Het Réveil – Internationale christelijke opwekkingsbeweging (ca.1810-1865)

Nederland werd sterk beïnvloed door het Réveil

Het Réveil was een internationale christelijke opwekkingsbeweging uit de vroege negentiende eeuw. Het Réveil begon rond 1810 in Genève, in het calvinistische Zwitserland en was tot ongeveer 1865 invloedrijk in diverse Europese landen, waaronder Nederland en Duitsland. Bekende kopstukken uit het Nederlandse Réveil waren Willem Bilderdijk en Isaäc da Costa. Wat hield het Réveil in en welke opvattingen en idealen koesterden de Réveil-aanhangers?

Willem Bilderdijk (C.H. Hodges, 1810)
Willem Bilderdijk (C.H. Hodges, 1810)
Vanuit Zwiterland verspreidde het Réveil zich over Europa. Zo worden er negentiende-eeuwse opwekkingsbewegingen onderscheiden in Frankrijk (Frans Réveil), Duitsland (Erweckungen) en in Groot-Brittannië (Evangelical Revival).

Betekenis, essentie en opvattingen van het Réveil

Het begrip Réveil is ontleend aan het Frans en betekent letterlijk ‘opleving’. In de context van religie wordt met het Réveil een godsdienstige opwekkingsbeweging bedoeld die in het begin van de negentiende eeuw in meerdere Europese landen van invloed was binnen de kerken. In Nederland had de beweging vooral tussen 1817 en 1860 een grote invloed, niet alleen in de Nederlandse Hervormde Kerk en afsplitsingen van die kerk, maar ook in de Nederlandse maatschappij.

De aanhangers van de beweging vormden een bont gezelschap, dat met name in Amsterdam gesitueerd was. De opwekkingsbeweging had verder invloed in Den Haag (waar Guillaume Groen van Prinsterer de spilfiguur was), in Rotterdam, Leiden (o.a. Bilderdijk en later Hendrik P. Scholte), in Utrecht (Nicolaas Beets), Nijmegen en regio (Ottho G. Heldring) en in Friesland (onder predikant Lucas Fockens). In essentie deelden de Réveil-aanhangers de volgende praktijken en opvattingen:

  1. Ze keerden zich af van het rationalisme van de Verlichting en legden de klemtoon op het belang van gevoel, innerlijk, beleving van het geloof en mystiek. Net als de gelijktijdige culturele beweging van de Romantiek in die decennia deed.
  2. Het Réveil was een conservatieve beweging die zich verzette tegen de revolutie-idealen van de Franse Revolutie (‘vrijheid, gelijkheid en broederschap’). Nederland moest terugkeren naar de normen en waarden van het christendom. Het conservatisme bleek onder meer uit een afwijzing van het pleidooi om meer vrouwenrechten en de tegenstand tegen vaccinatie.
  3. De beweging liet zich in Nederland horen bij monde – of beter gezegd: per pen – van een aantal orthodox-protestante literatoren en intellectuelen uit de gegoede burgerij. De dichter-schrijver Willem Bilderdijk trok de kar. Maar ook schrijvers als de rechtsgeleerde Isaäc da Costa, zakenman Willem de Clerq, arts Abraham Capadose, politicus-schrijver Guillaume Groen van Prinsterer en politicus-publicist Samuël Wiselius trokken als woordvoerders van het Réveil aandacht met hun geschriften.
  4. Nadruk op vroomheid, zielservaringen en doordenken van het geloof was belangrijk in het Réveil. Zo kwamen de kopstukken uit van de beweging vanaf 1826 op zondagavonden samen bij Isaäc da Costa – de zogeheten ‘Zondagavonden van Da Costa’ – om gezamenlijk uit de Bijbel te lezen en deze op een bewogen, dichterlijke manier te verklaren.
  5. Sociale bewogenheid en in actie komen voor de zwakke medemens was een belangrijk motief van de beweging. Het Réveil streed tegen verschijnselen als armoede, alcoholmisbruik en slavernij, en beklemtoonde het belang van onderwijs voor de armere medeburgers. De in 1855 door predikant Jan de Liefde opgerichte vereniging Tot Heil des Volks kwam uit het Réveil voort.
  6. Het Réveil kende geen strakke organisatorische structuur, maar werd vooral bepaald door individuele persoonlijkheden, die kringen rond zich verzamelden. Wel zou betoogd kunnen worden dat de beweging kerkelijke gevolgen heeft gehad. Er is wel gesteld dat met de Afscheiding van 1834, onder leiding van de predikant Hendrik de Cock in Ulrum, ‘het Réveil op de kansel kwam’. Net als het Réveil kwam de Afscheiding voort uit onvrede met de liberaler geworden Nederlandse Hervormde Kerk.

Periodisering van het Nederlandse Réveil (1815-1865)

Isaäc da Costa (P.W.M. Trap)
Isaäc da Costa (P.W.M. Trap)
Als beginpunt van het Nederlandse Réveil worden de jaren 1815-1817 beschouwd. Rond 1815 begon het contact tussen dichter, historicus en schrijver Willem Bilderdijk – de ‘Vader van het Réveil’ – en de literator Isaäc da Costa. Beide mannen woonden in Amsterdam en werden vrienden. Als duidelijk beginpunt van het Réveil zou het jaar 1817 gekozen kunnen worden. In dat jaar begon Willem Bilderdijk in kleine kring, in Leiden, met een serie privélessen over de vaderlandse geschiedenis. Tot de studentengroep die hij doceerde behoorden onder meer Da Costa, De Clerq, Capadose en Groen van Prinsterer.

Het Réveil in Nederland wordt in de literatuur in twee hoofdfasen onderscheiden. De eerste fase – het ‘romantisch Réveil’ – liep globaal van 1815-1845 en kenmerkte zich door zogeheten réunions en de verschijning van polemische geschriften en gedichten. Réveil-aanhangers kwamen vaak samen bij iemand thuis (réunions) om innerlijk hun vroomheid te beleven. De sfeer kenmerkte zich door aandacht een combinatie van orthodoxie (dogma) en vroomheid (gevoel). In deze tijd verschenen er diverse polemische geschriften, zoals Da Costa’s Bezwaren tegen den geest der eeuw (1823), Capadoses Bestrijding der Vaccine of de Vaccine aan den Beginselen der Godsdienst, der Rede en der ware Geneeskunde getoetst (1826) en een heus Réveil-tijdschrift getiteld Nederlandsche Stemmen (1834, sinds 1838 Stemmen en Beschouwingen genoemd). Dit soort werken bereikte ook het ‘gewone volk’, in gereformeerd jargon (Abraham Kuyper) ook wel ‘de kleine luyden’ genoemd. Via de geschriften en polemieken drong het gedachtegoed van de beweging door onder meer mensen dan alleen de gegoede burgerij.

Ottho Gerhard Heldring
Ottho Gerhard Heldring
De tweede fase van het Réveil wordt wel het ‘maatschappelijk Réveil’ genoemd en duurde van ongeveer 1845-1865. Deze begon met samenkomsten van de zogeheten Christelijke Vrienden, een groep Réveil-aanhangers die vanaf augustus 1845 tot het jaar 1854 in Amsterdam bij elkaar kwamen, tweemaal jaars, en hun geloof maatschappelijke relevantie wilden geven. De klemtoon in het Réveil verschoof van piëtisme en zieleheil als aandachtspunten naar activisme en maatschappelijk werk voor de zwakkere medemens. Met name Ottho Gerhard Heldring speelde in deze omslag een rol. In de jaren 1840 publiceerde hij pamfletten met titels als De Jenever erger dan de Cholera en riep hij op om alcoholisten en de arme onderklasse te helpen. Zo zette Heldring maatschappelijke organisaties op in Hoenderloo en stichtte hij in 1847 in Zetten het zogeheten “Asyl Steenbeek”, een opvanghuis voor ex-prostituees. In 1853 zette Groen van Prinsterer de Maatschappij ter Bevordering van de Afschaffing der Slavernij (NMBAS) op. Deze had tot doel om de slavernij afgeschaft te krijgen. De NMBAS stuurde – zonder succes – enkele petities naar koning Willem II. Met ingezameld geld (9500 gulden) wist de NMBAS in 1856 wel 79 slaven vrij te kopen.

De oprichting van de Confessionele Vereeniging in de Nederlandse Hervormde Kerk in 1864-1865 wordt beschouwd als het eindpunt van het Réveil.

Ten slotte: het Réveil heeft voor een deel geleid tot de vorming van de idealen van de Antirevolutionaire Partij (ARP), met name door het werk van Groen van Prinsterer, de gereformeerde partij die in 1879 door Abraham Kuyper opgericht werd. Hiermee gaf het Réveil indirect een startschot voor de maatschappelijke profilering van orthodox-protestanten, die de aanzet vormde voor wat wel de Verzuiling (ca.1880-1960) is genoemd.

Lees ook: De Afscheiding (1834): kerkelijke afsplitsing
…of: De Doleantie (1886): opnieuw een kerkscheuring
Boekentip: Hogere sferen. De ideeënwereld van Willem Bilderdijk – Joris van Eijnatten

Bronnen

Boeken
-F. van Lieburg, Opwekking van de natie: Het protestantse Réveil in Nederland (2012) m.n. 11-14, .
-O.W. Dubois, ‘Réveil’, in: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie Deel III (2005) p.1536-1537.
-M.E. Kluit, Het protestantse Réveil in Nederland en daarbuiten 1815-1865 (1970). Dit boek geldt als een standaardwerk over het Réveil in Nederland.
-M. Janse, De afschaffers. Publieke opinie, organisatie en politiek in Nederland 1840-1880 (2007).

Internet
-https://www.historischnieuwsblad.nl/nl/artikel/25934/het-reveil-in-nederland-1817-1854.html
-https://www.encyclo.nl/begrip/reveil
-https://www.dbnl.org/tekst/bork001lett01_01/bork001lett01_01_0019.php#r091
-https://www.digibron.nl/search/detail/012ea16f1c1972791e94ae56/het-reveil-en-de-kleine-luyden
-https://web.archive.org/web/20131001013521/http://www.geschiedenisbeleven.nl/Rubrieken/Boeken/324-Weinig_opwekkends_over_het_Rveil/

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Gelijk naar geschiedenisboeken over: