Bilthoven – Een dorp in de greep van de oorlog

‘Het verleden is niet dood, het is zelfs geen verleden’ – William Faulkner

De oorlogsgeschiedenis van Bilthoven is identiek aan maar verschilt ook in een aantal in het oog springende opzichten van die van andere plaatsen in Nederland. Vanaf januari ’44 was hier de staf van de Duitse 88e gevechtsgroep gelegerd en werd dit dorp onder de rook van Utrecht het doelwit van bombardementen. Aan de hand van een beperkt aantal onderwerpen zal ik hierna een beeld schetsen van dat voor velen nog altijd levende verleden.

Zomaar een straat

In de Overboslaan in Bilthoven woonden tijdens de oorlog, naast elkaar, door elkaar heen: verzetsstrijders, waaronder een huisvrouw; ondergedoken joden, onder andere een rabbi; andere onderduikers en communisten. Maar er woonden ook NSB’ers, zoals de broer van Cornelis van Geelkerken, de tweede man van de NSB; jodenjagers, de destijds beruchte Patist bijvoorbeeld; en met name de al evenzeer beruchte Van der Waals. Verder woonde er nog iemand die werkte voor de Joodse Raad, van wie het gerucht ging dat hij een verrader was. Aan het einde van de laan was een Duitse werkplaats, in de laan erachter bevond zich een Duits officierscasino.

Over Van der Waals nog het volgende. Deze plaatsgenoot, die overigens maar kort in Bilthoven woonde, verraadde tijdens de oorlog verzetsmensen uit de Obrechtlaan en de Wagnerlaan in Bilthoven. Hij verraadde ook de verzetsgroep van Koos Vorrink, destijds een van de leiders van de SDAP, een voorloper PvdA. Na de oorlog werd Van der Waals eerst ‘omgedraaid’ en werkte hij voor de Engelse, later Nederlandse inlichtingendienst (het Bureau Nationale Veiligheid). Vervolgens werd hij overgeplaatst naar Duitsland, waar hij zelfs nog voor de Russen gewerkt heeft, een zeer onduidelijke geschiedenis. Uiteindelijk werd hij toch opgepakt en in 1950 geëxecuteerd op de Waalsdorpervlakte. Het boek De donkere kamer van Damocles van W.F. Hermans, is geïnspireerd door de geschiedenis van Van der Waals.

De staf van het 88e Legerkorps

In de Bilthovense driehoek Soestdijkseweg, Bilderdijklaan, Hasebroeklaan lag de villa ‘Zonneheuvel’. In deze villa was vanaf 1944 de staf gelegerd van het 88e Duitse Legerkorps onder commando van de generaal Reinhard. De enorme commandobunker ernaast aan de Tollenslaan bestaat nog steeds, evenals andere kleinere bunkers.

Het gebied werd afgezet met prikkeldraad en er stonden wachtposten. Op de hoek van de Hasebroek-Bilderdijklaan bevond zich een mitrailleur, die de Hasebroeklaan in wees. Alleen met een pas kon men het gebied binnenkomen. In dit Sperr-gebied woonden vaak ook nog de oorspronkelijke bewoners, inclusief bijvoorbeeld de joodse familie Köllen. Men woonde er relatief veilig. Een anekdote ter illustratie: tijdens een razzia op de Soestdijkseweg (het was 1944, de Duitsers joegen op elke man die kon werken) werd een van de bewoners van dit Sperr-gebied opgepakt. Waarop een van de Duitse wachtposten ingreep en de man bevrijdde met de woorden ‘die behoort bij ons’.

In Bilthoven zijn nog steeds diverse bunkers te vinden, onder andere in de Gerard Doulaan waar de verbindingen van de Duitsers werden gelegerd. Of bij gemeentehuis Jagtlust, waar de logistiek werd ondergebracht.

Overigens was waren Duitse militairen al ver voor 1944 duidelijk aanwezig in Bilthoven. Huisarts Meindert Brouwer – ik kom nog op hem terug – schreef daarover in ‘Den vaderland getrouwe’ (1947):

Behalve vele bezettingstroepen, een groote afdeeling Duitsche Inlichtingendienst met telefoons, zenders en andere geheime luisterapparaten, had Bilthoven in dien tijd mede het hoofdkwartier van den wachtdienst Niedersachsen. Allemaal oude kerels, de een mank, de andere scheel, een derde onder de maat, kortom een wonderlijk geheel van menschen, die niet direct voor de oorlogsvoering gebruikt konden worden. Als bijnaam hadden zij dan ook: “Niedersachsenkereltjes”, “Petroleummannetjes” of “Bismarckjugend”.

Het verzet in Bilthoven

Pas om en nabij Dolle Dinsdag (5 september 1944) kwam er eenheid in het verzet in Nederland. Tot die tijd waren er verschillende verzetsgroepen, lokaal en landelijk. De belangrijkste landelijke waren de OD, de LO-KP, en de Raad van Verzet (RVV). Politiek van rechts naar links. Overigens deden de Engelsen het liefst zaken met de RVV, waar Gerben Wagenaar een van de leidende figuren was, zoals bekend een communist (later door Paul de Groot uit de partij geschopt).

Ook in Bilthoven was er, is mijn indruk, lang weinig structuur in het verzet. Verzetsgroepen ontstonden, zoals ook voor de hand ligt, doordat men elkaar kende en vertrouwde. In september ’44 kreeg Hans Hellendoorn samen met Maas Geesteranus de leiding over het verzet in De Bilt. Hij formeerde een klein leger van zo’n 100 man met 7 secties onder leiding van een pelotonscommandant en plaatsvervangend pelotonscommandant. Voor zover ik weet leeft Hans Hellendoorn nog. Nu, zomer 2019, 100 of 101 jaar oud. In november ’44 ontving en gaf hij vervolgens de opdracht de spoorlijn Utrecht-Amersfoort te saboteren. Een pijnlijke geschiedenis.

In de NRC van 4 mei 2019 staat een interview met Betty Bausch-Polak. Een nu honderdjarige joodse vrouw die reeds vele jaren in Israël woont. In november ’44 woonde ze in Bilthoven. Ze was toen getrouwd met Flip de Leeuw, een van de drie betrokkenen bij ‘de aanslag op de spoorlijn’. Nog steeds een onderwerp van discussie, 75 jaar later.

Aanslag op de spoorlijn

Bij de aanslag op de spoorlijn bij Bilthoven waren in feite vier jonge mannen betrokken. Pieter ter Beek, de rechterhand van Hellendoorn, die het bevel doorgaf en het sabotageteam samenstelde. Flip de Leeuw, de eveneens joodse echtgenoot van de hierboven genoemde Betty Bausch-Polak. Hij was ondergedoken in Bilthoven en werkte op de WP (Werkplaats Kindergemeenschap, de school van Kees Boeke) als administratief medewerker. Verder Joep Huffener, die op sanatorium Berg en Bosch woonde en al eerder verzetsdaden had gepleegd. Tenslotte Mach Balk, een jonge jongen die evenals Joep Huffener uit een verzetsgezin kwam.

Het kruis op de berg (CC BY-SA 4.0 - C.D. van den Heuvel - wiki)
Het kruis op de berg (CC BY-SA 4.0 – C.D. van den Heuvel – wiki)
In de nacht van 7 op 8 november ging de groep van drie op pad. Plaats van handeling was de spoorwegovergang op de Groenekanseweg. Wat er exact gebeurd is, is onbekend. De sabotagepoging werd door landwachters ontdekt. Mach Balk werd neergeschoten, meegenomen, gemarteld en later doodgeschoten. Flip de Leeuw en Joep Huffener ontsnapten. Flip de Leeuw werd nog dezelfde avond gepakt, een achtergelaten adres in zijn fietstas zou hem verraden hebben. Joep Huffener lag een uur in een sloot en dook daarna onder op de boerderij van Meijerink tegenover Berg en Bosch. Pieter ter Beek werd de volgende dag opgepakt (of liet hij zich oppakken?). Hij en Flip de Leeuw belandden in de gevangenis in de Gansstraat in Utrecht en werden nog dezelfde maand bij Veenendaal geëxecuteerd. Het ‘kruis op de berg’ in Veenendaal herinnert daar nog altijd aan. Net als een condoleancebrief van Kees Boeke aan de ouders van Pieter ter Beek, waarin Boeke zeer gedetailleerd verslag doet van een ontmoeting met Ter Beek in de gevangenis in Utrecht.

Over wat er precies gebeurd is, bestaan tenminste twee tegenstrijdige versies, die van de familie Balk en die van de familie Huffener, die beide de rol in dit drama van Mach ter Balk betreffen. Nog steeds een gevoelige kwestie, waarover het laatste woord nog niet geschreven lijkt.

Alleen Joep Huffener overleefde de aanslag. Hij trouwde na de oorlog met de joodse Lotty Veffer en vertrok naar Amsterdam. Over de oorlog wilde hij niet meer praten. Tot op zeer hoge leeftijd was Lotty Veffer-Huffener wel bereid om te vertellen over wat zij zelf tijdens de oorlog had meegemaakt, omdat het verteld moet worden.

Plantwijck

Een van de kernen van verzet vóór ’44 vormde zich rond ‘Plantwijck’, een villa op de Soestdijkseweg-Noord. Betrokken waren de huisarts Meindert Brouwer en diens zuster, de familie Balk, maar ook genoemde Hans Hellendoorn, de latere schoonzoon van Brouwer. Men beschikte over apparatuur om informatie naar Engeland te zenden. Ook weerberichten, de bijdrage van Hans Hellendoorn, van belang voor de bombardementsvluchten op Duitsland. Als huisarts kon Brouwer zich makkelijk verplaatsen. Een huisarts ontvangt en bezoekt veel patiënten. Maar Brouwer werd verraden, belandde in het Oranjehotel, de strafgevangenis in Scheveningen, daarna in Vught en ontliep een zekere dood in KZ Lüttringhausen. Ook daarover doen opmerkelijke verhalen de ronde, waarbij de charme van zijn vrouw een rol speelt.

Een van de eerste en ook een van de bekendste verzetsmensen in het dorp is zonder twijfel Pim Boellaard geweest. Boellaard sloot zich vrijwel direct na de capitulatie in ’40 aan bij de Ordedienst (OD). Maar ook hij werd verraden, gevangen genomen en kwam via Scheveningen in het Nacht und Nebel-kamp Natzweiler en vandaar in Dachau terecht. Boellaard overleefde de concentratiekampen en bereikte een zeer hoge leeftijd, hij overleed in zijn huis ‘Kloosterend’ aan de andere kant van de gemeente, in 2001, zevenennegentig jaar oud. Een man, zoals Jolande Withuis opmerkt, ‘van een zeldzaam formaat en een zeldzame allure’.

De bombardementen

Een geheel ander aspect van de oorlogsjaren in Bilthoven. Vanzelfsprekend waren de spoorlijn, het station van Bilthoven en de villa ‘Zonneheuvel’ doelwit van bombardementen. Ik noem enkele van de bekendste voltreffers. Ik heb ze ooit op een ‘bommenkaart’ ingetekend. Ze liggen keurig rondom het station: de villa ‘De Bremhorst’, het Nieuw Lyceum, hotel Heidepark, Zonneheuvel, huize Phaedo / het latere Ensah-terrein, de villa Oase (waar later de Dudokflat is gebouwd), het Emmaplein ongeveer waar later de benzinepomp stond (nr. 12). Het geedr de indruk van een dorp met nogal wat ruïnes, maar het vreemde is dat 70 jaar later niemand zich dat meer herinnerde. Er zijn ook nauwelijks nog sporen van te vinden, vrijwel alleen voor het HNL (Nieuw Lyceum) zijn nog de vage contouren van een bomkrater te zien.

Colonne van de staf van de Duitse 88e gevechtsgroep, op de Bilderdijklaan, gereed voor vertrek na de capitulatie. (Foto-archief Gerard van Walbeek, via Bernard Schut)
Colonne van de staf van de Duitse 88e gevechtsgroep, op de Bilderdijklaan, gereed voor vertrek na de capitulatie. (Foto-archief Gerard van Walbeek, via Bernard Schut)

De bevrijding

Op 7 mei 1945 bereikte de eerste geallieerde militairen Bilthoven. Ze behoorden tot een Engelse verkenningseenheid van de Engelse divisie de Polar Bears, die weer behoorde tot het Eerste Canadese Leger. De Engelsen werden in de tweede helft van mei afgelost door Canadezen, die in ieder geval tot halverwege september in de gemeente gebleven zijn.

Over de bevrijding bestaan diverse ooggetuigenverslagen, bijvoorbeeld dat van de onlangs overleden prof. Hermann von der Dunk. Heel herkenbaar beschrijft hij het gevoel van vrijheid, het stralende meiweer, de zee van oranje en rood-wit-blauw, het wittebrood, de corned beef, de verslagen Duitsers, het peuken rapen … Wie, die de oorlog heeft meegemaakt, herinnert het zich niet!

Het meest persoonlijk is het verslag van Peter Hoefnagels (uit: Aan God die mijn jeugd verblijdt. 1981):

Bij De Bilt namen we afscheid. Ik sloeg de Soestdijksestraatweg op. Alles zag er onwezenlijk bekend uit. Ik belde aan bij het huis van Han en Piet en leende een fiets.
‘Aanstaande zaterdag moeten we met de band spelen in Soesterberg. Voor de Canadezen. Speel je mee?’
‘Goed.’
‘Ze komen ons ophalen met een militaire wagen.’
De jazz-band. Ik zou vóór zaterdag flink gaan oefenen.
In het dorp op het Emmaplein was een houten muziektent opgetrokken. Hij was leeg nu, zo vroeg in de morgen, op een jongen na die een grammofoonplaat opzette. Hij hield een microfoon bij de toeter van de grammofoon. Aan een paal van de muziektent hing een grote metalen loudspeaker. Ik bleef staan en hoorde het gruis van de naald op de plaat. Toen klonk er een trompet. De trompet van Louis Armstrong. Een mooi primitief geluid schetterde door de loudspeaker. De jongen achter de grammofoon keek blij op van zijn microfoon naar de loudspeaker. Het wonder was gelukt. Het geluid ging door de draad. De jongen zag me staan luisteren en stak zijn duim omhoog. Ik stak ook mijn duim omhoog. Louis Armstrongs verhalende zinnen vol muziek schalden over straat. ‘I can’t give you anything but love, baby.’ Ik zong zachtjes mee. ‘That’s the only thing I’ve plenty of, baby.’ Het klonk verschrikkelijk vrolijk, een Amerikaanse neger op dat plein. ‘Dream a while. Skeam a while. We find …’ Bij de daverende syncopen hobbelde ik over de spoorrails. Ik speelde in gedachten mee. We speelden in bes. ‘… Happiness, and I guess …’ Het geluid raakte op de achtergrond terwijl ik onder de bomen reed. ‘all those things you’ve always pined for …’
Ik fietste over ‘de weg der plichten’. Het was dezelfde weg, iedere boom herkende ik, maar het was de weg der plichten niet meer. Er hingen vlaggen uit de huizen. Engelse soldaten liepen bij burgers in en uit. Anderen liepen verstrengeld met meisjes over straat. De meisjes straalden. De militairen leken al aardig ingeburgerd. Ik kwam achter de bevrijding aan.
Thuis hing de vlag uit. Ik had de neiging bij de voordeur aan te bellen. Gek …’

Verhangen van de bordjes op de Prins Bernhardlaan (Foto-archief Gerard van Walbeek, via Bernard Schut)
Verhangen van de bordjes op de Prins Bernhardlaan (Foto-archief Gerard van Walbeek, via Bernard Schut)

Eduard Veterman

Zonder de hulp van de charmes van zijn vrouw kwam ook Eduard Veterman via Scheveningen en Vught in Lüttringhausen terecht, waar ook Brouwer gevangen werd gezet. Ze, Meindert Brouwer en Veterman, raakten hecht bevriend. Over Veterman valt veel te vertellen. ‘Romancier en dramaturg’ staat er op zijn grafsteen op ‘Den en Rust’, de begraafplaats in Bilthoven-Noord. Maar dat heeft met name betrekking op zijn werk voor de oorlog. Hij werd geboren in Den Haag en was als dramaturg betrokken bij diverse Haagse gezelschappen, onder andere bij dat van Cor van der Lugt Melsert. Hij schreef en bewerkte in die periode toneelstukken en romans. Ten gevolge van een zakelijk conflict vertrok hij naar Menton. Daar leerde hij zijn grote liefde kennen, Katy van Witsen. Ze trouwden en kregen een dochter. Etty werd in 1937 geboren. In 1939 brak de oorlog uit en keerde het gezin terug. Veterman werd de artistiek leider van de Hollandsche Schouwburg (later op last van de Duitsers ‘Joodsche’ Schouwburg van waaruit de transporten naar Westerbork vertrokken). De joodse Veterman begreep de voorboden van het naderende onheil. Hij bracht zijn dochter onder bij pleegouders, de familie Schöne in Bilthoven en dook zelf onder op Keizersgracht 763. Hij veranderde de naam van zijn vrouw en zichzelf: C.M. van Pelt en dr. Edouard Jacques Necker, kunsthistoricus. Keizersgracht 763 werd een haard van verzet. Veterman zelf was een meestervervalser van begeerde documenten als persoonsbewijzen, ze waren en bleken in de praktijk niet van echte te onderscheiden. Maar ook deze verzetsgroep werd uiteindelijk verraden. Op 11 oktober 1943 werd Eduard Veterman gearresteerd.

Veterman overleefde de oorlog, keerde terug en hervatte zijn werk. In de korte tijd voor zijn dood op 28 juni 1946 schreef hij drie toneelstukken, een ‘blauwboek’ over Keizersgracht 763 en talloze artikelen, onder andere voor De Waarheid. Maar er is meer. In ’45 kreeg hij van Prins Bernhard de opdracht de geschiedenis van de BS te schrijven. Drie maanden later werd de opdracht abrupt ingetrokken door de minister van oorlog. Maar Veterman liet zich niet stoppen, zijn kritisch verslag moést verschijnen: ‘Balans der misère’. Hij werd namens de regering gewaarschuwd door het voormalige hoofd van de inlichtingendienst in Londen, majoor Somer: stop met schijven! Op 28 juni werd zijn auto bij Laren aangereden door een militaire tweetonner. Katy was op slag dood, Veterman overleed dezelfde nacht. Van zijn boek, dat volgens eigen zeggen in de vroege zomer van 1946 klaar was, is nooit een snipper teruggevonden. Het was Meindert Brouwer die Etty de volgende morgen het nieuws van het overlijden van haar ouders kwam vertellen. Veterman woonde toen op nummer 24 in de Wagnerlaan in Bilthoven.

~ Bernard Schut

Ook interessant: “Bevrijd Nederland was autoritair en hardvochtig”

Bronnen

Pauline Broekhuis. Het Boschhuis. Kroniek van een familie. Utrecht 2014
M. Brouwer. Den vaderland getrouwe. Rotterdam-Antwerpen 1947
J.C. Brugman. Bezet en verzet. De Bilt en Bilthoven in oorlogstijd. Bilthoven 1993
Wim Hazeu. Eduard Veterman. De omstreden dood van een verzetsman. Vrij Nederland 10 juni 1978
Peter Hoefnagels. Aan god die mijn jeugd verblijdt. Rotterdam 1981
Thijs Niemandsverdriet. Interview Betty Bausch-Polak. NRC 4-5 mei 2019
Bernard Schut. Verhalen hoe de oorlog is verdwenen. Bilthoven en De Bilt tijdens de Tweede Wereldoorlog. Bilthoven 2015
Bernard Schut. De rekening van vijf jaar oorlog. Bilthoven en De Bilt de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog. Bilthoven 2018
Jolande Withuis. Weest manlijk, zijt sterk. Pim Boellaard (1903-2001). Het leven van een verzetsheld. Amsterdam 2008

Na elke oorlog
moet iemand opruimen.
Min of meer netjes
wordt het tenslotte niet vanzelf.

(Wislawa Szymborska. Poolse dichteres; Nobelprijs 1996)

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister

De klassieke wereld in 52 ontdekkingen - Leonard RutgersDe jodenvervolging in foto'sDe keuze - Leven in vrijheidDe Bourgondiërs - Bart Van LooDe geschiedenis van Nederland in 100 oude kaarten
Gelijk naar geschiedenisboeken over: