Oosterscheldekering – Stormvloedkering van de Deltawerken

/
5 minuten leestijd
Oosterscheldekering tijdens stormachtig weer
Oosterscheldekering tijdens stormachtig weer (Rens Jacobs / Beeldbank V&W - wiki)

De in 1986 voltooide Oosterscheldekering is het grootste onderdeel van de zogenoemde Deltawerken, een groot verdedigingssysteem dat Nederland moet beschermen tegen hoogwater vanuit de Noordzee. De bouw van de negen kilometer lange Oosterscheldekering duurde tien jaar. De waterkering is zo ontworpen dat hij een hoogwatersituatie kan weerstaan die zich statistisch gezien eens in de vierduizend jaar voordoet.

Na de watersnoodramp van 1953 waarbij meer dan achttienhonderd mensen om het leven kwamen, stelde de overheid een Deltacommissie in. Deze moest onderzoeken welke waterwerken er precies uitgevoerd moesten worden om Nederland te beschermen tegen het water en de waterhuishouding in Zuidwest-Nederland kon verbeteren. De commissie stelde vast dat de monden van Haringvliet, Brouwershavense Gat, Veerse Gat en de Oosterschelde afgesloten dienden te worden. Het eerste grote Deltawerk dat werd voltooid was de Stormvloedkering Hollandse IJssel. Deze stormvloedkering bij Rotterdam en Krimpen aan den IJssel werd in 1958 in gebruik genomen.

Opening van de Oosterscheldekering in 1986 door koningin Beatrix.
Opening van de Oosterscheldekering in 1986 door koningin Beatrix. Links minister van Verkeer en Waterstaat Neelie Smit-Kroes en rechts de directeur-generaal van Rijkswaterstaat J.J. van Dixhoorn (CC0 – Rob Croes / Anefo – wiki)

‘Zeeland is veilig’

De Oosterscheldekering zou het grootste onderdeel van de Detlawerken worden. Deze waterkering heeft grote schuiven die gesloten kunnen worden bij hoogwater. Over de kering loopt een negen kilometer lange wegverbinding tussen Schouwen-Duiveland en Noord-Beveland. De Oosterscheldekering werd op 4 oktober 1986 in gebruik genomen door 17 van de in totaal 62 schuiven van de pijlerdam neer te laten. Koningin Beatrix sprak daarbij de beroemd geworden woorden:

“De stormvloedkering is gesloten. De Deltawerken zijn voltooid. Zeeland is veilig.”

Helemaal juist was dit niet. De Deltawerken waren namelijk nog niet echt voltooid. In 1997 werd bij Hoek van Holland bijvoorbeeld nog de Maeslantkering geopend en in 2010 nam men bij Harlingen de allerlaatste waterkering in gebruik. Pas toen was het Deltaplan uit de jaren vijftig echt voltooid.

Foto gemaakt tijdens de opening van de Oosterscheldedam in 1986
Foto gemaakt tijdens de opening van de Oosterscheldedam in 1986 (Rijkswaterstaat – wiki)

Open of dicht?

Volgens het oorspronkelijke plan moest de waterkering de Oosterschelde volledig afsluiten. Hiertegen kwamen echter bezwaren, onder meer vanuit de visserij en milieubeweging. Zij wezen erop dat de Oosterschelde de ‘kraamkamer’ was van de Noordzeevis en garnalen. Volledige sluiting zou verder dramatisch zijn voor vogels die de Oosterschelde op grote schaal gebruikten als voedselvindplaats. Een dichte dam, zo betoogden de critici, zou het hele natuurgebied onherstelbaar beschadigen. Visserij en natuurbeweging pleiten daarom voor een halfopen waterkering, zodat de getijdenstroming in stand bleef. De regering Biesheuvel wilde echter niets van deze voorstellen weten. De val van dit kabinet speelde de voorstanders van de halfopen waterkering in 1972 echter in de kaart. Het nieuwe kabinet werd namelijk mede gevormd door D’66 en die partij had zich tijdens de verkiezingscampagne uitgesproken voor een open Oosterschelde.

Bericht over de verworpen motie van Maarten Schakel in Trouw, 21 november 1974
Bericht over de verworpen motie van Maarten Schakel in Trouw, 21 november 1974 (Delpher)

In 1974 nam de Tweede Kamer uiteindelijk een gewijzigd plan aan. De Oosterscheldekering werd een halfopen dam, waardoor het zoute getijdemilieu van de zeearm grotendeels intact bleef. Nog even werd het spannend in de Kamer toen parlementslid Maarten Schakel van de Anti-Revolutionaire Partij (ARP) een motie indiende waarin hij pleitte voor volledige afsluiting van de Oosterschelde, conform de oorspronkelijke plannen. Het bouwen van een halfopen waterkering kostte volgens Schakel veel teveel tijd én geld. De regering wilde echter niets van zijn voorstel weten en dreigde zelfs met aftreden als de motie werd aangenomen. Dat laatste gebeurde ook niet. De motie Schakel werd met 75 tegen 67 stemmen naar de prullenbak verwezen. Onder de voorstemmers bevonden zich onder meer de oppositionele fracties CHU en VVD. Opvallend is dat ook VVD-lid Neelie Smit-Kroes voor de motie van Schakel stemde. Bij de opening van de Oosterscheldekering was zij jaren later minister van Verkeer en Waterstaat. Ze was trots op de prestatie die bedrijfsleven in samenwerking met wetenschap en overheid had geleverd en sprak onverbloemd van een “achtste wereldwonder”, maar de jaren daarvoor had de minister de waterkering vaak een “grote vergissing” genoemd. Rond de opening legde ze dit uit:

“Op zich is het prachtig, maar er is te veel beslag gelegd op de middelen. Als gevolg daarvan heb ik, als minister van Verkeer en Waterstaat, een achterstand opgelopen bij een aantal infrastructurele werken. Denk aan de uitholling van het Rijkswegenfonds en in de natte afdeling de kanalenprojecten en het onderhoud van de waterwegen.” NRC Handelsblad – 27 september 1986

Bouw van de Oosterscheldekering
Bouw van de Oosterscheldekering ()Rijkswaterstaat – wiki

Pijlers

In tien jaar tijd was een pijlerdam gebouwd. Op een speciale fundering in de Oosterschelde werden hiervoor 65 grote betonnen pijlers van tussen de 30 en 40 meter hoog geplaatst, ieder met een gewicht van 18 miljoen kilo. Tussen deze pijlers plaatste men 62 metalen schuiven van 42 meter breed en 6 tot 12 meter hoog. Deze kunnen bij stormvloed neergelaten worden. De bouw kostte circa zeven miljard gulden. Daarmee vielen de kosten veel hoger uit dan gepland. Volgens een wél aangenomen motie van politicus Maarten Schakel hadden de plannen overigens aangepast moeten worden als de kosten hoger uitvielen dan geraamd. Dit gebeurde echter niet. Schakel zei daarover later:

“De regering heeft het point of no return bewust laten passeren vóór ze de Kamer liet weten dat het financieel uit de klauwen liep. Pas in 1981, toen ik al niet meer in de Kamer zat, is voor het eerst toegegeven dat de limiet overschreden was.” NRC Handelsblad – 27 september 1986

Alleen bij zeer zware storm- en springvloed wordt de Oosterschelde tijdelijk volledig gesloten. Gemiddeld gebeurt dat één keer per jaar, als het waterpeil hoger is dan 3 meter boven NAP.

Werkeilanden

Voor de bouw van de waterkering zijn enkele kunstmatige (werk)eilanden aangelegd, waaronder de Roggeplaat (1969), Neeltje Jans (1969) en Noordland (1971). Vooral Neeltje Jans was zeer belangrijk. Hier werden een groot deel van de benodigde pijlers, kokers en funderingsmatten gemaakt. Het werkeiland, halverwege de Oosterscheldekering tussen Schouwen en Noord-Beveland, bestaat nog steeds. Sinds de opening van de Oosterscheldekering is er een informatie- en attractiepark te vinden. Hier is ook nog een reserve pijler van de waterkering te vinden. Die doet tegenwoordig dienst als klimmuur.

Ook interessant: Het Deltaplan: nieuwe bescherming voor een kwetsbaar land

Video van Rijkswaterstaat over de Oosterscheldekering:

Bronnen

-https://www.rijkswaterstaat.nl/water/waterbeheer/bescherming-tegen-het-water/waterkeringen/deltawerken/oosterscheldekering
-https://www.rijkswaterstaat.nl/water/waterbeheer/bescherming-tegen-het-water/waterkeringen/deltawerken/oosterscheldekering/de-bouw-van-de-oosterscheldekering
-Kroniek van de 20e Eeuw – Aart Aarsbergen, red, p. 1072
-https://watersnoodmuseum.nl/kennisbank/oosterscheldekering/
-Kroniek van de vaderlandse geschiedenis – Aart Aarsbergen e.a. – p.1039,1068
-https://www.nrc.nl/nieuws/1986/09/27/sluitstuk-oosterschelde-de-uitkomst-van-de-profetie-beurzen-open-dijken-dicht-kb_000028905-a3664875