Stapelmarkt en stapelplaats

Brugge, Dordrecht, Antwerpen en Amsterdam werden er groot door

Een stapelmarkt – ook wel stapelplaats genoemd – was in de Middeleeuwen en de vroegmoderne tijd een plek waar goederen vanuit de hele wereld naartoe gebracht en opgeslagen werden. Van daaruit verkocht men de producten door of vervoerde ze verder landinwaarts. Door het ‘stapelen’ ontwikkelde Amsterdam zich in de Gouden Eeuw tot een wereldstad.

Bekende stapelmarkten

In de veertiende en vijftiende eeuw waren er diverse belangrijke stapelmarkten in Europa, zoals Calais (een stapelplaats voor Engels wol), Brugge, Venetië en Genua. Bekend in Holland was de stapelplaats Dordrecht. Deze stad kreeg rond 1340 van graaf Willem IV van Holland het stapelrecht. De aan de Hanze verbonden stad verkreeg hiermee het alleenrecht op de overslag van alle producten die over de Beneden-Maas aangevoerd werden. Dit Dordts privilege was een van de oorzaken voor het begin van de Hoekse en Kabeljauwse Twisten (1350-1490).

In de zestiende eeuw verschoof het economisch zwaartepunt in Noordwest-Europa naar Antwerpen. Toen deze stad in augustus 1585 tijdens de Tachtigjarige Oorlog door de Spanjaarden afgesloten werd (‘Val van Antwerpen‘), vluchtten veel Vlamingen naar de Republiek. Mede hierdoor ontwikkelde Amsterdam zich in de zeventiende eeuw tot de belangrijkste stapelmarkt van Europa. Een belangrijke stapelplaats in Azië was Batavia, het hoofdkwartier van de VOC in Nederlands-Indië.

Kaart van Batavia en omgeving uit de Atlas van der Hagen, deel 4. Ingekleurde koperdruk, 1682. Collectie Koninklijke Bibliotheek.
Kaart van Batavia en omgeving uit de Atlas van der Hagen, deel 4. Ingekleurde koperdruk, 1682. Collectie Koninklijke Bibliotheek.

Stapelmarkt Amsterdam

Vanaf het begin van de zeventiende eeuw draaide de economie in Amsterdam op volle toeren. Dit was te danken aan de centrale functie van de stad als internationale opslagplaats voor goederen en aan de scheepvaartconnecties. In ontelbare pakhuizen sloegen VOC-handelaren en handelaren die in het Oostzeegebied voeren hun goederen op en verhandelden die op de Amsterdamse Beurs.

- advertentie -

De rijkdom van Amsterdam in deze periode was vooral te danken aan een goed georganiseerde stapelmarkt en aan de scheepvaart. Producten uit alle windstreken van de wereld werden naar Amsterdam gebracht, hier opgeslagen in de ontelbare pakhuizen, op de beurs verhandeld en weer naar elders vervoerd. Heel slim is dat in Amsterdam ook veel graan opgeslagen werd uit het Oostzeegebied.

Hollandse fluitschepen in de 17e eeuw (Wenzel Hollar, 1647)
Hollandse fluitschepen in de 17e eeuw (Wenzel Hollar, 1647)
In 1617 openden de Amsterdammers op het Damrak de Korenbeurs, van waaruit ze de graan over heel Europa doorverkochten. Brak er ergens in Europa een hongersnood uit, dan gooiden de Amsterdammers de prijs van het graan wat omhoog en maakten ze dikke winsten. De Oostzeehandel – door Johan de Witt in dienst werk Deductie ‘moedernegotie’ genoemd (moeder van alle handel) – leverde naast graan ook veel goedkoop hout op waarmee snel en voordelig schepen gebouwd konden worden.

Lees ook: Alles over de Middeleeuwen

Bronnen

Internet
-https://nl.wikipedia.org/wiki/Stapelmarkt
-https://nl.wikipedia.org/wiki/Stapelplaats
-https://nl.wikipedia.org/wiki/Moedernegotie
-https://nl.wikipedia.org/wiki/Korenbeurs_(Amsterdam)
-https://www.rijksmuseum.nl/nl/rijksstudio/tijdlijn-nederlandse-geschiedenis/1600-1665-amsterdamse-bloei

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Gelijk naar geschiedenisboeken over: