‘In het zoeken naar tijd had men vooral tijd verloren’

The Royal Observatory in Greenwich, Londen, met de rode tijdbal op het dak – Foto: CC/Steve F-E-Cameron

Op 22 oktober 1884 koos de wereld voor de nulmeridiaan van Greenwich als standaard. Ontdekkingsschrijver Michiel van Straten ging op zoek naar de wetenschappelijke argumenten voor deze keuze. Hij kwam tot een verrassende conclusie.

Enige tijd geleden was ik in Greenwich. In de Royal Observatory mocht ik een kijkje nemen in het volledige verslag van de International Conference held at Washington for the bureaus of finding a Prime Meridian and a Universal Day, van oktober 1884. Ik voelde me als een kind dat zijn verjaardagscadeau mag gaan uitpakken. Hier had ik het verslag van de drie weken durende internationale conferentie, waar 40 afgevaardigden uit 25 landen naar toe waren gekomen om voor eens en voor altijd één centrale nulmeridiaan te kiezen, en tegelijkertijd besluiten te nemen over een universele dag en standaardtijd. Niet alleen dat: elk gesproken woord van de conferentie was genotuleerd. Het boek zou me een geweldig inzicht uit de eerste hand geven van alle wetenschappelijke argumenten voor de keuze voor Greenwich meridiaan als anker van de wereld.

Die waren er niet. Vanaf het begin tot het eind, van de eerste tot de laatste pagina, werd er een spel weergegeven, zo merkte ik naarmate ik meer van het verslag tot me nam. Een spel met woorden – over plaatsen, tijden, onuitgesproken maar wel bedoelde voorkeuren, te ontwijken maar desondanks aanwezige gevoeligheden, en niet voorgestelde maar wel beoogde oplossingen. Er werd van alles tussen de regels wel en niet gezegd. Wandelgangen speelden een belangrijke rol, waar meningen en besluiten werden gepolst, voorbereid en verhandeld.

- advertentie -

In de tachtiger jaren van de negentiende eeuw waren er meerdere nulmeridianen in gebruik. In een wereld waarin iedereen vanuit zijn eigen thuishaven vertrok en daar uiteindelijk waar aankwam hadden veel zeegaande naties hun eigen nulmeridiaan, meestal gesitueerd in hun belangrijkste zeehaven. Cadiz, Ferro, Fulkova, Greenwich, Kopenhagen, Lissabon, Napels, Parijs, Rio de Janeiro, Stockholm. In hun hart zouden alle afgevaardigden het liefst hun eigen nulmeridiaan als standaard gekozen laten worden. Toch waren er maar een paar serieuze kandidaten, de echte finalisten waren Greenwich en de ligne sacrée in Parijs.

De deelnemers aan de Internationale Meridiaan Conferentie die in 1884 werd gehouden om uit de vele in gebruik zijnde nulmeridianen de enige echte te kiezen

Op 2 oktober, de tweede conferentiedag, werd er een voorstel gedaan dat in één klap aan de gestelde doelen van de conferentie kon beantwoorden: de keuze voor één wereldmeridiaan, en wel die van Greenwich. Dat klonk als echte conferentietaal: eerst vastleggen dat iedereen het eens is over iets waar iedereen het al over eens wás, namelijk het uitgangspunt van één nulmeridiaan. Desondanks moest het voorstel gewijzigd worden voordat het kon worden aangenomen. Greenwich mocht niet genoemd worden. Daar was men nog lang niet aan toe – zeker de Fransen niet. Dagen werd er gesproken en geluisterd, gedebatteerd en gereageerd. Zo was er de kwestie van de 360 graden: moesten die linksom of rechtsom worden afgeteld van de nog te kiezen meridiaan? Of was twee keer 180 graden te prefereren? Een standaarddag, moest die om twaalf uur ‘s nachts of om twaalf uur overdag beginnen?

Sandford Fleming (1827-1915)

Na twaalf dagen vergaderen kwam Sandford Fleming aan het woord. Fleming was een Schot die woonde in Canada, de Britse kolonie. In al zijn dienstbaarheid en wil om zich neutraal op te stellen kwam Fleming met een origineel voorstel: niet het kiezen van één van de bestaande meridianen, maar een nog onbekende, namelijk ‘the meridian farthest distant from Greenwich’. Hij doelde op het doortrekken van de lengtegraad die over Greenwich loopt aan de andere kant van de wereldbol. Het was een opmerkelijke oplossing, want het leek een combinatie van neutraliteit en pragmatisme: deze ‘tegenmeridiaan’ liep voornamelijk door het water van de Stille Oceaan, over neutraal terrein dus, en hield de mogelijkheid in om alle zeekaarten die Greenwich al als nulmeridiaan hanteerden intact te laten. Alleen de getallen moesten veranderd worden (0° zou 180° moeten worden, 10° zou 170° moeten worden, enzovoort), niet de lengtegraden zelf. Fleming had zijn pleidooi nog wel vooraf laten gaan door een overzicht van de aantallen schepen en hoeveelheden tonnages die in de afgelopen jaren de oceanen waren overgestoken, en de herkomst van hun kaarten. Greenwich speelde hier ontegenzeggelijk de hoofdrol: 72% van de tonnages vond zijn weg met de kaarten van de Britse Marine uit Greenwich. Jaarlijks werden er rond de 200.000 kaarten en nautische almanakken vanuit Greenwich gedistribueerd. De resterende 28% was verdeeld over kaarten uit meer dan tien andere landen. ‘Greenwich zou daarmee de meest logische keuze voor de nulmeridiaan zijn. Maar omdat deze keuze neutraliteit ontbeert, heb ik een ander voorstel,’ betoogde Fleming, waarna hij met zijn tegenmeridiaan kwam.

Een dag later voerde Fleming de neutrale en wetenschappelijke inbreng naar een hoogtepunt. Nou ja: het was volgens mij de enige werkelijke objectieve inbreng. Fleming opperde om de tijdbepaling geheel los te zien van meridianen. In feite, zo was zijn doordachte uitleg, was de wereldbol zélf een grote klok, die in 24 uur rond zijn as draait. Houd in gedachten een wijzer in de lucht stil, exact bovenop de draaiende aarde, dan had je een virtuele klok. ‘Cosmic Time’, noemde Fleming dit. Een onderaardse klok. Elk van de 24 uren zou een letter krijgen, van A tot en met Y (J en Z deden niet mee), en de minuten werden aangeduid met zichzelf. Het belangrijkste verschil echter met de tijd die men gewoon was af te lezen van zonnewijzers en klokken, was dat deze tijd plaatsonafhankelijk zou zijn. Zoals een willekeurig tijdstip zoals 11.23 uur in de periode vóór instelling van de standaardtijd 360 keer per etmaal op de wereld voorkwam – de zon doet er 4 minuten over om een graad op te schuiven en doet dat 360 keer per etmaal – zou de kosmische tijd overal op de globe hetzelfde zijn. M.13 zou overal M.13 heten, of je nu in Tokio woonde of in Albuquerque. Alleen zou het op de ene plaats donker zijn en op de andere licht. De ene aardbewoner stond op dat tijdstip op, een ander zat aan zijn ontbijt, een derde at zijn lunch en een vierde ging naar bed. Een heel groot voordeel was het berekenen van tijdsverschillen. Tussen M.13 en T.22 zaten 7 uren en 9 minuten verschil.

Fleming’s kosmische tijd was erg goed bedacht, maar werd het dieptepunt voor zijn uiteindelijke betekenis in de uitkomst van de conferentie. Het wetenschappelijke gehalte van zijn idee was tegelijkertijd zijn kracht en zijn zwakte. Men begreep het niet, of wilde het niet begrijpen.

Michiel van Straten is auteur van het onlangs verschenen boek ‘Tien verdwenen dagen’, over de menselijke maat achter ons wereldbeeld

Ik kwam in de verslaglegging van de conferentie één citaat tegen dat achteraf gezien als slogan had kunnen gelden voor de reactie op Fleming’s revolutionaire voorstel, en misschien wel voor de hele 21 dagen durende conferentie. Prof. Adams van Groot-Brittannië zei op 14 oktober waar het volgens mij uiteindelijk op neer kwam:

It would be attended with great inconvenience, because it departs from the usages and habits now existing.

Men had blijkbaar toch nog een aantal dagen nodig om deze overweging te laten bezinken, want de ‘Final Act’ werd pas op 22 oktober genotuleerd. Het kwam vrijwel exact neer op het voorstel dat op dag 2 was gedaan: één standaard nulmeridiaan, en wel die van Greenwich. Het eerste deel van die afspraak met was met unanimiteit aangenomen, het tweede deel met ‘ayes 22; noes 1; abstaining, 2.’ San Domingo had tegengestemd, Brazilië en Frankrijk hadden zich onthouden van stemmen. In het zoeken naar de tijd, had men vooral tijd verloren.

~ Michiel van Straten

Michiel van Straten is auteur van het onlangs bij uitgeverij Atlas-Contact verschenen boek Tien verdwenen dagen, over ‘de menselijke maat achter ons wereldbeeld’. Eerder publiceerde hij onder meer Zee van ijs en Onzeker op zee. Daarnaast schrijft hij voor diverse bladen, en is hij gecertificeerd schrijfdocent. Zie www.ontdekkingsschrijver.nl

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Meer van dit soort berichten? Like ons dan!

Gelijk naar geschiedenisboeken over:
Ook adverteren op Historiek?
Goede keus! Klik hier