Een gesprek met Jeroen Windmeijer, de ‘Nederlandse Dan Brown’

Auteur van ‘De bekentenissen van Petrus’ en ‘Het Pauluslabyrint’

In 2015 verscheen bij Primavera Pers in Leiden het debuut van Jeroen Windmeijer, De bekentenissen van Petrus. In deze spannende thriller nemen de opgravingen bij het Romeinse kamp Matilo in Leiden een belangrijke rol in. Naast een Romeins viziermasker gaat er een gerucht dat er ook iets anders is gevonden dat nieuw licht zou werpen op de geschiedenis zoals wie die kennen én de katholieke kerk op haar grondvesten zou kunnen doen schudden. Het boek is ondertussen voor de vijfde keer herdrukt en recentelijk genomineerd door de Vereniging Oud Leiden voor hun publieksprijs. Al met al een mooi moment om eens een gesprek aan te gaan met de auteur, die sinds het verschijnen van zijn debuut niet heeft stilgezeten.

Josho Brouwers: Je bent van huis uit antropoloog en promoveerde in 2004 op onderzoek naar de hooglandindianen. Daarna ben je gaan werken als leraar godsdienst en maatschappijleer. Hoe ben je van Zuid-Amerika voor de klas terecht gekomen?

De bekentenissen van Petrus - Jeroen Windmeijer
De bekentenissen van Petrus – Jeroen Windmeijer
“In Ecuador deed ik onderzoek naar de Otavalo-indianen. Veel mensen herinneren zich nog wel de Indiaanse groepjes die muziek maakten in de Nederlandse en andere Europese winkelstraten. Deze Indianen kwamen zo goed als allemaal uit een vallei in het noorden van Ecuador. Rond het valleistadje Otavalo lagen circa 75 inheemse gemeenschappen, die een lange geschiedenis kennen van handel in de weefproducten die ze zelf vervaardigen. Na mijn promotie bleek een carrière aan de universiteit verre van eenvoudig, zeker voor een antropoloog. Iedere twee of drie jaar moest je geld zien binnen te halen voor een verlenging van je aanstelling, het was een erg onzeker bestaan. Ik ben toen gaan lesgeven, eerst Nederlands als Tweede Taal en daarna ben ik opnieuw gaan studeren aan de Universiteit Leiden: Wereldgodsdiensten, een oude liefde en diepe interesse in deze materie volgend. Toen volgde de docentenopleiding Godsdienst en vond ik een baan als docent Godsdienst – en ook Maatschappijleer – aan het Visser ’t Hooft Lyceum in Leiden.”

Ja, dat is een bekend verhaal! (Ik ben zelf een archeoloog die de uitgeefwereld is in gegaan.) Zou je, op basis van jouw ervaringen als antropoloog, aanstormende studenten wel of niet aanraden om de geesteswetenschappen in te gaan?

“Ik ben op school ook mentor van een 5 VWO-klas, ik geef les in 5 HAVO en 6 VWO dus ik praat bijna dagelijks met leerlingen over hun toekomstplannen. Mijn advies blijft toch echt om je hart te volgen, met verstand natuurlijk. Ik denk dat je uiteindelijk goed terecht komt, al is het soms met wat omwegen. Ik heb het ook genoeg gezien: leerlingen die Rechten gaan doen, omdat het zo’n brede studie is waar je veel kanten mee op kunt, of die Economie gaan studeren, omdat je dan een baan kunt krijgen waarmee je goed kunt verdienen. Die mensen zijn vaak voor de kerst al gestopt met hun studie! Je houdt het niet vol iets te doen als je hart er niet ligt. Het is niet voor niets dat veel mensen, ook in mijn eigen omgeving, rond hun veertigste, vijftigste om zich heen gaan kijken en denken: maar dit was niet wat ik wilde met mijn leven! En dan radicaal het roer omgooien. Dus, ik ben bijvoorbeeld oprecht verheugd als een leerling me komt vertellen dat hij of zij antropologie gaat studeren. De mooiste studie die er is denk ik dan.”

- advertentie -

De bekentenissen van Petrus is het eerste deel in een trilogie. Het tweede deel, Het Pauluslabyrinth, is in 2017 verschenen en deel 3, met de werktitel Het Pilgrim Fathers Geheim, verschijnt als het goed is volgend jaar (beide laatste titels bij Harper Collins Holland). In alle drie de boeken komen een archeoloog (Peter de Haan) en een studente geschiedenis (Judith Cherev) voor. In academische kringen wordt vaak aangedrongen dat archeologen en historici beter met elkaar moeten samenwerken. Heeft een dergelijke gedachte een rol gespeeld bij het verzinnen van deze twee personages?

“In alle drie de boeken spelen de van oorsprong rooms-katholieke Peter de Haan en de joodse Judith Cherev een hoofdrol. Bij het kiezen van hun studievelden heb ik puur en alleen gekeken naar wat ik nodig had om in mijn roman een bepaald verhaal te kunnen vertellen, er zat geen grotere gedachte zoals het promoten van meer samenwerking tussen historici en archeologen.”

Geschiedenis speelt uiteraard een grote rol in je boek: gebeurtenissen uit de Romeinse tijd – en met name het conflict tussen Petrus en Paulus – vormen de directe aanleiding voor de verhaallijn, dat zich verder afspeelt tijdens de Drie Oktoberfeesten in 1996 (in plaats van 2015). Op basis waarvan heb je voor deze tijdperken een keuze gemaakt?

Ruitermasker van Matilo. mdat het masker net zulke kleine krulletjes op het voorhoofd heeft, werd het door de opgravers vernoemd naar de BN-er Gordon. (wiki)
Ruitermasker van Matilo. mdat het masker net zulke kleine krulletjes op het voorhoofd heeft, werd het door de opgravers vernoemd naar de BN-er Gordon. (wiki)
“Veel van deze religieuze thrillers hebben een vast stramien: een archeoloog stuit bij toeval op iets – hij is in het gezelschap van een jongere, knappe vrouw – waarvan hij de waarde niet goed beseft. Er is een (geheim) genootschap dat dit specifieke artefact of document al eeuwen zocht en over lijken gaat om het te verkrijgen.

Je kunt zo’n verhaal alleen nog origineel krijgen door de invulling ervan. Ik heb dat gedaan door het verhaal naar Leiden te verplaatsen en er een briefwisseling tussen Judas en Petrus in op te nemen, waaruit een heel ander beeld van de laatste dagen en uren van Jezus naar voren komt dan wij kennen op basis van de verhalen in de Bijbel. Ik wist nog dat er destijds dat viziermasker gevonden was bij Matilo in Leiden, dat onmiddellijk “Gordon” gedoopt werd vanwege de grote gelijkenis met deze volkszanger. Toen ik dat ging uitzoeken, ontdekte ik dat dit masker op 2 oktober gevonden werd! Voor een verhaal dat zich binnen een tijdsspanne van 24 uur in Leiden afspeelt, kon ik geen betere datum verzinnen natuurlijk: zo kon ik ook de viering van 2 en 3 oktober meenemen, het Leidens ontzet, en zelfs het Spaanse beleg van Leiden nog in een nieuw licht plaatsen.

Ik kwam bij Petrus uit, omdat hij als naamgever van de “Sleutelstad” als schutspatroon onlosmakelijk met Leiden verbonden is. Bij mijn tweede boek kwam ik uit bij die andere beschermheilige van onze stad – dat hij dat is, is minder bekend bij de meeste mensen – Paulus. Rond hem heb ik een heel verhaal verweven rond een mysterie met betrekking tot gangen onder de stad, iets waar ik al geruchten over vernomen had sinds ik dertig jaar geleden in Leiden kwam wonen. In mijn derde boek staan de Pilgrimfathers centraal. In 2020 is het 400 jaar geleden dat ze uit Leiden naar Amerika vertrokken nadat ze er van 1609–1620 gewoond hadden. In dit boek trek ik een parallel met de Exodus, de uittocht van het volk Israël uit Egypte, een parallel die de Pilgrims zelf ook trokken.”

Zoals je zelf al opmerkte staat Leiden centraal in De bekentenissen van Petrus. Je probeert daarbij ook een link te leggen tussen de apostel Petrus en deze sleutelstad, waarbij enkele delen van het verhaal zich afspelen in Matilo, het Romeinse legerkamp, in 72 en 73 n.Chr. Waar stoppen de feiten en begint de fictie in je verhaal?

“Je kunt diezelfde vraag stellen met betrekking tot de hele Bijbel!”

Uiteraard!

“Kijk, voor het verhaal dat Petrus naar Rome zou zijn vertrokken waar hij uiteindelijk ondersteboven gekruisigd zou zijn, is nog geen snipper bewijs te vinden. Fik Meijer heeft er een mooi boek over geschreven, Petrus: leerling, leraar, mythe. Het mooiste compliment dat ik wat dat betreft heb gekregen was van een hoogleraar Nieuw-Testament die in een mail aan mij schreef dat ik op overtuigende wijze de witte vlekken in de Bijbel inkleurde. Ze vond mijn versie van het verhaal net zo (on)aannemelijk als de officiële geschiedenis.

In De bekentenissen van Petrus ben ik uitgegaan van een andere traditie die stelt dat Petrus naar Engeland zou zijn gegaan. Zó kreeg ik hem in de buurt van Leiden. Natúúrlijk is dat niet zo gebeurd. Maar naar Rome is hij ook niet gegaan. En bij Het Pauluslabyrint geef ik Paulus ook een andere rol dan de officiële geschiedenis hem die gegeven heeft. Ik vind het dan leuk om op basis van teksten uit de Bijbel zelf te kijken hoe lang je zo’n alternatieve theorie vol kunt houden. En dat blijkt heel lang te zijn!

Met betrekking tot die tweede roman vind ik het grappig dat ik inmiddels mailtjes krijg van mensen die me vragen of het ondergrondse tunnelstelsel, dat ik beschrijf, inmiddels ook voor publiek toegankelijk is. Dan moet ik ze helaas teleurstellen en ze melden dat dit stelsel geheel en al aan mijn fantasie ontsproten is.”

Het boek bevat briefwisselingen tussen de apostelen. De structuur en toon van de brieven lijken authentiek. Op welke bronnen heb jij je gebaseerd bij het schrijven van deze brieven?

“Ik lees al meer dan 25 jaar alles wat los en vast zit over Jezus, het Nieuwe Testament, het vroege christendom, dus als ik schrijf weet ik niet altijd meer goed wat van mij is, wat ik uit de Bijbel gehaald heb en wat uit andere boeken. Maar voor deze brieven zijn wel een aantal boeken belangrijk geweest zoals Jezus van Paul Verhoeven, Wie God verlaat, heeft niets te vrezen van Maarten ’t Hart en Een nameloze van Charles Vergeer. Achterin mijn boek heb ik ook een literatuurlijst opgenomen. Ik heb voor al mijn boeken veel studie verricht. Als ik al mijn aantekeningen zou uitprinten, kom ik gemakkelijk tot 100–150 A4-tjes!”

Zoals eerder gezegd heb je na De bekentenissen van Petrus een vervolg geschreven, Het Pauluslabyrint. Nu ben je bezig met een derde boek in deze serie. Is dat het einde van deze verhaallijn? Blijft het bij een trilogie? Kunnen fans van de avonturen van Peter en Judith meer verwachten in de toekomst?

Het Pauluslabyrint - Jeroen Windmeijer
Het Pauluslabyrint – Jeroen Windmeijer
“Nee, ik denk dat het na Het Pilgrim Fathers Geheim wel klaar is met hen, al kun je dat nooit helemaal zeker weten natuurlijk. Heeft Conan Doyle Sherlock Holmes niet ooit uit de dood op laten staan nadat die in een laatste verhaal toch een zekere dood tegemoet gevallen was?”

Na fel protest van lezers, zeker. Maar vertel verder wat het laatste boek betreft.

“Mijn nieuwste boek speelt zich deels af in Amerika en deels in de Sinaï. Leiden is een relatief klein stadje natuurlijk en ik merkte dat je mogelijkheden toch wat beperkter worden. Ik kan in een nieuw boek ze niet weer naar de Pieterskerk laten vluchten of de Hortus, of de Burcht een grote rol laten spelen. Bovendien, hoeveel religieuze mysteries kan een stadje als Leiden herbergen? Ik heb nu een Latijns-Amerika trilogie op touw staan. Als student woonde ik in Bolivia, als promovendus in Ecuador dus en ik heb ook nog een tijdje gewerkt als reisleider voor Djoser in Venezuela en Mexico, Guatemala en Belize.

~ Josho Brouwers

Bekijk ook: Boeken van Jeroen Windmejer

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Meer van dit soort berichten? Like ons dan!

Gelijk naar geschiedenisboeken over:
Ook adverteren op Historiek?
Goede keus! Klik hier