Guido de Brès bood calvinisten houvast met Nederlandse Geloofsbelijdenis

6 minuten leestijd
Confession de foy / Guido de Brès, 1561 (KB)
Confession de foy / Guido de Brès, 1561 (KB)

Op 2 november 1561 verspreidde de protestantse theoloog Guido de Brès de Nederlandse Geloofsbelijdenis (Confessio Belgica). Een bijzonder moment in de vaderlandse en kerkelijke geschiedenis. De belijdenis is namelijk nog steeds van kracht in veel gereformeerde en hervormde kerken in Nederland.

Pérégin de la Grange en Guido de Bres in de gevangenis
Pérégin de la Grange en Guido de Brès in de gevangenis
Guido de Brès werd in 1522 in Bergen (Wallonië) geboren, onder de Franse naam Guy de Bray. Aanvankelijk verdiende hij de kost als glas-in-loodschilder. Later werd hij gegrepen door de nieuwe protestantse leer. Toen in zijn geboortestad de vervolgingen losbarstten week De Brès uit naar Engeland (1548), waar hij zich met enkele andere vluchtelingen uit de Nederlanden in Londen vestigde. Daar kwam hij in aanraking met hervormers als Martin Bucer en Petrus Martyr Vermigli, die onder koning Eduard VI veel vrijheid genoten. De Brès raakte er verder doordrongen van de gereformeerde leer en besloot zich geheel te wijden aan de prediking van het evangelie.

In 1552 keerde Guido de Brès terug naar de Nederlanden en begon hij naam te maken als calvinistisch prediker. Hij maakte nog verschillende reizen en ontmoette Johannes Calvijn een aantal keer. Ook volgde hij lessen aan diens academie in Genève. De prediker verzette zich in deze periode actief tegen afwijkende opvattingen binnen het vroege protestantisme, onder meer in Vlaanderen en het Franse Rijssel, waar hij in het geheim samenkomsten leidde en zich afzette tegen de leer van de wederdopers. Uiteindelijk vestigde De Brès zich in Doornik, waar hij ook een kerkenraad installeerde.

Religieuze spanningen

In de loop van de zestiende eeuw waren de spanningen in de Nederlanden hoog opgelopen. Protestanten verzetten zich steeds vaker en openlijker tegen de katholieke koning. Onder Karel V en later Filips II werden verschillende plakkaten uitgevaardigd die de protestantse leer officieel verboden en de verspreiding van verboden boeken strafbaar stelden. De vervolgingen namen in hevigheid toe, waardoor veel hervormingsgezinden hun toevlucht zochten in het buitenland of in het geheim samenkwamen.

Aanvankelijk waren de protestanten nauwelijks georganiseerd. Dit veranderde nadat steeds meer protestanten halverwege deze eeuw kennismaakten met de leer van de Franse hervormer Johannes Calvijn. Diens levensleer werd al snel een soort richtsnoer voor veel protestanten, wat ervoor zorgde dat protestanten zich steeds meer gingen organiseren en er ook kerkelijke structuren werden opgezet.

'De glasschilder van Mons' - Jeugdboek uit 1900 over het leven van Guido de Brès
‘De glasschilder van Mons’ – Jeugdboek uit 1900 over het leven van Guido de Brès – J.W. van Straaten (DBNL)
In 1555 publiceerde De Brès al een eerste overzicht van de christelijke leer, getiteld Le Baston de la Foy chrestienne (Staf van het geloof), waarin hij de belangrijkste geloofspunten samenvatte en verdedigde tegen rooms-katholieke kritiek. Echt bekend werd hij echter met het werk dat hij, naar voorbeeld van Calvijn, zes jaar later schreef: de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Volgens de overlevering gooide de predikant de belijdenis in de nacht van 1 op 2 november in een verzegeld pakje over de muur van het kasteel van Doornik, met daarop de titel Confession de Foy. De Brès voegde ook een brief aan koning Filips II bij, waarin onder meer staat:

Alhoewel wij ongeveer honderdduizend in getal zijn, zo gedragen wij ons nochtans in stilheid, en wij betalen onze belastingen even als de overige ingezetenen; wat zonder twijfel een bewijs is dat wij aan geen opstand denken.

Kort hierna kreeg landvoogdes Margaretha van Parma het religieuze stuk onder ogen, waarna zij het doorstuurde naar de koning.

Filips II van Spanje
Filips II van Spanje
Rond De Brès had zich in Doornik inmiddels een actieve geloofsgemeenschap geformeerd. Hoewel de predikant daar zelf geen groot voorstander van was, gingen er overdag geregeld gelovigen zingend door de straat. Voor de autoriteiten waren de calvinisten een groep om rekening mee te houden. Bijna de helft van de stad was inmiddels calvinist. In de hoop dat de rust zou terugkeren, werd De Brès op 21 januari 1562 verbannen uit Doornik.

De predikant trok hierna rond door de Zuidelijke Nederlanden en was enige tijd hofprediker van de hertog in Sedan in de Ardennen.

Inhoud van de Geloofsbelijdenis

De door de predikant opgestelde Geloofsbelijdenis werd in deze tijd in het geheim gedrukt en verder verspreid en zorgde ervoor dat de calvinisten zich nog meer verenigden. Steeds meer gemeenten namen de belijdenis aan. De geloofsbelijdenis bood de calvinisten enige houvast.

Oorspronkelijk was het stuk overigens opgesteld om koning Filips II inzicht te geven in de calvinistische leer en hem duidelijk te maken dat niet alle calvinisten oproerkraaiers en anabaptisten (voorstanders van de volwassenendoop, ook bekend als wederdopers) waren. De Brès maakte zich zorgen over het feit dat de calvinisten er steeds vaker door de autoriteiten van werden beschuldigd “ongehoorzaam te zijn aan de staat”. In zijn werk benadrukte hij daarom vooral de overeenkomsten tussen de katholieke en gereformeerde leerstellingen.

De geloofsbelijdenis bestaat uit 37 artikelen en heeft de volgende opbouw:

  • artikel 1-2 – Over het bestaan en het kennen van God
  • artikel 3-7 – Over de Bijbel
  • artikel 8-11 – Over de drie-eenheid van God
  • artikel 12-15 – Over de schepping en de zonde van de mensen
  • artikel 16 – Over Gods eeuwige verkiezing
  • artikel 17-21 – Over de persoon en het werk van Christus
  • artikel 22-26 – Over het geloof
  • artikel 27-32 – Over de kerk
  • artikel 33-35 – Over de sacramenten van de heilige Doop en het heilig Avondmaal
  • artikel 36 – Over het ambt van de overheid
  • artikel 37 – Over het laatste oordeel

In deze artikelen wordt de hoofdinhoud van het geloof samenvat. Het eerste artikel is het bekendst en luidt als volgt:

Wij geloven allen met het hart
en belijden met den mond,
dat er is een enig en eenvoudig geestelijk Wezen,
hetwelk wij God noemen:
eeuwig, onbegrijpelijk, onzienlijk,
onveranderlijk, oneindig, almachtig;
volkomen wijs, rechtvaardig, goed,
en een zeer overvloedige fontein aller goeden.

Samen met de Heidelbergse Catechismus en de Dordtse Leerregels behoort de Nederlandse Geloofsbelijdenis tot de zogenaamde Drie Formulieren van Enigheid, een drietal theologische geschriften die door de Synode van Dordrecht in 1618-1619 als de belijdenis van de toenmalige gereformeerde kerk werden aanvaard. Door deze aanvaarding kregen deze geschriften ook meer status.

Het einde van Guido de Brès

Confession de foy / Guido de Brès, 1561 (KB)
Confession de foy / Guido de Brès, 1561 (KB)
Met Guido de Brès liep het niet goed af. In 1567 werd hij in de nasleep van de Beeldenstorm opgepakt. Hij moest zich hierna voor de Inquisitie in het kasteel van Doornik verantwoorden en werd uiteindelijk veroordeeld tot de doodstraf door strop. In gevangenis het Schemerhol van Valenciennes moest de martelaar zijn executie afwachten. Hij schreef er onder meer nog een brief aan zijn vrouw Catherine Ramon. Een bekend fragment uit deze brief luidt als volgt:

Sinds ik gevangen ben, heb ik meer vorderingen gemaakt en meer geleerd, dan gedurende mijn hele leven. Zo ben ik dan nu op een zeer goede school. De Heilige Geest is mij geschonken! Onze Heere doet mij aan de ene kant mijn zwakheid en kleinheid gevoelen en dat ik niets anders ben dan een ellendig mens, opdat ik mij verneder en opdat al de roem van de overwinning voor Hem zal zijn. Aan de andere kant vertroost en sterkt Hij mij op een ongelooflijke manier en ik voel mij daarom meer gerust en beter tevreden dan de vijanden van het Evangelie. Ik slaap beter dan zij! En al lig ik in het meest ondraaglijke hol, dat men denken kan…; al ontvang ik haast geen lucht en geen licht…; al ben ik dan met zware ijzers aan handen en voeten geboeid…; al lijd ik daardoor de ergste pijn…; toch laat mijn God niet na Zijn belofte te houden en mijn hart te troosten en mij vergenoeging in Hem te schenken.

De executie werd voltrokken op 31 mei 1567, in bijzijn van ruim duizend toeschouwers. Volgens de overlevering wilde De Brès kort voor zijn ophanging nog neerknielen bij het schavot om kort tot God te bidden, maar stond de beul hem dat niet toe. De martelaar zou de aanwezigen hierna opgeroepen hebben trouw te blijven aan de overheid en standvastig te zijn in de christelijke geloofsleer. De beul maakte hierna een einde aan het leven van de predikant. Guido de Brès stierf op vijfenveertigjarige leeftijd en liet een vrouw en vijf kinderen achter.

In Nederland zijn onder meer verschillende scholen naar de predikant vernoemd. Het Wetenschappelijk bureau van de SGP, de Guido de Brès-Stichting, draagt ook zijn naam. Guido de Brès wordt dan ook beschouwd als een van de grote leiders van de Reformatie in de Zuidelijke Nederlanden.

Bronnen

– https://www.kb.nl/themas/geschiedenis-en-cultuur/nederlandse-geschiedenis/protestantisme-in-nederland
– http://www.rd.nl/kerk-religie/in-het-spoor-van-guido-de-br%C3%A8s-1.639512
– Verleden van Nederland (Geert Mak e.a.)
– Christelijke encyclopedie (Kok, 2005) – Deel I, p.242-243
-https://www.nederlandse-geloofsbelijdenis.nl/
-https://theologienet.nl/bestanden/bres-de-guido.pdf
×