De laatste winter – roman over de razzia van Putten

Zoektocht van een jonge vrouw naar haar verdwenen broer
2 minuten leestijd
Beeld in de herdenkingshof in Putten - Foto: Historiek
Beeld in de herdenkingshof in Putten - Foto: Historiek

De roman De laatste winter van Femke Roobol speelt zich af tegen de achtergrond van de razzia van Putten in 1944, waarbij honderden mannen door de Duitsers werden weggevoerd. Het boek volgt het verhaal van een broer en zus die door deze gebeurtenis uit elkaar worden gerukt.

Monument in Putten ter herinnering aan de mannen die vanuit het dorp werden weggevoerd
Bij de razzia van Putten werden 661 mannen vanuit het Gelderse dorp door de Duitsers op transport gesteld naar concentratiekampen. Vrijwel de gehele mannelijke beroepsbevolking werd weggevoerd. Deze mannen worden ook wel ‘de mannen van Putten’ genoemd, al waren niet alle opgepakte mannen afkomstig uit het dorp. Ook toevallige passanten werden in de winter van 1944 opgepakt en afgevoerd.

De roman De laatste winter (2013) van Femke Roobol draait om een van die mannen, Maarten Verbeek. Hij is met zijn zus Anna vanuit Amsterdam naar familie in Putten gefietst in de hoop daar wat voedsel te kunnen krijgen. In de stad wordt dan al flink honger geleden. Maarten is op het verkeerde moment op de verkeerde plaats en belandt uiteindelijk in concentratiekamp Neuengamme. Een werkkamp zo’n achttien kilometer ten zuidoosten van Hamburg.

In De laatste winter zitten twee verhaallijnen. Centraal staat Anna, die nadat haar broer is weggevoerd, alleen achterblijft en samen met haar moeder en zus in Amsterdam probeert te overleven. Als oudere zus voelt Anna zich schuldig over het feit dat ze haar broer niet heeft weten te redden. Ze is vastbesloten: na de oorlog zal ze haar broer opsporen en terugbrengen naar haar moeder.

Daarnaast wordt op indringende wijze het verhaal van broer Maarten vertelt. Hij is niet in een vernietigingskamp beland maar door de extreem zware werkzaamheden en slechte voeding is de dood in het werkkamp overal aanwezig. Maarten heeft een trouwe vriend en ondanks de onmenselijke omstandigheden waarin zij moeten leven, proberen ze hun menselijkheid te bewaren.

Auteur Femke Roobol sprak voor haar boek onder meer met Jannes Priem (1925), de laatste nog levende Puttenaar die de verschrikkingen van de oorlog wist te overleven. Priem zat zelf gevangen in Neuengamme. Mede dankzij zijn informatie zijn de kampbeschrijvingen zeer treffend en indringend geworden.

 
Roobol is heel dicht op de huid van haar twee hoofdpersonen gekropen en beschrijft hun belevenissen op een toegankelijke en intieme manier. Haar roman heeft vaart, bevat verrassende wendingen en gaat niet alleen over de razzia van Putten en de hongerwinter. Zo komen bijvoorbeeld ook de Jodenvervolging, het bombardement op de Cap Arcona, de Slag om Arnhem, Dolle Dinsdag en de afrekening met landverraders na de oorlog aan de orde.

De laatste winter is vooral ook een verhaal over familiebanden. Relaties tussen broers en zussen, vaders en moeders kwamen in de moeilijkste perioden vaak zwaar onder spanning te staan. Bijvoorbeeld door de honger. Roobol staat in haar roman uitvoerig stil bij die relaties en de menselijke kant van een oorlog.

Ondanks de vele letterlijk koude momenten is De laatste winter een warme roman geworden.

×