Dark
Light

Simon Carmiggelt in vizier van Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD)

3 minuten leestijd
Simon Carmiggelt tijdens TV-opnamen, 23 februari 1973
Simon Carmiggelt tijdens TV-opnamen, 23 februari 1973 (CC0 - Rob Mieremet / Anefo - Nationaal Archief - wiki)

Als we de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) moeten geloven, heeft de Amsterdamse schrijver Simon Carmiggelt jarenlang zowel in binnen- als buitenland inlichtingenwerk verricht voor de PvdA. Daarnaast hield de BVD hem scherp in de gaten voor zijn Russische contacten.

Het onlangs vrijgegeven BVD-dossier over de schrijver en melancholieke voorlezer van stukjes die hij Kronkels noemde, begint met de notitie dat Carmiggelt een visum voor Amerika heeft aangevraagd. Daartegen bestaat geen bezwaar. Maar men heeft wel enige argwaan als de in Moskou geboren Vladimir Belousov bij de schrijver op bezoek gaat in 1983. Deze Rus is als tolk werkzaam bij het Russische Staatscircus, maar aangezien dat in België verblijft, wordt daar van zijn diensten geen gebruik meer gemaakt. Hij gaat dan aan de slag voor Carmiggelt en vertaalt onder meer diens boek Enige nutteloze overpeinzingen. En misschien heeft Vroeger kon je lachen ook wel op de wensenlijst van Belousov gestaan, al zal de titel niet veel Russen aanspreken.

Fellow-travellers

Ludek Pachman
Ludek Pachman (CC BY-SA 3.0 – Archiv Bondarenko – wiki)
Niets aan de hand, denk je. Maar minder ongevaarlijk is volgens de BVD het contact van Simon met de Tsjech Ludek Pachman, die in 1959 het Hulpcomité van Tsjechoslowakije heeft opgericht. Daarin zitten Carmiggelt, Karel van het Reve, Nico Scheepmaker, Dick Verkijk en anderen. Het Comenius Comité, dat ook voor de Tsjechen op de bres is gesprongen, verwijt het Comité waarin Carmiggelt en andere bekende schrijvers en filmers hebben plaatsgenomen, dat het alleen maar op de bres springt voor communisten. De BVD suggereert dat deze bekende Nederlanders weliswaar geen lid zijn van de CPN maar dat ze wel worden beschouwd als fellow-travellers, als lieden dus die het communistische gedachtegoed zijn toegedaan.

Inlichtingenwerk

Pikant is het stukje dat gaat over de journalist L.J. van Looi, verzetsman van het eerste uur, journalist voor Het Volk (van de SDAP) en oprichter van de VARA. Hij zou volgens de BVD contact hebben gehad met personen van diverse pluimage, zoals spionnen, lieden die op inlichtingengebied werkten, zoals Simon Carmiggelt en Alfred Mozer, de eerste Internationaal Secretaris van de PvdA.

‘Volgens laatste berichten houdt Mozer zich weer bezig met inlichtingenwerk voor de PvdA, zowel in binnen- als buitenland. Hij staat in nauw contact voor dit werk met partijgenoten die hetzelfde werk doen, zoals Drs. Jan Meyer, A.J. Noordam en Simon Carmiggelt.’

Kennis

Voorts komt er een goede kennis van Carniggelt aan bod. Het is mevrouw B.A. van der Horst-Dikker (134-5-1907) die voor de oorlog nauwe relaties onderhield met de Sovjets en onder andere werkte voor het linkse blad De Tribune. Bij de Amsterdamse politie bevinden zich enige stukken met betrekking tot deze dame. Zij leeft in concubinaat mert Nicolaas Blasemaker, voorzitter van de CPN.

Haar man is H.J.W. van der Horst die op 5 augustus 1941 door de Duitsers werd gearresteerd wegens Herstellung und Verbreitung Kommunistische Hetzliteratur en was lid van de CPN. De Stichting 1940-1945 helpt Van der Horst-Dikker om aan een werkkring te komen Zij ambieert het schrijven van toneelkritieken en heeft voor De Telegraaf al kinderverhalen geschreven. Ze kent Simon Carmiggelt erg goed.

Het Parool

Aardig is ook de tekst van een brief die werd geschreven door G.J. van Heuven-Goedhart, hoofd-redacteur van Het Parool, over de arrestatie van journalist Rodrigues Lopes, die omdat hij in het weekblad De Ochtendpost weer zeer kritisch was geweest over de Nederlandse Regering in Ballingschap in Londen, op 19 september 1945 was gearresteerd door twee agenten van het Bureau Nationale Veiligheid. Hij liep weg toen ze hem wilden oppakken en negeerde de waarschuwingsschoten maar werd uiteindelijk gestopt door een ‘stille’ die hem een fiets voor de voeten gooide.

Van Heuven-Goedhart stuurde op 1 november 1945 Simon Carmiggelt af op mr. Van Enthoven, de baas van Bureau Nationale Veiligheid. In de brief schrijft hij:

‘Ik verzoek u mij te willen meedelen wanneer u de heer Carmiggelt, lid van de redactie te Amsterdam, kunt ontvangen, teneinde hem in te lichten over de aard van de strafbare feiten die het noodzakelijk maken, dat de heer Rodrigues Lopes zich nog steeds in gevangenschap bevindt.;

Carmiggelt hield zich in die tijd dus niet alleen maar bezig met toneelkritieken en Kronkels, maar pakte ook ernstige zaken aan. Of we geloof moeten hechten aan wat in het BVD-dossier over Carmiggelt wordt geschreven? De BVD koestert ten aanzien van hem een bijna McCarthy-achtige argwaan. Maar goed, alles is mogelijk. Wie had ooit verwacht dat Carmiggelt, toch het prototype van een monogame huisvader, jarenlang een verhouding had met Renate Rubinstein. Misschien moeten we ook het dossier van deze geweldige schrijfster eens te pakken zien te krijgen.

×