In Onderdanen van de keizer (Davidsfonds, 2014) bespreekt Robert Nouwen vijfendertig levensverhalen van gemiddelde Romeinse burgers. Het boek geeft een beeld van de ‘ongelooflijk verscheiden bevolking’ van het Romeinse Rijk.

Prosopografie
Het zijn dit soort bronnen die de basis vormen van Nouwens boek, gecombineerd met de benadering van de prosopografie, dat is de methode om te komen tot een groepsbiografie via losse datagegevens over personen:
Ongetwijfeld stellen velen zich de vraag wat het nut is van al die particuliere levensverhalen. Hier helpt de specifieke benadering die de historici hebben om in dat doolhof van versnipperde bronnen een weg te vinden, met name de prosopografie. Terwijl een biografie de levensloop van een individu op een levendige wijze schetst, wordt in een prosopografie een zakelijk en nauwkeurig geordend overzicht geboden van alle gegevens die van een welbepaalde persoon bekend zijn. Hoewel dat voor menig lezer ongetwijfeld wat weg heeft van een ‘wie is wie in de antieke oudheid’, ontplooien zich dankzij dergelijke prosopografische repertoria de verschillende sociale groepen in de (Gallo-)Romeinse maatschappij in al hun diversiteit. (9,10)
Griekse vroedvrouw in Trier
Een van de prosopografieën gaat over een Griekse vroedvrouw in Trier. Grafschriften over vrouwen in de Romeinse tijd zijn zeldzaam, en daarom is het bijzonder dat in 1879 in Trier een grafschrift werd gevonden van een Griekse vroedvrouw genaamd Julia Pieris. Vroedvrouwen waren vrijwel uitsluitend slaven of vrijgelaten slaven. Vrijgeboren vrouwen oefenden dit beroep niet uit. Dit betekende echter niet dat vroedvrouwen het slecht hadden: zo waren er in de antieke wereld geen obstakels voor vrouwen om een medische opleiding te volgen en vroedvrouw of arts te worden. Volgens de belangrijke antieke geneesheer Soranus van Ephesus (98-138 na Chr.), moesten vroedvrouwen kunnen lezen en schrijven, en een zekere praktische en theoretische kennis over hun vak hebben. Ze moesten daarnaast discreet, bedaard en eerzaam zijn om hun beroep te kunnen volhouden.

Soranus geeft een duidelijke beschrijving van de taken van een vroedvrouw. Zij assisteerde bij de bevalling, onderzocht de boreling, deelde het geslacht mee en informeerde de moeder of het kind goed gevormd was en dus waard om opgevoed te worden. Daarbij gaf Soranus instructies over hoe de navelstreng moest worden doorgesneden en de moederkoek verwijderd, indien die niet vanzelf meekwam. Dat laatste was slechts een van de problemen die zich tijdens een geboorte voordeden. Door medische complicaties werd de Gallo-Romeinse samenleving geconfronteerd met een hoge kindersterfte. En bovendien was er ook de grote moedersterfte. (67,68)
Prachtige dwarsdoorsnede
Naast prosopografieën over de vroedvrouw, komt de lezer veel andere ‘soorten’ Romeinse burgers tegen. Zoals politici, kinderen, soldaten, de lijfwacht van keizer Nero, een bankier uit Keulen en een handelaar uit Lyon. Al met al geeft het boek een prachtige dwarsdoorsnede van de sociale stratificatie van het Romeinse Rijk. De afzonderlijke verhalen zijn goed geschreven, terwijl Latijnse begrippen worden toegelicht en uitgelegd. Achter in het boek is een uitgebreide, beredeneerde bibliografie opgenomen voor degenen die meer informatie willen zoeken.
Bataven vervulden een sleutelrol in de Romeinse keizerlijke lijfwacht
Proletariërs en proletariaat – Betekenis en herkomst
Aureliaanse Muur – Stadsmuur van Rome
Beroemde ‘zuil van Phocas’ staat al veel langer op Forum Romanum dan vaak beweerdBoek: De onderdanen van de keizerBlijf op de hoogte van nieuwe artikelen