Wie waren de Merovingen van Koksijde?

//
7 minuten leestijd
Een van de schedelts tijdens het genetisch onderzoek © Gemeente Koksijde – Sofhie Legein
Een van de schedelts tijdens het genetisch onderzoek © Gemeente Koksijde – Sofhie Legein

Dertig individuen van wie vijf jaar geleden de resten werden ontdekt op een Merovingisch grafveld in Koksijde in België waren meestal niet verwant aan elkaar. Dat blijkt uit een uitgebreid oud-DNA-onderzoek. Bovendien is deze gemeenschap uit de vroege middeleeuwen heel divers. “Bijzonder interessant: de resultaten uit het oud-DNA-onderzoek lijken eigenlijk heel sterk op de variatie die aanwezig is in de huidige Vlaamse bevolking”, zegt genetisch genealoog Maarten Larmuseau.

De bouwput in Koksijde tijdens de opgravingen
De bouwput in Koksijde tijdens de opgravingen – Foto: Kris Vandevorst / Agentschap Onroerend Erfgoed
Het is best wel koud op 22 december 2016 in Koksijde aan de Belgische kust. Toch zijn er in de bouwput op de werf van het nieuwe politiekantoor nog arbeiders aan het werk. Op een diepte van vijf meter legt een kraanman opeens beenderen bloot. De alerte man schakelt zijn machine onmiddellijk uit. De werfleider legt de werken stil en brengt de gemeente Koksijde op de hoogte van de vondst. Het blijken menselijke beenderen te zijn, waarschijnlijk eeuwen oud. De werf ligt op slechts enkele honderden meter van de ruïnes van de middeleeuwse Duinenabdij van Koksijde.

Laat-Merovingische boerderijen

Nog diezelfde dag wordt de vondst officieel gemeld aan het Vlaams agentschap Onroerend Erfgoed. Maar omdat het bouwverlof – de bouwvakvakantie in België – voor de deur staat, kan er omwille van veiligheidsredenen geen onmiddellijk archeologisch onderzoek worden opgestart. Op 10 januari 2017 begint het agentschap wel met het archeologisch veldwerk. In zware omstandigheden trouwens: het vriesweer maakt het graafwerk bijzonder moeilijk.

Dat archeologisch veldwerk legt uiteindelijk vier constructies en een grafveld uit de periode 650-750 na Christus bloot. Hoogstwaarschijnlijk waren het twee erven met gebouwen voor menselijke bewoning, stallen en opslagplaatsen. Het zou gaan om laat-Merovingische boerderijen. Waarschijnlijk hoedden de bewoners schapen op schorren en zoutweiden in de omgeving.

Sporen van geweld op een schedel

Op een bepaald moment hebben de gebouwen plaats moeten maken voor een zich uitbreidend grafveld. De archeologen vinden in Koksijde 47 grafstructuren met 53 skeletten. In enkele graven liggen fragmenten van ijzeren messen. In een ander graf – vermoedelijk van een vrouw – vindt men een gordelketting, een kralenhalssnoer en fibula’s of mantelspelden.

Een van de skeletten vertoont sporen van geweld: een V-vormige inkeping aan de linkerkant van de schedel. Dat wijst op een slag met een zwaar scherp voorwerp.

De bouwput in Koksijde tijdens de opgravingen
De bouwput in Koksijde tijdens de opgravingen – Foto: Kris Vandevorst / Agentschap Onroerend Erfgoed

Zilveren Friese sceatta

Bijzonder is ook de vondst van een zilveren muntje, een Friese sceatta. De ligging van het muntje ter hoogte van de schedel en schouders laat vermoeden dat het als een zogenaamde Charon-penning in de mond is meegegeven, als betaling voor de overtocht van de dodenrivier. Het muntje dateert uit het tweede kwart van de achtste eeuw, of later.

Sinds november 2019 wordt op de vondsten ook uitgebreid genetisch onderzoek uitgevoerd. Dat onderzoek moet informatie opleveren over bijvoorbeeld de verwantschapsrelaties tussen de individuen op de site, over hun afkomst en wat de banden zijn met andere West-Europese populaties, zowel in die tijdsperiode als vandaag. Het onderzoek kreeg de naam MerovingerDNA-project en staat onder de leiding van genetici Maarten Larmuseau en Toomas Kivisild van de KU Leuven. De voorbije jaren werden de menselijke resten uitgebreid onderzocht.

“Connectie met het verleden”

“We vinden DNA-onderzoek interessant omdat we allemaal zelf een genoom of een verzameling DNA-moleculen hebben in elk van ons en omdat die een verbinding vormen met het verleden”, zegt Maarten Larmuseau.

“We hebben ons eigen DNA gekregen van onze ouders, grootouders en alle voorouders en zo is er een connectie met het verleden.”

Maarten Larmuseau (KU Leuven, Histories vzw) tijdens het genetisch
Maarten Larmuseau (KU Leuven, Histories vzw) tijdens het genetisch onderzoek – © Gemeente Koksijde – Sofhie Legein

Die genetische informatie kan in kaart worden gebracht. Bijvoorbeeld door wereldwijd zoveel mogelijk mensen die vandaag leven te vergelijken met elkaar. Maar het kan natuurlijk ook door opgravingen. Door aan de slag te gaan met archeologisch materiaal – botvondsten en tanden – en te proberen daar genetische informatie uit te halen.

“Gigantische genetische revolutie”

“De jongste jaren voltrekt er zich echt een gigantische genetische revolutie”, stelt Maarten Larmuseau. “Een genetische revolutie die ons beeld over de menselijke evolutie en geschiedenis verandert. Collega’s hebben ontdekt dat we hier in West-Europa allemaal een beetje neanderthaler-DNA in ons hebben. Ongeveer 2 procent, door een kruising die ongeveer 70.000 jaar geleden is gebeurd. Dankzij DNA-onderzoek is er ook een nieuwe mensensoort ontdekt: de Denisova-mens. Er zijn heel veel nieuwe inzichten en we moeten de evolutie van de mens daardoor zelfs herschrijven.”

Internationaal gezien zijn er tot nu toe heel weinig middeleeuwse oud-DNA-studies uitgevoerd. “Vandaar dat we ons voor oud-DNA-onderzoek sterk focussen op een Merovingische site als die van Koksijde”, zegt Maarten Larmuseau.

“Die Merovingen spraken dan ook zeer tot onze verbeelding. Hier kunnen we op drie niveaus gaan onderzoeken: individueel, op het niveau van het grafveld en op het niveau van de populatie. Zo was het in eerste instantie niet altijd duidelijk wat het geslacht van een individu was. Met DNA-onderzoek kunnen we dat wel achterhalen. Bovendien halen we ook uiterlijke kenmerken en pathogenen uit dat onderzoek.”

Wie waren ze? Zijn het onze rechtstreekse voorouders of niet?

Maar nog belangrijker is dat onderzoekers ook eventuele onderlinge verwantschappen in kaart kunnen brengen. Zijn die mensen in dat grafveld familie van elkaar? Zijn de verwantschappen te linken aan een pater of mater familias? En uiteraard ook bijzonder interessant is de vraag: wie waren ze? Wat is hun genetische afkomst ten opzichte van de toenmalige populaties en de verhouding tot ons vandaag? Zijn het onze rechtstreekse voorouders of niet?

Dus gingen de onderzoekers twee jaar geleden aan de slag, om delen van de Koksijdse skeletten te bemonsteren. “We extraheren daarbij DNA uit bijvoorbeeld tanden, voetwortelbotjes, rotsbenen of gehoorbeentjes”, legt Maarten Larmuseau uit.

Sporen van hepatitis B

Elektronenmicroscopische opname (TEM) van hepatitis B-virions
Elektronenmicroscopische opname (TEM) van hepatitis B-virions
Dankzij het onderzoek kon van veel meer individuen het geslacht worden bepaald. “Dat lijkt misschien triviaal maar dat is het niet”, merkt Maarten Larmuseau op. “Neem nu de vondst van de Friese sceatta, dat zilveren muntje. Dat werd gevonden in een van de graven, ter hoogte van de mond. Waarschijnlijk is dat een charon-penning, naar de veerman Charon uit de oudheid. Dat muntje werd op de tong van de overledene gelegd om de overtocht naar het hiernamaals te kunnen betalen. In eerste instantie was men niet helemaal zeker of het individu in het bewuste graf een man of een vrouw was. Met ons onderzoek hebben wij kunnen aantonen dat het wel degelijk om een man ging. En dat is interessant als je wil gaan vergelijken met andere grafvelden.”

“Het aspect pathogenen was voor ons ook boeiend”, gaat Maarten Larmuseau verder.

“Dankzij ons oud-DNA-onderzoek hebben we kunnen nagaan welke sporen van ziektekiemen er te vinden waren op de Koksijdse skeletten. We hebben vooral reguliere orale bacteriën teruggevonden. Bij één individu waren er heel duidelijke sporen van hepatitis B aanwezig.”

In Koksijde bleken maar vijf koppels van verwanten te zijn

Uiteraard vindt een genetisch genealoog als Maarten Larmuseau ook de verwantschap, de verhouding tussen de mensen van het grafveld bijzonder intrigerend. “Op basis van het archeologisch rapport had ik eigenlijk gedacht dat het ging om een kleine gemeenschap, een familie over drie generaties gespreid, een pater familias die met zijn zonen het erf bewoonde”, zegt hij. “Maar in Koksijde bleken er maar vijf koppels van verwanten te zijn. We waren daar allemaal best wel verbaasd over.”

“Er zijn nog andere mogelijkheden om mogelijke verwantschappen binnen een groep te vergelijken”, gaat Maarten Larmuseau verder. “Via mitochondriaal DNA bijvoorbeeld. Dat wordt alleen maar doorgeven in moederlijke lijn. Wereldwijd zijn daarvan een heleboel verschillende takken terug te vinden. Uit de individuen van Koksijde die we hebben kunnen analyseren, blijkt een enorme variatie in mitochondriaal DNA. Zoveel variatie dat we kunnen besluiten dat er geen maternale groepering is in die populatie.”

Maarten Larmuseau (KU Leuven, Histories vzw) en Toomas Kivisild (KU Leuven, Tartu University Estland) tijdens het genetisch onderzoek
Maarten Larmuseau (KU Leuven, Histories vzw) en Toomas Kivisild (KU Leuven, Tartu University Estland) tijdens het genetisch onderzoek – © Gemeente Koksijde – Sofhie Legein

Groepen bijna niet te onderscheiden van huidige bevolking

Daarnaast kan er ook gekeken worden naar de Y-chromosomen. “Elke man krijgt een Y-chromosoom van zijn vader”, zegt Maarten Larmuseau. “En die van zijn vader. Enzoverder. Bij de mannelijke Merovingen van wie we het Y-chromosoom hebben geanalyseerd, zien we drie verschillende groepen. Dus je denkt: er is toch minder diversiteit dan bij het mitochondriaal DNA. Maar bij de grootste groep hebben we toch kunnen uitsluiten dat ze tot dezelfde genealogische groep behoren. Ze zijn dus van een andere origine in directe mannelijke lijn.”

“Wat heel interessant is: deze resultaten lijken algemeen vrij sterk op de variatie die aanwezig is in de huidige Vlaamse bevolking”, merkt Larmuseau op. Hij verwijst daarbij onder meer naar het MamaMito-project, een project rond genetische genealogie met als doel verwantschappen via de moederlijke lijn te traceren. “Daar zien we dezelfde grote groepen in terug”, zegt hij.

“Fascinerend: ik kan momenteel de groepen moeilijk van de huidige bevolking onderscheiden. Op de genealogische kaart van Europa clusteren de Koksijdse Merovingen iets meer met de noordelijke populaties, zoals met de Saksen. Ook met de Vikingen hebben ze meer affiniteit dan met meer zuidelijke populaties.”

Geen geïsoleerde familie in Koksijde

“We hebben hier dus niet te maken met een geïsoleerde familie, wat schapenboeren die in Koksijde blijven hangen zijn”, besluit Maarten Larmuseau. “Nee, het was een echte gemeenschap met heel wat diversiteit onderling en geen familiale kring.”

Intussen gaan de onderzoeken op de resten van de Koksijdse Merovingen nog altijd verder.

~ Tom Vandenabeele
Reisleider en gids | www.tm-waves.com

Bronnen

– Dewilde M. et al. (2019). Een Merovingische nederzetting en grafveld aan de Vlaamse Kust. Een toevalsvondst aan de Ter Duinenlaan te Koksijde. Onderzoeksrapporten agentschap Onroerend Erfgoed. Brussel.
MerovingerDNA. Geraadpleegd op 1 december 2021. www.merovingerdna.be
– Conferentie Het DNA van de Merovingen. 19 november 2021. Koksijde.
Vorige verhaal

Is de pest echt verdwenen?

Volgende verhaal

De gloriejaren van Antwerpen

×