Vuistrecht en wisselgeld - Detail van de boekcover
Vuistrecht en wisselgeld - Detail van de boekcover

De Frans-Duitse oorlog en Nederland

Vuistrecht en wisselgeld – Paul Moeyes
///

De Franse expansiedrift richtte zich in het verleden vaak op het Duitse rijk, die als los zand bij elkaar hangende collectie van grote, kleine en heel kleine vorstendommen. En onder Napoleon veroverde Frankrijk bijna geheel Duitstalig Europa. Maar in de oorlog van 1870-1871 waren de rollen omgedraaid. Het Pruisische leger en zijn Duitse bondgenoten trokken Frankrijk binnen en kwamen tot in de straten van Parijs. Een schokkende gebeurtenis en niet alleen voor de Fransen zelf.

Bismarck als de IJzeren Kanselier, met een Pickelhaube op het hoofd (1880)
Bismarck als de IJzeren Kanselier, met een Pickelhaube op het hoofd (1880)
Onlangs verscheen het boek Vuistrecht en wisselgeld. Nederland en de Frans-Duitse oorlog 1870-1871 waarin Paul Moeyes de Frans-Duitse oorlog beschrijft vanuit Nederlands perspectief. Moeyes is vooral bekend als pionier van de geschiedenis van Nederland in de Eerste Wereldoorlog en de auteur van de klassieker Buiten schot. Het is daarom niet onlogisch dat hij de Frans-Duitse oorlog bij de horens vat als een van de oorzaken van die wereldoorlog. Bovendien was dit net als de Eerste Wereldoorlog een oorlog waarbij het Nederlandse belang alleen maar gediend was met neutraliteit. Daarom kan het geen kwaad om meer van deze oorlog te weten te komen.

Oorlog is politiek

Vanaf het moment dat Otto von Bismarck in 1862 door koning Wilhelm I tot kanselier van het koninkrijk Pruisen werd benoemd, zette hij zich in om Duitsland te verenigen onder Pruisische leiding. Dat leidde tot een drietal oorlogen. Voor de ‘Realpolitiker’ Bismarck was oorlog, volledig in lijn met de gedachte van de militaire denker Carl von Clausewitz, een voortzetting van politiek met andere middelen.

De eerste was de Tweede Duits-Deens oorlog over de status van de hertogdommen Sleeswijk en Holstein: Duitse hertogdommen in handen van de Deense koning, die lid waren van de Duitse Bond, een confederatie waarvan de jonge Oostenrijkse keizer Frans Jozef I nominaal de leider was. Toen de Denen na de dood van de koning zijn gebieden bij Denemarken wilden voegen, grepen Pruisen en het Habsburgse Rijk op 1 februari 1862 in. De strijd was kort en voorspelbaar. Sleeswijk en Holstein bleven deel van de Duitse Bond.

“Pruisen is even grif op Maastricht als op Kiel.” – Het Amsterdamsche Handels- en Effectenblad

Hoewel Oostenrijk een bondgenoot was, was het oude rijk van de Habsburgers in Bismarcks ogen ook een obstakel op weg naar Duitse vereniging. In juni en juli 1866 kwam het daarom tot een ‘Bruderkrieg’ tussen de oude en de opkomende grootmacht. Het pleit werd beslist in het voordeel van de laatste.

Noord-Duitse Bond

Voor Nederland was dit geen ver van mijn bed show. Het Rijnland en Westfalen waren in 1815 Pruisisch geworden. Het enige stuk oostgrens dat niet aan Pruisen lag was Noord-Nederland. Dat grensde aan Hannoveriaans territorium. Om de zaak voor Nederland nog hachelijker te maken: de huidige provincie Limburg maakte deel uit van de Duitse Bond. Nederland stelde zich daarom zo neutraal mogelijk op, vermeed het conflict met Pruisen en streefde er naar om Limburg los te maken van de Duitse Bond. Toen Wenen het Bondsleger tegen Pruisen mobiliseerde weigerde Nederland dan ook Limburgse troepen beschikbaar te stellen.

Na de Pruisische overwinning op Oostenrijk trok dat laatste land zich terug uit Duitsland en richtte zijn blik op zijn Slavische territorium. De Oostenrijkse bondgenoten binnen de Bond betaalden de prijs: Pruisen annexeerde onder andere Sleeswijk, Holstein, Hannover en Nassau en richtte de nieuwe Noord-Duitse Bond op. De Zuid-Duitse staten, zoals Beieren, werden losgemaakt van Oostenrijk. Berlijn was nu het centrum van de macht in Duitstalig Europa geworden. Het oog van Bismarck keek nu naar wat in 1866 gold als het militair sterkste en machtigste land van Europa, een land dat niet zat te wachten op concurrentie van een verenigd Duitsland: Frankrijk.

Wisselgeld

Voor Nederland en andere kleine landen in de Duitse invloedssfeer, zoals België, Zwitserland en Denemarken, waren grote Europese oorlogen nooit goed nieuws. Vaak werden zij in vredesonderhandelingen gebruikt als ‘wisselgeld’. Een mooi voorbeeld hiervan is Luxemburg. Het groothertogdom was privébezit van de Oranjes, maar staatkundig geen deel van het koninkrijk Nederland. Bismarck bood het in 1864 de Franse keizer Napoleon III, de jongste zoon van ex-koning van Holland Lodewijk Napoleon, aan in ruil voor afzijdigheid. De dictator bedankte, want hij dacht meer winst te kunnen behalen als bemiddelaar en vredestichter. Toen dat door Pruisens klinkende overwinning niet nodig bleek, had Napoleon III wel oren naar Wallonië. Ook wilde hij Luxemburg wel kopen. Koning Willem III wilde er voor vijf miljoen gulden wel afstand van doen. Uiteindelijk kwam het er niet van.

De spanningen tussen Duitsland en Frankrijk liepen op. Toen de Spaanse koning kinderloos stierf en de Spanjaarden kozen voor een Duitse prins uit het huis Hohenzollern, gingen de handschoenen eindelijk af en verklaarde Frankrijk op 19 juli 1870 Pruisen de oorlog. De strijd verliep voor de traag mobiliserende en de zichzelf overschattende Fransen niet optimaal. De ene na de andere nederlaag volgde, en hoewel de Duitsers een zware prijs in levens betaalden, rukten ze langzaam maar zeker op tot aan de muren van Parijs.

“Frankrijk oogst thans de rampspoed die het, zestig jaar geleden, gezaaid heeft […]” – Arnhemse Courant

Alhoewel de meeste Nederlanders in eerste instantie in Frankrijk en Napoleon III de agressor zagen, kreeg men het bij de serie Duitse overwinningen die volgden toch benauwd. Want wat als er na afloop van de oorlog weer wisselgeld zou worden geëist? Voor Bismarck was deze oorlog vooral een manier om de Zuid-Duitse staten nauwer aan Pruisen te binden, met als ultieme uitkomst de kroning van koning Wilhelm I van Pruisen tot keizer Wilhelm I van Duitsland in de spiegelzaal van Versailles.

Geen Buiten schot

Vuistrecht en wisselgeld  - Paul Moeyes
Vuistrecht en wisselgeld – Paul Moeyes
In zijn boek Buiten schot beschrijft Moeyes de vele aspecten van Nederland in de Eerste Wereldoorlog. Vuistrecht en wisselgeld is een ander soort boek. Het gaat niet over Nederland ín de Duits-Franse oorlog. Het Nederlandse aspect is sowieso beperkt, want ondanks de ondertitel ‘Nederland en de Frans-Duitse oorlog 1870-1871’ is het hoofdzakelijk een militair historisch verslag van de Frans-Duitse oorlog. De Nederlandse kijk en positie komen vooral aan bod in de vorm van geciteerde opinies uit diverse Nederlandse en Nederlands-Indische kranten van die tijd. Over de politieke, diplomatieke strijd rond Limburg en Luxemburg is blijkbaar niet heel veel te melden.

Als uw interesse dus in hoofdzaak ligt bij de oorsprong en het verloop van de Frans-Duitse oorlog, is dit een uitstekend boek om kennis te nemen van die onderbelichte oorlog. Het is rijk geïllustreerd met foto’s, spotprenten en schilderijen, alhoewel het bij de beschrijvingen van militaire manoeuvres ontbreekt aan duidelijke kaarten. Al met al is Vuistrecht en wisselgeld een goed geschreven en informatief boek over een oorlog die van grote invloed was op de moderne Europese geschiedenis.

~ Edwin Ruis

Boek: Vuistrecht en wisselgeld – Paul Moeyes
Ook interessant: De Duitse Bond (1815-1866) – Confederatie van Duitse staten
…of: Otto von Bismarck – De “IJzeren Kanselier” van Duitsland

Bekijk dit boek bij:

Bekijk dit boek bij Historiek Geschiedenisboeken