In een wereld waarin Amerikaanse militaire steun minder vanzelfsprekend is, staat Europa opnieuw voor de vraag hoe het zijn defensie moet organiseren. De Amerikaanse president Donald Trump verklaarde eerder al dat landen die onvoldoende bijdragen aan de NAVO, voortaan niet vanzelfsprekend op de Verenigde Staten hoeven te rekenen. En in zijn tweede termijn is het spel helemaal op de wagen. Het Europese veiligheidsvraagstuk is niet nieuw: in de vroege jaren vijftig werd al geprobeerd een Europese Defensie Gemeenschap (EDG) op te richten, destijds eveneens als reactie op Amerikaanse druk.
Poster van het Marshall planZowel de economische steun in de vorm van het Marshallplan als de militaire steun in de vorm van de NAVO, stonden ook in dienst van de Amerikaanse geopolitiek. De Verenigde Staten vreesden uitbreiding van het communisme door de Sovjet-Unie en wilden dit wereldwijd indammen. West-Europese landen zaten echter met verschillende problemen. Naast angst voor het rode gevaar kampten ze met de wederopbouw, opstanden in de koloniën (zelfs liberalen en socialisten, die in principe vonden dat de koloniën ooit zelfstandig moesten worden, vonden de tijd nog niet rijp voor zelfstandigheid) en vooral met Duitsland. Bondskanselier Konrad Adenauer van West-Duitsland was een democraat, maar welke garantie was er dat na hem Duitsland niet opnieuw autoritair en agressief zou worden? In Amerikaanse ogen waren dit echter luxeproblemen. Het echte gevaar kwam van de Sovjets.
Verdrag van Brussel
Maart 1948 sloten Frankrijk, Groot-Brittannië en de Benelux het Verdrag van Brussel. Formeel regelde dit verdrag een militaire samenwerking met de Verenigde Staten – maar het verzekerde de twee grote Europese landen ook van steun bij een eventuele nieuwe oorlog met Duitsland. In 1950 verlengden de lidstaten de dienstplicht naar vierentwintig maanden: vanwege de Korea-oorlog, maar ook vanwege de West-Duitse herbewapening.
Nadat de Korea-oorlog in juni 1950 begonnen was, eiste Amerika militaire steun van Europa. Frankrijk, dat vanaf juli te maken kreeg met een opstand in Frans-Indochina (Vietnam, Laos, Cambodja) zegde dit pas na lang onderhandelen toe, in ruil voor Amerikaanse steun in Indochina. België stelde steun zo lang mogelijk uit. Het liet zich voor uranium uit Congo tegelijkertijd wel goed betalen door Amerikanen en Britten.
Pleven-plan
Beoogde leden van de EDG volgens het Pleven-plan (wiki)Vanwege de Korea-oorlog wilden de Amerikanen West-Duitsland herbewapenen. Jean Monnet, bedenker van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS), zag hierin gelegenheid voor verdere integratie. Als een Europese Defensiegemeenschap (EDG) opgericht zou worden, waarin ook de Duitse troepen ondergeschikt waren aan een supranationale commandostructuur, zou aan zowel de Amerikaanse verlangens als de Europese angsten tegemoet worden gekomen. Monnet benaderde zijn voormalige medewerker, René Pleven, die inmiddels premier van Frankrijk was geworden. En zo ontstond het Pleven-plan.
Andere Europese landen waren minder enthousiast. Vooral de Benelux-landen vreesden binnen de EDG overheerst te worden door de grote landen. België stribbelde zo lang tegen, dat president Eisenhower voorjaar 1953 dreigde de Amerikaanse en Britse troepen uit dat land terug te trekken. Ironisch genoeg verdween datzelfde jaar de grond voor de EDG. De Korea-oorlog werd beëindigd en Jozef Stalin overleed. In 1954 kreeg Frankrijk verder een nieuwe premier, George Mendès France, die voor noch tegen de EDG was. In tegenstelling tot Monnet en Pleven was hij tegen supranationalisme. Nadat hij in juli de oorlog in Indochina beëindigd had – de Franse troepen zouden zich terugtrekken –, had hij geen reden om de EDG door te zetten. Eind augustus liet hij het Franse parlement erover stemmen. Het werd weggestemd.
Vlag van de NAVOGroot-Brittannië trok hierna het initiatief naar zich toe. Het was buiten de EDG gebleven, omdat het de zeggenschap over het leger niet wilde afgeven aan een supranationaal orgaan. Eind september werd een conferentie gehouden in Londen. De Britten stelden voor om West-Duitsland lid te maken van de NAVO en om het deel te maken van het Verdrag van Brussel. Dat laatste zou omgezet worden in een defensie-unie zonder supranationaal orgaan. Adenauer en Mendès France gingen akkoord. De Amerikaanse buitenlandminister John Foster Dulles stemde enkel in omdat de EDG van de baan was. In oktober tekenden de vijf ‘Brussel-landen’, West-Duitsland en Italië vervolgens de zogeheten Akkoorden van Parijs, waarmee de West-Europese Unie opgericht werd. Dit militaire samenwerkingsverband heeft verder geen rol van betekenis gespeeld. In 2011 werd het opgeheven, de overgebleven taken werden overgedragen aan de Europese Unie. De NAVO daarentegen bestaat nog altijd.