De neergang van een Weens-Joodse familie

Irene, mijn grootmoeder – Paul Hellmann

In Irene, mijn grootmoeder. Neergang van een Weens-Joodse familie (uitgeverij Atlas Contact, 2015) reconstrueert voormalig NRC-journalist Paul Hellmann het leven van zijn grootmoeder Irene aan de hand van door haar geschreven brieven en overgeleverde foto’s. Het boek is gebaseerd op 59 brieven die Irene schreef aan haar dochter Ilse in Loden, en een briefwisseling tussen Irene en een nicht van haar.

Het fatale besluit

De van oorsprong Oostenrijkse Paul Hellmann woonde in 1939 aan de Merellaan in Rotterdam-Noord. zijn ouders waren gevlucht voor de nazi’s na de Anschluss in maart 1938, toen zijn oma Irene bij hem en zijn ouders in huis kwam wonen. ‘Meer dan vroeger,’ zo schrijft Hellmann, ‘ben ik er nu van doordrongen dat mijn grootmoeder, die bij haar komst naar Nederland zesenvijftig jaar was, op een dieptepunt van haar bestaan was beland.’

Ze had net haar man verloren en was op de vlucht geslagen, zo vervolgt Hellmann:

‘Nauwelijks drie maanden na de dood van haar man Paul, die ze als geen ander in haar leven had liefgehad, was ze begin 1939 vanwege haar joodse afkomst voor de nazi’s op de vlucht geslagen. Uitgeput en berooid arriveerde ze uit Oostenrijk bij haar dochter Ilse in Londen. Enkele weken later al nam ze het fatale besluit haar toekomst te zoeken bij mijn vader, haar oudste zoon Bernard.’ (11)

‘Ich bin ein dreckiger Schwein-Jud’

Wat volgt is een spannend, meeslepend verhaal over een tragische familiegeschiedenis. Aan de hand van enkele passages geef ik een impressie van wat de lezer van dit mooie boek kan verwachten. Zo lezen we over Irene’s man Paul hoe deze in Oostenrijk werd opgepakt en getreiterd door de nazi’s:

- advertentie -

‘Hij werd niet afgevoerd naar een kamp, maar naar een kazerne die tijdelijk in gebruik was genomen door de Gestapo. Daar moest hij, met zijn rug tegen de muur, op de grond zitten en de zin herhalen die zijn ondervragers hem voorzegden: Ich bin ein dreckiger Schwein-Jud. Afgaande op de ervaringen van anderen, is wel zeker dat hij werd geslagen en geen kans kreeg zich te wassen of te scheren.’ (69,70)

Ansichtkaart van het Amsterdamse 'Twaalfverdiepingenhuis', Nederlands eerste flat.
Ansichtkaart van het Amsterdamse ‘Twaalfverdiepingenhuis’, Nederlands eerste flat.

Barak 66

Oma Irene verhuisde, op vlucht voor de nazi’s, in Nederland nog twee keer, namelijk naar Bilthoven en in 1943 naar Amsterdam. Daar werd ze begin 1944 opgepakt door de Duitsers:

‘In de nazomer van 1942, vermoedelijk kort nadat mijn ouders en ik waren ondergedoken, vertrok Irene om onbekende reden uit Bilthoven. Wat er daarna met haar gebeurde, bleef tot kort gelden in het vage. Na de oorlog kwamen we alleen te weten dat ze begin 1944 in handen viel van de Duitsers. Dat gebeurde, zo hoorden we, in de Wolkenkrabber: de bijnaam van het “Twaalfverdiepingenhuis”, dat een opvallende plaats inneemt in de stadsuitbreiding die Berlage ontwierp voor de toenmalige zuidrand van de stad.’ (151)

Irene, mijn grootmoeder
Irene, mijn grootmoeder
Pauls vader werd ook door de Duitsers opgepakt op hun onderduikadres in Ede. Met hem gebeurde hert volgende:

‘Na één week, op 23 maart 1944, ging hij op transport naar kamp Westerbork, waar hij volgens het Rode Kruis “als strafgeval” werd ondergebracht in barak 66. Daar heerste een verzwaard regime – degenen die er terechtkwamen, kregen een armband om met de letter S en moesten vuil werk verrichten, zoals accu’s en batterijen demonteren. Bovendien volgde meestal snel deportatie naar het oosten. Toch probeerde Bernhard in de weinige tijd die hem restte een weg te vinden om daaraan, al was het maar tijdelijk, te ontkomen…’ (160)

~ Enne Koops

Boek: Irene, mijn grootmoeder – Paul Hellmann

Bestel dit boek bij:

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Gelijk naar geschiedenisboeken over: