Waanzin van de Koude Oorlog geëxposeerd in Soesterberg

Expositie en boek “Als de Russen komen” van het Nationaal Militair Museum in Soesterberg

Opgevouwen in een koffertje onder het bed van een Poolse oud-generaal bevond zich jarenlang een militaire stafkaart van Noordwest-Europa. Het is één van de topstukken van de expositie “Als de Russen komen” in het Nationaal Militair Museum te Soesterberg. De stafkaart uit 1970 van drie bij drie meter groot toont de waanzin van de Koude Oorlog.

Wojciech Jaruzelski in 1968 (Publiek Domein - wiki)
Wojciech Jaruzelski in 1968 (Publiek Domein – wiki)
Rode pictogrammen van een atoombom geven aan op welke steden de Sovjet-Unie een atoomaanval zou uitvoeren. Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en zelfs Zwolle zouden met een druk op de knop worden weggevaagd. Poolse tanks moesten daarnaast binnen drie dagen opgerukt zijn tot aan de Nederlandse grens, om drie dagen later de Noordzeekust te bereiken. Minister van Defensie (en de latere president van Polen) Wojciech Jaruzelski ondertekende het bizarre plan, dat gelukkig nooit werkelijkheid werd.

Bij de realiteitszin van de samenstellers van deze kaart kunnen vraagtekens gezet worden. Wanneer de Russen atoomaanvallen hadden uitgevoerd op West-Europa, zou de NAVO – met de Amerikanen voorop – met gelijke munt terugbetalen. Gegarandeerde, wederzijdse vernietiging, oftewel Mutual Assured Destruction (M.A.D.), zou het resultaat geweest zijn. Dit was een dusdanig schrikbeeld dat de Koude Oorlog altijd “koud” bleef, hoewel er aan de periferie van beide invloedssferen wel strijd werd gevoerd tussen door de Sovjet-Unie gesteunde partijen aan de ene kant en door het Westen gesteunde partijen aan de andere kant. Dat was bijvoorbeeld het geval in Korea (1950-1953) en Vietnam (1955-1975). Direct oorlogsgeweld bleef Nederland dus weliswaar bespaard, maar de expositie in Soesterberg toont aan dat de op de stafkaart zo duidelijk gesymboliseerde (nucleaire) dreiging in ons land wel degelijk serieus genomen werd.

De militaire stafkaart van het Poolse leger met aanvalsdoelen in Noordwest-Europa (Foto: Kevin Prenger)
De militaire stafkaart van het Poolse leger met aanvalsdoelen in Noordwest-Europa (Foto: Kevin Prenger)

Een holle atoombom

De expositie start net na de Tweede Wereldoorlog, met het jaar 1946, toen Winston Churchill de westerse wereld waarschuwde dat een groot deel van Oost-Europa achter een IJzeren Gordijn dreigde te verdwijnen. De Britse politicus zou gelijk krijgen. Door de Sovjet-Unie aangestuurde communistische regeringen kwamen in Oost-Europa aan de macht en zouden vanaf 1955 onderdeel gaan uitmaken van het Warschaupact, een militair bondgenootschap onder aanvoering van de Sovjet-Unie.

Vanaf het moment dat de Russen in 1949 over een eigen atoombom beschikten, waren het vooral de dreiging van een atoomoorlog en de aanverwante wapenwedloop die de wereldbevolking tijdens de Koude Oorlog in zijn greep hielden. In Soesterberg toont een replica van de “Fat Man”, de atoombom die de Amerikanen op 9 augustus 1945 afwierpen boven de Japanse stad Nagasaki, deze nucleaire dreiging heel concreet. De lompe, ronde bom lijkt op het eerste gezicht primitief, maar de uitwerking op de Japanse stad was met circa 40.000 dodelijke slachtoffers catastrofaal. Het is geruststellend dat het tentoongestelde exemplaar hol is van binnen…

replica van de “Fat Man” (Foto: Kevin Prenger)
replica van de “Fat Man” (Foto: Kevin Prenger)

Chieftain-tank

Andere prominente expositiestukken zijn een Hawk-luchtdoelraketgeschut en een Britse zware tank van het type Chieftain. Hawk-raketten, die vijandelijke vliegtuigen konden treffen op afstanden van maximaal veertig kilometer ver en bijna veertien kilometer hoog, maakten onderdeel uit van de NAVO-bewaking aan oostgrens die Europa dwars doorsneed. Ook de Koninklijke Luchtmacht had er de beschikking over en droeg bij aan de westerse luchtverdediging. Vanwege zijn omvang moest de Britse tank van 57 ton als eerste collectiestuk worden geplaatst in de expositieruimte, voordat er verder gebouwd kon worden. Het exemplaar, uitgevoerd in de speciaal voor stedelijke gebieden bestemde “urban camouflage”, is geleend van het Tank Museum in het Britse Bovington. Tanks als deze maakten ten tijde van de Koude Oorlog onderdeel uit van het British Army of the Rhine en stonden onder andere in West-Berlijn opgesteld. Ze werden in 1967 geïntroduceerd en worden nog altijd gebruikt door het Britse leger.

Hawk-geschut (Foto: Kevin Prenger)
Hawk-geschut (Foto: Kevin Prenger)

De kleinere museumstukken van deze expositie zijn niet minder interessant dan de grote. Fascinerend zijn de mysterieuze, waterdichte containers die door de autoriteiten op strategische locaties in Nederland werden begraven. Ze bevatten verbindingsmiddelen, geld en wapens die door zogenoemde Stay Behind-organisaties benut konden worden om verzet te plegen tegen een Russische bezetting. De expositie omvat ook veel propagandamateriaal van beide partijen, waaronder Russisch kinderspeelgoed dat in het teken staat van het Russische ruimteprogramma.

Amerikanen in Soesterberg

Ook op het gebied van ruimtevaart wilden de Sovjets en Amerikanen elkaar aftroeven. Posters en affiches van de Nederlandse antikernwapenbeweging (en tegenreacties daarop) hangen ook aan de muur. Toepasselijk is een poster uit 1981 die oproept tot een “aktieve demonstratie” tegen een “massale show van oorlogstuig” op de Amerikaanse vliegbasis in Soesterberg, waar tegenwoordig het museum gevestigd is. De Amerikanen waren hier van 1954 tot 1994 gestationeerd. Hun jachtvliegtuigen waren 24/7 beschikbaar en moesten binnen 10 minuten in actie kunnen komen om vijandelijke toestellen te onderscheppen. De jarenlange aanwezigheid van de Amerikanen en hun gezinnen drukte een stempel op Soesterberg, waarvoor in de tentoonstelling ook aandacht is.

Foto: Kevin Prenger
Foto: Kevin Prenger

Audio

Onderdeel van de expositie is dat bezoekers een koptelefoon op kunnen zetten waarop audiofragmenten afgespeeld kunnen worden ter ondersteuning van de collectiestukken. Als je met de bijbehorende scanner op een klein kastje aan de muur richt begint het bijbehorende audiofragment af te spelen. Behalve uitleg krijg je in enkele gevallen ook een ooggetuigenverslag te horen, bijvoorbeeld van een Hongaarse vluchteling die na de Russische onderdrukking van de Hongaarse opstand in 1956 in Nederland een nieuw thuisland vond. Je kunt ook luisteren naar het verhaal van een Nederlandse vredesactivist en van een Nederlandse commandant van een tankbataljon, die zijn opluchting uitspreekt dat het in Europa nooit gekomen is tot een gewapend conflict tussen de NAVO en Warschaupact.

Oog in oog met een met graffiti bespoten fragment van de Berlijnse muur, een legergroene Trabant van de Oost-Duitse strijdkrachten en een imposant standbeeld van Sovjetleider Lenin kun je luisteren naar “Over de muur” (1984) van de Nederlandse muziekgroep Klein Orkest, een kippenvelmoment vanwege de toepasselijk van de tekst –

“Oost-Berlijn, Unter den Linden. Er wandelen mensen langs vlaggen en vaandels. Waar Lenin en Marx nog steeds op ‘n voetstuk staan.”

Nieuwe dreiging

Na al deze indrukken opgedaan te hebben, worden bezoekers op het einde van de expositie geconfronteerd met de dreiging die nog altijd uitgaat van Rusland, bijvoorbeeld in de vorm van cyberspionage. Buiten de tentoonstellingsruimte staat hiervan het tastbare bewijs, de Citroen C3 van de vier Russen die vorig jaar in Den Haag werden opgepakt bij een poging om informatie te stelen van het computernetwerk van de OPCW, de organisatie die toeziet op de naleving van het verbod op chemische wapens.

Met een onberekenbare, gauw op zijn tenen getrapte Amerikaanse president aan de ene kant en een oud-KGB-agent met heimwee naar de Sovjet-Unie aan de andere kant, beweren opiniemakers wel eens dat een nieuwe Koude Oorlog is aangebroken. Hedendaagse geopolitieke ontwikkelingen maken de bijzonder goed samengestelde, eigentijdse expositie in Soesterberg in elk geval prangend actueel. Bovenal is het voor iedereen die de periode van de Koude Oorlog bewust heeft meegemaakt een informatieve opfrissing van het geheugen. Voor jongere bezoekers is het een fascinerende kennismaking met een periode waar je kennis van moet hebben om te kunnen begrijpen hoe de wereld van nu in elkaar zit.

Citroen C3 van vier Russen die vorig jaar in Den Haag werden opgepakt (Foto: Kevin Prenger)
Citroen C3 van vier Russen die vorig jaar in Den Haag werden opgepakt (Foto: Kevin Prenger)

‘Plotsters’

Ter ondersteuning van de expositie heeft uitgeverij WBooks het boek “Als de Russen komen” uitgegeven. Behalve een catalogus van de expositie bevat het zes essays van deskundigen over verschillende relevante onderwerpen. Interessant is bijvoorbeeld de tekst van historisch geograaf Sandra van Lochem-Van der Wel over het Korps Luchtwachtdienst 1950-1968. Zij beschrijft hoe in Nederland in de jaren 50 een netwerk werd opgezet van luchtwachttorens waarop luchtwachters moesten spieden naar vijandige vliegtuigen. Hun informatie werd telefonisch doorgegeven aan acht regionale luchtwachtcentra waar door zogenoemde plotsters, vrijwilligsters van de Luchtmacht Vrouwenafdeling (LuVa), alle meldingen op een plottafel bijgehouden werden. Alle informatie werd vervolgens weer telefonisch doorgegeven naar het Sector Operations Centre (SOC) van het Commando Luchtverdediging, dat gevestigd was in een voormalige Duitse bunker in Driebergen. Het is een gedateerde werkwijze waarvan we ons in het digitale tijdperk nauwelijks nog een voorstelling kunnen maken.

Dienstplicht

Als de Russen komen
Als de Russen komen
Herkenbaar voor iedereen die tijdens de Koude Oorlog in militaire dienst heeft gezeten, is ongetwijfeld het essay van historicus Tom Duurland. Hij vertelt hoe de dienstplicht tot de opschorting ervan in 1997 een vast onderdeel van het dagelijkse leven was, wat zich bijvoorbeeld uitte in de spot die cabaretiers zoals Paul van Vliet en Van Kooten en De Bie dreven met het militaire leven. Sommige jongemannen beleefden hun diensttijd als de tijd van hun leven, terwijl anderen doodongelukkig werden door pesterijen, niet opgewassen waren tegen de kadaverdiscipline, zich eenzaam voelden of een ernstig ongeluk opliepen. Gedurende de jaren 60 en 70 ontwikkelde het leger zich van een autoritair geleide krijgsmacht naar een “hippieleger”. Strikte gehoorzaamheid en het onderdrukken van het individu waren iets uit het verleden. Militairen lieten hun haar lang groeien, kwamen in actie voor betere betaling en tegen de groetplicht en protesteerden met burgers mee tegen kernwapens. Desondanks stonden Nederlandse militairen internationaal gezien hun mannetje. “De Hollandse jongens functioneerden uitstekend bij internationale oefeningen, waarbij vaak vergelijkingen werden gemaakt met het succesvolle dienstplichtleger van Israël”, aldus de schrijver.

Voor wie zich verder wil informeren in de Koude Oorlog of voor wie de expositiestukken nog eens op zijn gemak wil nalopen, is dit mooi vormgegeven en rijkelijk geïllustreerde boek een uitstekende aanvulling op de expositie. Wil je herinneringen ophalen of juist kennis nemen van de tijd van je (groot)ouders, dan bieden zowel de expositie als het bijbehorende boek daarvoor een uitgelezen kans.

~ Kevin Prenger

Boek bij de tentoonstelling: Als de Russen komen
Ook interessant: De Koude Oorlog (1945-1991) – Samenvatting & Tijdlijn
…en: Geschiedenis van Vliegbasis Soesterberg

De expositie ‘Als de Russen komen’ is nog tot 1 september 2019 te bezoeken in het Nationaal Militair Museum in Sosterberg. Zie ook: www.alsderussenkomen.nl

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister

De klassieke wereld in 52 ontdekkingen - Leonard RutgersDe jodenvervolging in foto'sDe keuze - Leven in vrijheidDe Bourgondiërs - Bart Van LooDe geschiedenis van Nederland in 100 oude kaarten
Gelijk naar geschiedenisboeken over: