De mislukte vlucht van Lodewijk XVI en Marie-Antoinette

De Franse Revolutie, van revolte tot republiek – Johan Op de Beeck
//
14 minuten leestijd
Arrestatie van de koninklijke familie, onder het gewelf in de buurt van de kerk van Saint-Gengoult in Varennes door de nationale garde en burgers, op de avond van 22 juni 1791
Arrestatie van de koninklijke familie, onder het gewelf in de buurt van de kerk van Saint-Gengoult in Varennes door de nationale garde en burgers, op de avond van 22 juni 1791
In het recent verschenen eerste deel van zijn tweeluik over de Franse Revolutie brengt Johan Op de Beeck het stormachtige verhaal van de invloedrijke politieke omwenteling in beeld. Van de bestorming van de Bastille in 1789 tot de staatsgreep van Napoleon in 1799 en van het nobele devies ‘vrijheid, gelijkheid, broederschap’ tot de bloeddorstige terreur. De auteur staat in het eerst deel van de tweeluik ook stil bij de invloed die de Franse revolutie op onze gebieden had. Op Historiek een fragment uit het boek, over koning Lodewijk XVI en koningin Marie-Antoinette, die in 1791 probeerden om in vermomming Parijs te vluchten.


De vlucht van Lodewijk XVI en Marie-Antoinette

Met zijn immer verbijsterende neiging om zijn kaarten verkeerd uit te spelen, was Louis XVI na twee jaar van getwijfel tot de verzoeking vervallen om te vluchten. Wat er gebeurde konden wij pas veel later reconstrueren. Maar het ging als volgt. Onder impuls van Marie-Antoinettes vriend Axel von Fersen, en met medewerking van minstens zeven hooggeplaatsten, was de vorst al maanden op een vluchtplan aan het broeden. De krijtlijnen waren eenvoudig. De koninklijke familie zou reizen onder dekmantel van barones von Korff en haar dienaren. De barones was getrouwd met een Russische officier, die op haar wachtte in Frankfurt. Dus moesten ze de Oostenrijkse grens ergens bij Mons of Luik passeren. Op zich geen extravagantie, want in die tijd maakten edellieden wel vaker lange internationale reizen. Dat was tenminste wat men de minister op de mouw zou spelden om de nodige paspoorten te kunnen verkrijgen. Naar de normen van die tijd was het geen kleine reis: 286 kilometer van Parijs, dus op zijn minst ongeveer vijftien uur met de koets. Om de twintig kilometer moest er van paarden worden gewisseld in plaatselijke posthuizen.

Portret van Lodewijk XVI - Antoine-François Callet
Portret van Lodewijk XVI – Antoine-François Callet
Alleen voor de laatste etappe in het dorp Varennes was geen posthuis voorhanden. Die paarden zouden worden geleverd door het leger, in de persoon van de markies de Bouillé, generaal van het noordoostelijke leger, dat gelegerd was in Metz. Bouillé, een trouwe royalist, koos als eindbestemming voor de koning het vestingstadje Montmédy, vlak bij de grens. Bijna zesduizend soldaten stonden hem daar ter beschikking. In combinatie met buitenlandse hulp zou hij in staat zijn om de revolutie neer te slaan zonder zelfs maar zijn koninkrijk te verlaten. Mocht hij dat tenminste echt willen, want ook daarover twijfelde hij.

Tot op de minuut werd de route met de grootste precisie uitgestippeld. Een markies ging die te paard verkennen. Nietsvermoedend had buitenlandminister Montmorin de paspoorten ondertekend. De koning zou reizen als monsieur Durand, de intendant van barones von Korff, die in werkelijkheid markiezin de Croÿ de Tourzel was, de gouvernante van de koningskinderen. Marie-Antoinette reisde onder de valse identiteit van de gouvernante van de barones. De dauphin werd verkleed als meisje en zou de tweede dochter van von Korff zijn, samen met zijn zus Marie-Thérèse. Louis’ zus madame Elisabeth speelde Rosalie, de gezelschapsdame. Ze hadden natuurlijk ook drie bedienden bij zich, Moutier, Malden en Vallory. In werkelijkheid waren het drie edellieden en voormalige lijfwachten van Versailles. Restte nog het probleem van een geschikt vervoermiddel. De grote karos van de koning kwam uiteraard niet in aanmerking. Die was te bekend. Dus werd er een nieuwe besteld bij rijtuigmaker Jean Louis. Dat gebeurde reeds op 22 december 1790, dus exact een halfjaar voor de feiten. Dat geeft ons een beeld van de planmatigheid waarmee de koning te werk is gegaan. Het voertuig moest groot en geschikt voor de lange afstand zijn, maar zeker niet chic. Het zou gelakt worden in een neutrale, donkergroene kleur met gele wielassen.

Marie Antoinette van Oostenrijk - Koningin van Frankrijk
Marie Antoinette van Oostenrijk – Koningin van Frankrijk

Een uur vertraging

Axel von Fersen
Axel von Fersen
Het cruciale moment was de nacht van 20 op 21 juni 1791. Het was aan graaf von Fersen om de vlucht uit de Tuilerieën te begeleiden. Dat was geen sinecure. In de vele zalen sliepen mensen op banken of zelfs op het parket. Buiten stonden de gardisten van La Fayette op wacht. Hun generaal was net voor het slapengaan nog even bij de koning geweest. Tijdens het korte gesprek liet de vorst niets blijken. Fersens plan was om te wachten tot de – zeer beperkte – ceremonie van ‘le coucher du Roi’ achter de rug was en iedereen naar bed ging. Vervolgens keek hij op de klok en precies op het ogenblik van de wisseling van de wacht loodste hij het gezelschap door een dienstgang. Het was doodstil in de Tuilerieën, de spanning lag op de loer. Klokslag halftwaalf ging een kleine deur naar de cour des Princes open, aan de kant van de Seine. Aarzelende silhouetten gleden daar de duisternis in. Het waren Marie-Antoinette, verkleed als gouvernante, haar twaalfjarige dochter en vijfjarige zoon, de dauphin. Bij hen was ook madame de Tourzel, alias barones von Korff. In het donker kwam Axel von Fersen hun tegemoet, vermomd als koetsier.

De kleine groep stak de cour des Princes over, vervolgens de cour Royale en stapte daar snel in een stadskoets. Behalve de koningin, want die keerde om onduidelijke reden terug naar het paleis. Een paar minuten later namen twee mannen dezelfde weg. De tweede, langzaam en onhandig, liep met een stok. Hij droeg een bescheiden groene jas, een grijze pruik en een ronde hoed. Vijftig meter verderop merkten ze een patrouille van de Nationale Garde op. Tot ontzetting van zijn metgezel hield hij midden op de cour des Princes plots halt. Hij had gemerkt dat de gesp van zijn schoen was losgeraakt.

“De gehechtheid van de Fransen aan hun door God uitverkoren vorst was voorbij.”

Doodgemoedereerd leunde hij naar voren en bracht de schoen op orde. De ander aan zijn zijde voelde het klamme zweet over zijn rug lopen. En terecht: de man die rustig over zijn schoen gebogen stond, was Louis XVI zelf! De koning stond eindelijk op en voegde zich bij het gezelschap in de stadskoets van Fersen, waar één passagier ontbrak: de koningin. De eerste vertraging werd dus veroorzaakt door de persoon die het meest op deze vlucht had aangedrongen. Marie-Antoinette kwam een halfuur te laat. Meteen dook een tweede probleem op. Er was een plaats tekort in het rijtuig. Discussie. Wie moest achterblijven? De enige die in aanmerking kwam, was de gouvernante. Maar dan was men barones von Korff kwijt, die natuurlijk het centrale personage van het gebeuren was. Dus zag Louis zich verplicht om markies d’Agoult achter te laten. Zonder twijfel was deze potige en gezaghebbende militair de bekwaamste en ondernemendste man van iedereen die bij het complot betrokken was. Later die nacht zou zijn afwezigheid zich doen gevoelen.

De koning liet iedereen instappen, nam nog een seconde de tijd om het duister in te turen en hees zich naar binnen. Op de bok zaten de vermomde Fersen en zijn handlanger, markies de Briges. Rustig werd de koets door de smalle rue de l’Échelle geloodst. Door de verlaten rue du Faubourg Saint-Martin ging het noordwaarts, tot aan de wegversperring van La Vilette, een controlepost net voor het verlaten van de stad. Het was toen tien voor halftwee. Gespannen wachtten de inzittenden op wat de eerste grote test kon worden. Maar dat werd het niet. De hoeders van de wet zaten binnen het huwelijk van een hunner te vieren en de wijn deed zijn werk. Zo kwam men zonder problemen Parijs uit. Twintig kilometer verder, in Bondy, wachtte de grote berline. Iedereen stapte over, behalve Fersen. In tranen nam hij afscheid. Marie-Antoinette keek haar vertrouweling lang en diep in de ogen, wendde snel haar gezicht af en nam plaats naast haar man. De zwepen knalden, de zes paarden zetten zich in gang en de rit naar de vrijheid kon nu echt beginnen. Met intussen al een uur vertraging.

‘Ontvoering’

Handtekeningverklaring van Lodewijk XVI gericht aan de Fransen
Handtekeningverklaring van Lodewijk XVI gericht aan de Fransen bij zijn vertrek uit Parijs op 20 juni 1791. Archives Nationales – AE-II-1218. (Publiek domein/wiki)
In de Assemblée werd ontzet gereageerd. Onbegrip voerde de boventoon. Dat was nog zacht uitgedrukt. Per direct nam de Assemblée de uitvoerende macht in handen. Ze riep de ministers op en beval de arrestatie van eenieder die het koninkrijk trachtte te verlaten. Ook besliste de vergadering dat haar decreten uitvoerbaar waren zonder de goedkeuring van de koning. 100.000 reservisten van de Nationale Garde moesten hun werkzaamheden laten vallen en zich bij hun eenheden melden. Desondanks bleek de meerderheid niet bereid om de koning af te zetten. Toen men zijn zinnen weer bij elkaar had, werd besloten een publieke mededeling te doen, waarin verklaard werd dat de koning zogenaamd ontvoerd was. In deze crisissituatie was deze verdoezeling van de feiten handiger dan de harde waarheid. Alle opties moesten openblijven.

Diezelfde avond nam de Assemblée kennis van de arrestatie van de koninklijke familie in Varennes. De hoge vergadering moest nu beslissen over het lot van de koning, zo niet van het koningschap. Aan het eind van de debatten bleek dat de Assemblée de monarchie wilde behouden. Niet één stem steeg uit haar gelederen op om de republiek op te eisen. Ook niet die van Robespierre, die lachend en op zijn nagels bijtend vroeg wat een republiek was. Zeker niet die van La Fayette, die er door velen van werd verdacht de vlucht oogluikend te hebben toegestaan. In de Club des Jacobins heersten dezelfde gevoelens: men kon de koning niet missen.

Achtervolging

Die hobbelde ondertussen over Franse wegen. Ze waren in slechte staat. En ’s nachts rijden was natuurlijk ook geen koud kunstje. Hoe sterk ook, de koets was al enkele malen in de problemen gekomen. Noodreparaties hadden veel tijd gekost. Maar nog steeds ging het vooruit. Rond elf uur denderden ze Montmirail binnen, drie uur achter op schema. Rond die tijd stuurde La Fayette vanuit Parijs koeriers en speurders naar de vier windstreken van het land met de opdracht de koninklijke familie aan te houden. Natuurlijk besefte iedereen in de koets dat ze achtervolgd zouden worden. Maar men leek bijna euforisch. Alles ging naar wens. Een licht windje speelde door de koets, men ademde de frisse lucht in en liet zich in een roes schommelen. Bij sommige posthuizen, waar de paarden werden verwisseld, stapte de koning zelfs uit en maakte een praatje met de boeren. In een herberg liet de koningin twee zilveren kommen achter. Dat vond men een opmerkelijk gebaar van deze eenvoudige kinderoppas. Dat soort verhalen zouden de speurders zeer binnenkort te horen krijgen. Maar zover was het nog niet.

“Was de koets nog tweehonderd meter verder gereden, dan was de laatste paardenwissel een feit geweest en kon niemand hen nog inhalen.”

Rond vier uur staken de voortvluchtigen de Marne over bij Châlons-en-Champagne. Dat was een jakobijns bolwerk. Het maakte iedereen zenuwachtig. Maar opnieuw legde niemand het konvooi iets in de weg. De achterstand bedroeg intussen al vier uur. Bij vorige haltes was de koning al tweemaal herkend. De achtervolgers kwamen intussen dichterbij en konden de eerste getuigen ondervragen. Vier uur achterstand betekende ook dat de huzaren die de koninklijke koets opwachtten het op hun heupen kregen. Hun aanvoerder, de dertig jaar jonge hertog de Choiseul, hield hen niet in de hand. Omdat de koets maar niet opdaagde, veronderstelden Choiseul en zijn onderofficieren dat de ontsnapping was uitgesteld. Hij gaf bevel terug te trekken door de velden richting Varennes. Het werd halfacht. Verzwarende omstandigheid voor de jonge Choiseul: hij was vergezeld door de persoonlijke kapper van de koningin, Leonardo. Die zond hij weg. Niet om de koets te zoeken, maar om de volgende legereenheden te melden dat ze terug moesten keren. En zo liquideerde Choiseul iedere militaire hulp op de route van de koning. Toen Louis XVI even later aankwam in Somme-Vesle zag hij niemand van de 175 dragonders die daar hadden moeten staan. In de koets concurreerde nu verrassing met angst.

Jean-Baptiste Drouet, 1791
Postmeester Jean-Baptiste Drouet, 1791 (Publiek domein/wiki)
In Sainte-Menehould was het de angst die de overhand begon te krijgen. Opnieuw geen militairen te bespeuren. Maar voor het eerst rook nu iemand onraad. Het was postmeester Drouet. Voordat de paarden gewisseld werden en de inzittenden de benen hadden gestrekt, ging er wat tijd voorbij. Drouet was een overtuigde revolutionair. Alle artikels van Marat las hij. Dus was hij meer dan beducht op een eventuele vlucht van de koning. De postmeester nam de reizigers scherp op. Hij was er zeker van dat hij getuige was van dit snode opzet. Pas veertig minuten later zette de koets zich weer in beweging. Ook postmeester Drouet sprong in het zadel. Hij volgde de koets op een afstand. Om halfelf ’s avonds – de vlucht was vierentwintig uur geleden begonnen – werd de koninklijke familie nog steeds heen en weer geslingerd op de Lotharingse wegen. Ze was nu ten prooi aan de ergste voorgevoelens.

De koning besefte dat we hem noodzakelijkerwijs op de hielen zaten; hij moet vermoed hebben dat we hem uiteindelijk zouden inhalen.

Maar Montmédy en de grens waren binnen bereik. Ontsnappen was nog steeds mogelijk.

Varennes

Klokslag tien voor elf ’s avonds arriveerde het koninklijk gezelschap eindelijk in Varennes, een slaperig dorp van een paar honderd zielen dat doorkruist wordt door de Aire. Het nieuws van de vlucht was hier nog niet bekend. Maar evenmin aangekomen waren de verse paarden van markies de Bouillé. De verkenner Valory, die drie kwartier geleden al was gearriveerd, had overal wanhopig gezocht, maar moest de koning melden dat er een probleem was. Gespannen stapte Louis XVI uit; hij overlegde met de lijfwachten en verzamelde de moed om persoonlijk aan te kloppen bij het eerste huis. Zonder succes. Pas later zou bekend worden dat Bouillé zijn paarden niet bij de ingang van de bovenstad had geposteerd, zoals afgesproken, maar wat verder weg had verborgen, in de bijgebouwen van een herberg in de benedenstad. Aan de andere kant van de rivier dus. Was de koets nog tweehonderd meter verder gereden, dan was de laatste paardenwissel een feit geweest en kon niemand hen nog inhalen. Maar de koets bleef staan waar ze stond.

Vijf minuten later draafde Drouet, de postmeester van Sainte-Menehould, op zijn paard voorbij. Hij liet er geen gras over groeien. Zeer doordrongen van de historische missie waarmee hij zich verbonden voelde, reed hij rechtstreeks naar de Bras d’Or, een cabaret achter de kerk, om daar de zeldzame nachtbrakers van het dorp te alarmeren. De koning was in het dorp! De pas aangekomen grote koets bracht hem naar de grens! Men geloofde het graag. En met reden. De hele dag al hadden er huzaren in het dorp rondgehangen. Hun aanwezigheid had in deze revolutionair gezinde streek vragen en geruchten opgeroepen. Dat gebrek aan discretie was dodelijk voor een onderneming die stond of viel met de onopvallendheid waarmee ze werd uitgevoerd. Terwijl de eerste dorpelingen op de koets afgingen, rende Drouet naar de plaatselijke overheid, in de persoon van kruidenier en plaatsvervangend burgemeester Sauce. Die werd uit zijn bed gehaald en wist niet meteen wat hij moest doen.

Arrestatie van Lodewijk XVI in Varennes - Jean-Louis Prieur
Arrestatie van Lodewijk XVI in Varennes – Jean-Louis Prieur

Alles gebeurde nu tegelijkertijd. Terwijl Sauce discussieerde met Drouet, had de koning eindelijk het bevel gegeven om verder te rijden en de rivier over te steken. Maar het was te laat. Zodra de berline de brug en de benedenstad naderde en de rijweg versmalde, verscheen een groepje dorpelingen die aangeschoten en over hun toeren waren. Ook waren ze gewapend met pieken en hooivorken. De drie lijfwachten trokken hun zwaarden en pistolen. Maar de koning hield hen tegen. Toen verscheen Sauce ten tonele. Hij nodigde iedereen uit in zijn woning. Daar controleerde hij de paspoorten van de inzittenden. Barones von Korff? Die knikte zenuwachtig. De koning – monsieur Durand, volgens zijn papieren – deed alsof hij niet bestond. Sauce, die nauwelijks onderwijs had genoten, keek zenuwachtig rond. ‘Welkom in Varennes, madame von Korff.’ Alles leek in orde. Sauce stond op het punt de koets vrije doorgang te verlenen. Dat was buiten Drouet gerekend. Met verbeten halsstarrigheid jutte die de menigte op. ‘Het is de koning, zeg ik u!’ Niemand wist wat te doen. Tot daar plots de plaatselijke rechter opdaagde, monsieur Destez. En wat wilde het toeval? In zijn jonge jaren had Destez in Versailles gewoond. Bovendien hield hij van zijn vorst. En dus gebeurde het onvermijdelijke. ‘Ah, Sire!’ liet Destez zich ontroerd ontvallen, en hij knielde. Het spel was uit. ‘Et bien oui,’ sprak Louis berustend:

‘Ik ben de koning, hier is de koningin en de koninklijke familie. Ik kom onder jullie wonen, tussen mijn kinderen, die ik niet in de steek laat.’

De koning improviseerde een verhaaltje als zou hij een rustkuur nemen en hier op het platteland de vrede en de vrijheid zoeken die Parijs hem had ontnomen. De aanwezigen stonden perplex. Sauce’ grootmoeder, die nog geboren was in de tijd van de Zonnekoning, kuste de handen van de kleine dauphin en de koningin alvorens zich in tranen terug te trekken op haar kamer. Maar buiten hoorde men de noodklok luiden. Een menigte, eerder nieuwsgierig dan agressief, wachtte de doorluchtige gasten op. In korte tijd kwam het dan ook tot een toeloop.

‘Op van de zenuwen smeekte ze om de nog steeds beierende noodklok het zwijgen op te leggen’

En toen, als door een magisch toeval, daagde om halfeen ’s nachts eindelijk hertog de Choiseul op aan het hoofd van 42 huzaren. De troep was de weg kwijtgeraakt in de velden en was meer door geluk dan wijsheid Varennes ingetuimeld. Choiseul, erop gebrand zijn flaters te doen vergeten, stelde de ruiters op voor het huis van Sauce. De situatie leek gekeerd, al was er nog niets beslist. Zou de koninklijke familie haar weg vervolgen, en dit keer onder goede begeleiding? Eén woord van de koning zou voldoende geweest zijn. De soeverein toonde zich echter weer een man van principes. Een van die principes was dat hij geen geweld tegen de bevolking wilde gebruiken, een gevolg van zijn opleiding tot meest christelijke koning. Dus verkoos hij om te blijven onderhandelen tot hij kon vertrekken ‘met instemming van iedereen’. Voor het huis van Sauce was er van die algemene instemming hoe langer hoe minder sprake. In plaats daarvan manifesteerde zich stilaan een lichte anarchie. Dorpelingen van naburige gehuchten waren aangekomen, net als leden van de plaatselijke Nationale Garde. Sommigen verbroederden met de huzaren. Ze kenden elkaar, want de troepen waren vlakbij gekazerneerd. Choiseul voelde dat zijn orders genegeerd werden. De stemming was deels grimmig, deels feestelijk. Ze kon snel omslaan. Dat voelde ook de koning. Hij gaf uiting aan zijn wens meteen door te rijden. Dat wilde niemand hem beletten.

‘Maar de weg kan ’s nachts zeer gevaarlijk zijn, Majesteit!’
‘Het is beter dat u het eerste ochtendlicht afwacht, Majesteit!’

Goede raad die werd uitgesproken alsof het een dreigement was. Ongetwijfeld moet Louis zich toen zijn beslissing van 24 uur eerder beklaagd hebben om de gouvernante van zijn kinderen te verkiezen boven markies d’Agoult als medepassagier. De doortastende Agoult zou met de situatie wel raad geweten hebben. Van doortastendheid had de koning in zijn leven nog nooit blijk gegeven. Ook nu niet. Opnieuw gaf Louis dus toe. In plaats van de Choiseul een ferm bevel te geven om de huzaren in het gelid te zetten en de koets in te stappen, stapte hij weer de woning van Sauce binnen. Rond drie uur ’s nachts stortte Marie-Antoinette daar in. Op van de zenuwen smeekte ze om de nog steeds beierende noodklok het zwijgen op te leggen. Aangezien de dorpelingen de klok ook grondig beu waren, werd haar wens ingewilligd. Stilzwijgend zaten de volwassenen rond het haardvuur van Sauce, terwijl de kinderen in diens bed een dutje deden.

De terugkeer van Lodewijk XVI in Parijs na zijn aanhouding in Varennes, 25 juni 1791
De terugkeer van Lodewijk XVI in Parijs na zijn aanhouding in Varennes, 25 juni 1791 – Jean Duplessis-Bertaux

Rond halfzes kondigde de zon zich aan, net als chef d’escadron Deslon van het huzareneskadron van Dun-sur-Meuse. Nieuwe versterkingen! Deslon zag meteen dat er geen seconde te verliezen was. Hij bood de koning aan om hem al vechtend een ontsnappingsweg te banen uit Varennes. Louis weigerde opnieuw. Hij zei te willen wachten op meer versterkingen uit Montmédy. Zo werd het zeven uur. De geschiedenis viel in een beslissende plooi. Twee ijlkoeriers van de Assemblée Nationale uit Parijs kwamen aan. De officieren van de Parijse Nationale Garde hadden de hele nacht doorgereden. Van het ene paard op het andere waren ze gesprongen. Onderweg hadden ze zich geen pauze veroorloofd om een snelle hap naar binnen te werken, iets wat de immer hongerige koning natuurlijk wel had gedaan. Bevlekt, bevuild en op schuimbekkende rossen kwamen ze nu Varennes binnen gedraafd. Met zichtbare spijt op het gezicht overhandigde de hoogste in rang de koning het arrestatiebevel en het bevel om hem terug te brengen naar Parijs. Hertog de Choiseul – blunderaar bij uitstek – werd door de bevolking opgesloten.

‘Er bestaat geen koning van Frankrijk meer…’

De Franse Revolutie I
De Franse Revolutie I – Johan Op de Beeck
…verzuchtte Louis tegen Marie-Antoinette, terwijl hij het arrestatiebevel zachtjes op het bed liet glijden waarin zijn kinderen de slaap der onschuldigen sliepen. Drie kwartier later reed de koets met de koning en zijn gezelschap terug naar Parijs. Amper dertig minuten later werd Varennes ingenomen door het Régiment Allemand, een koningsgezinde legereenheid. Ze visten achter het net. Het koninklijk gezelschap had de vernederende terugkeer naar de hoofdstad ingezet. Die zou drie dagen duren. Onderweg moest men het boegeroep, het gespuug en de beledigingen van ‘le petit peuple’ ondergaan. De vlucht naar Varennes eindigde in een volstrekt imbroglio, dat nog veel andere en veel ergere verwikkelingen aankondigde. De gehechtheid van de Fransen aan hun door God uitverkoren vorst was voorbij; de duizend jaar oude band was deze keer verbroken.

~ Johan Op de Beeck

Boek: De Franse Revolutie I – Johan Op de Beeck
Ook interessant: De Franse Revolutie (1789)

Bekijk dit boek bij:

Bekijk dit boek bij Historiek Geschiedenisboeken

Vorige verhaal

Otto Weidt, blind voor gevaar

Volgende verhaal

Guernica in Amsterdam

×