Dark
Light

‘Boeren hadden groot gelijk om de vooruitgang te wantrouwen’

Boerencultuur – Patrick Joyce
6 minuten leestijd
Drie paarden voor een maaimachine in de Purmer, 1933
Drie paarden voor een maaimachine in de Purmer, 1933 (CC0 - Willem van de Poll / Anefo - wiki)
Patrick Joyce, emeritus hoogleraar geschiedenis aan de Universiteit van Manchester, beschrijft in zijn boek Boerencultuur. Hoe het platteland verdwijnt uit onze herinnering het verhaal van een wereld die zesduizend jaar lang de ruggengraat van de menselijke geschiedenis vormde: de wereld van de boeren. Door verstedelijking, industriële landbouw en veeteelt en de klimaatcrisis dreigt nu de eeuwenoude kennis van het land verloren te gaan. Met zijn boek wil de auteur een hommage brengen aan de boerencultuur met al zijn tradities, wijsheden, vieringen en opstanden. Op Historiek publiceren we een fragment uit het voorwoord.

Een openlijk eerbetoon

De landbouw verscheen in Europa voor het eerst zo’n 8500 jaar geleden in wat tegenwoordig Turkije is, verspreidde zich van daaruit in westelijke en noordelijke richting en bereikte zo’n zesduizend jaar geleden Ierland, de Britse eilanden en Noord-Europa. Op enig moment, op deze tijdschaal helemaal niet zo lang geleden, bestond de overgrote meerderheid van de wereldbevolking uit mensen die op het land werkten, zodat je zou kunnen zeggen dat we bijna allemaal op een of andere manier kinderen van boeren zijn. En daar komt nu een eind aan, het boerenleven verdwijnt onder onze onachtzame ogen. Die duizenden jaren geschiedenis lopen nu ten einde.

Into Their Labours - John Berger
 
In de inleiding bij Into their Labours, zijn weergaloze trilogie over de leefwereld van boeren eind twintigste eeuw, schreef John Berger dat de boer in zijn diepste wezen behoort tot een klasse van overlevers.

Voor het eerst in de geschiedenis bestaat de kans dat die klasse van overlevers niet zal overleven. Er zijn over een eeuw misschien geen kleine boeren meer. Als de plannen uitkomen zoals de economische planbureaus zich dat voorstellen, zijn ze in West-Europa over vijfentwintig jaar al verdwenen.

Hij schreef dat meer dan vijfentwintig jaar geleden en zat er niet ver naast. De planbureaus hebben gewonnen. Toen hij zijn trilogie schreef, wist Berger dat na al die duizenden jaren…

…[d]e opmerkelijke continuïteit in het levenspatroon en de wereldbeschouwing van de kleine boer […], nu zij met uitsterven wordt bedreigd, een onverwachte actualiteit [krijgt] die ze nooit eerder heeft gehad.

Dat uitsterven is al aan de gang sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw, sinds de meerderheid van de wereldbevolking in steden is gaan leven. De grote sociaal historicus Eric Hobsbawm zag ook in dat dit, te midden van alle enorme veranderingen die de moderne tijd kenmerken, misschien wel de meest fundamentele verandering is van allemaal:

De meest ingrijpende en vergaande maatschappelijke verandering in de tweede helft van deze eeuw, die ons voorgoed van het verleden afsnijdt, is de teloorgang van de boerenstand. Sinds het neolithische tijdperk hadden de meeste mensen immers van de landbouw en veeteelt geleefd of als vissers van de zee. Behalve in Engeland bleven de boeren tot ver in de twintigste eeuw een aanzienlijk deel van de beroepsbevolking vormen, ook in de geïndustrialiseerde landen.

Als we zijn afgesneden van ons verleden, zijn we ook afgesneden van onszelf. Berger geeft zijn trilogie een motto uit Johannes 4:38 mee:

…anderen hebben gearbeid en gij hebt de vrucht van hun arbeid geplukt.

En inderdaad plukken wij de vrucht van de arbeid van boeren, we staan daarvoor bij hen in de schuld – bij hen, en daarmee bij onszelf. Schulden moeten worden ingelost. En als wij in laatste instantie zelf ook kinderen van het platteland zijn, kunnen we die schuld misschien nog enigszins inlossen door eer te betonen aan onze voorouders – want dienen kinderen geen respect te hebben voor hun ouders, hun voorzaten?

Landbouwkalender uit 1470, uit een manuscript van Pietro de Crescenzi
Landbouwkalender uit 1470, uit een manuscript van Pietro de Crescenzi

En meer dan respect misschien zelfs: een hommage – simpelweg een openlijk eerbetoon. Mijn boek is een poging om zo’n hommage te brengen, terug te kijken op de goedheid van boeren, respect te tonen voor hun waardigheid, stil te staan bij de gratie en verfijning van hen die zo vaak voor lomp en achterlijk zijn uitgemaakt, met duizend beledigingen overladen, die zo vaak slachtoffers van de geschiedenis waren, en het nog zijn. Een rijke en veelgelaagde cultuur hadden ze, des te rijker en gelaagder onder druk van de ontberingen die ze te verduren hadden. Hun geschiedenis is er dus ook een van vernedering en onderwerping. Het is een kwestie van respect om hier oog voor te hebben, voor de krachten die hen uiteendreven zowel als voor de krachten die hen samensmeedden, krachten van buitenaf en van binnenuit.

‘Boeren hadden al met al groot gelijk om de vooruitgang te wantrouwen’

Veel mensen maken zich tegenwoordig zorgen om de verwoesting van onze planeet. Uiteindelijk zullen we daarvoor wellicht allemaal moeten boeten, maar de boeren hebben hun tol al betaald. Niet alleen vanwege de milieuschade en de opkomst van de agrobusiness in de afgelopen decennia, maar ook door de eeuwen heen, want de grote slachtoffers van de moderniteit en de vooruitgang zijn de boeren. Veel mensen die alles weten van de verwoesting van de natuur en daarmee begaan zijn hebben nauwelijks enig idee van wat boeren zijn of waren. Van de hele mensheid zijn boeren degenen die het dichtst bij de natuur staan, die diepe persoonlijke kennis van de natuur hebben, al is hun opvatting over wat natuur is vast een andere dan de onze. Misschien kunnen wij nog iets van hen leren, iets over de ‘natuur’ die wij denken te kennen, en iets over wat de ‘vooruitgang’ met de natuur heeft gedaan.

Landbouwwerktuig
Landbouwwerktuig (cc – pixabay – hpgruesen)

Boeren hadden al met al groot gelijk om de vooruitgang te wantrouwen. Het is goed mogelijk dat we over niet al te lange tijd allemaal overlevers moeten worden en dan kunnen we heel wat opsteken van de boeren, de klasse van de overlevers. Zij staan op het punt om uit te sterven, net als wij misschien. Boeren komen uit een wereld die in wezen niet kapitalistisch is, al hebben ze eeuwenlang met het kapitalisme samengeleefd. Hun wereldbeeld is er niet een van grenzeloze groei, van vooruitgang, want zij weten dat overal grenzen aan zijn.

Het kapitalisme streeft naar grenzeloze groei, die alleen in de toekomst gerealiseerd kan worden, dus is het volledig afhankelijk van de toekomst (‘krediet’ verwijst altijd naar toekomstige mogelijkheden). Het kapitalisme is naar zijn aard gedwongen het verleden uit te wissen om zijn toekomst te verwezenlijken. Boeren koesteren wel hoop voor de toekomst, maar zonder het verleden te vergeten.

Ploegende boer in het oude Egypte, ca. 1200 v.Chr.
Ploegende boer in het oude Egypte, ca. 1200 v.Chr.
Boeren zijn altijd het fundament geweest waarop het hele bouwwerk van de beschaving rust, en ze zijn dat in sommige opzichten nog steeds, maar ook dat wordt vergeten. De mensheid heeft gedurende het grootste deel van de geschiedenis geleefd van de landbouw. Eeuwenoude wereldrijken leefden op de rug van boeren. Pachtheren streken geld op waarvoor ze niet hoefden te werken en legden boeren in naam van de staat hun wil op. Staten waren afhankelijk van de belastingen die boeren betaalden. Hun oorlogen werden door boeren uitgevochten: de gedecimeerde Franse jeugd van 1918 was een boerenjeugd, want historisch waren boeren altijd de eersten die naar het front werden gestuurd.

Wat het skelet is voor het lichaam, is de boer voor de geschiedenis: de onmisbare maar onzichtbare drager.

Boerencultuur - Patrick Joyce
 
En zo ontstond de mogelijkheid tot cultuur, de cultuur die in rijksmusea belandt, niet de eeuwenoude cultuur van boeren. Die wordt hooguit gerekend tot de ‘ethnos’, volkscultuur, goed voor het etnografisch museum.

Het verleden is nooit voorbij. Ook als we ervan zijn afgesneden dragen we het nog steeds mee. En we plegen voortdurend verraad aan onze erfenis. In verband met de Ierse hongersnood schreef Seamus Deane:

Er is geen mens die niet in staat is tot verraad, een verraad dat ons altijd zal vervreemden, met name van onszelf en van een verleden dat het onze is maar waar wij slechts vagelijk toe behoren, aangezien het verleden ons meer vragen stelt dan wij het verleden stellen.

We zijn het zowel aan de overlevers als aan hen die het niet hebben overleefd verschuldigd om in herinnering te houden wat zij hebben moeten verduren. Om minder van onszelf vervreemd te zijn moeten we inzien dat de boeren bij ons horen.

Vertaling: Frank Lekens en Rob Kuitenbrouwer

Boek: Boerencultuur – Patrick Joyce

×