De Blijde Inkomst, een van de belangrijkste documenten uit de Brabantse geschiedenis

3 januari 1356
5 minuten leestijd
Blijde Inkomst (1356), charter van de stad Leuven
Charter van de Blijde Inkomst van 1356, van de stad Leuven

De Blijde Inkomst (1356) is een van de belangrijkste documenten uit de Middeleeuwen en uit de Brabantse geschiedenis. Het betrof een aantal bindende afspraken tussen de hertog van Brabant en de Brabantse steden. Dit charter werd ondertekend op 3 januari 1356 door hertogin Johanna van Brabant (1322-1406) en haar man Wenceslas, ook wel bekend als Wenceslaus I van Luxemburg (1337-1383). Wat is de oorsprong van deze Blijde Inkomst? En welke afspraken stonden in de oorkonde?

Oorsprong van De Blijde Inkomste of Blijde Intrede

Blijde Inkomst van 1356
Blijde Inkomst van 1356 op een schilderij van Antoon Derkinderen (1884)
De oorkonde ontleent haar naam aan een middeleeuwse gewoonte die men Blijde Inkomst of Blijde Intrede noemde. De Blijde Inkomst was met name in gebruik in de Zuidelijke Nederlanden: in Brabantse en Vlaamse steden als Brussel, Mechelen, Leuven, Gent, Brugge, Antwerpen en Maastricht. Een pas aangetreden vorst, landvoogd of hertog bracht dan een vreedzaam bezoek aan de steden in zijn regeringsgebied. Hij kreeg een feestelijk onthaal van de burgers in de stad. In ruil voor deze erkenning van zijn macht gaf de hertog of vorst de steden vaak speciale rechten en privileges, bijvoorbeeld op handelsgebied.

De feestelijke Blijde Inkomsten of Intredes zijn vermoedelijk ontstaan in de laat-Romeinse Tijd, aldus de Franse historicus Michel Rouche (1934-2021). In de provincie Gallië reden Romeinse bestuurders dan door de stad en werden door de bevolking toegejuicht.

Enkele beroemde Blijde Intredes waren die van Filips de Schone (1301) in meerdere steden, de Blijde Intrede van Johanna van Brabant en Wenceslas in Brussel (1356), de Blijde Intrede van Maximiliaan I van Oostenrijk in Antwerpen (1478) en diverse Blijde Intredes van keizer Karel V in 1515, onder meer in Brugge, Gent en Leiden.

Overigens zet het Belgische koningshuis de tradities van de Blijde Intrede nog steeds voort. Zo deed koning Albert in 1918 enkele Blijde Intredes en bezocht koning Filip in 2013 met zijn vrouw Mathilde alle Belgische provinciehoofdsteden.

Belangrijkste afspraken uit de Blijde Inkomst van 1356

Johanna van Brabant en Wenceslas I
Johanna van Brabant en Wenceslas I
De Blijde Inkomst van 1356 was het resultaat van ruim een eeuw politieke instabiliteit in Brabant. Kort voor het overlijden van hertog Hendrik II van Brabant op 1 februari 1248, had hij de Brabanders de eerste landprivileges verstrekt. Hierna volgde een eeuw van allerlei troonswisselingen, waarbij in drie gevallen minderjarige hertogen aantraden en er vaak opvolgingsproblemen waren. Tegelijkertijd groeide de macht van de Brabantse steden tussen 1248 en 1356. De steden werden rijker en hadden een goed pressiemiddel tegen de hertogen. Als deze hun ‘bedes’ (hertogelijke belastingen) kwamen innen, konden de onderdanen weigeren deze te betalen en had de landsheer een probleem.

Door bovengenoemde samenloop van omstandigheden – een zwak hertogelijk gezag en steden die machtiger werden en meer invloed wilden – werd op 3 januari 1356 in Leuven de Blijde Inkomst vastgesteld. Op die dag traden hertog Wenceslas en hertogin Johanna van Brabant aan en werd een charter ondertekend. In de kern bepaalde de Blijde Inkomst, die bestond uit 34 artikelen, de wederzijdse rechten en plichten tussen de hertogen en de Brabantse steden, burgers en adel. De belangrijkste bepalingen waren:

  • De oude privileges en rechten van de onderdanen van de hertog werden opnieuw bekrachtigd.
  • De macht van de hertog werd ingeperkt. Zo werd bepaald dat deze Brabantse machthebber alleen oorlog mocht voeren met toestemming van de Brabantse steden.
  • Brabant zou ondeelbaar blijven. Het was verboden om de Brabantse ‘lande te scheydene’ (art. 1).
  • De gemaakte afspraken zouden gelden tot in ‘ewelicken dagen’, dus blijvend zijn.
  • Indien de hertog zijn plichten op het gebied van privileges niet nakwam, hadden de onderdanen het recht in verzet te komen.
  • Het document bevatte een belangrijke economische afspraak: koop- en handelslieden kregen bewegingsvrijheid door heel Brabant (en Limburg). Brabant was het enige ‘Nederlandse’ gewest met dit privilege en profiteerde hiervan enorm in de vijftiende eeuw, toen de Brabantse economie floreerde.

Naast deze regels bevatte de Blijde Inkomst nog meer bepalingen die de macht van de hertogin beperkten. Zo mocht zij geen buitenlandse raadgevers aanstellen; alleen geboren Brabanders mochten de belangrijke functies vervullen. Ook werd afgesproken dat hoge ambtenaren niet eindeloos op hun post konden blijven zitten. Door regelmatig van functie te wisselen, wilde men voorkomen dat één persoon te veel macht kreeg. Verder mocht de landsheer voortaan geen stukken land meer verkopen, verpanden of weggeven zonder dat de Brabantse steden daar toestemming voor gaven.

Van de Blijde Inkomst van 1356 moeten oorspronkelijk enkele tientallen exemplaren hebben bestaan. Daarvan zijn er voor zover bekend slechts vier overgeleverd. Het exemplaar in het archief van Erfgoed ’s-Hertogenbosch is het enige dat nog in een Brabantse stad wordt bewaard. De overige bekende exemplaren bevinden zich in het Nationaal Archief in Brussel.

Kernpassage uit de Blijde Inkomst (1356)

Ende ware dat sake dat wij onse hoir ocht onse nacomelinghe jeghen enighen van desen voirs[creven] pointen, articulen ende vestecheiden ghinghen, daden ochte daden doen, In al ocht in deele, hoe ende in wat manieren dat dat ware, soe consenteren wij ende willecoiren onsen voirs[eiden] goeden lieden, dat si ons noch onsen hoir, noch onsen nacomelingen nemmermeer negheenen dienst doen en selen noch onderhorech sijn toetter tijt dat wij hen dat weder daen hadden ende afghelaten volcomelic.

In hedendaags Nederlands: En mocht het gebeuren dat wij, onze erfgenamen of onze nakomelingen tegen enige van deze hierboven beschreven bepalingen, artikelen en vastgelegde afspraken zouden ingaan, hetzij geheel of gedeeltelijk, op welke wijze en op welke manier dan ook, dan geven wij hierbij onze genoemde goede lieden toestemming en instemming dat zij ons, noch onze erfgenamen, noch onze nakomelingen ooit nog enige dienst hoeven te bewijzen of ons onderdanig hoeven te zijn, totdat wij hun dat volledig hebben hersteld en daarvan geheel hebben afgezien.

Impact van de Blijde Inkomst

Vanwege de beperkingen van de vorstelijke macht is de Blijde Inkomst van 1356 weleens vergeleken met de Engelse Magna Carta van 1215. Net als dit oudere Engelse charter legde de Brabantse oorkonde immers vast dat de landsheer gebonden was aan afspraken met zijn onderdanen en dat de vorstelijke willekeur moest worden ingeperkt. Lang ging het overigens niet goed, want al in juni 1356 was het Brabantse charter feitelijk niet meer rechtsgeldig. Toen brak namelijk de Brabantse Successieoorlog (1356-1357) uit.

Het Zoutleeuwse exemplaar van de Blijde Inkomst (1356)
Het Zoutleeuwse exemplaar van de Blijde Inkomst (1356)

Toch had de Blijde Inkomst grote invloed op het hertogdom Brabant en politieke opstanden in latere eeuwen. Vanaf de inhuldiging van hertog Anton van Bourgondië (1384-1415) in 1406 tot het bewind van de Habsburgse keizer Jozef II (1741-1790) legden de machthebbers in Brabant standaard de eed van trouw af op de Blijde Inkomst. Natuurlijk werd dit charter wel telkens geactualiseerd – tot het bewind van de Spaanse vorst Filips II (1527-1598), daarna niet meer -, maar de essentie van de Blijde Inkomst bleef eeuwenlang dezelfde: vorst en onderdanen hebben onderlinge plichten en rechten, en vorstelijke willekeur dient voorkomen te worden.

Tijdens conflicten in latere eeuwen is enkele malen een beroep gedaan op de Blijde Inkomste. Zowel tijdens de Nederlandse Opstand (1568-1648) als de Brabantse Omwenteling (1789) beriepen de opstandelingen zich op het oude Brabantse document uit 1356, ter legitimatie van hun protest tegen de vorst.

Bronnen

*Deseure, B., Onhoudbaar verleden. Geschiedenis als politiek instrument tijdens de Franse periode in België, Leuven 2014, p.56-62.
*Venema, W. (sam.), Het aanzien van een millennium, Utrecht 1999, p.28-30.
*http://www.dbnl.org/tekst/_bli002blij01_01/_bli002blij01_01.pdf
*http://www.thuisinbrabant.nl/geschiedenis/bloeitijd-en-neergang/leuvense-huis/johanna-van-brabant/de-blijde-incomste
*http://www.archief-democratie.be/node/84
*https://www.erfgoedshertogenbosch.nl/verhalen/de-brabantse-magna-charta
×