De Dreyfus-affaire, die Frankrijk eind negentiende eeuw diep verdeelde, draaide om Alfred Dreyfus (1859-1935): een Joods-Franse officier die ten onrechte werd veroordeeld voor spionage.

In Parijs volgde Alfred Dreyfus een opleiding aan de École Polytechnique (polytechnische school). Hij volgde er onder meer een militaire opleiding. Aangenomen wordt dat hij ervoor koos om definitief het leger in te gaan nadat hij Pruisische troepen in 1871 zijn geboorteplaats had zien innemen. Van 1880 tot 1882 bezocht Dreyfus de artillerieschool in Fontainebleau (stad in het departement Seine-et-Marne). In 1889 werd hij adjudant en vervolgens werd hij gepromoveerd tot kapitein.
Alfred Dreyfus trouwde op 18 april 1891 met Lucie Hadamard. Uit dit huwelijk werden twee kinderen geboren, Pierre en Jeanne. Kort na de huwelijksvoltrekking vertrok Dreyfus naar de École Supérieure de Guerre (militaire school voor kandidaat-officieren). Twee jaar later (1893) studeerde hij hier af en werd hij toegelaten tot het Franse leger.
Spionage
In 1894 kwam de Franse inlichtingendienst erachter dat geheime Franse informatie bij de Duitsers was beland en dat er zich een spion moest bevinden binnen het leger. De verdenking viel al snel op Dreyfus, vermoedelijk omdat hij van Joodse afkomst was. In deze periode hadden veel Fransen het niet erg op met Joden. Antisemitische sentimenten werden verder aangewakkerd door verschillende kranten, die gretig inspeelden op de spionagezaak en Dreyfus neerzetten als symbool van vermeende Joodse onbetrouwbaarheid. Zo voerde de krant La Libre Parole, onder redactie van de Franse nationalist en antisemiet Édouard Drumont, een felle campagne waarin de zaak werd gebruikt om anti-Joodse denkbeelden verder te verspreiden.
Alfred Dreyfus werd op 15 oktober 1894 gearresteerd op beschuldiging van hoogverraad en op 22 december verklaarde de krijgsraad hem schuldig. Dreyfus werd veroordeeld tot levenslange deportatie naar Duivelseiland, een eiland voor de kust van Frans-Guyana. Dreyfus zelf bleef echter ontkennen schuldig te zijn.

Later bleek dat een deel van het bewijsmateriaal was vervalst. Een officier van de inlichtingendienst, Hubert-Joseph Henry, bekende in 1898 dat hij documenten had gefabriceerd om de veroordeling van Dreyfus te ondersteunen. De werkelijke dader was de majoor Ferdinand Walsin Esterhazy, die documenten had doorgespeeld aan de Duitsers. Toen het nieuwe hoofd van de Franse inlichtingendienst, Georges Picquart, dit ontdekte, gaf hij dit door aan zijn superieuren. Zijn boodschap was echter niet welkom bij de militaire top. Zij wilden voorkomen dat de zaak heropend werd. Picquart werd daarop op reis gestuurd naar Tunesië en later zelfs ontslagen en gevangen genomen.
J’Accuse…!

De Dreyfus-affaire ontwikkelde zich daarmee tot meer dan alleen een gerechtelijke dwaling. De zaak verdeelde Frankrijk diep en legde spanningen bloot tussen leger, politiek en pers. Veel tegenstanders van een heropening van de zaak beschouwden kritiek op het proces als een aanval op het leger en de natie, terwijl voorstanders juist het belang van rechtsstaat en individuele vrijheden benadrukten. De affaire kreeg zo meer het karakter van een politieke crisis.

Dreyfus’ verblijf op Duivelseiland had er dusdanig ingehakt dat hij problemen kreeg met zijn gezondheid. Hij ging daarom in oktober 1907 vervroegd met pensioen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog meldde hij zich echter als vrijwilliger weer aan bij het leger en leidde hij verschillende commando’s in de regio Parijs. Alfred Dreyfus overleed in 1935 op vijfenzeventigjarige leeftijd.
Gevolgen
De Dreyfus-affaire had blijvende gevolgen voor de Franse politiek. De zaak verscherpte de tegenstellingen tussen links en rechts en ondermijnde het gezag van het leger en de kerk, die lange tijd vastgehouden hadden aan de veroordeling van Dreyfus. In de jaren hierna kreeg een reeks republikeinse en links georiënteerde regeringen meer invloed. Dit leidde onder meer tot een streng anticlericaal beleid en uiteindelijk tot de scheiding van kerk en staat in 1905.
De affaire droeg volgens historici ook bij aan de ontwikkeling van de zionistische beweging. Grondlegger van deze stroming, de Joods-Oostenrijkse journalist en publicist Theodor Herzl, was destijds voor de Oostenrijkse krant Neue Freie Presse in Frankrijk aanwezig om verslag te doen van de geruchtmakende Dreyfus-affaire en raakte diep onder de indruk van het in zijn ogen wijdverbreide antisemitisme in Frankrijk.
Postuum bevorderd tot generaal
In juni 2025 besloot het Franse parlement Alfred Dreyfus postuum te bevorderen tot brigadegeneraal. De Assemblée Nationale nam het voorstel unaniem aan, ook met steun van partijen die zich eerder terughoudend toonden. De promotie werd omschreven als een symbolische correctie van het onrecht dat hem werd aangedaan én als een signaal tegen het opnieuw opkomende antisemitisme in Frankrijk. Dreyfus overleed in 1935 als gepensioneerd majoor, een rang waarvan velen destijds al vonden dat die hem tekortdeed.
Frankrijk stelt jaarlijkse herdenkingsdag in voor Alfred Dreyfus
‘De Officier’, een thriller over de Dreyfus-affaire
Georges Picquart (1854-1914) – Franse minister van Oorlog
De geheime dienst tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog
Meesters van het Modernisme