De School van Tervuren

Tervuren was eeuwenlang de geliefkoosde residentieplaats van vorsten en adel. In hun kielzog vestigden zich rond het einde van de 19de eeuw aldaar ook heel wat landschapsschilders. In het gemeentelijk museum ‘Hof van Melijn’ kunnen bezoekers niet alleen kennismaken met de rijke geschiedenis van Tervuren, maar ook een indringende blik werpen op de schilderijen van deze kunstenaars die sindsdien beter bekend staan onder hun gemeenschappelijke noemer, namelijk: ‘De School van Tervuren’.

Lees ook het artikel ‘Koninklijk Tervuren’

Hoe het eigenlijk begon

De meeste kunsthistorici stellen helemaal terecht dat men de ‘School van Tervuren’ dient te situeren op het einde van de negentiende eeuw. Toch lijkt het mij aangewezen één en ander in een ruimer historisch kader te schetsen. Vanaf de dertiende eeuw, alsook de daarop volgende eeuwen, was het Warande park in Tervuren en zijn kasteel immers zowat het buitenverblijf van heel wat vorsten en plaatselijke adel. Het hoeft dan ook geen enkel betoog dat heel wat kunstenaars zich toen al rechtstreeks of onrechtstreeks geroepen voelden om hun diensten aan te bieden aan deze kapitaalkrachtige monarchen en adellijke lieden.

- advertentie -

Zo werd reeds in de 16de eeuw, tijdens de regering van keizer Karel, door deze laatste een beroep gedaan op de Brusselse kunstschilder Barend van Orley (1488-1541) om een reeks Brusselse wandtapijten uit te werken aan de hand van zijn bozzetti die de “Schone Jachten van Maximiliaan” moesten uitbeelden. Op één van de tapijtwerken, die nu in het Louvre-Museum te Parijs te bezichtigen zijn, kan men op de achtergrond duidelijk het voormalig hertogelijk kasteel en de Sint-Jan-Evangelistkerk van Tervuren herkennen.

Ook Pieter Paul Rubens (1577-1640), net zoals de Fluwelen Brueghel (1568-1624), maakten in opdracht van de landvoogden Albrecht en Isabella vaak handig gebruik van het kasteel van Tervuren om het als decoratieve achtergrond te gebruiken voor hun schilderijen. Nadien werd dit thema, onder invloed van de heersende kunsttrends, nog zelden gebruikt in de schilderkunst van deze gewesten. Pas halverwege de negentiende eeuw kreeg de schilderkunst weer oog voor het landschap als dusdanig.

De School van Barbizon

Als reactie op de in het begin van de negentiende eeuw heersende kunststroming van de romantiek, begonnen enkele jaren later meer en meer schilders te opteren voor natuurlandschappen waarbij in hun werken de natuurlijke seizoenskleuren en de landschappen zoals heuvels, valleien, rivieren en bossen duidelijk de overhand kregen en op de voorgrond traden. De start van deze nieuwe trend, vaak beschouwd als de voorloper van het impressionisme, kreeg heel snel weerklank in het dorpje Barbizon, nabij het Franse Fontainebleau. De voornaamste protagonisten van deze nieuwe stijl waren ondermeer Théodore Rousseau (1812-1867) en Charles-François Daubigny (1817-1878).

Als het regent in “Parijs”, druppelt het in “Brussel”

Deze vaak gebruikte beeldspraak is zeker ook hier van toepassing. In navolging van het Franse ‘Ecole de Barbizon’ vestigden zich omstreeks 1860 in Tervuren heel wat generaties kunstenaars die het aldaar voorhanden natuurlandschap en de onmiddellijke groene omgeving als uitgangspunt gebruikten om hun specifieke visie te belichamen van wat de schilderkunst naar voren moest brengen en zo de brug vormden om de overgang van de romantiek via het emotioneel realisme naar het impressionisme waar te maken. Vanaf dan spreken kunsthistorici dan ook van de “Schilderschool van Tervuren” wanneer ze deze typische periode in deze gewesten willen duiden.

Enkele protagonisten van de Tervuurse schilderschool:

Haagbeukendreef in tervuren – Hippolyte Boulenger, 1871-1872

Eén van de belangrijkste vertegenwoordigers van deze nieuwe stijl was ongetwijfeld Hippolyte Boulenger (1837-1874). Tot zijn belangrijkste werken behoren diverse werken zoals de “Sint-Hubertusmis” en de “Haagbeukendreef”, beide geschilderd in 1871 en dus als het ware werken in de volle kracht van zijn talent.

Vaak wordt vergeten dat Boulenger ook een begenadigd graveerder en etser was. Enkele van zijn etsen sieren de tweede uitgave van ‘De legende van Uilenspiegel en Lamme Goedzak’, het boek van Charles De Coster (1827-1879). De talentvolle Boulenger stierf op amper 37-jarige leeftijd aan de gevolgen van galsteenkolieken, volgens sommigen van zijn vrienden toegeschreven aan zijn slechte gewoonte om zijn penselen in de mond te steken, niet langs de steel, maar wel langs de borstel zelf…

Een andere landschapsschilder die eveneens tot de vermaardheid van de ‘Tervuurse Schilderschool’ heeft bijgedragen is Jozef Coosemans (1828-1904). Tot zijn bekendste werken behoren “De Wolvenweg”, te bewonderen in het Museum van Schone Kunsten te Doornik, en “Zonsondergang” dat deel uitmaakt van de permanente collectie van het Koninklijk Museum van Schone Kunsten te Brussel. Andere bekende schilders van deze School waren Alphonse Asselberghs, Jules Montigny, Guillaume Vogels, Isidoor Verheyden, Armand Maclot en Emiel Jacques.

Het “Hof van Melijn”

Ondergebracht in een voormalige Brabantse vierkanthoeve heeft de gemeente Tervuren sinds 2005 een museum geopend dat hulde moet brengen aan deze vermaarde Tervuurse schilderschool. Naast enkele archeologische vondsten met betrekking tot het vroegere hertogelijk kasteel, biedt het gemeentelijk museum aan de hand van verschillende doeken, een mooi overzicht van deze schilders die het landschap niet zagen als een decoratieve achtergrond, maar als een volwaardig thema op zichzelf.

  • Bron: “De Schilderschool van Tervuren” door Lucien Mellaerts

Rudi Schrever
Brusselse stadsgids
Rondleidingen op aanvraag
e-mail: rudi.schrever@skynet.be




Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Meer van dit soort berichten? Like ons dan!

Gelijk naar geschiedenisboeken over:
Ook adverteren op Historiek?
Goede keus! Klik hier