Verdrag van Parijs (1951) – En de eerste supranationale Europese organisatie

Op 18 april 1951 ondertekenen zes landen het Verdrag van Parijs. Deze landen – Frankrijk, West-Duitsland, Italië, Nederland, België en Luxemburg – richten hiermee de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) op. De gemeenschap maakt vrij verkeer van kolen en staal en vrije toegang tot productiebronnen tussen de verschillende landen mogelijk.

Eerste vlag van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal
Eerste vlag van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal
De oprichting van dit samenwerkingsverband tussen verschillende landen, zo kort na de Tweede Wereldoorlog, kan bijzonder genoemd worden.

De oorlog was slechts zes jaar voorbij en grootmachten als Frankrijk en Duitsland, die kort daarvoor nog grote vijanden van elkaar waren, sloegen nu de handen ineen. Reden dat deze zes landen de EGKS oprichtten lag hem in het feit dat Europa er na de verwoestende Tweede Wereldoorlog slecht voorstond. Er was de landen alles aan gelegen de economie en daarmee de welvaart op te krikken. Een vrij verkeer van kolen en staal, destijds twee uiterst belangrijke grondstoffen voor de economie, kon hieraan bijdragen. De oprichting van de EGKS deed de deelnemende landen echter niet alleen op economisch vlak goed. Ook op politiek vlak was de oprichting van groot belang. De EGKS versterkte de solidariteit tussen de Europese grootmachten Frankrijk en West-Duitsland en verkleinde daarmee de kans op een nieuwe oorlog.

Het idee voor de oprichting van de EGKS kwam van de Franse zakenman en politicus Jean Monnet en de Franse minister van Buitenlandse Zaken Robert Schuman. Met name de laatste maakte zich na Tweede Wereldoorlog sterk voor verzoening tussen Frankrijk en Duitsland en ontwikkelde het naar hem vernoemde Schumanplan. De oprichting van de EGKS was een direct gevolg van dit plan.

- advertentie -

Het succes van de EGKS zorgde ervoor dat in de loop der tijd meer landen lid wilden worden. In 1972 groeide het aantal leden van zes naar negen. Het Verenigd Koninkrijk, Denemarken en Ierland traden toen toe. In 1979 trad Griekenland toe en in 1985 volgden Spanje en Portugal. In 1994 traden tot slot nog drie nieuwe landen tot de EGKS toe: Oostenrijk, Finland en Zweden.
De EGKS werd opgericht voor een periode van vijftig jaar. Aangezien het Verdrag van Parijs in 1952 inging, kwam er in 2002 een eind aan het bestaan van de EGKS.

Vlag van de EGKS

De vlag van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal bestond aanvankelijk uit twee gekleurde banen, een blauw en een zwart, en daarbij zes gouden sterren die de deelnemende landen vertegenwoordigde. Deze vlag werd in 1958 in gebruik genomen. Naarmate meer landen lid werden van de EGKS werden ook de hoeveelheid sterren op de vlag uitgebreid. Dit hield op nadat twaalf landen lid waren geworden van de gemeenschap. Voor leden die in de jaren negentig van de vorige eeuw nog zouden toetreden zouden geen nieuwe sterren aan de vlag worden toegevoegd. Sinds 1986 waren er op de vlag overigens geen gouden sterren meer op de vlag te zien. Die waren toen vervangen door witte.

De Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal wordt vaak gezien als de voorloper van de latere Europese Gemeenschappen.

Lees ook: Oprichting van de Europese Economische Gemeenschap (1957)
Meer politieke geschiedenis

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Gelijk naar geschiedenisboeken over: