Dark
Light

“De man die niemand kon begraven”

Auteur:
6 minuten leestijd

In haar boek De man die niemand kon begraven” doet Annabell Van Den Berghe verslag van de moeizame zoektocht naar het verhaal van haar grootvader, Endré Gáal (Bompi en Bandi) voor vrienden. Hij werd geboren in Hongarije (Kalocsa), vluchtte bij het begin van de Hongaarse opstand in 1956 naar België en keerde in 1996 terug naar Hongarije waar hij op zijn drieëntachtigste verjaardag in Boedapest (2014) overleed.

Annabell Van Den Berghe heeft haar grootvader als kind goed gekend. Uit die kindertijd herinnert zij zich hem…

“…als een grote, statige man… met rechte rug, de rug van een atleet die met de borst vooruit en een vaste tred door het leven marcheerde, een beetje rebels en zo fier als een gieter… die altijd van alles de humor bleef inzien… soms duister en sinister, maar hij betoverde iedereen in de ruimte telkens weer.”

Endré Gáal was in de Vlaamse sportwereld geen onbekend figuur. Hij speelde professioneel voetbal bij SK Deinze (1961-1962), Cercle Brugge en Gantoise (het huidige KAA Gent); hij trainde pupillen en was de bedenker van het minivoetbal waarvoor hij de spelregels uitwerkte. In 1968 richtte hij samen met enkele voetbalvrienden de Nationale Onafhankelijke Minivoetbalbond (NOMB) op (voorloper van de Vlaamse Minivoetbalfederatie) en bouwde in het Oost-Vlaamse Eke (nu Eke-Nazareth) in 1979 zijn eigen sporthal, Budapest, tot zo’n tien jaar geleden een baken en thuishaven voor menig minivoetballiefhebber uit de wijde omgeving.

Voor Endré Gáal was minivoetbal niet enkel een sport, het was zijn eerste liefde, zijn levensdoel. Ook in de watersport was hij een voortrekker. Hij liet naast de E17 bij Eke een put, ontstaan bij de aanleg van de autoweg, met water vullen en zorgde er voor een permanente waterskibaan: Integra (de Integravijver of het Watervlak van Eke, waar thans de watersportaccommodatie O’douce’ is gevestigd). Endré Gáal, sportman in hart en nieren, ontwierp een zitski waarmee ook mensen met een handicap de sensatie van het waterskiën konden beleven en een rolstoel voor basketballers zonder benen. Sport, het was voor Endré Gáal de weg naar integratie.

Als journalist werkte Annabell Van Den Berghe jarenlang voor de VRT, De Tijd, De Groene Amsterdammer en Trouw. Vanuit het Midden-Oosten deed ze verslag over de conflicten aldaar, over mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld, over hun diepe wanhoop en bergen verdriet. Egypte, Syrië, Irak… waren de oorlogsgebieden die haar aantrokken.

“Het geweld waarvoor mijn grootvader op de vlucht sloeg, trok mij aan alsof ik iets onafgewerkts moest vervolmaken… Hoe vaak schreef ik over migranten met hem in gedachten?”

Momenteel richt auteur zich op onderzoeksjournalistiek rond migratie en radicalisering.

Het is met schroom dat de auteur haar zoektocht naar het verleden van haar grootvader begint. Bedachtzaam probeert ze deuren te openen waarachter zijn verleden en dat van haar familie in het schemerduister ligt toegedekt:

“Ik wilde voorzichtig te werk gaan. Als een archeoloog secuur het verleden opgraven. Een broos en kwetsbaar verleden waar ik zorgzaam mee zou omspringen, alsof ik het met een penseel moest ontdoen van eeuwenoude aarde.”

Straatgevechten in Boedapest. Op de voorgrond een stukgeschoten
Straatgevechten in Boedapest. Op de voorgrond een stukgeschoten Sovjet-pantserwagen, 1956 (CC BY-SA 3.0 – Házy Zsolt – Fortepan – ID 12830)

Naarmate de herinneringsflarden moeizaam uit de mond van haar moeder sijpelen en als puzzelstukken in elkaar schuiven, verandert haar beeld van Bompi en moet ze haar beeld van de zelfverklaarde stoere, rebelse, molotovcocktail gooiende Hongaarse held die in 1956 uiteindelijk op de vlucht moest voor de Sovjettanks die hem daverend op de hielen zaten, bijstellen. Ook het beeld van de dynamische, creatieve ondernemer, van de sportieve atleet die zijn eigen lichaam in topvorm hield, van de geëngageerde en onzelfzuchtige man die aandacht had voor mensen met een beperking… Ook dat beeld krijgt een doffe patine wanneer haar moeder aarzelend over haar kinderjaren vertelt en herinneringen ophaalt, herinneringen waarvoor ze amper woorden heeft of er helemaal geen vindt wanneer ze het wil hebben over de tirannieke vader die hij voor haar en haar zussen was.

In haar ontmoeting met ‘tante Baba’, haar groottante en de enige nog levende zus van haar grootvader, en in de gesprekken met een ooggetuige van de Hongaarse opstand, komt Van Den Berghe tot de onthutsende vaststelling: Endré Gáal is niet de bijzondere man met bijzondere idealen, niet de heldhaftige strijder die eigenhandig Russische tanks tot stilstand bracht. Dit was slechts ‘hersenspinsel’, want, nog vóór de Russen de hoofdstad hadden omsingeld was hij reeds de grens met Oostenrijk overgestoken.

Ik weet niet wat ik moet voelen en denken. Blijdschap, trots, boosheid, verdriet. Trots omdat ik zijn kleindochter ben? Begripvol? Of boos ook omdat ik wel trots wil zijn op dat sportieve stuk van zijn leven, maar dat dit mooie niet opweegt tegen al die lelijkheid die er ook was. De lastige vader die hij was voor mijn moeder. De man die haar tot op de dag van vandaag zonder moeite aan het huilen brengt. Of moet ik vooral triest zijn omdat ik het er met hem niet meer over kan hebben…

Haar zoektocht naar Bompi’s verleden wordt steeds meer een zoektocht naar de verklaringen voor de rusteloosheid, verbetenheid, gedrevenheid, kwaadheid en eenzaamheid… die haar grootvader kenmerkten. Ze graaft hiervoor steeds dieper in de tijd, richt haar aandacht op Hongarije, doorploegt vele boeken over de Hongaarse opstand en over de bezetting van Hongarije door de Russen. Ze zet haar verkenning voort met een verbetenheid die ook haar grootvader kenmerkte. Het werd een confronterend, soms pijnlijk en vaak moeizaam proces want

“…een hechte en ondubbelzinnige band heb ik niet … met niets wat met Hongarije te maken heeft. Hongarije laat bij mij een negatieve bijklank en een zure smaak achter. De afkeer van het Hongaarse is een zaadje dat mijn grootvader al vroeg plantte en dat ik al die tijd onbewust heb laten groeien.”

Haar grootvader had immers Hongarije de rug toegekeerd en zijn kinderen en kleinkinderen in België nooit met de Hongaarse taal of cultuur in contact gebracht. Hij wou zich voor de volle honderd procent assimileren en Belg zijn.

Nadat ze in 2014 alleen naar Boedapest reist om er als kleinkind de begrafenis van haar overleden grootvader te regelen, trekt Van Den Berghe drie jaar later opnieuw naar Hongarije en Boedapest – toen hij nog leefde was zij er meerdere keren – en probeert er onder meer toegang te krijgen tot archieven, in de hoop informatie te vinden over haar grootvader. Ze vindt echter niets.

“Ik kan het niet geloven dat er in de archieven niets over hem te vinden valt. Er moet iets zijn. Ergens. Iets wat hij ons niet vertelde, een verklaring voor de klappen die mijn moeder incasseerde.”

In het appartement waar haar grootvader stierf zoekt ze naar aanknopingspunten. Bij de buren van zijn twee huizen aan het Balatonmeer luistert zij naar hun ervaringen met de man die haat-liefde gevoelens koesterde voor Hongarije en er op vijfenzestig jarige leeftijd toch terugkeerde. Waarom? Waarom zou hij nog in België blijven? Wat bond hem er nog? Loerko, zijn zoon die zijn levenswerk zou voortzetten, was dood; hij leefde al geruime tijd gescheiden van zijn vrouw omdat zijn huwelijk was stukgelopen; zijn sporthal had hij voor een appel en een ei verkocht; het minivoetbal had hij uit handen laten gaan… Waarom keerde hij naar Hongarije terug?

“Hij keerde terug naar de illusie, de fictie… Hij hield krampachtig vast aan zijn versie van de werkelijkheid. Ontkende alle risico’s. En ondertussen zonk hij steeds dieper weg in eenzaamheid en kwaadheid.”

Tijdens een persbezoek aan Qatar in 2019 wordt Van Den Berghe geconfronteerd met de uitbuiting van gastarbeiders en de corruptie waaraan de FIFA (de internationale voetbalfederatie) zich in het kader van de wereldbeker voetbal van 2022 in Qatar schuldig maakte. Dezelfde FIFA waarmee ook haar grootvader, als oprichter en bezieler van de Nationale Onafhankelijke Minivoetbalbond in conflict raakte en er niet wilde mee samenwerken. Hij noemde de FIFA “maffioos, bandieten, een crapuleuze bende”. Ze heeft het na haar bezoek aan Qatar niet moeilijk om hem te geloven:

“De FIFA vermoordde in ieder geval mijn grootvaders minivoetbal, mijn grootvaders toekomstplannen, mijn grootvaders dromen. De FIFA vermoordde de man die hij was al lang voor hij als mens zou sterven.”

De man die niemand kon begraven
De man die niemand kon begraven
Wat Van Den Berghe zelf als oorlogsverslaggever in Syrië, Irak en Egypte zag en ervoer, en in de niet te stuiten stroom aan mensen die vandaag op de vlucht gaan voor oorlogsgeweld, uitbuiting, onderdrukking en de vele persoonlijke trauma’s die hieruit voortkomen, ziet ze gelijkenissen met wat haar grootvader ooit overkwam. Toen de Russen in 1944 Hongarije op de nazi’s veroverden werden ze binnengehaald als bevrijders. Maar zoals zovaak gebeurt in oorlogstijd, gebruikten de bevrijders algauw het wapen van plundering en verkrachting. Ook de jonge Bandi moest toezien hoe zijn eigen moeder de ultieme vernedering moest ondergaan, meermaals. Het is een van de traumatische oorlogservaringen die haar grootvader zijn leven lang zou achtervolgen:

“… het hele gezin was er onmiskenbaar door gebroken. Het duurde niet lang meer of mijn grootvader liep weg van zijn moeder, weg van haar angstige blik waarin hij zag wat ze hem die avond voor het eerst had getoond, waarvan hij had gehoopt het eeuwig te kunnen ontkennen: haar kwetsbaarheid.”

Volgens Van den Berghe ligt deze traumatische ervaring aan de basis van zijn strijd tegen zijn demonen.

Boek: De man die niemand kon begraven

Paul Veevaete was tot 2009 docent pedagogiek/didactiek en opleidingsmanager binnen het departement lerarenopleiding van de Arteveldehogeschool (Gent). Hij is auteur van ‘Tijdsgalerij’, een geschiedenismethode voor het 5de en 6de leerjaar van de basisschool en publiceerde in verschillende pedagogische en didactische tijdschriften.

Gerelateerde rubrieken:

Gratis geschiedenismagazine

Ontvang, net als ruim 51.000 anderen, iedere week de gratis nieuwsbrief van Historiek:

Mede dankzij onze donateurs zijn al onze artikelen gratis te lezen. Op Historiek vindt u dus geen PREMIUM artikelen of 'slotjes'.

Steun ons ook

×