Dark
Light

Oscar Carré en zijn circustheater in Amsterdam

4 minuten leestijd

De geschiedenis van Koninklijk Theater Carré begint in 1887. Circusdirecteur Oscar Carré bouwde toen, aan de oever van de Amstel, een stenen cicustheater. Vandaag de dag is het al lang geen circustheater meer al zijn er de afgelopen decennia wel geregeld circusvoorstellingen te zien geweest.

Fronton van Koninklijk Theater Carré
Fronton van Koninklijk Theater Carré (CC BY-SA 3.0 – S Sepp – wiki)
De geschiedenis van Carré gaat eigenlijk nog veel verder terug. De naam Carré was al langer bekend in circusland. Oscars vader, Wilhelm Carré, maakte in zijn geboorteland Duitsland naam als circusruiter. Hij was te zien in circus Briloff en had onder meer een act waarbij hij, op een ongezadeld paard, over meer dan achtenveertig brandende kaarsen sprong. Wilhelm Carré trouwde in 1842 met de in Rotterdam geboren paardrijdster Cornelia Adriana de Gast die bekend werd onder de artiestennaam Kätchen Carré.

Wereldreis

Wilhelm en Kätchen Carré behoorden tot de eerste artiesten die onderdeel uitmaakten van het circus van Ernst Renz dat uit zou groeien tot een van de grootste circussen van de negentiende eeuw. Na enige tijd besloot het echtpaar Carré voor zichzelf te beginnen. In Belgrado richtten ze een eigen circus op waarmee ze door de Balkanlanden trokken. Aangezien het circus vrij klein bleef kon er makkelijk gereisd worden. Na de Balkanlanden trok Circus Carré daarom ook naar Rusland en later werden ook landen als Oostenrijk, Duitsland, Frankrijk en Nederland aangedaan.

In Nederland deed de familie Carré met name in Amsterdam goede zaken. Op het Amstelveld maakte het circus daar onderdeel uit van een grote jaarlijkse kermis. Dit beviel de familie vermoedelijk erg goed want ze keerden ieder jaar terug. In 1875 kwam hier echter een eind aan. Het stadsbestuur besloot toen namelijk om de circussen af te schaffen. Op dat moment was Wilhelm Carré al overleden en de leiding van het circus was in handen van zijn zoon Oscar. Aangezien er een eind zou komen aan de reizende circussen bedacht Oscar Carré dat het goed zou zijn om in Amsterdam een circusgebouw te laten plaatsen. In de hoofdstad had men namelijk altijd goede zaken gedaan. Het pand moest vlakbij het Amstelveld geplaatst worden. Daar waren immers altijd de reizende circussen neergestreken.

Plantage

Het gemeentebestuur reageerde echter niet direct enthousiast op de plannen van Carré. Uiteindelijk kreeg hij wel toestemming om een tijdelijk houten theater te bouwen in de Plantage bij Artis. Dat gebied was toen in opkomst als centrum van amusement. Nadat hij daar drie jaar voorstellingen had gegeven kreeg Oscar Carré toestemming een houten circusgebouw te plaatsen bij de sluizen van de Amstel. Het ging opnieuw om een tijdelijk circus maar Carré pakte het slim aan. Voor het houten circus met tijdelijk karakter plaatste hij een stenen gevel zodat het pand een permanent karakter kreeg.

Een slimme zet, maar de gemeente was er niet blij mee. Die was zelfs zo boos dat Carré in 1881 de opdracht kreeg het pand binnen twee maanden volledig af te breken. Oscar Carré ging hierop in onderhandeling met het gemeentebestuur en kreeg uiteindelijk zelfs toestemming voor een permanente vergunning, op voorwaarde dat het pand een betrouwbare constructie zou krijgen.

Theaterzaal van Carré – Foto: CC/Andreas Praefcke

Koninklijk Theater Carré

Aankondiging voor de circus van 1875 in het Algemeen Handelsblad van 1875
Na jarenlange strubbelingen had Oscar Carré eindelijk zijn zin: hij kreeg een permanent theater aan de Amstel. Het geld voor de bouw (zo’n 300.000 gulden) kreeg hij bijeen met behulp van een obligatielening. Gedurende de bouw van het pand had Carré een tijdelijk theater aan het Frederiksplein.

Het theater aan de Amstel werd uiteindelijk groter dan de naamgever gedacht had. De gevel werd opgetrokken in de stijl van de Italiaanse renaissance en op het dak kwam een koepel van 37 meter breed. Ook aan het interieur werd erg veel aandacht besteed. Er kwamen verschillende foyers waar men kon lunchen en de rood fluwelen stoelen rond de piste werden met leer bekleed. Op zowel de wanden als het koepeldak waren veel fresco´s te vinden.

Oude poster van Carré
Oude poster van Carré (CC0 – wiki)
Het theater was duidelijk een circustheater maar Carré had, om het pand rendabel te krijgen, bedacht dat er een toneelpodium moest komen met aan weerszijden twee grote balkons voor orkesten. Het theater kon zo ook in de zomer, als het circus op tournee was, gebruikt worden. De opening van het pand vond plaats op 2 december 1887 met een ‘Groote Parade Gala Openingsvoorstelling in de Hoogere Rijkunst, Paardendressuur en Gymnastiek’. De kranten spraken er vol lof over.

Koninklijk

Oscar Carré en zijn theater werden zeer populair in Amsterdam. De grondlegger van het circus, die zich tot Nederlander had laten naturaliseren, gaf het circus stijl en volgens velen had hij zelf een aristocratische uitstraling. Oscar Carré was een circusman in hart en nieren. Al vanaf zijn zesde trad hij op in het circus. Hij was bekend geworden als paardendresseur maar kon ook bijvoorbeeld jongleren en viool spelen. En bovendien had hij groot zakelijk inzicht.

Onder zijn bewonderaars vond hij bijvoorbeeld koning Willem III die zijn circus ooit met de gehele koninklijke familie bezocht. Het was ook deze koning die het circus het predicaat ‘koninklijk’ gaf.

Ramp en verval

Oscar Carré
Oscar Carré
In 1891, slechts enkele jaren na de opening van het stenen theater, voltrok zich een ramp voor de familie Carré. Bij het Duitse plaatsje Kirchlengern kwam een trein die het circus naar Hannover zou brengen, in botsing met een andere trein. Bij het ongeval kwamen verschillende mensen om het leven, waaronder de vrouw van de circusdirecteur. Ook een groot deel van het circusmaterieel was bij de ramp verloren gegaan.

Ondanks steun van verschillende andere circussen wist Oscar Carré er nooit meer helemaal bovenop te komen. Hij hertrouwde met Ada Graham maar die overleed enkele jaren later. Carré was een gebroken man en kwam steeds dieper in de schulden te zitten. Uiteindelijk kwam het zo ver dat hij in 1897, kort na de dood van zijn tweede vrouw, moest stoppen met het vak en een deel van de bezittingen van zijn bedrijf moest verkocht worden om de schuldeisers af te kunnen betalen.

Een verhaal over de circusdirecteur, dat waarschijnlijk niet op feiten berust, zegt dat Carré zijn beroemde Trakehner-paarden eigenhandig neerschoot, om te voorkomen dat ze in andere handen terecht zouden komen.

De zonen van Carré probeerden het bedrijf hierna nog uit het slop te trekken. Dit lukte nooit echt.

Boek: Circus – Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed

×