Huis van het boek digitaliseert 120.000 exlibris

/
2 minuten leestijd
Jeanne Bieruma Oosting, Exlibris voor Françoise Birnie, 1950
Jeanne Bieruma Oosting, Exlibris voor Françoise Birnie, 1950. Coll. Huis van het boek, Den Haag

Boekenmuseum Huis van het boek in Den Haag gaat een groot deel van zijn collectie van 350.000 exlibris conserveren en digitaliseren. Het gaat om de collectie van Eugène Strens (1899-1980) met exlibris, klein grafiek en ontwerpen.

M.C. Escher, Nieuwjaarswens 1956 voor Eugène en Willy Strens
M.C. Escher, Nieuwjaarswens 1956 voor Eugène en Willy Strens. Coll. Huis van het boek, Den Haag
Exlibris zijn op papier gedrukte eigendomskenmerken die boekenbezitters in hun boeken aanbrengen. De oudste dateren uit de vijftiende eeuw. Daarvoor dienden vooral bandstempels als eigendomskenmerk. Door de bredere verspreiding van boeken werd steeds meer gekozen voor ingeplakte exlibris. Vanaf het begin werden de eigendomskenmerken gemaakt door bekende kunstenaars, grafici en ontwerpers. Tot de oudste exlibris behoren ontwerpen van Dürer, Cranach en Holbein.

Door de toegenomen internationale belangstelling voor de geschiedenis van geletterdheid en leescultuur in de afgelopen jaren zijn exlibris een belangrijke bron voor onderzoekers. Daarnaast kunnen exlibris informatie verschaffen over de geschiedenis van druktechnieken en kunst- en cultuurgeschiedenis in het algemeen.

De collectie die Huis van het boek laat digitaliseren bevat werk van verschillende bekende moderne kunstenaars zoals Jeanne Bieruma Oosting, Jean Cocteau, Fré Cohen, M.C. Escher, Theo van Hoytema, Gustav Klimt en Käthe Kollwitz en Edgar Tytgat.

De collectie van Eugène Strens werd in 1995 aangekocht door het museum. Het ging toen om de grootste particuliere collectie exlibris ter wereld. De verzameling bestaat in totaal uit ongeveer 350.000 exlibris, 15 meter archivalia en 32 meter naslagwerken. De collectie is opgebouwd in de afgelopen honderd jaar en bestaat uit verschillende grote en kleinere deelverzamelingen. De oudste daarvan is die van J.F. Verster, in 1929 verworven door de Koninklijke Bibliotheek en sinds de jaren zeventig in permanent bruikleen afgestaan aan Huis van het boek. In 1977 verwierf het museum de grote verzameling van Johan Schwencke en in 1999 de verzameling van het echtpaar Jansen-Ebing.

De conservering en digitalisering vindt plaats in het kader van Metamorfoze, het nationaal programma voor het behoud van papieren erfgoed. Naar verwachting worden er circa 120.000 exlibris onder handen genomen.