Paul Delvaux (1897-1994)

Portret van Paul Delvaux gemaakt door Willy Bosschem
Uit menig werk van Paul Delvaux blijkt zijn theatrale voorliefde voor de klassieke oudheid gecombineerd met vrouwelijk schoon. Samen met zijn excentrieke passie voor het schilderen van treinen, trams en stations vormen beide thema’s dan ook zowat de rode draad binnen zijn oeuvre. Dit alles maakt van Delvaux een ‘einzelgänger’ binnen het surrealisme, ofschoon hij dit laatste steeds met klem ontkende.


Paul Delvaux’s universum

De schilderijen, muurschilderingen en tekeningen van deze Belgische kunstenaar vatten binnen een welbepaalde kunststroming is niet zo evident als het op het eerste gezicht lijkt. Veel van zijn eerdere werken vertonen immers ook raakvlakken met het postimpressionisme en evolueren nadien, onder invloed van onder meer Constant Permeke (1886-1952), naar het expressionisme.

Tijdens het interbellum maakt hij toevallig kennis met het hersenschimmige oeuvre van de metafysische schilder Giorgio De Chirico (1888-1978) en zo met het surrealisme. Binnen deze laatste kunstrichting ontwikkelt hij zich van toen af aan als een echt buitenbeentje. In zijn composities, waarin hij vrouwelijk naakt niet schuwt, maakt hij gebruik om op de achtergrond te verwijzen naar de antieke beeldhouwkunst en architectuur. Daarbij zijn mythische personages uit de oudheid, zoals Pygmalion, Venus en Penelope, efeben en hamadryaden (in de Griekse mythologie bosnimfen, beschermsters van de bomen) dikwijls een wederkerend element. Zij roepen als het ware een bijna melancholisch en dramatisch beeld op van een voorbije antieke wereld en cultuur.

- advertentie -

Een ander terugkomend achtergrondpodium dat de werken van Delvaux kenmerkt, zijn treinen, trams en stations. Zijn hartstocht voor dit thema kan men zonder meer aanvoelen en beleven door de uitzonderlijke wijze waarmee hij deze met een ongekende accuratesse en oog voor detail naschildert. Op de voorgrond bemerken we ook hier dikwijls personages en naaktfiguren die met hun blikken als het ware gehypnotiseerd naar een schijnbaar magische, onbekende wereld staren.

Enkele werken onder de loepe

Paul Delvaux – Pygmalion
Paul Delvaux – Pygmalion
In 1939 schildert Delvaux één van zijn bekendste surrealistische werken: ‘Pygmalion’. Met dit olieverfdoek grijpt hij terug naar een mythe neergeschreven door Ovidius in zijn ‘Metamorfoses’.

Volgens deze sage was Pygmalion een Cypriotische prins en tevens een uiterst bekwame beeldhouwer. Verbolgen over de losbandige leefwijze van de Propetiden (in de Griekse mythologie vrouwen die mensenoffers brachten en zich zonder enige schroom overgaven aan vleselijke lusten) vond hij dat geen enkele vrouw hem verdiende en mooi genoeg was. Dus maakte hij zelf maar een standbeeld van zijn ideale vrouw: Galatea. Hij gaf het beeld de perfecte schoonheid en werd er uiteindelijk verliefd op. Aan Aphrodite (de Griekse godin van liefde en schoonheid) smeekte hij het beeld tot leven te brengen. Een wens die zij uiteindelijk vervulde waardoor Galatea levend werd en kon huwen met haar prins en schepper.

Delvaux zette het verhaal echter naar zijn eigen hand. Op het doek verwisselde hij immers de hoofdpersonages uit Ovidius vertelling. Niet Pygmalion aanbidt liefdevol zijn stenen Galatea, maar het is een afbeelding van een naakte vrouw of muze die voor zich uit starend, een beeld omarmt van een Kouros of naakte jongeling, het geheel omgeven door een surrealistisch decorum. Het doek is te bewonderen in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten te Brussel.

Paul Delvaux – Jeune fille devant un temple (Meisje voor een tempel)
Paul Delvaux – Jeune fille devant un temple (Meisje voor een tempel)
Een ander surrealistisch werk van Delvaux is Jeune fille devant un temple (Meisje voor een tempel). Het werk dateert uit 1949 en in tegenstelling tot wat bij Delvaux gebruikelijk is, zien we hier op de voorgrond geen afbeelding van vrouwelijke naakten, maar wel van een mooi aangekleed vrouwenfiguur die bijna een mediterende houding aanneemt door met haar rechterhand haar hoofd te ondersteunen terwijl ze ietwat wezenloos met groot afgebeelde ogen voor zich uitkijkt. Uitzonderlijk bij dit werk zijn ook de geschilderde sieraden. De jonge vrouw heeft op haar kleed een mooie broche, de blonde haren zijn opgestoken en bijeengehouden door een met edelstenen bezette haarkam en diadeem, terwijl een sierlijke hanger dienst doet als oorbel.

Op de achtergrond zien we een Griekse tempel afgebeeld compleet met een polychroom fronton, metopen, trigliefen en sierlijke akroteria (gebeeldhouwde ornamenten op de top en de hoeken van een tempelfronton). De dubbele rij Dorische zuilen zijn versierd met cannelures en weergegeven op een krepidoma of trapvormige onderbouw. Het olieverfdoek is in privébezit en dus helaas niet te bezichtigen door het publiek.

Delvaux in Brussel

In Brussel krijgt de bezoeker de kans om gratis kennis te maken met twee van Delvaux’s werken. Zo bevindt zich in het Brusselse metrostation ‘Beurs’ sinds 1978 een dertien meter breed kunstwerk dat Delvaux’s passie voor treinen en trams zonder weerga weerspiegelt, namelijk ‘Nos vieux tramways bruxellois’ (vert.‘Onze oude Brusselse tramstellen’). In dromerige blauwgroene en grijsachtige pasteltinten roept hij tegen een ongekunsteld zacht glooiend heuvellandschap de vroegere emotieloze architectuur op van tramloodsen en de gezellige open tramrijtuigen van weleer. De op de voorgrond geschilderde figuren in hun ouderwetse kleding ademen dan weer één en al nostalgie en weemoed uit.

In het Congrespaleis op de Kunstberg te Brussel, opgetrokken naar aanleiding van de wereldtentoonstelling Expo 58, kan men dan weer een monumentale muurschildering (41 x 4,2 meter) van Paul Delvaux bekijken: ‘Le Paradis terrestre’ (vert. ‘Het aards paradijs’). Delvaux’s werk hangt er broederlijk naast dat van een andere befaamde Belgische surrealistische schilder, namelijk René Magritte (1898-1967) en van één van de meesters van de abstracte kunst, Louis Van Lint (1909-1986). Alle drie de werken waren doorheen de jaren zwaar beschadigd door infiltratie van regenwater maar werden onlangs volledig in hun oude glorie gerestaureerd. Ook het Congrespaleis kreeg een grondige renovatie en heet sinds 2009 officieel het ‘Square-Brussels Meeting Centre’.

Wie echter de meest omvangrijke verzameling van schilderijen, prenten, schetsboeken en tekeningen van deze Belgische surrealist wil zien, dient naar de Vlaamse kustplaats Sint-Idesbald te gaan. Daar bezit de Stichting Paul Delvaux sinds 1982 een museum dat werken tentoonstelt uit alle periodes van de kunstenaar. Naast een getrouwe nabootsing van zijn schildersatelier vind je er eveneens maquettes van trams en treinen die Delvaux inspireerden en die hem zo nauw aan het hart lagen. Praktische informatie: www.delvauxmuseum.com

Rudi Schrever
Brusselse stadsgids
Rondleidingen op aanvraag
e-mail: rudi.schrever@skynet.be

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Meer van dit soort berichten? Like ons dan!

Gelijk naar geschiedenisboeken over:
Ook adverteren op Historiek?
Goede keus! Klik hier