New York was een Nederlands-Engelse uitvinding

7 minuten leestijd
1
Kaart van Lower Manhattan in 1660, toen nog onderdeel van de Nederlandse kolonie Nieuw-Amsterdam.

In augustus 1664 tuurden honderden inwoners van Nieuw-Amsterdam over het water van hun baai. Normaal gesproken zagen ze daarop handelsschepen hun stad naderen. Vele kolonisten waren de afgelopen twintig jaar via deze route in de stad aangekomen, vol verwachtingen voor de toekomst. Waarnemers hadden opgemerkt dat een Engelse vloot voor anker was gegaan in Gravesend Bay, voor de punt bij Long Island.

Gespannen wachtten de Nieuw-Amsterdammers de komst van de schepen af, zich afvragend wat de Engelsen naar de Nederlandse kolonie in Noord-Amerika bracht. Lag er een bloedige strijd in het verschiet en stond hun voortvarende leven onder Nederlandse vlag op het spel?

Concurrerende wereldrijken

De uitkomst van de komst van de Engelsen was dat Nieuw-Amsterdam New York werd. In De geboorte van New York beschrijft de Amerikaanse historicus en journalist Russell Shorto deze gebeurtenis, die van grote invloed was op de ontwikkeling van de Verenigde Staten. De auteur schreef eerder al een boek over de Nederlandse oorsprong van New York, getiteld Nieuw Amsterdam, de oorsprong van New York, maar in deze nieuwe publicatie richt hij zich specifiek op de bijzondere wijze waarop de stad van Nederlands op Engels gezag overging. Anders dan indertijd zo vaak het geval was, gebeurde dit zonder dat er een schot werd gelost. Shorto spreekt zelfs van “een fusie” in plaats van een vijandelijke overname.

Tekening van Nieuw-Amsterdam gezien vanuit het westen
Tekening van Nieuw-Amsterdam gezien vanuit het westen, vervaardigd door Kryn Fredericks, ca. 1626.

De Nederlandse geschiedenis van New York is volgens Shorto in de geschiedschrijving lang bekeken met Engelse ogen. In de zeventiende eeuw waren Engeland en Nederland concurrerende wereldrijken. Engelse machthebbers keken met jaloezie naar hoe het kleine landje aan de overkant van de Noordzee via haar kolonies grote rijkdom verwierf. De Nederlandse kolonie in Noord-Amerika werd in de Anglocentrische geschiedschrijving, aldus Shorto, teruggebracht “tot een schamel hoofdstukje of twee”. De auteur omschrijft het als…

…een half komisch verhaal […] waarin karikaturale Nederlanders met dikke buiken en kleipijpen een paar decennia in Noord-Amerika rondbanjerden, niet goed wetend wat ze aan moesten met de waardevolle grond waarop ze waren geland, tot de Engelsen hen daarvan bevrijdden en New York aan zijn reis lieten beginnen.

Kosmopolitisch dorp

Peter Stuyvesant op een postzegel uit 1939
Peter Stuyvesant op een postzegel uit 1939
Het op de zuidelijke punt van het eiland Manhattan gelegen Nieuw-Amsterdam was voor de komst van de Engelsen echter al een handelscentrum met wijdvertakte zakelijke belangen, zo legt Shorto uit. De Nederlandse handel richtte zich op beverbont en tabak en er was een begin gemaakt met de slavenhandel. Nieuw-Amsterdam wordt door Shorto beeldend omschreven als

…een kosmopolitisch dorp: bruisend, met huizen met puntgevels, arbeiders die schepen laadden, straten gonzend van handel en kattenkwaad, mensen kwebbelend in allerlei talen.

De plaats telde ongeveer 1500 inwoners en was gesticht in 1624. In 1647 kwam Peter Stuyvesant aan in Nieuw Amsterdam. Hij zette zich als directeur-generaal van de kolonie actief in om handel te drijven met inheemse volkeren. De eerste slaafgemaakten arriveerden in 1659, “vier stuks negerjongens en één klein negermeisje”, aldus Stuyvesant.

Puriteinen

Terwijl de Nederlanders gestaag hun kolonie in Noord-Amerika uitbreidden, werd Engeland tussen 1642 en 1651 geplaagd door een burgeroorlog. In 1649 werd koning Karel van het Huis Stuart door zijn puriteinse tegenstanders onthoofd in Londen, wat Shorto “de allerschokkendste daad uit de geschiedenis van de Engelse monarchie” noemt. De puritein Oliver Cromwell nam de macht over en maakte van Engeland een republiek. De zonen van de vermoorde koning, Karel en Jacob, ontvluchtten het land, maar keerden na negen jaar ballingschap terug om de monarchie te herstellen in de periode die als de Restauratie is bekend komen te staan. Karel werd in 1660 getroond tot Karel II en rekende af met de aanvoerders van de puriteinen en de mannen die zijn vader hadden onthoofd. Het lichaam van de in 1658 overleden Oliver Cromwell werd opgegraven en postuum onthoofd, waarna het hoofd werd gespietst en tentoongesteld bij Westminster Hall.

De aankomst van de Pilgrim Fathers in Amerika, door Antonio Gisbert (Publiek domein/wiki)
De aankomst van de puriteinse Pilgrim Fathers in Amerika, door Antonio Gisbert

Shorto beschrijft de politieke gebeurtenissen in Engeland en legt uit dat terwijl hier de monarchie werd hersteld, in de Engelse kolonie New England in Noord-Amerika de puriteinen dominant bleven. Deze streng gelovigen waren sinds het begin van de zeventiende eeuw naar Amerika geëmigreerd omdat ze als religieuze minderheid in Engeland wilden ontsnappen aan de dominantie van de Anglicaanse Kerk.

De puriteinen, die door Shorto worden omschreven als “strenge, zelfvoldane, theocratische […] sekte”, hadden hun centrum in Boston. Ze waren volgens de auteur “agressief onverdraagzaam” en hij ontkent dat zij, zoals vaak wordt beweerd, “intellectuele voorlopers waren van de Amerikaanse revolutie”. Ze geloofden in geloofsvrijheid maar alleen voor zichzelf en hun geloofsgenoten, en misgunden dit recht aan andersdenkenden.

Jaloezie

In Shorto’s boek is Richard Nicolls de tegenspeler van Stuyvesant. De Engelse militair was een trouwe volgeling van het Huis Stuart en werd aangewezen om het gezag van de Kroon in Noord-Amerika te herstellen. Behalve dat hij de puriteinen tot de orde moest roepen, kreeg hij een tweede opdracht: de Nederlandse gebieden onderwerpen aan de Engelse heerschappij.

Het nog door Nederlanders gebouwde 'Stadt Huys' in New York, 1679
Het nog door Nederlanders gebouwde ‘Stadt Huys’ in New York, 1679

Volgens Shorto keken New Englanders met jaloezie naar de Nederlanders:

In Boston of elders in Amerika leek geen mens de kundigheid op het gebied van transport en handel van de Nieuw-Amsterdammers te kunnen evenaren, en geen mens snapte hoe die plaats, met z’n verwarrende mengel van talen en religies, fungeerde. Het kostte buitenstaanders moeite om te bevatten dat een multi-etnische bevolking een kracht kon zijn.

Het kapitalisme en de diversiteit van Nieuw-Amsterdam waren in die tijd iets nieuws voor de Engelsen. Wat voor ons tegenwoordig gewoon lijkt, was toen voor de Engelsen verbijsterend. “Het leek niet logisch en dat konden de Engelsen niet hebben”, aldus Shorto. De Stuarts beschouwden Nieuw-Amsterdam bovendien als hindernis voor de ontwikkeling van hun eigen kolonies in Noord-Amerika.

Poldermodel

De overgave van Nieuw-Amsterdam aan de Engelsen op 8 september 1664
De overgave van Nieuw-Amsterdam aan de Engelsen op 8 september 1664. Gekleurde lithografie van Henry Alexander Ogden, gedrukt in 1897
Het was daarom Nicolls’ opdracht de Nederlandse kolonie in te nemen. Het Nederlandse fort op het puntje van het eiland was ontoereikend om de stad te verdedigen. Terwijl de Engelsen in West-Afrika met geweld Nederlandse doelen aanvielen, koos Nicolls voor een andere aanpak. Na aankomst voor de kust zond hij geen kogels, maar brieven en vertegenwoordigers naar Nieuw-Amsterdam. De inwoners vreesden het ergste als de Engelsen geweld zouden gebruiken. Als de stad zich zou verzetten, had de vijand volgens de krijgsregels van de zeventiende eeuw het recht om te plunderen. “Door effectief verzet zou alles worden verwoest en geplunderd,” schrijft Shorto over de vrees van de Nieuw-Amsterdammers, “en zijzelf, en hun vrouwen en kinderen, ruim vijftienhonderd in getal, zouden vervallen in de bitterste armoede.”

Door zijn ervaringen met de fundamentalistische puriteinen had Nicolls zich tot volgens Shorto ontwikkeld tot “een levenslange pleitbezorger van verdraagzaamheid”. Niet dat hij een liberale democraat was, maar hij was wel oprecht in zijn wens om de stad intact te houden en bereid compromissen te sluiten. Het resultaat van alle briefuitwisselingen en gesprekken was geen gewelddadige Engelse overname, maar een vermenging van de Engelse belangen met die van de inwoners. Shorto noemt het…

…een versmelting van twee rivaliserende Europese rijken […]. Onder Engels gezag maar met gebruikmaking van Nederlandse vindingrijkheid.

Gezicht op Nieuw-Amsterdam door Johannes Vingboons, 1664
Gezicht op Nieuw-Amsterdam door Johannes Vingboons, 1664

Deze ‘fusie’ kwam tot stand door middel van het Nederlandse poldermodel: “gaan zitten en praten, praten, praten tot iedereen het idee heeft dat hij tenminste iets van wat hij wilde heeft gekregen”. Weliswaar werd de stad vernoemd naar Jacobus Stuart, de hertog van York, maar de bevolking van New York kon onder Engels gezag blijven doen wat ze deden. New York wordt daarom door Shorto gezien als een Nederlands-Engelse uitvinding. Twee culturen met hun eigen gebruiken en tradities smolten hier samen.

Een buitensporig hebzuchtige vrouw

Shorto laat ons kennis maken met verschillende inwoners van Nieuw-Amsterdam die erbij waren toen hun stad New York werd. Een van hen is bijvoorbeeld de tweeëntwintigjarige Margaret Hardenbroeck, die van Duitse afkomst was. Ze was de weduwe van een vierendertig jaar oudere koopman en hertrouwde met Frederick Philipse, die een van de rijkste mannen van Amerika zou worden. Volgens de schrijver was de vrouw “de kracht achter de dynastie”. Met het van haar eerste echtgenoot geërfde fortuin investeerde ze in de handel, waaronder uiteindelijk ook in slaafgemaakte Afrikanen. Een tijdgenoot beschreef haar, in de woorden van Shorto, “als een hooghartige no-nonsensbaas […] en een ‘buitensporig hebzuchtige vrouw’”.

Hardenbroecks rol werd vergeten, omdat op grond van het Engelse huwelijksdocument haar bezittingen en rechten onder het gezag van haar echtgenoot vielen. Op het gebied van vrouwenemancipatie was nog een lange weg te gaan.

Mulberry Street
Mulberry Street, op de Lower East Side in Manhattan, circa 1900

Duistere kant

De grote verliezer van de door Shorto beschreven geschiedenis was de inheemse bevolking. Het eiland Manhattan werd door de Nederlanders van het Lenape-volk ‘gekocht’ voor messen en pannen ter waarde van 60 gulden. De schrijver noemt het “de grootste zwendel uit de geschiedenis”. Het land behoort tegenwoordig immers “tot het prijzigste vastgoed ter wereld”. Een andere duistere kant is de slavernij die de Nederlanders in Nieuw-Amsterdam introduceerden. Onder Engelse en later Amerikaanse macht ontwikkelde de stad zich tot “een belangrijk centrum van de slavenhandel”. “Waar het idee van New York dat in 1664 werd gesmeed het bevrijdende begrip verdraagzaamheid in zich droeg, bevatte het ook de zaadjes van onverdraagzaamheid en genoeg meststof om die op te kweken”, aldus Shorto.

Pluralisme

De geboorte van New York - Russell Shorto
 
De uitkomst van de gebeurtenissen in de zomer van 1664 heeft volgens Shorto “de contouren van de Amerikaanse geschiedenis bepaald en werkt nog steeds door”. Hij schrijft:

De uitkomst van de strijd om Manhattan was een Engelse stad, maar wel een die vitale, door de Nederlanders naar Noord-Amerika gebrachte elementen bevatte die de wereld hebben veranderd. Dat heeft geholpen om het begrip ‘pluralisme’ – en het centrale begrip dat een samenleving bestond uit een mix van verschillende soorten mensen – in te bedden in de stichting van New York en de collectieve identiteit van Amerika.

Nog altijd is de Amerikaanse politiek volgens Shorto in te delen in twee stromingen: de een die zich in haar handelen gerechtvaardigd voelt door God en onverdraagzaam is ten opzichte van andersdenkenden. De andere die zich baseert op pluralisme, met Amerika als het land van vrijheid en kansen voor iedereen. Shorto plaatst in zijn zeer lezenswaardige boek New York aan de basis van deze tweede stroming. Dat doet hij met overtuiging en nuance. Hij houdt met zijn schrijfstijl de lezer gedurende het hele verhaal in spanning, alsof je aan de lippen van je favoriete geschiedenisdocent hangt, ook al vertelt de tegenwoordige naam van de stad hoe het afloopt.

Kevin Prenger (1980) is verbonden aan TracesOfWar.nl. Zijn aandacht gaat uit naar de geschiedenis van de Holocaust en nazi-Duitsland. In 2015 verscheen zijn boek Oorlogszone Zoo, over de Berlijnse dierentuin tijdens de naziperiode. Verschillende boeken over de Tweede Wereldoorlog volgden: De boodschapper uit de hel, Een rechter in Auschwitz, Het masker van de massamoordenaar, Kerstmis onder vuur, Kolberg, Meer dan alleen Auschwitz, In de schaduw van Schindler en Van kinderwieg tot soldatengraf, over onderwijs en indoctrinatie van de jeugd in Hitlers Duitsland. Zie ook website of X-account.

Reageer

Abonneer
Stuur mij een e-mail bij
guest
2000
1 Reactie
Oudste
Nieuwste Meest gestemd
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties

Gratis geschiedenismagazine

Ontvang, net als ruim 55.000 anderen, iedere week de gratis nieuwsbrief van Historiek:
1
0
Reageren?x
×