De koffer
‘Niets, bijna niets.’ Het antwoord van André Boers, de zoon van Barend Boers en Mimi Dwinger, klinkt luid en duidelijk op de vraag wat zijn ouders hebben verteld over hun ervaringen in de oorlog. Nou ja, een paar flarden dan, dat ze de Pyreneeën over zijn getrokken en in Jamaica belandden. ‘Dat was het wel zo’n beetje.’ Pas na de dood van Mimi in 2007 komen antwoorden op vele vragen. Dan gaat er een koffer open die bij elke verhuizing meeging en gesloten moest blijven. Een geelbruine, vierkante reiskist onthult in tekst en beeld een familiegeschiedenis die nimmer in woord was gedeeld.

Hij begint te tellen en weet al snel dat de slotsom schokkend zal blijken. ‘Elf mensen op deze foto zijn er een paar jaar later niet meer.’ Om vervolgens te concluderen:
‘Ik kom uit een familie die grotendeels is uitgemoord. Daarmee ben ik trouwens niet anders dan de meeste Nederlandse Joden.’
André (1948) is van na de oorlog, net zoals zijn zussen Yvette (1947) en Marion (1952). Hun ouders Barend en Mimi willen vooruitkijken en gebieden hun kinderen dat ook te doen. ‘Je wist als kind heel goed waar de grenzen lagen. Daar mag je aankomen en daaraan niet. Dat snoepje wel en dat snoepje niet. En dus ook persoonlijke verhalen. Je voelde aan dat je over de oorlog geen vragen stelde.’ Op de jaren 1940-1945 zit een deksel en dit gaat er niet af. ‘Ik zie die koffer voor me in Frankrijk, in Cannes, waar mijn ouders in 1971 naartoe verhuisd waren. Hij ligt onder in een kast en er is iets mee.’ Telkens als de kinderen erin willen kijken, klinkt er een duidelijk ‘Nee’.
Barend overlijdt in 1979, Mimi blijft alleen achter.
‘Ik vraag mijn moeder wat er in die koffer zit. En ze antwoordt ontwijkend: “Allemaal dingen uit de oorlog die we niet hoeven te zien.”’

Discussie gesloten. Toch doet André eens per jaar een nieuwe poging, wanneer hij afreist naar Cannes om zijn moeder te bezoeken en voor haar de belastingformulieren in te vullen; ze heeft zelf een gruwelijke hekel aan deze papieren rompslomp. Steevast pareert ze het verzoek van haar zoon om de reiskist open te maken. ‘Laten we dat volgend jaar doen.’ En zo gebeurt precies wat ze wil: van uitstel komt afstel wanneer Mimi Boers in 2007 sterft.
Een jaar na haar overlijden ruimen Yvette, André en Marion de ouderlijke woning op. Ze spreken stilzwijgend af dat ze met z’n drieën de koffer gaan openen, ’s avonds na het eten, diezelfde koffer die in Amsterdam in de inloopkast van de bovenste verdieping lag. ‘Tussen de andere koffers, maar die zagen er anders uit en werden wél gebruikt. Op de overloop was het donker, al met al een beangstigende en beladen plek,’ herinnert Marion zich.

‘Zoveel dat we niet wisten. Erg emotioneel. Opeens begreep ik heel goed waarom de koffer gesloten moest blijven. Zo’n heftige vlucht in de oorlog, zoveel familieleden die zijn vermoord.’
Marion: ‘Twee van onze neefjes, Marcelletje en Sal die zelfs nooit een verjaardagskaarsje heeft mogen uitblazen.’
Aan het eind van de avond in Cannes is de koffer leeg en heeft hij zijn geheimen prijsgegeven. Die liggen her en der verspreid op de vloer van de woonkamer, als verzwegen stemmen uit het verleden. Tussen alle papieren en foto’s vinden de kinderen bovendien een filmspoel in een doosje van Kodak waarop staat: ‘18-4-39, bruiloft’. Dat moet een film zijn van het huwelijk van hun ouders in Leeuwarden. Dat klopt, blijkt later als de film ontwikkeld wordt. Op de beelden rijdt het echtpaar door de stad en de Joodse buurt, gadegeslagen door vele belangstellenden op deze 18de april 1939. Opperrabbijn Levisson leidt de trouwceremonie in de synagoge, die wordt bijgewoond door tientallen familieleden, vrienden en bekenden. Er is een receptie te zien, met geheven drankglazen en blije gezichten. De meeste bruiloftsgasten zullen de oorlog niet overleven. Yvette is geschokt en aangedaan door de filmbeelden.
Een koffer vol pijnlijke oorlogsherinneringen gaat na 79 jaar open
‘Dat is niet te beschrijven. Ik zag mijn opa van moeders kant, de broers van mijn vader met hun vrouwen en vele andere directe en verre familieleden live. Ze kwamen voor mijn ogen tot leven. Voor het eerst waren ze niet slechts gezichten die me vanaf foto’s aanstaren, maar mensen van vlees en bloed. Mensen die feest vieren, lachen, ontroerd zijn, eten, drinken.’

’Mijn ouders moesten de oorlog verzwijgen om verder te kunnen maar wij, de tweede generatie, mogen ons niet meer stilhouden. Dit persoonlijke verhaal van mijn ouders maakt deel uit van een dramatische periode in de wereldgeschiedenis en moet daarom verteld worden. Zij kunnen het niet meer, wij wel.’
De verzwegen geschiedenis van Rosa Glaser
Boekhouders van de Holocaust
Hannah Arendt (1906-1975) – Duits-Joodse politiek filosofe
Opkomst en ondergang van een joodse gemeenschap