Hoofdgebouw van de Joodse psychiatrische inrichting Apeldoornsche Bosch
Hoofdgebouw van de Joodse psychiatrische inrichting Apeldoornsche Bosch

Deportatie van psychiatrisch patiënten ‘Het Apeldoornsche Bosch’ (1943)

///

In de nacht van 21 op 22 januari 1943 werden bijna 1200 Joodse patiënten en een klein deel van het verplegend personeel van de Joodse psychiatrische inrichting Het Apeldoornsche Bosch naar Auschwitz gedeporteerd. Bij aankomst werden de patiënten direct vermoord.

Sinds kort zijn de namen van de slachtoffers bekend. Enkele jaren geleden dook namelijk de zogenaamde cartotheek van Het Apeldoornsche Bosch op. De scans van deze cartotheek zijn door Herinneringscentrum Kamp Westerbork gekoppeld aan de database ‘Een Naam en een Gezicht’ en vergeleken met de transportlijst van 22 januari 1943, dat in het archief van het Rode Kruis ligt. Op basis van deze koppeling en vergelijking is een nieuwe lijst ontstaan met de namen van gedeporteerden uit de psychiatrische inrichting. De database haalde de slachtoffers zeventig jaar na dato uit de anonimiteit.

Van ‘hemel’ naar hel

In de loop van de Tweede Wereldoorlog werden er steeds meer patiënten opgenomen in ‘Het Apeldoornsche Bosch’. Dit had alles te maken met het feit dat de bezetter het Joodse patiënten verbood om in niet-Joodse instellingen te verblijven. Lang dacht men dat de bezetter de patiënten in Apeldoorn ongemoeid zou laten en dus niet zou deporteren naar Westerbork. In Apeldoorn en omgeving sprak men om die reden wel eens van de “Jodenhemel”. De hoop bleek echter tevergeefs. In januari 1943 trok de Ordedienst van Kamp Westerbork naar Apeldoorn om de patiënten op te halen. Hiervoor stond op het station van Apeldoorn een goederentrein met veertig wagons klaar.

Ferdinand aus der Fünten
Ferdinand aus der Fünten
Midden in de nacht van donderdag 21 op vrijdag 22 januari 1943 werd de psychiatrische inrichting door de SS en de Ordnungspolizei omsingeld. Ook Westerbork-commandant Albert Konrad Gemmeker woonde de ontruiming bij. Geneesheer-directeur Jaques Lobstein smeekte de beruchte SS’er Ferdinand aus der Fünten, die de leiding had over de ontruiming, nog om enkele ernstig zieke patiënten die niet in staat zouden zijn om te reizen met rust te laten. Het mocht niet baten. Aus der Fünten was duidelijk:

“Alle Patienten sind für uns transportfähig.”

Voor de ontruiming werden de paviljoens eerst omsingeld door een kordon van de Ordnungspolizei. Historicus Loe de Jong beschrijft in zijn werk ‘Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog’ (6a) wat er vervolgens gebeurde:

“Het waren de leden van de Ordedienst van Westerbork die, paviljoen na paviljoen, de patiënten naar buiten haalden. […] Patiënten die geweigerd hadden, zich aan te kleden, werden (het was vijf graden boven nul) in nachtgewaad in de vrachtauto’s gesmeten, sommigen naakt. Zij die zich verzetten, werden naar buiten gesleurd. Er waren er ook die met een dwangbuis om naar de vrachtauto’s geduwd of gedragen werden. Een deel van de patiënten liet dit alles verwezen over zich heen gaan, andere jammerden of stieten kreten uit.”

Aangekomen bij het station van Apeldoorn werden de patiënten hardhandig naar de wagons overgebracht. Bij het sluiten van sommige deuren zouden vingers van patiënten zijn verpletterd. Nadat alle patiënten in de wagons zaten werden de luchtkokers gesloten. Een lid van de Ordedienst van Westerbork verklaarde later dat hij…

“de afgesloten krankzinnigen in de wagons [had] horen gillen en schreeuwen.”

Besloten was de trein rechtstreeks naar Auschwitz te laten rijden, dus zónder tussenstop in Westerbork. Op zondag 24 januari 1943 kwam de trein in Auschwitz aan. Enkele patiënten waren onderweg al overleden. Sommige van de levenden renden in paniek weg van het perron, maar werden neergeschoten. De overgeblevenen werden door een Joodse werkploeg in vrachtwagens geladen. Loe de Jong:

“De vrachtauto’s voerden hen niet naar de gaskamers maar naar een van de grote langgerekte kuilen waarin de lijken van vergasten verbrand werden. Hoog laaiden er de vlammen op. De pas aangekomenen werden er midden in gesmeten. Brokken hout en petroleum volgden.”

“Aufgeflogen”

Een man die de telefooncentrale van ‘Het Apeldoornsche Bos’ beheerde kreeg na de deportatie van een lid van de Ordnungspolizei te horen dat hij familieleden het volgende kon antwoorden, als ze informeerden naar een patiënt:

“Der ist im Himmel, er ist heute aufgeflogen.”

Herstellingsoord voor de Waffen SS

Het terrein van de instelling werd na de deportatie als herstellingsoord in gebruik genomen door de Waffen-SS. In oktober 1944 werden op het terrein zes leden van de Verzetsgroep Narda en twee door hen verborgen geallieerde piloten geëxecuteerd.

Ook interessant: Hoe de nazi’s 300.000 psychiatrische patiënten vermoordden
Overzicht van boeken over de Tweede Wereldoorlog

Documentaire over ‘Het Apeldoornsche Bosch’: