Het Brugse Ommeland

Het is met Brugge net als met Amsterdam. De stad trekt miljoenen toeristen uit het nabije en verre buitenland maar verder dan de stad zelf komen ze meestal niet. En dat is zonde. Wie Brugge (her)bezoekt zou best eens een fiets- of autotochtje door het Brugse Ommeland kunnen maken.

Brugge is een historische bestemming die weinig toelichting behoeft. Maar direct ten zuiden van de laatmiddeleeuwse parel ligt het Brugse Ommeland, een streek vol abdijen en neogotische landhuizen. Brugge mag in de veertiende eeuw dan wel zijn gouden tijd hebben beleefd, in de negentiende eeuw zat er ook het nodige geld bij de elite van de stad. Het nieuwe geld van die tijd mocht graag het oude adellijke geld imiteren. En bij de adellijke levensstijl hoorde een ‘chateau’ waarmee men in de zomer de kennissenkring kon imponeren. Historiek trok er heen voor een toertje langs een aantal bezienswaardigheden.

Fiat 500

Vintage Fiat 500s (Foto Edwin Ruis)
Vintage Fiat 500s (Foto Edwin Ruis)
Iemand van de reisorganisatie leek het wel een leuk idee om een deel van het Ommeland te verkennen met een vintage Fiat 500. U weet wel, die kekke Italiaanse koekblikjes die van 1957 tot 1975 in Turijn in elkaar werden geschroefd. Nu ben ik over het algemeen geen held als het op autorijden aankomt. Er gebeurt teveel om me heen, er zijn teveel pookjes, pedalen en knopjes. Maar na een rit in een vintage Fiat 500 valt een moderne auto ineens reuze mee.

Om zo’n Fiat 500 aan de gang te krijgen, is het niet voldoende om de contactsleutel om te draaien en gas te geven. Er moeten allerlei magische handelingen worden verricht met handeltjes, voordat het grasmaaiermotortje van de cinquecento tot leven komt en begint te pruttelen. Maar dan zijn we ook op pad! In de passagiersstoel. Dat wel. Na enige angstaanjagende momenten op de snelweg, want zo’n Fiat 500 is klein en kwetsbaar naast een vrachtwagen, komen we aan bij onze eerste bestemming: het kasteel van Loppem.

- advertentie -

Kasteel van Loppem

Het kasteel van Loppem werd in 1859 gebouwd door de architect Jean-Baptiste Bethune, een Belgische representant van de neogotiek. Hij deed dat in opdracht van de steenrijke, recent in de adelstand verheven en zeer katholieke Charles van Caloen. Van Caloen was een neef van Louis de Potter, een journalist en politicus die een belangrijke aanjager was van de Belgische onafhankelijkheid en daarmee het einde van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden.

Het statige huis speelde een rol in de Belgische geschiedenis. Toen in oktober 1918, met het einde van de Eerste Wereldoorlog, het Duitse leger zich terugtrok naar Duitsland, logeerde koning Albert I met zijn echtgenote er een aantal weken. Het huis werd het hoofdkwartier van het Belgische leger en van hieruit nam de overheid het bestuur van de Duitse bezetter over. Er werd een regering van nationale eenheid gevormd, de zogenaamde regering van Loppem. De regering besloot daar tot de invoering van het algemeen enkelvoudig kiesrecht in België, waarbij elke burger vanaf 21 jaar een stem mocht uitbrengen. Ook werden de Franse en Nederlandse talen gelijkgeschakeld. De maatregelen heten daarom ook wel de ‘revolutie van Loppem’.

Relikwie van Godelieve van Gistel (Foto Edwin Ruis)
Relikwie van Godelieve van Gistel (Foto Edwin Ruis)

Godelieve van Gistel

De wurging van Godelieve
De wurging van Godelieve
Het Brugse Ommeland is doordrenkt met het rooms-katholieke geloof. En heiligen zijn dan nooit ver weg. De abdij Ten Putte in Gistel staat op de plek waar in de elfde eeuw Sint Godelieve vrij hardhandig werd vermoord, zoals een heilige betaamd. De adellijke dame werd uitgehuwelijkt aan Bertolf, de zoon van de kasteelheer van Gistel. Het kasteel van Gistel was overigens een houten mottekasteel. Bertolf was minder gelukkig met de keuze van zijn vader en liet zijn bruid door twee knechten wurgen. Vervolgens werd zij, voor de zekerheid, nog een tijd in de waterput ondergedompeld.

Bertolf hertrouwde en kreeg een dochter. Het meisje was echter blind. Tot zij werd gewassen met water uit de waterput. Dit was aanleiding voor de monnik Drogo om de ‘Vita Godeliph’ te schrijven op grond waarvan zij in 1084 door bisschop Radbod II van Doornik heilig werd verklaard. Aanwezig daarbij was Geertruida van Saksen, de weduwe van graaf Floris I van West-Frisia (het toekomstige Holland) en moeder van graaf Dirk V. De bron geeft nog steeds water en is te vinden in de abdij. Op het terrein is ook het heuveltje te zien waarop ooit het mottekasteel stond.

Robrecht de Fries

Na de dood van graaf Floris I hertrouwde zijn weduwe met Robrecht van Vlaanderen. Robrecht was de tweede zoon van graaf Boudewijn V van Vlaanderen. Om zijn oudste zoon Boudewijn VI te beschermen tegen de ambities van zijn jongere broer, had de graaf Robrecht met een zak goud op reis gestuurd. In West-Frisia huwde deze, twee jaar na de dood van Floris I met diens weduwe. Van 1063 tot 1070 fungeerde hij als regent voor zijn minderjarige stiefzoon Dirk V. Het leverde hem de bijnaam Robrecht de Fries op.

In 1071 werd Robrecht na de dood van zijn oudere broer alsnog graaf van Vlaanderen, nadat hij zijn neefje Arnulf III in de slag bij Kassel had verslagen. Dit ondanks sterke tegenstand van onder meer Normandische ridders van Willem de Veroveraar. In 1076 leverde Robrecht de Fries opnieuw een belangrijke slag, deze keer bij IJsselmonde. Daar versloeg hij een leger van de bisschop van Utrecht. Hij herstelde daarmee de macht van zijn stiefzoon graaf Dirk V en redde het graafschap Holland.

Kasteel van Wijnendale bij Torhout (Foto Edwin Ruis)
Kasteel van Wijnendale bij Torhout (Foto Edwin Ruis)

Wijnendale

Een van Robrechts burgen in Vlaanderen is het huidige kasteel Wijnendale. Wijnendale begon zijn levensloop als een stenen mottekasteel. Het zou in latere eeuwen als waterslot in handen komen van verscheidene historische families zoals de Bourgondische hertog Jan zonder Vrees die het weggaf aan de hertogen van Kleef.

Robrecht I de Fries
Robrecht I de Fries
In 1813 werd Wijnendale aangekocht door de rijke bankier Josse-Pierre Mathieu. De oude delen werden later vervangen door een beter bewoonbare, neogotische reconstructie. Op 25 mei 1940 arriveerde de Belgische koning Leopold III die hier besloot niet naar het buitenland te vluchten zoals zijn collega koningin Wilhelmina. Tegenwoordig wordt een deel van het kasteel nog steeds bewoond door de familie Mathieu. Een ander deel is museum.

In het Brugse Ommeland bevinden zich nog meer neogotische kastelen en abdijen. Echt authentiek oud wordt het nergens omdat het gebied historisch veel van oorlog te lijden heeft gehad. Maar geschiedenis is er genoeg te ontdekken. Het Ommeland is op een glooiing hier en daar na plat en dus goed op de fiets te doen. Bovendien is de Vlaamse kust niet ver weg.

~ Edwin Ruis

Voor meer informatie over bezienswaardigheden en fietsroutes bezoek www.brugseommeland.be. Voor wie het aandurft om een Fiat 500 aan te trekken en door het Ommeland te toeren: www.vintagetours500.be.

Boek: Graven van Vlaanderen – Vlaamse vorsten in woord en beeld

Uit: Nederlandsche Historieprenten (1555-1900). Platenatlas ten gebruike bij de studie der Vaderlandsche Geschiedenis, samengesteld en toegelicht door G. van Rijn met medewerking van G.W. Kernkamp (Amsterdam: S.L. van Looy, 1910)
Het begin van Konings- of Koninginnedag als een jaarlijks gevierd feest ligt…
Een prent van de Slag op de Mookerheide door Frans Hogenberg.
Tijdens de Tachtigjarige Oorlog vond bij het dorp Mook in het huidige…

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Meer van dit soort berichten? Like ons dan!

Gelijk naar geschiedenisboeken over:
Ook adverteren op Historiek?
Goede keus! Klik hier