Dark
Light

Samenwerking Willy Brandt (SPD) en Walter Scheel (FDP)

1969-1974
5 minuten leestijd
Duitsland 1969, coalitieonderhandelingen. Links FDP, rechts SPD.
Duitsland 1969, coalitieonderhandelingen. Links FDP, rechts SPD. (Bundesarchiv, B 145 Bild-F030089-0035 / Engelbert Reineke / CC-BY-SA 3.0)

In 1969 gingen in de Bondsrepubliek Duitsland (BRD, West-Duitsland) de Sozialdemokratische Partei Deutschlands (SPD, ‘Sociaaldemocratische Partij van Duitsland’) en de liberale Freie Demokratische Partei (FDP, Vrije Democratische Partij) voor het eerst samen regeren. Daardoor belandde de Christlich Demokratische Union Deutschlands (CDU, ‘Christelijk Democratische Unie van Duitsland’) in de oppositie. De CDU had sinds het ontstaan van de BRD in 1949 ononderbroken de bondskanselier (federaal premier) geleverd.

Bondskanselier werd SPD-leider Willy Brandt (1913-1992). FDP-leider Walter Scheel (1919-2016) werd minister van Buitenlandse Zaken en vicepremier. Die laatste benoeming was veelzeggend.

Bondskanselier Adenauer (1949-1963)

Konrad Adenauer, 1952
Konrad Adenauer, 1952 (Bundesarchiv, B 145 Bild-F078072-0004 / Katherine Young / CC BY-SA 3.0 DE)
Het belang van Konrad Adenauer (1876-1967) voor de Duitse politiek kan niet ontkend worden. Hij zorgde ervoor dat West-Duitsland werkelijk democratisch werd. Hij zorgde er ook voor dat de BRD tijdens de Koude Oorlog onvoorwaardelijk deel ging uitmaken van het Westerse, kapitalistische blok.

Voor een beter begrip zijn drie dingen handig om te weten. Totdat in 1983 de Groenen voor het eerst in de Bondsdag (Duits federaal parlement) kwamen, telde het land slechts drie partijen. CDU en SPD, de twee ‘volkspartijen’ schommelden tussen de veertig en vijftig procent van de stemmen, de FDP tussen vijf en tien. Daarnaast was voor West-Duitsland buitenlandse politiek ook binnenlandse politiek. Tijdens de Koude Oorlog liep de grens tussen Oost- en West letterlijk door Duitsland: de Duitse Democratische Republiek (DDR) behoorde tot het communistische Oostblok. Ten derde werd de BRD weliswaar opgericht in 1949, maar bleef deze onder toezicht van de geallieerde machten. Pas in 1955 werd West-Duitsland volledig soeverein. Di eerste zes jaar mocht de BRD geen minister van Buitenlandse Zaken hebben. Adenauer deed het buitenland er daarom bij – om dit beleidsterrein nooit meer af te geven, ook al kwam er een buitenlandminister.

Adenauer was een overtuigd democraat, maar dan op de manier zoals die in de negentiende eeuw en voor de oorlog in veel Europese landen gangbaar was. Zijn manier van leidinggeven was autoritair en bevoogdend. De CDU regeerde meestal met de FDP. Adenauer liet duidelijk merken dat de liberalen de mindere partner waren. De verhoudingen verzuurden daardoor op den duur.

In 1956 stapten de liberalen uit de regering. Bij de verkiezingen van 1957 behaalde de CDU een absolute meerderheid. FDP en SPD voerden toen samen oppositie. Bij de coalitieonderhandelingen van 1961 bedong de FDP dat Adenauer na twee jaar plaats zou maken. In 1963 werd hij opgevolgd door partijgenoot Ludwig Erhard.

Met de SPD regeerde Adenauer nooit. De afkeer van Adenauer voor het communisme maakte hem ook afkerig van socialisme.

Ontstaan nieuwe coalitie

Stemmenverhouding CDU/CSU en SPD in 1969
Stemmenverhouding CDU/CSU en SPD in 1969 (CC BY-SA 4.0 – Max96 – wiki)
In 1966 stapte de FDP uit de regering. Na de verkiezingen zouden CDU en SPD samen regeren als ‘Grote Coalitie’. Voor de SPD, de enige partij die al bestond vóór de machtsovername door Hitler, was het de eerste keer dat ze na de oorlog meeregeerden.

In 1968 werd Scheel partijvoorzitter van de FDP. In Noordrijn-Westfalen, de grootste West-Duitse deelstaat, had hij zich samen met anderen, met succes, ingespannen om te regeren met de SPD in plaats van de CDU. In 1969 lukte dit ook op landelijk niveau.

Deze coalitiewissel was het resultaat van zowel een generatiewissel als van maatschappelijke veranderingen. Vanwege zijn persoonlijke afkeer van het communisme (en totalitaire ideologieën in het algemeen) had Adenauer altijd een harde lijn voorgestaan tegenover de DDR en het Oostblok. Door de bouw van de Berlijnse Muur in 1961 was deze buitenlandpolitiek niet langer effectief. De deling van Berlijn en Duitsland was een gegeven, Amerika en de NAVO hadden er geen oorlog voor over om dat ongedaan te maken. De CDU bleef echter vasthouden aan de harde lijn.

In de beginjaren van de BRD huldigde de SPD nog enkele klassieke socialistische dogma’s, zoals de klassenstrijd en de stelling dat religie opium voor het volk is. In 1959, op een congres in Bad Godesberg, nam de partij een nieuw beginselprogramma aan, waarin deze zaken overboord werden gezet. Voortaan ging de SPD zich inzetten voor de welvaart en het welzijn van alle Duitsers, niet alleen de arbeiders. Willy Brandt had zijn bestuurlijke vaardigheden bewezen als burgemeester van West-Berlijn op het moment dat de Muur werd gebouwd. Tijdens de Grote Coalitie bewees de SPD regeringsverantwoordelijkheid te kunnen dragen.

Op datzelfde moment verschoven de verhoudingen binnen de FDP. De partij bestond uit twee vleugels, de sociaal-liberale linkervleugel en de economisch-liberale rechtervleugel, bijeengehouden door een pragmatisch midden. In de beginperiode van de Bondsrepubliek domineerde de rechtervleugel. In de loop van de jaren zestig kregen de sociaal-liberalen de overhand. Die sloten beter aan bij de veranderende tijdgeest en de culturele revolutie van de jaren zestig. Culturele ontwikkelingen waar CDU/CSU lang niks van moesten hebben.

Terwijl de CDU zich buitenspel zette, groeiden SPD en FDP naar elkaar toe. Dit maakte het mogelijk dat socialisten en liberalen samen gingen regeren. Brandt en Scheel voerden de neue Ostpolitik in. Ze sloten verdragen met de Sovjet-Unie en erkenden daardoor de facto de DDR. Het streven naar Duitse hereniging werd niet opgegeven, wel veranderde men van middel. Voortaan wilde men in gesprek blijven. Culturele en economische betrekkingen konden op termijn meer mogelijk maken.

SPD-leider Willy Brandt op de verkiezingsavond van 1969
SPD-leider Willy Brandt op de verkiezingsavond van 1969 (Bundesarchiv, B 145 Bild-F030053-0030 / Gathmann, Jens / CC-BY-SA 3.0)

Goede verhoudingen

In Duitsland is het praktijk gebleven dat de bondskanselier ook de toon zet in het buitenlandse beleid. Dat Brandt de FDP het ministerie van Buitenlandse zaken gunde was daarom bijzonder. In tegenstelling tot Adenauer gunde hij de coalitiepartner ook wat.

Brandt bood de FDP drie ministerposten aan. Drie beleidsterreinen werden het belangrijkste gevonden. Afgesproken werd dat deze posten werden gedeeld. Brandt werd bondskanselier, dus sprak het vanzelf dat Scheel Buitenlandse Zaken kreeg. Om vergelijkbare redenen kreeg de SPD Economische Zaken en de FDP Financiën, en de SPD Justitie en de FDP Binnenlandse zaken.

Hans-Dietrich Genscher
Hans-Dietrich Genscher
In 1974 moest een nieuwe bondspresident aantreden. Het staatshoofd heeft in Duitsland vooral ceremoniële taken en wordt indirect gekozen. Scheel wilde graag president worden. Getalsmatig had de SPD de functie kunnen opeisen, maar Brandt ging akkoord.

1974: aantreden regering-Schmidt/Genscher

Als president moest Scheel zijn partijpolitieke functies neerleggen. Hij benaderde de minister van Binnenlandse Zaken, Hans-Dietrich Genscher (1927-2016), om voorzitter te worden. Genscher leek het praktisch om ook over te stappen naar Buitenlandse zaken.

Datzelfde jaar bleek een medewerker van de bondskanselier, Günter Guillaume, DDR-spion te zijn. Brandt nam hiervoor de politieke verantwoordelijkheid en trad af. Hij werd opgevolgd door Helmut Schmidt (1918-2015), die eerder minister was van Defensie en vervolgens van Financiën. Schmidt en Genscher zetten de coalitie voort tot 1982.

Overzicht van Boeken over de geschiedenis van Duitsland

×