Hoezo limes?

Toen de Commissie-Van Oostrom in 2008 de Nederlandse canon presenteerde, was een van de gekozen “vensters” de grens van het Romeinse Rijk, de limes. Een dappere keuze, die niet voor de hand lag.

In de Nederlandse geschiedschrijving van de Oudheid staat immers al sinds mensenheugenis een ander thema centraal: de opstand der ‘Batavieren’. Anders dan de limes heeft dat onderwerp duidelijke sporen nagelaten in onze cultuur. Ik ken althans geen fietsmerk Limes, geen huize Limes, geen limesbier, geen limes-strip, geen limes-schilderij en ook geen limes-gevelsteentje. Wat ik maar zeggen wil: de limes is minder een aspect van het gedeelde Nederlandse verleden dan de Bataafse opstand.

Buste van Julius Caesar

Buste van Julius Caesar


Romeinenweek

Romeinenweek

Niet dat de commissie een verkeerde keuze maakte. De limes stelt een geschiedenisdocent in staat te vertellen over tal van aspecten: de inheemse bevolking, het Romeinse Rijk, militaire en civiele zaken, geschiedenis, archeologie of de simpele vraag wat die limes nou eigenlijk is.

Het standaardantwoord op die vraag is ongeveer dit. Julius Caesar veroverde Gallië, keizer Augustus probeerde daar Germanië aan toe te voegen. In 9 n.Chr. werden zijn legioenen echter verslagen in het Teutoburgerwoud, waarna Rome de veroverde gebieden ontruimde. De Rijn veranderde langzaam in een permanente grens, de limes, die tot in vijfde eeuw dienst zou blijven doen.

- advertentie -

Dit verhaal is veel problematischer dan het oogt en dan bedoel ik niet dat in de geschiedeniscanon niet het jaar 9 maar 47 n.Chr. wordt genoemd. Er is inderdaad een tekst die meldt dat toen troepen uit het Overrijnse werden teruggetrokken, maar hoe representatief die tekst is, is onbekend. Het echte probleem is echter wezenlijker: het bewijsmateriaal is steeds minder goed met het standaardverhaal in overeenstemming te brengen.

Dat heeft wel eens anders geleken. Tot nog niet zo heel lang geleden werden alle Romeinse vondsten ten oosten van de Rijn automatisch vóór 9 n.Chr. gedateerd, zodat het leek alsof de archeologie het standaardverhaal bevestigde. De discipline werd dus ondergeschikt gemaakt aan een ingeburgerde historische interpretatie, en dat is een ernstige methodische fout. Je ontneemt de archeologie zo immers haar vermogen teksten te corrigeren.

Inmiddels beginnen er aanwijzingen te zijn dat Rome de oostelijke Rijnoever niet heeft ontruimd in 9. Sommige zijn altijd al bekend geweest. Zo lezen we in de oudste bron over de Romeinse nederlaag, de Romeinse geschiedenis van Velleius Paterculus, dat de grenswegen al snel weer waren heropend. Natuurlijk kan de auteur overdrijven, maar een professionele historicus zal de weergave van een contemporain ooggetuigenverslag niet negeren.

Dat dit wel is gebeurd is des te vreemder omdat een andere bron, Tacitus, meldt dat het legioenskamp Aliso in Romeinse handen bleef en er forten werden herbouwd langs de Lippe. Eén van die forten is opgegraven bij Haltern; het is immens en was na 9 zeker in gebruik. Het automatisme waarmee elke vondst vóór dat jaar werd gedateerd, is nu wel voorbij.

Heel bijzonder is de loodbaar die het Gallo-Romeinse Museum in Tongeren in 2009 aankocht. Dit zou wel eens een van de belangrijkste bewijsstukken kunnen blijken te zijn, maar vóór ik de implicaties behandel, een disclaimer. Er is inmiddels een wetenschappelijke publicatie, die ik echter niet te pakken heb kunnen krijgen tussen het moment waarop ik het verzoek kreeg dit te schrijven en de deadline. Het onderstaande dus met een slag om de arm.

Buste van Tiberius (Museo Archeologico Regionale, Palermo)

Buste van Tiberius (Museo Archeologico Regionale, Palermo)

De inscriptie luidt IMP. TI. CAESARIS AVG. GERM. TEC. De eerste woorden verwijzen naar keizer (imperator) Tiberius en diens titels caesar en augustus. Het laatste woord moet de afkorting zijn van een onbekend woord voor loodmijn en de puzzel zit in het voorlaatste woord: de mijn is in Germanië.

Exploiteerde Rome tijdens de regering van Tiberius (r. 14-37) een loodmijn op de oostelijke Rijnoever? Het is de ogenschijnlijk logische interpretatie, lood komt voor in de vallei van de Lahn en een chemische analyse uit 2009 sluit niet uit dat het lood van de baar komt uit het Overrijnse. Als deze identificatie klopt, hebben de Romeinen Germanië niet (of niet volledig) geëvacueerd.

Er zijn tegenwerpingen. Er is wel eens op gewezen dat de westelijke Rijnoever soms ook “Germanië” werd genoemd en ook in dit gebied zijn loodmijnen. Een tegenwerping tegen deze tegenwerping is dat het woord “Germanië” (althans voor zover mij bekend) niet voor dit gebied werd gebruikt vóór het jaar 83, al woonden in de Ardennen enkele verdwaalde Germaanse stammen. De vraag is pertinent of iemand zou hebben geopperd dat dit gebied op een vroeg moment al Germanië heette, als het niet was omdat de Romeinse evacuatie van de oostelijke Rijnoever in 9 moest worden “gered”. Het is een voor de gelegenheid geopperde hypothese, bedoeld om de conclusie niet te hoeven trekken dat een deel van het Overrijnse tijdens Tiberius nog onder Romeinse controle stond. De hypothese kan op zich waar zijn – nogmaals, ik heb de laatste publicatie niet kunnen consulteren – maar het is methodisch niet heel sterk.

Het is mogelijk dat de evacuatie plaatsvond ten tijde van keizer Claudius (r. 41-54). Deze vorst hervormde het militaire apparaat en de ontruiming van het land beoosten de Rijn zou goed passen in dit beleid. De Romeinse redenaar Florus vergeleek later de evacuatie van het Overrijnse met Claudius’ annexatie van Brittannië:

“Een imperium waarvoor de Oceaan geen grens was geweest, kwam tot stilstand aan een rivier.”

Deze passage, die door generaties Duitse schoolkinderen is gelezen, is de enige bron die de Rijn zo duidelijk typeert als grens. Het is duidelijk dat Florus een fase bekritiseert waarin de Romeinen terugvielen op de Rijn als grens, maar we weten niet of dat slaat op de tijd na de slag in het Teutoburgerwoud of op de tijd van Claudius.

Om de zaak complexer te maken: het is mogelijk dat de situatie nog complexer is en dat de Romeinen op een bepaald moment het Overrijnse alsnog onder een of andere vorm van bestuur brachten. De afgelopen jaren zijn op de oostelijke Rijnoever enkele intrigerende Romeinse militaire vondsten gedaan. In 2011 werden zes kleine versterkingen geïdentificeerd bij Göttingen, zo’n 200 kilometer voorbij de Rijn. Ze dateerden uit de eerste of tweede eeuw en dienden onder meer om signalen door te geven. De Romeinen bouwden zulke torens alleen in gebieden waar ze (semi)permanent aanwezig waren.

Dit jaar was het opnieuw raak: nu gaat het om een kamp in Thüringen, het zuiden van de voormalige DDR, een kleine 300 kilometer ten oosten van de Rijn. De vondsten kunnen nog niet worden gedateerd maar alle opties liggen open.

Noordwestelijke wal bij Kneblinghausen (livius.org)

Noordwestelijke wal bij Kneblinghausen (livius.org)

Het kan zijn dat we over een paar jaar concluderen dat de nieuwe vondsten enkele losse campagnes documenteren, die plaatsvonden nadat de Romeinen het Overrijnse hadden ontruimd (na óf de slag in het Teutoburgerwoud óf de Claudiaanse legerhervormingen). In deze theorie past ook het slagveld dat enkele jaren geleden op de Harzhorn is geïdentificeerd.

Het is echter ook mogelijk dat we zullen concluderen dat de Romeinse legers (semi)permanent aanwezig zijn gebleven en het gebied controleerden op een vooralsnog niet goed begrepen wijze. In deze theorie past het al langer bekende, langere tijd bezette fort bij Kneblinghausen. Als dit klopt, komt echter wel de vraag op wat de limes is, want een echte grens was ze dan blijkbaar niet. Het is zeker denkbaar dat als een toekomstige commissie nog eens nadenkt over een Nederlandse geschiedeniscanon, de limes weer verdwijnt uit ons collectieve verleden.

Feit is in elk geval dat, nu Romeinse vondsten niet meer automatisch voor 9 n.Chr. worden gedateerd, de archeologie niet langer wordt benut om te bevestigen wat Florus beweerde. De archeologie kan eindelijk voor zichzelf gaan spreken.

~ Jona Lendering

Jona Lendering is historicus, webmaster van Livius.org en docent bij Livius Onderwijs. Hij publiceerde verschillende boeken en verzorgt een nieuwsbrief over de Oudheid. Zie ook zijn blog: mainzerbeobachter.com

Openingsfoto: roemerschlachtamharzhorn.de

Yevhen Konovalets
De Oekraïense nationale beweging is de laatste maanden vaak in het nieuws…
Foto: stck.xchng
Dr. Douwe Draaisma is een Nederlandse psycholoog die algemene bekendheid geniet door…

- advertentie-


Historiek heeft een gratis mobiele app



Geschiedenis zoeken


Gerelateerde uitgaven:



Yuri Visser

About Yuri Visser

view all posts

Yuri Visser (1979) is de oprichter van Historiek. Vanuit Ermelo - waar hij samen met zijn partner en dochter van 4 woont - voert hij redactie over het platform (en de aanverwante projecten). Email: yurivisser@gmail.com | Twitter: yvisser



Download onze gratis app voor smartphone en tablet!

Historiek heeft een mobiele app, zowel beschikbaar voor Android als voor iPhone en iPad. Via de geschiedenis-app blijft u altijd op de hoogte van onze laatste berichten. Ook boekbesprekingen, blogs en onze historische achtergrondverhalen zijn via de app te lezen. Alle berichten die online staan, staan ook in de app. De geschiedenis-app wordt voortdurend uitgebreid en is natuurlijk helemaal gratis. Geschiedenis in de broekzak!

Download de app via de volgende links: