///

De grotten van Dunhuang

Dunhuang - De Mogao-grotten
Dunhuang - De Mogao-grotten (CC0 - Pixabay - nhluoj)
Bij uitgeverij omniboek verschijnt deze week De zijderoute. De oude handelswegen tussen Oost en West. Aan de hand van unieke vondsten en antieke bronnen beschrijft Yale professor Valerie Hansen dat de zijderoute een aaneenschakeling van markten was, waar meer in papier dan in zijde werd gehandeld, maar vooral een culturele overdracht was van ideeën, technologieën en artistieke motieven tussen het Romeinse en Chinese rijk. Op Historiek een fragment uit haar boek, over een hoogtepunt op de route, de grotten van Dunhuang.


Een tijdcapsule van de geschiedenis

Als je maar één archeologische vindplaats aan de zijderoute kunt bezoeken, ga dan naar Dunhuang. De natuur is er spectaculair. In de rotswanden bij een lommerrijke, door donkergroene populieren en wilgen omzoomde oase zijn vijfhonderd grotten uitgehakt met ronduit prachtige boeddhistische muurschilderingen in een combinatie van Indiase, Chinese en Centraal-Aziatische motieven. De meer dan 40.000 boekrollen die in de ‘bibliotheekgrot’ zijn aangetroffen, vormen samen de grootste schat aan documenten en artefacten die langs de zijderoute is gevonden.

De teksten uit de bibliotheek: boeddhistisch, manicheïstisch, zoroastrisch, joods en afkomstig van de Kerk van het Oosten, laten zien hoe kosmopolitisch deze gemeenschap was. Tijdens het hele eerste millennium was Dunhuang een belangrijke garnizoensstad, een boeddhistisch bedevaartsoord en een stapelplaats. Na het jaar 1000 verloor het echter geleidelijk aan betekenis. In 1907, toen Aurel Stein Dunhuang als bestemming koos voor zijn tweede expeditie naar Centraal-Azië, waren maar een paar Europeanen er ooit geweest. Zijn ontdekkingen brachten hem in Engeland een koninklijke onderscheiding en in China een blijvend slechte naam.

Dunhuang - Muurschildering
Dunhuang – Muurschildering (CC0 – Pixabay – VY)

Tijdens Steins tweede expeditie kon hij putten uit zijn eerdere ervaring, toen hij eveneens een ploeg door de Taklamakan had geleid en documenten en voorwerpen had opgegraven, waarover hij snel en op een verantwoorde manier had gepubliceerd. In de zes jaar sinds zijn eerste expeditie naar Hotan en Niya was de rivaliteit tussen Groot-Brittannië en andere landen toegenomen: er waren Russische, Duitse, Japanse en Franse onderzoeksteams die oudheden weghaalden uit Xinjiang. Stein vroeg subsidie aan bij het gouvernement van Brits-Indië, zodat hij twee volle jaren weg kon blijven. Hij was van plan zijn eerdere route van Kasjmir naar Hotan te volgen en vervolgens door de woestijn naar Dunhuang te trekken, aan de westgrens van de provincie Gansu, een reis van 1325 kilometer hemelsbreed en 1525 kilometer over de weg.

Aurel Stein (CC BY-SA 3.0 – Nomu420 – wiki)
Stein hoorde voor het eerst over de grotten van Dunhuang in 1902, toen de Hongaarse geoloog Lajos Lóczy een lezing gaf tijdens een congres voor oriëntalisten in Hamburg. Lóczy had de oase in 1879 bezocht, als een van de eerste Europeanen. Op dat moment waren de grotten nagenoeg verlaten: er woonden nog maar twee monniken permanent. Lóczy was gespecialiseerd in bodemsoorten en gesteenten. Toch had hij het belang ingezien van de boeddhistische muurschilderingen in de grotten, waar de Chinese geleerden meestal geen aandacht voor hadden; zij waren vooral geïnteresseerd in de beschilderde boekrollen. De oudste muurschilderingen in Dunhuang dateerden uit de vijfde eeuw en waren daarmee veel ouder dan alle bewaard gebleven schilderingen op zijde.

Steins tweede expeditie omvatte, net als de eerste, mensen om de kamelen en paarden te verzorgen, landmeters die ook konden fotograferen, persoonlijke bedienden en koks. Daar kwam nog een boodschapper bij die in staat was honderden kilometers door de woestijn te reizen zonder te verdwalen. Zijn taak was om naburige plaatsjes te bezoeken, Steins post op te halen en te versturen, en de fondsen te innen die de Brits-Indische overheid in baren zilver fourneerde.

Regionaal kenniscentrum

‘Tijdens de reis naar Dunhuang in het voorjaar van 1907 hoorde Stein het gerucht dat er in de grotten veel meer te vinden was dan muurschilderingen alleen’

Dat Stein het gesproken Oeigoers goed beheerste (hij noemde de taal Turki), was nuttig voor het werk in Xinjiang, maar niet in Gansu, waar het Chinees de voertaal was. Dunhuang kwam al in 111 v.Chr voor het eerst onder Chinees bewind, toen de Han-dynastie na een succesvolle militaire campagne een garnizoen in de stad legerde. (De legerpost Xuanquan maakte deel uit van Dunhuang.) De Chinezen beheersten het gebied af en aan tot 589 n.Chr., toen China werd herenigd onder de Sui-dynastie. Vanaf dat moment stond het onafgebroken onder Chinees bestuur. Dunhuang was een regionaal kenniscentrum waar de lokale bevolking op school Chinese karakters leerde lezen en schrijven. Op aanraden van de Britse consul in Kashgar nam Stein een Chinese secretaris in dienst, Jiang Xiaowan. Omdat Jiang geen Oeigoers sprak, verliep de communicatie aanvankelijk stroef. Stein zou nooit Chinees leren lezen, maar na een paar weken samen optrekken had hij voldoende gesproken Chinees opgepikt om zich verstaanbaar te maken.

Bewerkte foto van de bibliotheekgrot in Dunhuang
Op deze foto is grot 16 afgebeeld, met op het centrale voetstuk een beeld van Boeddha en, geheel rechts, een smalle, verhoogde deur naar de geheime bibliotheekgrot. De toegang werd enige tijd na 1000 afgesloten en rond 1900 herontdekt. Hij bevatte zo’n 40.000 documenten in het Chinees, Tibetaans en andere, minder bekende talen die op de zijderoute werden gesproken, de grootste verzameling originele documenten die langs de zijderoute is gevonden. Door twee negatieven over elkaar te leggen voegde Stein later de twee stapels manuscripten op de foto toe. Uit: De zijderoute

Bibliotheekgrot

Tijdens de reis naar Dunhuang in het voorjaar van 1907 hoorde Stein, allereerst van een islamitische koopman die op de vlucht was voor zijn schuldeisers, het gerucht dat er in de grotten veel meer te vinden was dan muurschilderingen alleen. De man vertelde hem van de ontdekkingen van een oud-soldaat, Wang Yuanlu, die naar Dunhuang was gekomen nadat hij in 1899 of 1900 uit het Qing-leger was afgezwaaid. Net als vele andere militairen was hij door een reizende leermeester tot het taoïsme bekeerd, en Stein noemde hem daarom ‘Wang de Taoïst’. Wang kon maar nauwelijks lezen en schrijven. Kort nadat hij bij de grotten was aangekomen, klopte hij op een wand, hoorde dat die hol was en ontdekte de bibliotheekgrot die erachter lag (grot 17). Hij brak de muur af en nam een paar boekrollen mee naar plaatselijke en provinciale ambtenaren, en ten minste een van hen, een expert in oud Chinees schrift genaamd Ye Changchi, zag het belang ervan in. De autoriteiten hadden echter in de jaren na de Bokseropstand een nijpend gebrek aan middelen en besloten de documenten te laten liggen. Ze gaven de opdracht dat ze in de grot moesten blijven en vertrouwden ze toe aan de zorgen van Wang de Taoïst.

Toen Stein en zijn secretaris Jiang de grotten in de bergwand in maart 1907 bezochten, was Wang de Taoïst niet aanwezig: hij was ‘met zijn pupillen op een bedeltocht’. Ze namen de gelegenheid te baat om door de grotten te dwalen, die niet werden bewaakt of beschermd tegen de elementen. Stein merkte op dat een beschrijving uit de tiende eeuw precies overeenkwam met wat hij zag:

In deze vallei ligt een groot aantal oude boeddhistische heiligdommen en priesterverblijven; er zijn ook een aantal grote tempelbellen. Aan de noord- en zuidzijde van de vallei staan tempels van de Heersers van de Hemelen en een aantal heiligdommen van andere goden; de muren zijn beschilderd met afbeeldingen van de Tibetaanse koningen en hun gevolg. De hele westelijke wand van de klif is over een afstand van twee li [ongeveer een kilometer] van noord naar zuid uitgegraven en -gehakt tot een aantal hoge, ruime zandsteengrotten met beelden en schilderingen van Boeddha. Als we uitrekenen hoeveel elke grot gekost moet hebben, zien we dat aan het geheel een enorm bedrag moet zijn besteed. Voor de grotten zijn paviljoens opgericht van verscheidene etages boven elkaar. Sommige tempels bevatten kolossale beelden, tot wel zo’n 50 meter hoog, en het aantal kleinere heiligdommen is niet te tellen. Ze zijn allemaal door galerijen met elkaar verbonden, wat niet alleen handig is voor een ceremoniële rondgang, maar ook voor een vluchtige bezichtiging.

Veel van de paviljoens bij de grotten waren inmiddels ingestort, maar Stein zag dat veel beelden en schilderingen nog intact waren.

Imitatiegrotten

De zijderoute - Valerie Hansen
De zijderoute – Valerie Hansen
Volgens een inscriptie in een van de grotten had een monnik die bezocht in 366, het jaar waarin de eerste grot was uitgehakt. Volgens het Dunhuang Research Institute dateert de oudste van de 492 Grotten van de Duizend Boeddha’s (Qianfodong), zoals het complex heet, uit de periode van de Noordelijke Liang-dynastie (422-439), en de meest recente uit de dertiende of veertiende eeuw. In de vroegste grotten zijn, net als in Niya en Koetsja, individuele boeddha’s te zien of taferelen uit de vroegste levens van de Boeddha. In die van na 600 zijn het vaak verhalende taferelen uit boeddhistische geschriften. De grotten werden uitgehakt of -gegraven in een zeer bros grindconglomeraat, en in de zesde en zevende eeuw hebben zich verschillende instortingen voorgedaan. Door de constante stroom bezoekers in de afgelopen jaren zijn de grotten verder beschadigd, en het Dunhuang Institute heeft imitatiegrotten laten aanleggen in de hoop dat het toeristenverkeer en daarmee de schade aan de schilderingen afneemt. Alleen in sommige grotten worden nog toeristen toegelaten, en in de beroemdste alleen tegen een hoge toegangsprijs (enkele honderden dollars per persoon is niet ongebruikelijk).

~ Valerie Hansen

Boek: De zijderoute – Valerie Hansen
Ook interessant: De Zijderoute

Bekijk dit boek bij:

Bekijk dit boek bij Historiek Geschiedenisboeken

Nooit uitgelezen...

Historiek is uw online geschiedenismagazine. Ons archief bevat duizenden artikelen. Bekijk hier onze alfabetische onderwerplijst en blijf lezen. Of bekijk onze tips op de voorpagina.

Meer informatie of samenwerken? Klik dan hier. Heeft u zelf een artikel dat u wilt publiceren, mail ons dan. Informatie voor uitgevers is hier te vinden.

Honderden auteurs publiceerden al op Historiek. Bekijk hier wie

Doorzoek ons archief: