Dagboeken van Constantijn Huygens jr.

Geheimschrijver van de koning
//
6 minuten leestijd
Mogelijk zelfportret van Constantijn Huygens de Jonge, 1685
Mogelijk zelfportret van Constantijn Huygens de Jonge, 1685 (Rijksmuseum)

Voor de dagboeken van Constantijn Huygens junior hadden vorige generaties historici niet veel waardering. De een vond ze ‘ranzig’, een ander schreef dat deze zoon ‘niet in de schaduw kon staan van zijn veelgeprezen vader’. De negentiende-eeuwse historicus Robert Fruin vond Huygens maar ‘klein en bekrompen’ en zonder oog voor de ‘grootheid der mannen met wie hij verkeert’. Fruin bedoelde koning-stadhouder Willem III, want om diens leven draaide dat van Huygens als de maan om de aarde. Ik ontleen deze kwalificaties aan het slot van Schaduwleven, het dagboek van Constantijn Huygens jr., uitgebracht door schrijver en historicus Jan Paul Schutten.

Constantijn Huygens en zijn vijf kinderen, geschilderd door Adriaen Hanneman
Constantijn Huygens en zijn vijf kinderen, geschilderd door Adriaen Hanneman
Het boek telt zo’n 740 pagina’s, bevat zwart-wit illustraties en is een selectie uit het origineel. Schutten hertaalt en geeft waar nodig commentaar. Een register ontbreekt en de schrijver vraagt aan het begin zijn lezer om niet te proberen alle namen te onthouden, want het zijn er teveel. Dat klopt.

De lezer heeft na al die kritiek de neiging het een beetje voor de secretaris op te nemen. Het valt ook niet mee om oudste zoon te zijn van ‘alleskunner’ Pa Huygens, een van de grote namen uit de ‘gouden’ jaren van de Republiek. Senior leefde van 1596 tot 1687 en leefde zich uit als diplomaat, geleerde, dichter, architect, componist en talenkenner. Dan had Constantijn junior (1628-1697) nog een geniale broer, Christiaan, die uitblonk in de wis-, natuur- en sterrenkunde. Ze werkten vaak samen aan proeven en experimenten. Was de oudste in Den Haag, dan was de jongere broer de eerste die hem opzocht. Tenslotte was Constantijn in dienst van de begaafde en gedreven politicus Willem III. Zoals Huygens senior voor de Oranjetelgen Frederik Hendrik en Willem II had gewerkt, zo ploeterde junior vanaf 1672 dat voor deze prins. Niet iedereen was briljant: zoon ‘Tien’ Huygens (Constantinus) wilde maar niet deugen, hoe vader ook dreigde en strafte. Het was een voortdurende frustratie.

Zijne Majesteit

Koning-stadhouder Willem III
Koning-stadhouder Willem III
Die eerste aantekening uit het dagboek is van 21 oktober 1688 en opent typerend met: ‘Zijne Majesteit ….’. Huygens wacht met de koning in Hellevoetsluis op een goede wind om met de vloot naar Engeland te varen. Op 11 november (!) zeilt de armada uit om in Londen de macht te grijpen. Constantijn is meteen al ‘zeeziek’, maar knapt genoeg op om te noteren dat ze op de vijftiende bij Torquay in West-Engeland aan land gaan. ‘Uiteindelijk ging Z.H. van boord. Ik ging met hem mee’, schrijft hij droog. Waar Willem is, daar is zijn schrijver, altijd beschikbaar en onderdanig, soms wat geërgerd, maar altijd voorzichtig, vol scrupules, een ‘schaduwleven’. Niemand heeft het gemerkt, schrijft hij, als hij weer eens hinkt of als het hem duizelt. De koning staat op het eerste en tweede plan, hijzelf op het derde. In wielertermen: Huygens is een meesterknecht.

De beschrijving van de Glorious Revolution, de omwenteling in Engeland, is een van de hoogtepunten van het boek. Engeland valt als een jonge deerne in de armen van Willem. De naar het katholicisme neigende koning Jacobus/James II geeft zich zonder slag of stoot gewonnen, al volgt nog wel een lange oorlog in Ierland en laten de Jacobieten zich pas diep in de eeuw daarna definitief verslaan.

Trouwe hond

Het dagboek beslaat de periode van oktober 1689 tot september 1696, Constantijn is dan inmiddels een zestiger. In die bijna zeven jaren zien we hem met Willem van Londen naar Den Haag zeilen en vice versa. Zodra de velden in de late lente groen zien zodat de paarden kunnen grazen, trekt Willem met het leger op tegen de troepen van de Zonnekoning die telkens Wallonië binnenvalt. Huygens heeft een grote hekel aan de campagnes, het is improviseren rond proviand, slaapplekken, assen breken, paarden worden ziek, de wegen zitten vol modder, kuilen en dieven. Als de herfst invalt, reist iedereen weer terug, Willem gaat jagen vanaf het Loo en zeilt weer naar Engeland. De arme oude klerk met zijn talloze kwaaltjes – van zere voeten tot al te dunne stoelgang – volgt zijn baasje als een trouwe hond. Geen hagel of storm, geen slijk of lijk is hem te veel. Hij is in zijn nopjes als de koning hem vriendelijk toeknikt en uit zijn hum als deze hem laat wachten – vaak uren lang in de antichambre.

Hij is geen intimus, de twee verschillen in leeftijd, temperament en belangstelling. De Prins, negenendertig in 1689, houdt van de jacht en het leger, Huygens van zijn vijfduizend boeken, schilderijen en kunst. Als hij uit de gunst raakt, deprimeert hem dat. Toegang tot de koning is macht, aanzien en inkomen, want heel wat verzoeken lopen via hem. ‘Ik kan niet iedereen een promotie geven’, verzucht Willem op een gegeven moment.

Retour

“Huygens is een boekhouder van het dagelijks bestaan.”

De dagboeken tonen zo het dagelijks leven van een hoveling op zijn retour, van de sleur, de roddels, de bezoekers, de werkzaamheden voor de Prins. Mooi is het om Willem en Maria (Mary) sprekend opgevoerd te zien worden, de koning vaak vriendelijk, maar soms bars en Maria altijd beschaafd en aardig. Heet hangijzer is de pikorde. Eerst is Hans Willem Bentinck haantje de voorste, later is Arnold Joost van Keppel gunsteling nummer 1. Of Oranje een seksuele relatie met hen heeft, is onzeker, wel dat hij er een maîtresse op nahoudt. Er wordt overigens heel wat af ‘gevogeld’ in deze aantekeningen, Huygens noteert het nauwgezet.

‘Van Schuylenberg dronk chocolade bij mij. Hij was ook op het Loo gebleven. Hij vertelde over Madame Berngau, die met haar man, een freule en een jonkvrouw naar Arnhem was gevaren. Haar man was hij haar in bed gaan liggen, maar was daarna opgestaan om naar de jonkvrouw te gaan waar hij verder de hele nacht op haar borsten had gelegen. Ze sprak grover dan een bordeelhoudster en plaste staand, waar iedereen bij was. En ‘s ochtends had ze op straat zitten poepen waar alle werklui haar konden zien. Ze noemde haar man een hondsvot’. (601)

Huygens is een boekhouder van het dagelijks bestaan. Hij is geen feestbeest, kan zijn eigen personeel amper de baas en taxeert het liefst andermans schilderijen. Zijn droge observaties zijn vaak komisch en hebben soms een ‘komt een man bij de dokter’ strekking. Voorbeeld: Een man kruipt tegen zijn minnares aan, komt ineens de echtgenoot thuis! Hij sluipt snel onder het bed, de bedrogen echtgenoot legt zich bij zijn vrouw. Zij klaagt en vraagt hem een medicijn te halen. De goedzak staat op en trekt per ongeluk de broek van de bezoeker aan. In de broekzakken ontdekt hij later een klein kapitaal! Hoe het afloopt vertelt Constantijn ons niet. Er moet in Londen veel gelachen zijn.

Komt een man bij de dokter

De memoires vervelen dus niet. Waar lees je over kaartende hofdames, over een ‘gek spel … met houten ballen en zware houten stokken’ (115), een loterij, de ‘groom of the stool’ = heer van het privaat of chef koninklijke stoelgang, ‘geknipte muizenvelletjes’ als modieuze wenkbrauwen, de dronkenlap en zeekapitein Sir Richard Haddock (!), ‘Hongaars water’ als medicijn voor zere voeten, ‘brandneteltoppen tegen de jicht’, ‘zwaardveger’ in plaats van wapensmid, ‘donderhoer’ en het verhullende siège de commodité alias poepstoel. De zeventiende eeuw komt in al zijn schrille contrasten zo heel dichtbij. Je kunt de poeders bijna ruiken.

Schaduwleven - De dagboeken van Constantijn Huygens jr.
Schaduwleven – De dagboeken van Constantijn Huygens jr.
Een paar kritiekpunten tenslotte. Schutten vertaalde de dagboeken naar eigentijds Nederlands maar geeft hier en daar een impressie van het origineel, dat overigens integraal terug te vinden is bij de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren. Zo vertaalt hij…

‘Sylvius seyde dat de Coningh adders in sein boesem voeyde en de luyden caresseerde, die hem sochten te ruineren (175)’

…met ‘Sylvius zei dat de koning veel te vriendelijk was voor zijn vijanden’.

In die vertaling gaat scherpte verloren en dat is jammer. Dat is vaker zo. Ander punt: zevenhonderd bladzijden is wel veel van het goede, zelfs Schutten onderkent dat het dagboek ook wel getuigt van een…

‘…humorloze man… die het leed en de roddels van anderen emotieloos optekende’. (221)

Maar daarmee ook een scherp beeld geeft van zijn tijd.

~ Joost Eskes

Boek: Schaduwleven – De dagboeken van Constantijn Huygens jr.
Ook interessant: Constantijn Huygens sr. en Den Haag

Bekijk dit boek bij:

Bekijk dit boek bij Historiek Geschiedenisboeken