Dark
Light

Indië in Den Haag, een eeuwenoude band

5 minuten leestijd
Krossi-malas, Indische ligstoel van rotan en bamboe, eerste helft 20ste eeuw – Collectie Haags Historisch Museum – De krossi-malas of koersi males (van het Maleis: krossi = bank, malas = lui) was een geliefd meubelstuk in Nederlands-Indië. Verlofgangers mochten zo’n stoel gratis meenemen op de boot naar Nederland, waar hij aan boord als dekstoel kon worden gebruikt.
Krossi-malas, Indische ligstoel van rotan en bamboe, eerste helft 20ste eeuw – Collectie Haags Historisch Museum – De krossi-malas of koersi males (van het Maleis: krossi = bank, malas = lui) was een geliefd meubelstuk in Nederlands-Indië. Verlofgangers mochten zo’n stoel gratis meenemen op de boot naar Nederland, waar hij aan boord als dekstoel kon worden gebruikt.

Ooit was Nederlands-Indië een kolonie van Nederland en was Den Haag de stad van waaruit de kolonie werd bestuurd. Den Haag was ook de plaats waar grote maatschappijen die opereerden in Indië hun hoofdkantoor hadden, waar veel oud-Indischgasten zich vestigden en waar Indische bands ontstonden en toko’s hun deuren openden. De band tussen Den Haag en de Indonesische archipel is eeuwenoud.

Portret van Johan van Oldenbarnevelt, geschilderd door Michiel van Mierevelt, ca. 1616 – collectie Haags Historisch Museum

De Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC)

Tussen 1590 en 1618 was Johan van Oldenbarnevelt (1547-1619) de invloedrijkste politicus in de Republiek der Verenigde Nederlanden. Hij was landsadvocaat van het machtige gewest Holland en leidde de Hollandse afvaardiging in de Staten-Generaal. Ook was hij van grote betekenis voor de grootschalige handel die in die tijd ontstond met ‘de Oost’. Na de eerste succesvolle handelsexpeditie naar de Indonesische eilandengroep in 1599, die was gefinancierd door Amsterdamse kooplieden, vormden zich al snel verschillende compagnieën. Om de krachten te bundelen tegen buitenlandse concurrenten initieerde Johan van Oldenbarnevelt in 1602 de oprichting van één compagnie: de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC). De VOC had het alleenrecht op de handel vanuit de Republiek in Azië en kreeg daar namens de Staten-Generaal ook bestuursmacht.

Den Haag is als bestuurscentrum van de Republiek ook verantwoordelijk geweest voor het bestuur van alle overzeese gebiedsdelen. Als vestigingsplaats van de Staten-Generaal was de stad betrokken bij zowel de commerciële als de ambtelijke besluitvorming met betrekking tot alle overzeese gebieden en dus ook Oost-Indië.

Van wingewest tot kolonie

Nadat de Fransen in 1813 waren verjaagd, werd Willem I in 1815 tot Koning van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden benoemd. Nederland kreeg het grootste deel van zijn bezittingen in Oost-Indië terug, die gedurende de Franse overheersing in Engelse handen waren geweest. Willem I stimuleerde de zwakke Nederlandse economie.

Portret van Elias de Haze – Collectie Haags Historisch Museum – Elias de Haze (1689 -1752) was een belangrijke functionaris van de VOC in Indië. Na een militaire carrière in de republiek was hij van 1731 tot en met 1735 Gouverneur van Ternate. Dit kruidnagel producerende eiland was het machtigste sultanaat in de noordelijke Molukken. In dit portret verwijst de schilder Van Dijk met de helm en commandostaf en de documenten op tafel naar De Haze’s gouverneurschap.

Hij richtte de Nederlandsche Handel-Maatschappij op als opvolger van de VOC, die eind achttiende eeuw failliet was gegaan. Zijn streven was dat de inkomsten uit Indië de kurk zouden vormen waarop Nederland zou gaan drijven.

Het ministerie van Koloniën was verantwoordelijk voor de uitzending van duizenden ambtenaren naar Indië. Tegen het einde van de negentiende eeuw had bijna iedere Hagenaar wel een familielid of kennis die als ambtenaar, militair of in dienst van een bedrijf in Indië woonde. De aanwezigheid van het ministerie van Koloniën maakte Den Haag een aantrekkelijke vestigingsplaats voor bedrijven met een internationaal werkterrein.

Zo hadden oliemaatschappijen, cultuurmaatschappijen en vervoersbedrijven als de Koninklijke Rotterdamsche Lloyd (scheepvaart) en de Nederlandsch-Indische Spoorweg-maatschappij een kantoor in Den Haag. Veel van deze maatschappijen begonnen in de negentiende eeuw als een bescheiden onderneming, gestart door enkele gedreven pioniers, om vervolgens dankzij enorme winsten uit te groeiden tot mondiale bedrijven.

Louis Couperus en Elisabeth Couperus-Baud aan de reling van het schip ‘de Prins der Nederlanden’ op weg naar Nederlands-Indië, 1921 (Collectie Letterkundig Museum) – Hoewel de bekende schrijver Louis Couperus (1863-1923) in Den Haag is geboren en dus een echte Hagenaar was, had hij nauwe banden met het toenmalige Nederlands-Indië. Zijn ouders, broers en zusters, en ook andere familieleden zijn in Indië geboren en hebben er jarenlang gewoond. Louis zelf bracht er zes jaar van zijn jeugd door. Toen hij negen jaar oud was, vertrok het hele gezin naar Indië. Deze ‘tropenjaren’ zouden de gelukkigste tijd van zijn jeugd zijn waar hij altijd met warmte en heimwee op terug zou kijken.

Een onafhankelijk Indonesië

De Japanse bezetting (1942-1945) van Nederlands-Indië betekende het einde van een lange koloniale geschiedenis. Terwijl de Nederlanders in Japanse kampen gevangen zaten, kreeg de Indonesische nationalistische beweging de ruimte zich te ontplooien. Na de Japanse capitulatie in augustus 1945 verklaarde Indonesië zich dan ook onafhankelijk. In eerste instantie wilde Nederland haar koloniale missie voortzetten en stuurde zij een troepenmacht.

In 1949 erkende Nederland het onafhankelijke Indonesië. Zo’n tweehonderdduizend Nederlanders en Indische Nederlanders vertrokken voorgoed naar Nederland. Niet langer beschikte het kleine Nederland over een koloniaal rijk in Azië, de eeuwenoude trots van de natie.

The Tielman Brothers, ca. 1960 – Collectie Museum RockArt

Den Haag: Indorockstad bij uitstek

Hoewel de politieke banden met het land werden verbroken, bleef de Indische cultuur duidelijk aanwezig in Den Haag. Muziek speelde altijd al een grote rol in Indische gezinnen. In menig huis was wel een gitaar te vinden, ook na de verhuizing naar Nederland. En binnen de ongedwongen huiselijke sfeer vormden muzikale ensembles zich snel. In Den Haag speelden de Indische bands al enige tijd in besloten kringen, toen in de loop van 1957 de stap naar buiten werd gezet.

Radio versierd met Indische motieven, vervaardigd door de firma Waldorp in Den Haag, ca. 1935 – Collectie Haags Historisch Museum – De radio staat afgestemd op Bandoeng. Daar was het Radiozendstation Malabar actief, een indrukwekkend complex, gebouwd in de Malabarkloof op een hoogte van 1250 meter boven de zeespiegel.

In de Haagse Dierentuin vonden de artiesten een goed podium. Ook niet-Haagse bands traden hier vaak voor het eerst voor een groot publiek op. Tijdens de spetterende Indische culturele avonden stond het programma vol met vele bands, duo’s (The Blue Diamonds) en solisten (Anneke Grönloh). Ook de teenagershows van de Haagse impresario Paul Acket waren spectaculair. Tijdens de tweede teenagershow op 3 januari 1960 lieten The Tielman Brothers een onuitwisbare indruk achter.

Indobands in het algemeen, en The Tielman Brothers aan kop, maakten er altijd een grote show van: kleurrijke outfits, geïmproviseerde solo’s, acrobatische moves en veel dynamiek in de muziek. Blanke bandjes probeerden het typerende gitaargeluid van de Indorockmuzikanten vaak tevergeefs te imiteren; de sound bleek toch echt een kwestie van gevoel.

Rond 1965 was het grote succes van de Indorock voorbij. De muzikanten hadden echter wel een vruchtbare voedingsbodem weten te creëren voor de Nederbeat en Haagse Beat, met bands als Golden Earring.

De Indische keuken

Ook de liefhebber van de Indische keuken was en is in Den Haag op de juiste plek. Het ruime aanbod van restaurants en toko’s getuigt daarvan. In de loop van de twintigste eeuw werden steeds meer eethuisjes en restaurants met een Indische keuken geopend in Nederland. Langzaam maar zeker raakte men hier ook bekend met het Indische eten. En na de onafhankelijkheid van Indonesië (1949) ging het snel: overal werden Indische restaurants opgericht. Den Haag kende de meeste eetgelegenheden met een Indische kaart. Namen van eethuizen en restaurants als Tampat Senang (1922), Garoeda (1949) en Waroeng Soeboer (1958) klinken bij velen nog steeds als muziek in de oren. En er zijn er nog veel meer!

~ Haags Historisch Museum

×