Het CDA (Christen Democratisch Appèl) is een Nederlandse christen-democratische politieke partij. Werd in 1980 opgericht als fusiepartij van KVP, ARP en CHU.
Het Christen Democratisch Appèl is op 11 oktober 1980 opgericht. De partij ontstond uit een fusie van drie christen-democratische politieke partijen, te weten de Katholieke Volks Partij (KVP), de Anti-Revolutionaire Partij (ARP) en de Christelijk-Historische Unie. De fusie kwam tot stand na jarenlange voorbesprekingen over opzet en koers van de nieuw te vormen partij. Al in de jaren vijftig waren er openlijke discussies over een samengaan van de drie christelijke partijen, maar deze namen pas serieuze vormen aan toen de ontzuiling in de jaren zestig zijn intrede deed en de confessionelen hun electorale aanhang in hoog tempo zagen slinken.

Het werk van de Groep van Achttien werd in 1972 doorgezet door een door de partijen ingesteld gespreksorgaan, de Contactraad. Deze raad stond onder de bezielende leiding van de KVP’er Piet Steenkamp, die gaandeweg de drijvende kracht achter de fusie en de ‘geestelijk vader’ van het CDA zou worden. In de zomer van 1973 werd besloten tot oprichting van het CDA, dat vooralsnog enkel een federatief samenwerkingsverband zou worden. De verhoudingen tussen de leden van bestuur van de nieuwe federatie was echter allesbehalve soepel, en over alle zaken werd uitputtend overleg gevoerd: de verdeelsleutel bij het opstellen van één kandidatenlijst bij verkiezingen, de positie van de bijbel binnen het gedachtegoed van de partij, maar vooral ook het besluit om voor de verkiezingen van 1977 te komen met één kandidatenlijst. Na veel getouwtrek kwam men overeen dat de katholieke minister van Justitie Dries van Agt de eerste lijsttrekker van het CDA moest worden, in eigen kring immens populair en voor alle partij acceptabel als politiek leider.
Eerste verkiezingen
De verkiezingen van 1977 brachten voor het CDA als samenwerkingverband het gewenste resultaat: stabilisatie van de electorale achterban na jarenlang verval, en een stabiele entree van een christendemocratische partij die naar verwachting van grote invloed zou zijn op het politieke landschap in Nederland. Maar er naderde een economische storm en het eind 1977 gevormde kabinet-Van Agt, een samenwerking tussen CDA en VVD, kreeg direct te maken met de noodzaak tot bezuinigen. Het kabinet kon slechts steunen op een bijzonder kleine meerderheid in de Tweede Kamer (77 van de 150 zetels). Die steun was voor een deel slechts voorwaardelijk omdat een groepje voormalige ARP-kamerleden zich ‘loyaal’ opstelden en het nieuwe kabinet slechts gedoogden omwille van de eenheid binnen het CDA. Andere problemen waren er voor de eerste fractievoorzitter van het CDA in de Tweede Kamer Willem Aantjes, overigens ook een ‘loyalist’. Na publicaties in november 1978 over zijn vermeende lidmaatschap van SS zag hij zich gedwongen zijn functie neer te leggen. Ruud Lubbers volgde hem op als fractievoorzitter.

Alle problemen en onenigheden konden uiteindelijk niet verhinderen dat op 11 oktober 1980 de drie confessionele partijen zichzelf ophieven en het CDA officieel als politieke partij werd opgericht. Met ruim 160.000 leden, een regering onder leiding van Van Agt, 49 zetels in de Tweede Kamer en honderden gemeenteraadsleden door het hele land was het CDA vanaf haar oprichting een partij met grote invloed in het Nederlandse politieke landschap. Met als omstreden boegbeeld de geliefde en verguisde Van Agt aan het roer ging de partij in 1981 voor het eerst na de officiële fusie de landelijke verkiezingen in. De uitslag leverde binnen de partij gemengde reacties op: het CDA verloor één zetel en was door een eveneens klein verlies van de VVD haar meerderheid met de liberalen kwijt. Maar het CDA werd wel, mede door een groot verlies van de PvdA, de grootste partij van Nederland. Met tegenzin, maar met de Tweede Kamerfractie in zijn nek, formeerde Van Agt vervolgens met grote moeite het tweede kabinet-Van Agt, een samenwerking met PvdA en D’66.
Het kabinet werd een ramp, viel al voordat het een regeringsverklaring in de Kamer kon uitspreken en strompelde na een geslaagde lijmpoging verder, totdat het op 12 mei 1982 definitief uit elkaar viel. Van Agt moest, na zijn ‘tour de force’ in zijn tweede kabinet, door zijn partijtop worden overgehaald nog eens lijsttrekker te worden. Met tegenzin zette Van Agt zich opnieuw in voor de partij en het resultaat op 8 september was ernaar: een verlies van drie zetels, en omdat de PvdA er drie won werd het weer de grootste partij. De VVD groeide met een winst van tien zetels echter flink en een hernieuwde samenwerking met de liberalen was weer mogelijk. Tot ieders verbazing kondigde Van Agt enige weken na de verkiezingen plotseling zijn vertrek uit de landelijke politiek aan, zodat het CDA op zoek moest naar een nieuwe politiek leider.
CDA: Tijdperk Lubbers
De keuze viel op de fractievoorzitter in de Tweede Kamer Ruud Lubbers. Net als in 1978 toen hij Aantjes opvolgde was Lubbers ook nu eigenlijk van plan om op korte termijn de politiek te verlaten. Lubbers liet zich echter door de politieke top overhalen en smeedde in korte tijd een kabinet met de VVD dat grondig de bezem door de Nederlandse overheid en economie zou halen. De tijd van ‘no-nonse’ was aangebroken, en het kabinet werkte hard aan de economische wederopbouw van Nederland. In de Kamer boterde het echter allerminst tussen de CDA- en VVD-fractie, niet in de laatste plaats door de twee totaal verschillende stijlen van politieke bedrijven van de zeer degelijke CDA-fractievoorzitter Bert de Vries en zijn veel vlottere VVD-collega Ed Nijpels.
Tijdens de eerste kabinetsperiode van Lubbers stond echter ook een andere CDA’er veel in de aandacht: Kamerlid Kees van Dijk was voorzitter van de parlementaire enquêtecommissie die onderzoek deed naar de ondergang van het Rijn Schelde Verolme-concern (RSV). Minder positief voor de CDA-fractie was de commotie die ontstond rond de Kamerleden Stef Dijkman en Jan-Nico Scholten. Deze twee ‘loyalisten’ van het eerste uur werden wegens ‘verregaande deloyaliteit’ uit de fractie gezet.


De partij leunde in deze jaren zwaar op de populariteit van haar premier, zoals ook wel zou blijken uit de verkiezingsuitslag van 1994. Met de PvdA werden andere lastige kwesties aangepakt, zoals de Wet op de Arbeids Ongeschiktheid (WAO) en later ook de Algemene Ouderdomswet (AOW). De plannen voor aanpak van deze wetten zorgden voor veel onrust in de samenleving en tot teruglopende electorale steun voor zowel CDA als PvdA. De verkiezingen van 1994 leidden dan ook tot de ‘historische val’ van het CDA in de peilingen: de partij viel van 54 terug naar 34 zetels. Omdat Lubbers al had aangekondigd niet meer verder te willen als partijleider en lijsttrekker kon het CDA niet terugvallen op de populariteit van haar premier. Zijn opvolger Elco Brinkman trad na de verkiezingsnederlaag terug als politiek leider.
CDA: Heerma, Scheffer en Balkenende
De partij verkeerde in een crisis: het zat zonder aansprekende politiek leider, de Kamerfractie was bijna gehalveerd en tot overmaat van ramp vormden PvdA en VVD het eerste kabinet zonder confessionele inbreng sinds de invoering van het algemeen kiesrecht in 1918. Er brak binnen de partij een periode van bezinning aan. Onder leiding van oud-minister Til Gardeniers boog een commissie zich over de oorzaken van de verkiezingsnederlaag. Nieuwe partijleider werd Enneüs Heerma, geroemd om zijn werklust en integriteit, maar onvoldoende in staat om kiezers te trekken. Na twijfels over zijn leiderschapskwaliteiten vanuit de fractie werd hij door de partij terzijde geschoven en opgevolgd door Jaap de Hoop Scheffer. Omdat de Paarse coalitie van PvdA en VVD de economische wind mee had was het ook voor De Hoop Scheffer een onbegonnen klus om het CDA terug in het centrum van de macht te krijgen. Tijdens de verkiezingen van 1998 slonk de aanhang van de partij verder tot 29 zetels.
Het lukte het CDA in deze jaren niet af te komen van de gewenning aan het besturen en de partij slaagde er amper in een geloofwaardige oppositie te voeren tegen het zeer succesvolle paarse kabinet. Deze samenwerking begon in 1999 echter de eerste haarscheurtjes te vertonen met de tijdelijke breuk na de ‘nacht van Wiegel’. Bij het opstellen van de verkiezingslijst voor de verkiezingen van 2002 vond De Hoop Scheffer dat hij onvoldoende steun kreeg van de partijtop. Met name het conflict met partijvoorzitter Marnix van Rij zorgde ervoor dat De Hoop Scheffer er geen heil meer in zag en zich terugtrok.


Duidelijk was dat de samenwerking met de VVD onder druk was komen te staan, en dat steeds meer stemmen opgingen het opnieuw met de PvdA te proberen. In februari 2007 werd zo het vierde kabinet onder leiding van de CDA-leider gevormd. De beleidslijn van dit kabinet lag meer in lijn met christen-democratische waarden als samenwerking en medemenselijkheid, deels ook door deelname van de kleine christelijke partij de ChristenUnie (CU). Het CDA bleef dus zitten op de positie die haar het meest bekend is: in het centrum van de politieke macht.