StudieboekenStudieboeken

Ooggetuigen van de Killing Fields

Uit de schaduw van Pol Pot. Nuon Chea en de Rode Khmer
Volgende week verschijnt bij uitgeverij Omniboek het boek Uit de schaduw van Pol Pot. Nuon Chea en de Rode Khmer van Michiel Kroesbergen. Het waargebeurde verhaal van Nuon Chea, broeder nummer 2 van de Rode Khmer en de “architect van het kwaad in Cambodja”. Tijdens hun bijna vier jaar durende schrikbewind (1975-’79) waren deportaties, marteling en moord aan de orde van de dag. Nuon Chea was een van de hoofdverantwoordelijken voor de dood van 1,7 miljoenen Cambodjanen in de Killing Fields. In 2018 werd Nuon Chea door het Cambodjatribunaal veroordeeld voor genocide. Op Historiek een fragment uit het boek waarin verschillende getuigen hun ervaringen vertellen over Choeung Ek, beter bekend als de Killing Fields.


Killing Fields

“Als we hadden geweten dat we gedood zouden worden, waren we wel het bos in gevlucht. Om daar opgegeten te worden door tijgers…” – Getuige Choeung Yaing Chaet

Aanklager Raynor: Ik citeer: ‘Ik ging op zoek naar het huis van mijn oom, verder naar het noorden. Ik volgde mijn buffels die kant op, zij waren die richting op gevlucht. Ik wist niet dat in die streek veel mensen vermoord waren. Toen ik er kwam, zag ik overal de lichamen liggen, vaak aan elkaar gebonden. Ze waren nog niet ontbonden, ze waren opgezwollen. Ik hoorde het geluid van ontbinding: de lucht die in de dode lichamen zat en naar buiten moest. Ik zag overal hersenen liggen vermengd met bloed.

‘Toen werd hij vastgebonden aan zijn dochtertje en werden ze samen vermoord’

De gevangenen werden met trucks naar een bepaalde plek gereden en daar massaal doodgeschoten. Op een gegeven moment zag ik weer zo’n truck aankomen en de gevangenen uitstappen. Ik herkende mijn oom. Hij was daar samen met zijn dochter. Ik stond van een afstandje toe te kijken. Ik heb me snel omgedraaid. Ik was bang dat hij me zou herkennen en naar me zou roepen om hulp. Dan zou ik ook aan de beurt zijn. Ik zorgde dus dat hij mij niet kon zien. Toen werd hij vastgebonden aan zijn dochtertje en werden ze samen vermoord.’

In de begintijd van S-21 werden de doden begraven in de directe omgeving. De bebouwing was toen minder dan nu, en in de open ruimte rondom de gevangenis werden de lijken verbrand of begraven. Na verloop van tijd waren dit er zo veel dat er gezocht moest worden naar een nieuwe locatie. Duch: ‘… er bestond het gevaar van epidemieën rond S-21 vanwege het overschot aan rond liggende lijken.’

Choeung Ek werd gevonden, en deze locatie zou later bekend komen te staan als de ‘Killing Fields’, een veld op zo’n 15 kilometer van de gevangenis. Nu zijn er overal in Cambodja dergelijke killingfields, maar dit is het bekendste, voornamelijk omdat dit gelinkt is aan de beruchtste gevangenis van het regime.

Tuol Sleng Genocide Museum - cc
Tuol Sleng Genocide Museum (CC BY-SA 4.0 – Bjørn Christian Tørrissen – wiki)

Er zijn vele verhalen van toeristen die hier rondlopen en per ongeluk over losliggende botten struikelen. Wellicht was dat in de begintijd zo, maar inmiddels in ieder geval niet meer. De plekken waar de schedels en botten liggen, zijn omheind. Naast een van deze omheinde veldjes staat een boom waaraan een bordje hangt met daarop de uitleg dat tegen deze boom baby’s werden doodgeslagen. Aan het begin van het terrein staat een grote stoepa, waar de schedels ter bezichtiging in lagen liggen opgestapeld.

Niet dat het heel veel zegt, veertig jaar na het gebeurde, maar de verhalen van de oud-werknemers van Choeung Ek komen aardig overeen. Alleen het slagwapen waarmee de slachtoffers gedood werden, verschilt hier en daar. Onder andere een waterpijp, een ijzeren stang, een simpele stok en de as van een ossenkar worden genoemd.

Schedels in de stupa.
Schedels in de stupa bij de Killing Fields. (CC BY-SA 3.0 – Brad Barnes – wiki)
Getuige Him Huy: Op het stilste uur van de dag, rond 8 uur in de avond, of misschien nog iets later, kwamen de gevangenen aan bij Choeung Ek. Ze waren geblinddoekt. Hun handen zaten vastgebonden op hun rug. En soms, als het er veel waren, zaten de gevangenen ook aan elkaar geketend. Ze waren bang dat er wat zouden vluchten. Al was daar niet veel reden toe, want de gevangenen werd nooit verteld dat ze gedood zouden worden. Ze dachten dat ze naar een nieuwe locatie gebracht werden. Met de meeste transporten gingen naast de chauffeur drie gevangenbewaarders mee.

We kregen geen lijst van namen mee, maar we moesten wel bijhouden hoeveel mensen er in- en uitgeladen werden. Er werd dan later gecheckt of het klopte.

In Tuol Sleng hield ik bij hoeveel er instapten, en bij Choeung Ek hield ik bij hoeveel er uitstapten. Ik noteerde nummers en namen. Soms waren het er wel vijftig of zeventig of tachtig tegelijk. Na het uitstappen werden ze eerst verzameld in een huis. Normaal gesproken stopte de truck daar vlakbij. Er stond een stoel in het huis, en die werd bij de truckdeur gezet om het uitstappen te vergemakkelijken. Vanuit dat huis werden ze later weggeleid om geëxecuteerd te worden. In het huis stond altijd een stroomgenerator te loeien. Dit had als voordeel dat je vanbinnen niet kon horen dat er buiten mensen gedood werden. Het lawaai van de generator overstemde alles.

Vanuit het huis moesten de gevangenen naar de grafkuilen lopen. Ze wisten niet dat ze gedood zouden worden, maar soms hoorde ik iemand wel huilen. Misschien vermoedden ze iets. Ze moesten naast de grafkuil gaan zitten. Dan werden ze vanachter in de nek geslagen en vielen ze dood het graf in. Dit hadden we van Hor en Duch geleerd. Soms werd ook hun keel nog doorgesneden. Wanneer ze goede kleren droegen, moesten ze die eerst uitdoen. Oude kleren maakten ons niets uit.

Nadat dat gebeurd was en ik weer terug was in Tuol Sleng, liet ik mijn genoteerde namen zien aan Suos Thy en hij controleerde dan of de aantallen klopten.

Boeddhististche Stupa op Choeung Ek, de Killing Fields.
Boeddhististche Stupa op Choeung Ek, de Killing Fields. (CC BY-SA 3.0 – Timgray200 – wiki)
‘Het was alsof je samenleefde met tijgers. Er was constant gevaar’

Getuige Tay Teng: Ik maakte me serieus zorgen toen ik in Choeung Ek werkte. Ik had geen idee wat er in de toekomst met me zou gebeuren. Ik moest de bevelen wel opvolgen. Het was alsof je samenleefde met tijgers. Er was constant gevaar.

Ik begreep de situatie heel goed. Ik had een achtergrond met volgens de Rode Khmer foute familieleden. Ik was nooit zeker of mijn tijd al gekomen was of dat het nog de beurt was aan anderen. Ik maakte me continu zorgen.

Ik hielp mee met het graven van de grafkuilen. We kregen van tevoren te horen hoeveel graven er nodig waren. Soms twee, soms drie kuilen. Dat duurde dan een dag of twee om te graven. We kregen het altijd op tijd te horen als er weer een lading gevangenen aan zou komen.

Uit de schaduw van Pol Pot
Uit de schaduw van Pol Pot – Michiel Kroesbergen
We kregen geen lijst met namen door, maar alleen aantallen. Soms twintig, soms dertig, soms vijftig. Ze waren geblinddoekt en droegen handboeien. Dit bleef zo wanneer ze uitgeladen waren in het huis.

De blinddoeken en handboeien gingen pas af wanneer ze geëxecuteerd werden. Ze werden een voor een uit het huis gehaald, begeleid door twee of drie gevangenbewaarders, tot iedereen aan de beurt was geweest. Het ging allemaal in stilte. Ze wisten dat ze gingen sterven. Enkelen huilden. Anderen hielden hun handen tegen elkaar als om ons te bidden hen te sparen.

Een voor een gingen ze uit het huis, een voor een werd hun gevraagd naast de kuil te gaan zitten, en een voor een werden ze gedood. Dit gebeurde met een slag of messteek van achteren. Ze werden geslagen met een waterpijp of hun keel werd doorgesneden met een mes. Ik weet het niet precies. Ik zorgde dat ik uit de buurt bleef.

~ Michiel Kroesbergen

Boek: Uit de schaduw van Pol Pot – Michiel Kroesbergen
Ook interessant: Rode Khmer in Cambodja (1975-1978)
…of: Hoe een elfjarige jongen de Rode Khmer-terreur overleefde

Bestel dit boek bij:


Verder speuren:

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister


Uit het archief:

Meer tips ➱