De beginperiode van de Nederlandse muziekindustrie

/
1 minuut leestijd

Het Joods Historisch Museum (JHM) besteedt de komende tijd aandacht aan de beginperiode van de Nederlandse muziekindustrie.

De beginperiode van de Nederlandse muziekindustrieEen fluitje van een cent, Als ik tweemaal met m’n fietsbel bel, Goedenacht en Oh Pimprinella!, 1926. collectie Jaap van Velzen welterusten, Meneer Dinges weet niet wat swing is… Bekende en minder bekende liedjes waarvan de tekst, muziek of uitvoering van joodse artiesten, componisten, ‘humoristen’ of tekstschrijvers is, zullen in het Prentenkabinet van het museum in Amsterdam te zien én te horen zijn.

De tentoonstelling heeft de naam Lach… en Vergeet!. In de beginperiode van de muziekindustrie was ongeveer 70 procent van de componisten en zangers joods. Te zien is onder mer een grote verzameling bladmuziek. Het materiaal is deels afkomstig uit de eigen collectie, maar vooral uit de grote verzameling bladmuziek en oude grammofoonplaten van verzamelaar Jaap van Velzen. Middels een audiotour worden de bezoekers meegenomen naar vroeger tijden waarin onder meer liedjes en geluidsopnamen van onder andere Eduard Jacobs, Louis en Heintje Davids, Stella Fontaine en Max van Praag te beluisteren zijn.

Lach… en Vergeet! is van 6 maart tot en met 21 juni te zien in het JHM in Amsterdam.