Tentoonstelling Gevangen door Atjeh

Cornelis Haga (1578-1654) – Ambassadeur in het Ottomaanse Rijk

Grondlegger van de Turks-Nederlandse betrekkingen

Doordat een veelbesproken islamitische school in Amsterdam naar hem is vernoemd, valt zijn naam geregeld: Cornelis Haga. Wie was hij precies?

Ahitname uit 1612, verdrag tussen Nederland en het Ottomaanse Rijk – Nationaal Archief
Ahitname uit 1612, verdrag tussen Nederland en het Ottomaanse Rijk – Nationaal Archief
Cornelis Haga werd op 28 januari 1579 geboren in Schiedam, als zoon van een koopman en vooraanstaand lid van de vroedschap van Schiedam. Na de Latijnse school in zijn geboortestad te hebben doorlopen, volgde de jonge Haga een studie rechten aan de Universiteit van Leiden. Hierna trad hij als advocaat in dienst bij het Hof van Holland. In 1609 werd hij als gezant naar Stockholm gestuurd om twee gekaapte schepen terug te halen. Haga’s bekwaamheid op het terrein van diplomatie viel al snel op, waardoor men hem korte tijd later ook benaderde voor het opzetten van diplomatieke contacten in Constantinopel, het huidige Istanboel. De jurist werd ook geschikt bovendien voor deze missie omdat hij aan het eind van zijn studie al eens een reis naar Turkije had gemaakt. Voor de Republiek was het onder meer interessant om een gezantschap naar het Ottomaanse Rijk te sturen, omdat de zeeroutes door de Middellandse Zee tamelijk onveilig waren, met name door Barbarijse zeerovers die schepen kaapten en opvarenden vervolgens verkochten op slavenmarkten. Onderzoeker Maurits van den Boogert schrijft daarover in het boek De Nederlands-Turkse betrekkingen:

“Al menig zeeman uit Holland, Zeeland of West-Friesland was daar in slavernij gevoerd. Aangezien de Noord-Afrikaanse gebieden formeel tot het Ottomaanse Rijk behoorden, leek het zinvol om ook met de Turken afspraken te maken over de veiligheid van Nederlandse schepen.”

De veiligheid van Nederlandse zeelieden was overigens niet de enige reden om te investeren in diplomatiek contact met de Ottomaanse sultan. Veiligere scheepsroutes konden ook zorgen voor lagere verzekeringspremies voor de scheepvaart. En verder hoopten de Staten-Generaal dat de Turken een bondgenoot konden zijn in de strijd tegen Spanje. Het belang dat de Republiek aan de missie hechtte, is ook af te lezen aan het salaris dat Cornelis Haga kreeg toegezegd. De gezant ontving jaarlijks 10.000 gulden, het dubbele van wat raadspensionaris Johan van Oldenbarnevelt ontving.

Cornelis Haga begon in 1611 aan zijn reis naar Constantinopel. Over land trok hij naar Venetië om vervolgens per boot naar zijn eindbestemming door te reizen. Op 1 mei 1612, drie maanden na zijn aankomst, bood Haga officieel zijn geloofsbrieven aan de sultan aan en werd hij de allereerste ambassadeur van de Republiek der Verenigde Nederlanden in het Ottomaanse Rijk. Hij geldt daarmee als een van de grondleggers van de Turks-Nederlandse betrekkingen.

- advertentie -

Ahitname

In Istanboel leunde Haga in de beginperiode sterk op zijn contacten met Halil Pasha, de grootvizier van de Ottomaanse sultan Ahmed I. Deze regelde ook de ontmoeting tussen de Nederlandse ambassadeur en de sultan in het Topkapi-paleis.

Het ambassadeurschap van Cornelis Haga was tamelijk succesvol. De sultan verleende de Nederlandse Republiek een aantal voorrechten. Zo kreeg men toestemming onder eigen jurisdictie handel te drijven in het Ottomaanse Rijk en werd men vrijgesteld van bepaalde belastingen. Als voorwaarde stelde de sultan wel dat de nieuwe ambassadeur permanent in Istanboel zou blijven. Dit lag niet helemaal in de planning van Haga, maar hij zag geen andere mogelijkheid dan voldoen aan de eis. De gemaakte afspraken werden vastgelegd in een zogenaamde ‘ahitname’, een rijk versierd document dat tegenwoordig bij het Nationaal Archief bewaard wordt.

Portret van Cornelis Haga (Publiek Domein - wiki)
Portret van Cornelis Haga (Publiek Domein – wiki)
Cornelis Haga werkte in totaal zevenentwintig jaar in Constantinopel. Voor ambassadeurs was dat vrij lang. In zijn eerste jaren in Constantinopel had Haga nog vrij weinig aanzien in het corps diplomatique, maar uiteindelijk was hij uitgegroeid tot de nestor van de buitenlandse ambassadeurs en werd hij dus ook door de gezanten uit andere landen hoog aangeslagen. Mede dankzij zijn status lukte het Haga in 1645 om de in 1612 vastgelegde privileges verlengd te krijgen. Van den Boogert:

“In feite bleef de status van Nederlanders in Turkije tot 1923 gebaseerd op Haga’s privileges. Ook van groot belang was het consulaire netwerk dat Haga had opgezet. Al vóór 1612 was er weliswaar een Nederlands consul in het Syrische handelscentrum Aleppo, maar hij was weinig meer dan de vertegenwoordiger van een groepje handelaren dat zich daar had gevestigd. Het was Haga die vanuit Istanboel een netwerk opbouwde van consulaten die onder de ambassadeur vielen.”

Schepen en een vliegtuig

Voor de Nederlandse slaven in Noord-Afrika had hij overigens niet veel kunnen betekenen. Bij de sultan had hij wel succesvol de vrijlating van bepaalde Nederlandse slaven bepleit, maar in de praktijk bleek dit lastig. Veel slaven waren al snel na hun overmeestering door de Barbarijse zeerovers verkocht aan particulieren, waardoor de gevangenen privé-eigendom waren geworden waar de sultan niks meer over te vertellen had.

Na zijn terugkeer in de Republiek werd Cornelis Haga president van de Hoge Raad van Holland en Zeeland. Die functie zou hij tot zijn dood in 1654 bekleden. In de negentiende eeuw werden er verschillende schepen naar Cornelis Haga vernoemd en in 2011 noemde de Turks-Nederlandse vliegtuigmaatschappij haar eerste vliegtuig Cornelis Haga.

Ook interessant: Liever Turks dan paaps

- advertentie -

Bronnen

-De Nederlands-Turkse betrekkingen – Maurits van den Boogert (red) – Uitgeverij Verloren
-https://www.nrc.nl/nieuws/2013/01/25/te-midden-van-turkse-wespen-1197690-a899629
-https://www.nemokennislink.nl/publicaties/ambassadeur-tegen-wil-en-dank/
-https://nl.wikipedia.org/wiki/Cornelis_Haga

Archiefstukken:

Meer tips ➱

Verder speuren:

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister