van Oostrom opgestelde canon met vijftig vensters. Als je de principes (“rode draden”) uit dat project rustig bekijkt, zou het venster op de Oudheid logischerwijs de stad Nijmegen zijn geweest, maar het werd dus de limes. Omdat in de commissie geen archeoloog of oudhistoricus zat, heb ik Van Oostrom eens opgezocht om te vragen hoe de keuze was gemaakt. Hij antwoordde dat alle commissieleden dit onderwerp hadden gekend en daar zonder werkelijk debat mee hadden ingestemd. Dit is een voorbeeld van het psychologische mechanisme dat bij een vergadering niet over de belangrijkste thema’s wordt gesproken maar over onderwerpen waar iedereen van heeft gehoord.

Weerstand

Innovatie roept weerstand op. Mensen houden er immers niet van vertrouwde zaken op te geven. Zeker in een klimaat van groeiende wetenschapsscepsis is bij een innovatie als de limes een specifieke vorm van voorlichting vereist en daar is ook onderzoek naar gedaan.

Dat onderzoek is onvoldoende bekend. Oudheidkundigen hebben althans weinig gedaan om hun voorlichting te professionaliseren en kiezen vaak voor gemakzuchtige oplossingen: in de archeologie ligt de nadruk vaak op iets dat is opgegraven en nauwelijks op de eigenlijke inzichten. Het gaat dus wel over vondsten maar niet over archeologie. Verder wordt strijk en zet overdreven, zodat we onlangs lazen dat een ring was ontdekt van Pontius Pilatus.

Het vervelende is dat het publiek de overdrijving herkent, sceptisch is geworden en archeologen niet langer gelooft, zelfs als ze de waarheid spreken. Dat gebeurde in de Nijmeegse Aquaductenaffaire en zal zich herhalen zolang we niet professioneler worden.

De omgekeerde volgorde

Ons doel is dat nieuwe inzichten, bijvoorbeeld over de limes, zo snel en adequaat mogelijk terechtkomen bij zoveel mogelijk mensen. Een goed proces zou erop neerkomen dat er (1) een wetenschappelijke publicatie is met dat nieuwe inzicht, (2) een beslissing valt dit inzicht met het publiek te delen, (3) overleg plaatsvindt over de eigenlijke boodschap, (4) doelgroepen worden geïdentificeerd, (5) media bij de doelgroepen worden gezocht, (6) een communicatieplan wordt opgesteld dat (7) wordt uitgevoerd. Tot slot is er een evaluatie.

Bij de limes is het niet volgens dit ideale schema gegaan. Er was al veel gedaan toen het besluit viel de limes te promoten (Commissie-Van Oostrom, daarna werelderfgoedstatus-aanvraag). Hierop volgden meer uitwerkingen, met Hoge Woerd als hoogtepunt, maar ondertussen werd er nauwelijks gesproken over de boodschap en werd onnadenkend de verkeerde doelgroep gekozen (zo meteen meer). Pas vrij laat kwam het Interpretatief Kader, waarvan de opstellers rekening moesten houden met partijen en praktijken die in het ideale schema nooit een rol zouden hebben gespeeld. Dit is de cruciale fout geweest: niet vertrekken bij de informatiebehoefte van het publiek, niet zoeken welke expertise noodzakelijk was, maar uitgaan van het aanbod van partijen die al bekend waren. Mede hierdoor groeide een “tweede trechter” (zo meteen meer). De echte wetenschappelijke synthese is eigenlijk pas zojuist verschenen. We zijn dus begonnen bij stap zeven, eindigen bij stap één en zitten opgezadeld met voldongen feiten.

“Goede informatie is onvindbaar door het herhalen van dezelfde, platte boodschap.”

Dit is verre van ideaal. Nu is ook de ideale situatie onwenselijk, want ze zou betekenen dat de wetenschap de toon zet in het krachtenspel tussen de diverse belanghebbenden. Dat is echter geen open samenleving meer maar een technocratie. Omgekeerd geldt dat niemand erbij is gebaat als nieuwe inzichten niet snel en adequaat terechtkomen bij zoveel mogelijk mensen. De stem van de wetenschap klinkt bij de limes wel érg zacht – en dan bedoel ik zowel de stem van de oudheidkundige disciplines als de stem van de wetenschapscommunicatie.

Doelgroepen en lijnen

Je hoeft geen marktonderzoek te doen om te weten dat er mensen zijn met een oppervlakkige belangstelling en mensen met meer interesse. Het spreekt al even vanzelf dat sommigen de wetenschap vertrouwen en anderen er sceptisch tegenover staan. Dat blijkt ook uit de mails die ik dagelijks beantwoord; die gaan natuurlijk niet allemaal over de limes, maar de doelgroepen zijn ook daar aanwezig en de drie lijnen waarover ik wel vaker schrijf, zijn ook hier relevant.

WetenschapspositiefWetenschapsnegatief
Hoge informatiebehoefteTweede lijnDerde lijn
Lage informatiebehoefteEerste lijn

Het probleem is dat vrijwel alle voorlichting over de limes zich richt op mensen met een lage informatiebehoefte en een positieve houding. Het is een schoolvoorbeeld van de eerste lijn: het vereenvoudigd presenteren van de feiten ofwel het bieden van een kennismaking.

Soms is dat inderdaad genoeg. Ik denk niet dat het verkeerd is kinderen een goed verhaal te vertellen en doe het zelf ook graag. Het probleem is echter dat kinderen over twee maanden hun Romeinenliefde hebben verruild voor een dinosaurussenpassie. Het beklijft niet, terwijl de opzet van de limes-projecten is een nieuwe visie op de Nederlandse Oudheid ingang te doen vinden. Het is beter je pas op kinderen te richten als je volwassenen iets hebt te bieden, want zij vormen de cruciale doelgroep: bij hen immers moet de bewustzijnsverandering zich voltrekken.

Het probleem is nu dat volwassenen al iets denken te weten en dat innovatie dus weerstand oproept. Die zul je moeten wegnemen en daaruit volgt dat je mensen die geïnteresseerd beginnen te raken, méér moet bieden: waarom is de omkering van het Gelderse geschiedbeeld een verbetering? Dat is de tweede lijn: de verdieping die noodzakelijk is om de cruciale doelgroep te overtuigen en scepsis de pas af te snijden. In de woorden van Tussen onderzoek en samenleving, het brave advies dat mag gelden als informele kwaliteitsnorm, is het doorslaggevend dat het wetenschappelijk proces inzichtelijk wordt gemaakt.

Doordat in de limesvoorlichting deze tweede lijn vrijwel geheel achterwege blijft, is het onvermijdelijk dat juist de meer geïnteresseerde mensen sceptisch worden. Ik herken dit in de mail: eigenlijk heb ik elke maand wel contact met iemand die steeds dezelfde informatie over de limes heeft gevonden, nergens de verdieping aantrof die hij zocht (of werd afgescheept met “je moet maar een congres bezoeken”) en heeft geconcludeerd dat het thema intellectuele diepgang ontbeert. Zo iemand keert zich tegen de limes. Ik wees hier al eerder op in mijn stukken “Limes en scepsis” en “Limesmoeheid” en waarschuwde ervoor in een preadvies voor het Interpretatief Kader.

Kanttekening: er zal altijd een groep blijven die ook na uitleg van het wetenschappelijk proces niet overtuigd worden wil. Dan speelt bijna altijd een bezorgdheid een rol. Ik heb weleens te maken gehad met iemand die waarde hechtte aan het kwakhistorische idee dat de weg op de Peutingerkaart loopt naar Antwerpen, omdat zijn huis stond bij een beschermde limes-locatie. Voor hem gold: liever pseudowetenschap dan een wetenschap die dreigt mijn huis onverkoopbaar te maken.

Voor zulke situaties is er de derde lijn: een persoonlijk gesprek waarin je een scheiding aanbrengt tussen de bezorgdheid en het wetenschappelijke probleem. Omdat de limes nauwelijks een tweede lijn kent, is onvermijdelijk dat weer een relletje zal ontstaan à la Nijmeegse Aquaductenaffaire en dat de limes-organisaties dan niet zijn voorbereid op de derde-lijns-gesprekken.

Samenvattend: doordat de limes-voorlichting niet is ontstaan door first things first te doen, is onnadenkend de verkeerde doelgroep gekozen. We moeten ons echter niet slechts richten op mensen met een lage informatiebehoefte, maar ook op mensen met een hoge behoefte. Zo behouden we de geïnteresseerden voor de goede zaak. Momenteel tonen we een limes die intellectueel geen diepgang heeft en verjagen we de cruciale doelgroep.

De Romeinse limes op vici.org
De Romeinse limes op vici.org

Junk news en aanverwante problemen

Je hebt fake news en junk news. De eerste categorie is het bekendst: onjuiste informatie, niet per se moedwillig verspreid, zoals de opmerking eerder dit jaar in De Volkskrant dat er in Nederland geen Romeinse ruïnes zichtbaar zijn. Het waren niet alleen Heerlenaren die zich ergerden.

Ergerlijk als fake news is, is het minder problematisch dan junk news. Dat is een platte boodschap die zó vaak wordt herhaald dat mensen de echte informatie niet meer vinden kunnen. Bad information drives out good. Dit is hét centrale probleem voor de limes: waar je ook zoekt, je vindt steeds dezelfde flauwe informatie en het echte verhaal is onvindbaar. We bieden veel geschreeuw en tonen weinig wetenschap.

De onvindbaarheid van de juiste informatie wordt versterkt door de “tweede trechter”. Een trechter is een metafoor om aan te geven hoe je mensen naar inzicht brengt: je trekt eerst hun aandacht en leidt ze steeds verder naar de eigenlijke informatie. Je kunt ook de metafoor gebruiken van een ladder waarlangs je opklimt richting wetenschap.

Vanouds hebben we bladen als Archeologie Magazine en Hermeneus, de Week van de Klassieken, voortreffelijke musea en lesprogramma’s voor de scholen. Perfect is het niet, maar de mensen weten de weg naar deze informatie te vinden en de betrokkenen kunnen hun positie benoemen in het grote gebouw der humaniora. Ze kunnen duidelijk maken waarom de geesteswetenschappen maatschappelijk belangrijk zijn, waarom een vakopleiding nut heeft en welke betekenis archeologie heeft voor onze cultuur.

De limes-organisaties hebben deze structuur grotendeels genegeerd: naast de Week van de Klassieken is er een Romeinenweek gekomen. Je kon nog beweren dat de eerste ging over de Oudheid en de tweede over de Nederlandse Oudheid, maar volgend jaar is het thema “de vrouw”, waarbij dit onderscheid onmogelijk is. Het thema valt immers alleen te behandelen door de gegevens te halen uit Italië. Dan heb je twee keer hetzelfde evenement.

(Tussen haakjes wijs ik erop dat we hier een voorbeeld hebben van eclecticisme: je kunt een vraag niet beantwoorden, haalt informatie dus van elders en neemt maar aan dat wat daar en toen gold, ook voor jouw regio en tijdperk geldt. Als het doel is een zo breed mogelijk publiek zo snel mogelijk te voorzien van adequate informatie, is dat laatste mislukt. Het zal worden herkend en het zal de scepsis verder versterken.)

Andere voorbeelden van verdubbeling: online hebben we een educatief platform over de limes naast Quamlibet, het platform dat classici en historici al gebruiken. Het zou makkelijker zijn geweest alles op één al vertrouwd punt onder te brengen. Verder herhalen de diverse limes-websites vrijwel allemaal dezelfde informatie – allemaal eerstelijns en nooit Web 2.0. Afhankelijk van wie je vraagt zijn er nu vier of zes limes-fietsroutes. Ze zijn niet identiek maar het kon efficiënter.

Kortom: goede informatie is onvindbaar door het herhalen van dezelfde, platte boodschap. De dubbele trechter maakt het nog verwarrender. Het kan dus efficiënter.

Aanbevelingen

Triest als het is: er zijn voldongen feiten. Die zijn niet allemaal slecht maar er is ruimte voor verbetering. Het moge duidelijk zijn dat ik ervoor pleit dat we naast de eerste lijn een tweede lijn openen, opdat we geïnteresseerden niet langer afstoten. Dat betekent:

  1. Het wetenschappelijk proces moet uitgelegd. Hoe weten we wat we weten? Waartoe dient dat? Wat is het belang van kennis van archeologie, limes, humaniora? Dit uitleggen heeft als voordeel dat je belet dat een olijke staatssecretaris van Cultuur zich afvraagt wat ’ie moet met musea vol opgegraven potten en pannen.
  2. Leg uit waarom de omkering van het Gelderse geschiedbeeld excess empirical content oplevert en een verbetering is. Of misschien moet ik zeggen: excess educational content. Het voordeel is dat je scepsis vóór bent.
  3. Toon hoe de limes, als onderdeel van de geesteswetenschappen, helpt onze eigen denkbeelden te doorgronden. Gebruik de Romeinse noties over de grenzen van het imperium om de betrekkelijkheid van de eigentijdse (op de negentiende eeuw teruggaande) noties over territoriaal begrensde staten te begrijpen.
  4. Overschat je eigen kennis niet want de academische opleidingen zijn sinds de jaren tachtig te kort. Werk dus samen met wetenschapscommunicatoren, classici en historici. Bedenk hierbij dat het grote publiek de academische specialismen niet (h)erkent. (Een archeoloog die spreekt over veenlijken, krijgt te maken met een publiek dat deze vondsten interpreteert met behulp van Tacitus’ Germania en een classicus die spreekt over die tekst, krijgt vragen over het Meisje van Yde.) Het voordeel van samenwerking is dat ook anderen je inzichten verspreiden.
  5. Vermijd junk news en fuseer de trechters. Als de Romeinenweek samengaat met de Week van de Klassieken is het voordeel dat een evenement ontstaat dat er echt toe doet.
  6. Gezond wetenschapscommunicatiebeleid heeft als vertrekpunt de informatiebehoefte van de doelgroepen, niet wat de betrokken partijen toevallig hebben te bieden.

~ Jona Lendering

Jona Lendering is historicus, webmaster van Livius.org en docent bij Livius Onderwijs. Hij publiceerde verschillende boeken. Zie ook zijn blog: mainzerbeobachter.com

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister

1001 vrouwen in de 20ste eeuw - Els Kloek Napoleon - De man achter de mythe (Adam Zamoyski) De rechtvaardigen - Hoe een Nederlandse consul duizenden Joden redde (Jan Brokken) Reconquista - Miquel Bulnes Leonardo da Vinci - Sprekende gezichten De bokser - 
Het leven van Max Moszkowicz (Biografie) 80 jaar oorlog - Gijs van der Ham / NTR Het goede leven - Annegreet van Bergen Hitlers Derde Rijk in 100 voorwerpen - Roger Moorhouse De Zonnekoning - Glorie en schaduw van Lodewijk XIV (Johan Op de Beeck)
Gelijk naar geschiedenisboeken over: