Rijksmuseum schrapt ‘racistisch begrip’ bersiap

/
4 minuten leestijd
Zelfgemaakte bamboespeer zoals die tijdens de bersiap door nationalistische Indonesische jongeren werd gebruikt
Zelfgemaakte bamboespeer zoals die tijdens de bersiap door nationalistische Indonesische jongeren werd gebruikt (CC BY-SA 3.0 - Crisco 1492 - wiki)

Het begrip bersiap is al tijden gemeengoed onder Nederlandse historici en wordt gebruikt als aanduiding voor de gewelddadige periode tijdens de strijd om de onafhankelijkheid van Indonesië, die direct na de Tweede Wereldoorlog losbarstte. Volgens een gastcurator van het Rijksmuseum in Amsterdam heeft het woord echter een racistische bijklank en wordt het daarom niet gebruikt in een grote tentoonstelling over de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië in de jaren 1945-1949.

De term ‘bersiap’ betekent zoveel als ‘wees paraat’ of ‘geeft acht’. Direct na de Tweede Wereldoorlog werd het woord veelvuldig gebruikt door nationalistische jongeren die, gebruikmakend van een machtsvacuüm dat na de Japanse capitulatie was ontstaan, meenden dat de tijd rijp was voor een onafhankelijkheidsstrijd. Voor nationalistische Indonesiërs was de Tweede Wereldoorlog namelijk niet alleen maar negatief geweest. Na afloop van de oorlog bestond Nederlands-Indië feitelijk niet meer en er waren nu kansen om een nieuw en onafhankelijk Indonesië op te richten. Een terugkeer van het koloniaal bestuur wilde men kost wat kost voorkomen.

In de strijd om onafhankelijk die losbarstte, lieten met name jongeren veel van zich horen. Twee miljoen van hen volgden tijdens de oorlog een Japanse militaire training en hadden geleerd om Europeanen te haten. Journalist Piet Hagen schreef hierover in zijn bekende werk Koloniale Oorlogen in Indonesië:

“Hun opleiding was gericht op discipline, geloof in geestelijke kracht en verheerlijking van militair geweld. Zij hadden de Japanse belofte van onafhankelijkheid serieus genomen en geloofden heilig in een vrij Indonesië. Een eigen taal, een vlag en een volkslied hadden ze al, nu nog een eigen republiek.”

In Indonesië staat deze na-oorlogse periode vooral bekend als de Merdeka-tijd (naar het Indonesische woord voor ‘vrijheid’ of ‘onfhankelijkheid’). In Nederland wordt gesproken van bersiap. De revolutionaire beweging was in de beginperiode nauwelijks georganiseerd en had een zeer gewelddadig karakter. Enkele tienduizenden Nederlanders, Indo-Europeanen, Chinezen en verdachte Indonesiërs werden naar schatting vermoord. De Japanse capitulatie bracht veel Nederlanders die jarenlang in Jappenkampen zaten dus niet gelijk de vrijheid waar men zo naar had gesmacht. Zogenoemde Pemoeda’s, nationalistische Indonesische jongeren, gingen gewapend de strijd aan met alle westerse elementen en richtten met kapmessen en zelfgemaakte speren bloedbaden aan onder de zojuist bevrijde Hollanders en Indische Nederlanders. Hoe lang de bersiap precies duurde is niet helemaal duidelijk. Volgens sommigen hield de geweldsexplosie een halfjaar aan, volgens anderen ruim een jaar. In 1947 laaide het geweld op sommige plekken weer op.

Pemoeda's op Java, bewapend met puntige bamboesperen, machettes en enkele geweren afkomstig van de Japanners, 1946
Javaanse revolutionaire strijders (pemoeda’s) op Java, bewapend met puntige bamboesperen, machettes en enkele geweren afkomstig van de Japanners, 1946 (CC BY-SA 3.0 – Tropenmuseum – wiki)

‘Racistisch’

Het begrip bersiap is in Nederland vrij gangbaar als aanduiding voor deze gewelddadige na-oorlogse periode in voormalig Nederlands-Indië, maar zal dus niet gebruikt worden in de grote nieuwe tentoonstelling in het Rijksmuseum. In een opiniestuk in NRC Handelsblad poneert gastcurator Bonnie Triyana de stelling dat het begrip ‘bersiap’ een sterk racistische lading krijgt als deze in zijn algemeenheid wordt gebruikt voor geweld dat tijdens de revolutie plaatsvond tegen Nederlanders. Triyana:

“Meer nog omdat bij het begrip ‘bersiap’ altijd primitieve, ongeciviliseerde Indonesiërs als daders van de gewelddadigheden worden opgevoerd, wat niet geheel vrij is van rassenhaat. De wortel van het probleem ligt in het onrecht dat het kolonialisme creëerde en dat een structuur vormde van een op racisme gebaseerde hiërarchische samenleving die de exploitatie van de kolonie omhult.”

Volgens de gastcurator draagt gebruik van de term ‘bersiap’ ook het risico van simplificatie in zich omdat het…

“…ertoe neigt de diversiteit aan feiten te verdoezelen. Een dergelijke houding wordt de basis van een vooroordeel, van een misdaad door associatie. Alleen omdat enkele mensen een fout maken, moeten alle leden van deze groep de last van deze fout dragen.”

Aangifte

In de Indische gemeenschap in Nederland is met ontzetting gereageerd op het feit dat het begrip ‘bersiap’ door het Rijksmuseum in de ban is gedaan. De Federatie Indische Nederlanders (FIN) is zelfs van plan aangifte te doen tegen de Indonesische gastcurator. Voorzitter Hans Moll spreekt van een “krankzinnige en stuitende vorm van Bersiap-ontkenning”. Moll:

“De uitlatingen zorgen voor een golf van verontwaardiging onder (Indische) Nederlanders, van wie de eerste generatie de gruweldaden vaak maar ternauwernood wist te overleven. […] De uitspraken van Triyana zijn een stuitend schoolvoorbeeld van Bersiap-ontkenning en een nieuw dieptepunt in het toch al vijandige klimaat rondom de geschiedenis van voormalig Nederlands-Indië.”

Volgens Lentze maakt Triyana zich schuldig aan het bagatelliseren van de Bersiap en is dat een strafbaar feit.

Vernielingen in de Chinese wijk in Bandung, aangericht tijdens de bersiap (CC BY-SA 3.0 – Tropenmuseum – wiki)

Ook bij het Indisch Herinneringscentrum in Den Haag heeft men met verbazing kennisgenomen van het opiniestuk. Tegenover de NOS laat directeur Yvonne van Genugten weten niet goed te begrijpen waarom Triyana de term racistisch vindt. Ze zegt verder:

“Bersiap staat vanuit het perspectief van Indische Nederlanders voor angst. Bersiap blijft voor Indische Nederlanders en Europeanen belangrijk, want het staat voor een periode dat hun leven niet veilig was en zij doodsangsten hebben doorstaan.”

Wel geeft Van Genugten aan te begrijpen dat dit een Nederlands perspectief is en dat een Indonesiër anders tegen zo’n periode kan aankijken.

Alle kanten

Affiche met opschrift ‘Perlawanan seloeroeh rakjat pokok kemenang revolusi’, 1945-1949. Museum Bronbeek (via Rijksmuseum)
Het Rijksmuseum heeft in een reactie laten weten er bewust voor te kiezen geen specifieke term te gebruiken “voor het aangedane leed in deze periode”. Het wil de in de tentoonstelling de gebeurtenissen van alle kanten belichten.

“De tentoonstelling erkent en adresseert zowel het geweld in deze periode tegen Indo-Europeanen, Nederlanders, Molukkers, Chinezen en anderen die aan Nederlandse zijde stonden of daarvan verdacht werden, als het geweld tegen andere groepen zoals de Indonesiërs in dezelfde periode.”

In de Rijksmuseum-tentoonstelling Revolusi! Indonesië onafhankelijk zijn vanaf begin februari tweehonderd objecten te zien die herinneren aan de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië in de jaren 1945-1949. Centraal staan mensen die de revolutie van nabij meemaakten.

Boek: Bersiap! Opstand in het paradijs

Bronnen

-https://www.nrc.nl/nieuws/2022/01/10/schrap-term-bersiap-voor-periodisering-want-die-is-racistisch-a4077367
-https://www.federatie-indo.nl/22-01-11/
-https://www.rijksmuseum.nl/nl/pers/persberichten/revolusi-indonesie-onafhankelijk
-https://www.parool.nl/amsterdam/discussie-om-geschrapte-racistische-term-bersiap-in-expositie-over-indonesie~b9e5fb33/
-Koloniale oorlogen in Indonesië – Piet Hagen (Arbeiderspers, 2018)
-https://historiek.net/pemoedas-indonesie-betekenis/136959/
Abonneer
Stuur mij een e-mail bij
guest
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
Eerder gepubliceerd

Dirk van Hogendorp (1761-1822) was zijn tijd ver vooruit

Hierna verschenen

Veel Indonesische burgerdoden nam Nederlandse krijgsmacht voor lief

0
Reageren op dit bericht?x