De Cuijkse affaire

Ik mag dan Jona heten, een profeet ben ik niet en de toekomst is voor mij even ongewis als voor u. Als je echter genoeg schrijft, doe je vroeg of laat weleens een voorspelling en die komt vroeg of laat weleens uit. Dat is helaas gebeurd.

Deel van de Peutinger kaart met Ceuclum (Cuijck) erop afgebeeld (Publiek Domein - wiki)
Deel van de Peutinger kaart met Ceuclum (Cuijck) erop afgebeeld (Publiek Domein – wiki)
In De klad in de klassieken schreef ik over de rechtvaardiging van oudheidkundig onderzoek en voorlichting en ik merkte op dat van de oudheidkundige disciplines de archeologie er het slechtst voorstond. Omdat de financiering via de Monumentenwet uitstekend was geregeld, zo gaf ik aan, waren de betrokkenen er niet langer aan gewend hun activiteiten met inhoudelijke argumenten toe te lichten.

“De argumenten waarmee classici en oudhistorici hun relevantie onderbouwen, zijn weliswaar niet sterk, maar het zijn tenminste argumenten en er is wel eens over nagedacht. De archeologie daarentegen is zo sterk als de Monumentenwet.”

Als er ineens wél vragen zijn over financiering, aard en belang van hun werkzaamheden, zijn archeologen verdraaid slecht voorbereid.

En inderdaad: toen staatssecretaris Zijlstra van Cultuur honend vroeg wat hij moest met musea vol opgegraven potten en pannen, zwegen onze archeologen en misten ze een opgelegde kans om de samenleving te tonen hoe belangrijk hun bezigheden zijn. Ander voorbeeld: de Archeologische Werkgemeenschap Nederland vroeg een tijdje geleden aan haar leden om het belang van archeologie in een beknopte en heldere zin samen te vatten, om met die formule de belangen beter te behartigen. Blijkbaar hebben de archeologen dat niet paraat. En nog vorige week vertelde een door mij zeer bewonderde archeoloog dat hij dreigend ontsporende gesprekken over de financiering van een opgraving weleens kort sloot met de woorden dat opgraving nu eenmaal wettelijk voorschrift is.

Ik snap wel dat archeologen de antwoorden niet altijd klaar hebben. Ook snap ik dat je niet altijd op een discussie zit te wachten, zeker als het antwoord, gegeven de wettelijke verplichting, toch weinig uitmaakt. Maar dat archeologen niet meer gewend zijn uit te leggen waar hun activiteiten goed voor zijn, wordt vervelend als niet-archeologen al te veel invloed krijgen.

Cuijk

Uit de Beleidsnota Archeologie Cuijk, 2019
Uit de Beleidsnota Archeologie Cuijk, 2019
Neem Cuijk, met archeologische vondsten die teruggaan tot het Paleolithicum. Hier kunnen we het neolithiseringsproces goed volgen en de wijze waarop Bronstijdmensen het landschap benutten. De naam keukja, “bocht in de rivier”, is dan weer wat jonger: die gaat terug op de IJzertijd en is een van de oudste toponiemen in ons land. Er zijn in die bocht in de Maas ook Romeinse vondsten gedaan en als u het aardige museum – ingericht in een kerktoren – bezoekt, zult u alles vernemen van de middeleeuwse bloeiperiode onder de heren van Cuijk.

Een rijke geschiedenis. Iets te rijk, vindt de gemeente. Ik citeer uit een concept-beleidsnota waarover de gemeenteraad maandagavond spreekt.

Doel van het nieuwe beleid is om de archeologische selectie kleiner te maken én maatschappelijk relevant in plaats van alleen op de wetenschap gericht.

Een vals dilemma. We financieren de wetenschap omdat zij maatschappelijk relevant is. Mij maak je niet wijs dat de gemeente Cuijk dat niet weet.

Omdat de Romeinse historie van Cuijk uniek is voor de regio, maar ook economische kansen biedt voor de gemeente, is besloten het beleid hierop toe te spitsen.

Gratuit gezwam, te beginnen met de gemeenplaats dat de Romeinse historie van Cuijk uniek zou zijn. Zal ik u eens iets vertellen? Iedere gemeente heeft een unieke geschiedenis. Het zou pas uniek zijn als Cuijk dezelfdegeschiedenis had als Boxmeer of Grave of Gennep.

Wie in Cuijk woont, moet voor Romeins verleden overigens in Nijmegen wezen. En nu wordt het pas echt triest.

Triest

“De gemeente Cuijk vindt dat haar bewoners niet zoveel geschiedenis, niet zoveel cultuur en niet zoveel welzijn nodig hebben.”

We bladeren naar het hoofdstuk “De Romeinen zichtbaar”. Na vijf pagina’s tekst over beleid en zes pagina’s erfgoedbeheer, verwacht je wat concreets over de presentatie aan den volke, maar de samensteller komt in twee pagina’s tekst niet verder dan publieksopgravingen, een publieksvriendelijk verslag, tentoonstellingen, een publieksboek en doorlopende berichtgeving. Die berichtgeving zou dan kunnen in de vorm van een nieuwsbrief of op de gemeentelijke website – en dat is dan de enige keer dat de gemeente Cuijk lijkt te begrijpen dat internet het voornaamste medium is om mensen te informeren over het verleden, Romeins of anders.

Verder geen woord over samenwerking met het plaatselijke gymnasium, geen woord over een tweede lijn. Toegegeven, Cuijk wil geen wetenschap, dus ook geen wetenschapscommunicatie, maar ook wie de dingen wil die in Cuijk blijkbaar wel relevant zijn, moet rekenschap afleggen van de contraproductieve kant van een voorlichting die zich beperkt tot de eerste lijn. Er zijn raadsvragen om minder gesteld.

Het is de ambitie van de gemeente om recreatie en toerisme van impulsen te voorzien, door het vermarkten van het rijke Romeinse verleden van Cuijk.

We hebben hier dus te maken met een gemeente die het financiële aspect zwaarder laat wegen dan het culturele aspect: dat mensen gelukkiger worden als ze kennis maken met een rijk verleden. Een verleden dat in Cuijk al in het Paleolithicum begint. De gemeente Cuijk vindt dat haar bewoners niet zoveel geschiedenis, niet zoveel cultuur en niet zoveel welzijn nodig hebben.

Profetie

Voor zover ik weet overtreedt de gemeente Cuijk geen enkele regel. Dit mag. Het is niet anders dan de gemeente Noordwijk, die nog geen jaar geleden op advies van een paragnost liet zoeken naar de schedel van een niet-bestaande heilige.

Het is ook heel sluw dat de gemeente Cuijk het presenteert als een keuze tussen óf wetenschap die de gemeente niks oplevert óf economische  kansen waar de burgers rijker van kunnen worden. De Nederlandse archeologie, die jarenlang elke kans heeft laten liggen om haar belang te tonen, staat erbij, kijkt ernaar, moppert wat links en klaagt wat rechts.

Ook al ben ik geen profeet, ik voorspel dat de archeologen het ook dit keer laten gebeuren. Al wil ik graag in het ongelijk worden gesteld en, net als mijn bijbelse naamgenoot, getuige zijn van een onverwachte ommekeer ten goede.

~ Jona Lendering

Jona Lendering is historicus, webmaster van Livius.org en docent bij Livius Onderwijs. Hij publiceerde verschillende boeken. Zie ook zijn blog: mainzerbeobachter.com

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister

De klassieke wereld in 52 ontdekkingen - Leonard RutgersDe jodenvervolging in foto'sDe keuze - Leven in vrijheidDe Bourgondiërs - Bart Van LooDe geschiedenis van Nederland in 100 oude kaarten
Gelijk naar geschiedenisboeken over: