De kaping van de laatste VOC-vloot (1795)

…door de ogen van een Friese kapitein

Kapitein Uilke Barends is ruim twee jaar onderweg met de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), als in 1794 de terugreis naar Nederland wordt ingezet. De vloot komt aan in Kaap de Goede Hoop, alles verloopt volgens plan. Barends kijkt er naar uit weer thuis te arriveren. Wat hij niet weet, is dat zijn Mentor behoort tot de laatste VOC-vloot. De Nederlanders zullen het slachtoffer worden van een slinkse list van de Engelsen.

Kapitein Uilke Barends, schilderij door Thomas Gaal.  Collectie Fries Scheepvaartmuseum, Sneek
Kapitein Uilke Barends, schilderij door Thomas Gaal.
Collectie Fries Scheepvaartmuseum, Sneek
Het is eind 1794. De politieke verhoudingen in Europa staan op scherp. Frankrijk lijft de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in en Groot-Brittannië ziet bondgenoot Nederland hierdoor veranderen in een vijand. Goed nieuws voor de Britten: in tijden van oorlog mogen landen namelijk elkaars schepen in beslag nemen – kapen – om het schip en de lading te verkopen. De Britten besluiten slim gebruik te maken van deze nieuwe situatie. Wanneer in mei 1795 een grote vloot rijk beladen VOC-schepen vertrekt van Kaap de Goede Hoop, waaronder de Mentor van Uilke Barends, zien de Britten kans om hun slag te slaan. Hun voordeel: de Nederlanders komen net terug uit Azië en het nieuws van de Franse inlijving heeft hen nog niet bereikt.

De Britten bereiden hun plan voor bij Sint Helena, een klein eiland in het zuiden van de Atlantische Oceaan, op ongeveer drie weken zeilen vanaf Kaap de Goede Hoop. We kennen het eiland anno 2017 vooral als de plek waar Napoleon Bonaparte naartoe werd verbannen en waar hij overleed – maar die geschiedenis was nog toekomst in 1795. Het eiland, sinds 1673 bestuurd door de Britten, fungeert als belangrijk verversingsstation voor alle schepen die tussen Europa en Azië varen. Op hun lange reis – die gerust negen maanden kan duren – zijn plekken waar voedsel en schoon water kunnen worden verkregen van levensbelang. Naast Sint-Helena waren bijvoorbeeld ook Kaap de Goede Hoop en de Kaapverdische eilanden belangrijke ‘tussenstops’.

Een volgeladen vloot

“De verliezers zijn stil en besteden weinig aandacht aan wat er gebeurd is. Dat deden de Nederlanders in dit geval ook.”

Bij Sint Helena arriveert half juni een deel van de grote VOC-vloot, die in mei 1795 bij Kaap de Goede Hoop is vertrokken met Nederland als eindbestemming. Na jaren van economische misère heeft de VOC grote verwachtingen van de opbrengst van de lading die deze zeventien schepen aan boord hebben. Commissaris Generaal Sebastiaan Nederburgh rekent op minstens 10 miljoen gulden, het equivalent van zo’n 70,5 miljoen euro vandaag de dag, die de noodlijdende VOC uit het financiële dal moet halen.

- advertentie -

De Mentor van Uilke Barends is een van de VOC-schepen in de vloot, varend onder de kamer Zeeland. In april 1793 waren zijn schip en manschappen bij Fort Rammekens bij Vlissingen vertrokken, en na een reis van zes maanden duurde hun verblijf in Azië ook nog eens meer dan een jaar. Op 22 november 1794 vertrok de Mentor dan eindelijk voor de thuisreis uit Batavia, volgeladen met koffie, peper, foelie, nootmuskaat en Chinees porselein. Barends en zijn bemanning bleven ruim twee maanden bij Kaap de Goede Hoop, voor ze op 21 mei 1795 eindelijk konden vertrekken.

De Mentor kiest op die dag samen met de zestien andere VOC-schepen het ruime sop richting Sint Helena. Maar het loopt niet zoals gepland… In de loop van de dag draait de wind nadelig en wordt de vloot uit elkaar gedreven. Kapitein Cornelius de Jong van Rodenburgh van het oorlogsschip Scipio vertelt:

“tegen de avond, nog vóór de schepen de Falsbaai uit waren, draaide de wind naar zuidoost. Eerst met een labberkoelte, daarna met een stijve koelte en de zee schoot enigszins aan.”

Barends besluit daarop terug te keren en beter weer af te wachten. Wat hij dan nog niet weet, is dat dit besluit verstrekkende gevolgen heeft.

Opeens klinkt een kanonschot

De Mentor is niet het enige schip dat terugkeert. Ook acht andere VOC-schepen kiezen voor veiligheid. De overige schepen uit de vloot varen wél verder, samen met de oorlogsschepen Scipio en Comet die hen beschermen. Die bescherming ontberen de negen rijk beladen VOC-schepen, wanneer die na drie dagen alsnog richting Sint Helena vertrekken. Maar bescherming blijkt geen overbodige luxe…

Een deel van de VOC-vloot arriveert begin juni bij Sint Helena, waaronder de Mentor. Eigenlijk kan je van een ‘vloot’ niet eens echt spreken: de negen schepen zijn grotendeels bij elkaar gebleven, maar één van hen, de Houghly, had de wind beter in de zeilen en was al op 10 juni bij het eiland aangekomen. Een andere Oost-Indiëvaarder, de Makassar, liep wat langzamer en zou pas op 3 juli 1795 aankomen. De overige zeven krijgen op 13 juni ’s avonds het eiland in zicht. De schepen overnachten er en zeilen de volgende ochtend richting James Town op Sint Helena.

Vol goede moed varen de schepen naar het eiland en zien enkele Engelse schepen tegemoet komen. Als teken van vriendschap hebben de Engelsen de Nederlandse vlag gehesen. Pas als de schepen elkaar dicht genaderd zijn, tonen de Britten hun ware bedoeling en vuren ze opeens hun kanonnen af. Niemand aan Nederlandse zijde begrijpt, wat er aan de hand is. Kapitein Barends en zijn collega-kapiteins proberen in de verwarring die volgt, weg te komen, maar de schepen zijn te zwaar beladen om te kunnen vluchten. Het schip Alblasserdam geeft als eerste op, hulpeloos tegen het Engelse schip General Goddard dat langszij komt. De andere schepen volgen… en de kaping van de VOC-vloot is een feit.

Het perspectief van de winnaar

Vlag van de Britse Oost-Indische Compagnie, 1707-1801
Vlag van de Britse Oost-Indische Compagnie, 1707-1801
Wat gebeurt er daarna? De Britse commandant William Essington neemt alle VOC-schepen in beslag, confisqueert alle papieren die aan boord zijn en plaatst Engelse officieren aan boord van de Nederlandse schepen. Daar blijft verder iedereen op zijn post, want zonder bemanning kunnen de schepen niet verder. Na enkele weken vertrekt een grote vloot, bestaande uit de gekaapte Nederlandse schepen en diverse Engelse oorlogs- en koopvaardijschepen van de East India Company (EIC), richting Engeland. Daar zullen uiteindelijk de schepen en de lading worden verkocht ten gunste van de Britten. Hoe vergaat het kapitein Barends en de honderden bemanningsleden die als krijgsgevangen vast komen te zitten? De kapitein komt al binnen enkele maanden vrij, maar zo fortuinlijk zijn de meeste opvarenden niet.

Voor Nederland was de kaping van de VOC-vloot in 1795 een groot verlies. De vloot bleek de laatste te zijn, die ooit voor de VOC uit zou varen. De compagnie had geen enkele financiële reserve om het verlies op te vangen en ging ten onder. Voor de Britten was de kaping daarentegen een enorme overwinning. Het leverde ze veel geld op en het verdwijnen van de VOC betekende een versterking van de positie van de EIC.

Wat als het verhaal van de kaping van de VOC-vloot door Britten wordt verteld? Dan is het verhaal heel anders. In de tentoonstelling ‘How we ditched the Dutch: De kaping van de laatste VOC-vloot’ vertellen de gouverneur van Sint Helena, kapiteins van enkele van de Engelse schepen én de schilder Thomas Luny hun verhaal. Een juichend perspectief van de overwinnaars, die trots terugkijken.

Ruim twee eeuwen siert dit schilderij het landhuis van de familie Money, tot de familie in 2009 besluit het te verkopen. Het aangekochte schilderij staat nu centraal in ‘How we ditched the Dutch’ in het Maritiem Museum Rotterdam.
Ruim twee eeuwen siert dit schilderij het landhuis van de familie Money, tot de familie in 2009 besluit het te verkopen. Het aangekochte schilderij staat nu centraal in ‘How we ditched the Dutch’ in het Maritiem Museum Rotterdam.

Dat blijkt ook uit het schilderij, dat schilder Thomas Luny in 1797 maakte in opdracht van kapitein Money. Het draagt de veelzeggende titel ‘A View of the H.C. Ship General Goddard, Captain W.T. Money, passing along the Enemy’s Line to bring the Dutch Commodore to, at Sun-rise in the Morning of the 14th of June 1795’. Money is duidelijk trots op zijn optreden tijdens de kaping, en daarom liet hij zijn schip én de zeven Nederlandse VOC-schepen op doek vereeuwigen. Barends had waarschijnlijk het liefst gezien dat die hele kaping vergeten zou worden.

De vergeten kaping

De Groninger Courant van 1 september 1795.
De Groninger Courant van 1 september 1795.
Door jarenlang onderzoek naar de exacte toedracht van de kaping kwamen boeiende verhalen van de kapers en gekaapten boven water. Gek genoeg is het verhaal van de kaping van de laatste VOC-vloot vrijwel onbekend in Nederland. Ondanks de ruime aandacht voor de VOC, is het onderzoek naar deze kaping, die zoveel invloed had op het einde van de Compagnie, nog niet afgerond.

De kaping is in geen enkele geschiedenisboek terug te vinden; wel zijn er enkele wetenschappelijke studies naar het einde van de VOC. Is dat vreemd? Misschien niet. Grote gebeurtenissen worden namelijk breed uitgemeten door de overwinnaars, het liefst zelfs een beetje aangedikt om het nog mooier te maken. De verliezers zijn stil en besteden weinig aandacht aan wat er gebeurd is. Dat deden de Nederlanders in dit geval ook.

Het verlies van de schepen bij Sint Helena kreeg minimale aandacht in de pers in 1795. Er werd met geen woord gerept over het lot van de honderden opvarenden. Nu, bijna 225 jaar na dato, wordt die stilte verbroken in de tentoonstelling ‘How we ditched the Dutch: De kaping van de laatste VOC-vloot’ in het Maritiem Museum Rotterdam. Daar vertellen zes Nederlandse én zes Engelse getuigen van de kaping hun verhaal.

~ Irene B. Jacobs
Conservator Maritiem Museum Rotterdam

‘How we ditched the Dutch: De kaping van de laatste VOC-vloot’ is t/m 3 juni 2018 te in het Maritiem Museum Rotterdam. Meer informatie: www.maritiemmuseum.nl

Overzicht van Boeken over maritieme geschiedenis

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Gelijk naar geschiedenisboeken over:
Ook adverteren op Historiek?
Goede keus! Klik hier