Dark
Light

Stadsvernieuwing in Kampen

Een stad leeft langer dan een mens (1)
Auteur:
16 minuten leestijd
De steeg Het Achterom in het Keizerskwartier in Kampen
De steeg Het Achterom in het Keizerskwartier in Kampen - Foto: Stadsarchief Kampen / F000131

In de jaren zeventig van de twintigste eeuw kende de middeleeuwse stad Kampen ruim honderd verkrotte panden in de binnenstad. Daaronder vielen ook de ongeveer zestig bouwvallen onderin de oude wijk Keizerskwartier. Toen Sybren van Tuinen burgemeester van Kampen werd pakte hij deze verpaupering aan.

Veranderde gedachten over belang binnensteden

Als je de stadsplattegronden aan het begin van de negentiende eeuw bekijkt zie je dat de stad voor de Industriële Revolutie een gave stedenbouwkundige structuur had die door het leefmilieu van de bewoners was bepaald. Op de plattegronden van de twintigste eeuw is weinig van die gaafheid over –slechts geïsoleerde stukken – daar het beeld wordt verstoord door grootschalige elementen, zoals bijvoorbeeld fabrieken.2

Het kleinste huisje van Kampen, 1965
Het kleinste huisje van Kampen, 1965 (CC BY-SA 4.0CC BY-SA 4.0 – RCE – wiki)
Ook in Kampen ging de economische ontplooiing ten koste van de oorspronkelijke identiteit van de stad. Er kwamen in de binnenstad fabrieken, kazernes, garagebedrijven, een verpleeg/verzorgingshuis, een Theologische Hogeschool, een postkantoor en een drankenbedrijf. Men offerde daarbij panden op van particulieren.3 Zo leefden in die binnenstad van Kampen in 1795 nog 5.159 zielen, terwijl in 1879 dat aantal was teruggelopen naar 3.782.4 De stad behield echter nog een groot deel van zijn ‘weefsel’, waaronder het stratenplan. Dat kwam omdat de stad bestond uit vier lange straten die onderling waren verbonden door een groot aantal stegen. Bewoners van de binnenstad uit de negentiende eeuw zouden ook nu nog hun huis feilloos kunnen terugvinden.

In 1945, na het einde van de oorlog, werd de blik van de Kamper bestuurders opnieuw gericht op de economische toekomst van de stad. Dat uitte zich in de sloop van onbewoonbaar verklaarde woningen. Men kwam er niet toe om een structuurplan voor de binnenstad op te zetten. De ‘redding’ kwam uiteindelijk van het rijk, toen de Rijksdienst voor Monumentenzorg aan B&W van Kampen mededeelde dat zij vijfhonderd panden in de binnenstad als monument aanmerkte. Degene die deze monumentenlijst in 1969 samenstelde was ir. H.C. Grooten directeur Gemeentewerken in Kampen. Deze lijst werd door het rijk aanvaard en door de gemeenteraad geaccepteerd.5 Veel panden in de binnenstad waren er slecht aan toe. Er waren veel onbewoonbaar verklaarde woningen. Het wijkje het Keizerskwartier deed denken aan een achterbuurt.

Benoeming Van Tuinen

Sybren van Tuinen in 1953
Sybren van Tuinen in 1953 (CC BY-SA 3.0 nl – Spaarnestad – J. van Eijk – wiki)
De benoeming in 1970 van Sybren van Tuinen zorgde voor een ommekeer in het Kamper monumentenbeleid. Of liever gezegd er kwam nu een monumentenbeleid. Daarvoor waren – onder zijn voorganger W.P. Berghuis – vooral de economische aspecten in het beleid van de gemeente Kampen belangrijk geweest. Dit had onder andere geleid tot een ‘doorbraak’ in de binnenstad. Huizen waren afgebroken omdat deze in de weg stonden voor de aan te leggen verbindingsweg tussen de Noordoostpolder en de Flevopolder, met Kampen als ‘bruisend’ middelpunt. Waarbij men er van uitging, dat er een nieuwe brug over de IJssel zou worden gebouwd waarover de komende verkeersstromen zouden worden geleid. Door deze ‘doorbraak’ in de stad, zou Kampen als het ware worden ‘ontsloten’ voor economische vooruitgang. Dit bleek – achteraf – een onvervulde wens te blijven.

Structuurnota Binnenstad

Even belangrijk als de komst van Van Tuinen was de totstandkoming en verschijning van de Structuurnota Binnenstad 1972. Om de nota vorm te kunnen geven had de burgemeester zich samen met wethouder Wiecher Dalsem omringd met een team van deskundigen. Als het ware een denktank.6

Eén van de voornaamste doelen was om de woonfunctie van de binnenstad te herstellen en de verkrotting een halt toe te roepen. Een middel daartoe was om ‘storende’ bedrijven, zoals Van Dijks Boekhuis, Uitgeverij Kok, wasserij De Ruiter, sigarenfabriek Van der Sluis en diverse autobedrijven te verplaatsen naar het industrieterrein. Daarnaast had men in de nota oog voor de belangen van de winkelbedrijven, de invloed van het verkeer en de vergroening van de binnenstad.7 De bedoeling was om verkrotte panden te renoveren, te rehabiliteren of in het uiterste geval af te breken. Rehabilitatie houdt in het herstel van de woning, terwijl renovatie de verbetering van het pand inhoudt.

Zicht op de binnenstad van Kampen in 1955
Zicht op de binnenstad van Kampen in 1955 (CC BY-SA 4.0 – RCE – wiki)

Inspraak Structuurnota Binnenstad 1972

De Structuurnota werd aan een zeventigtal verenigingen, instanties en particulieren gestuurd met het verzoek om commentaar te leveren. Door B&W werd dit geïnstitutionaliseerde inspraak genoemd. De nota bleek een waardevolle leidraad en discussiestuk te zijn bij de komende inspraakperiode. Er kwamen drieëndertig reacties van zowel particulieren en instanties, waaronder de Bond Heemschut. Deze instantie zag de Structuurnota Binnenstad als een waardevolle leidraad bij de komende inspraakperiode.8

Commissie(denktank) Binnenstad

De Commissie Binnenstad stond onder leiding van de charismatische burgemeester Sybren van Tuinen, met als belangrijkste leden; ir. Babs Rentjes en later ir. Rob Busser (beide van Monumentenzorg), voorlichter John Kummer en de ambtenaren stadsvernieuwing Theun Vogel en Bert Groen. Deze vijf zijn Van Tuinens discipelen van het eerste uur. Allen talentvolle mensen. Later zal de dan 52-jarige Vogel, hoofd stadsontwikkeling, erover zeggen:

‘Van Tuinen werkte in een verwoestend tempo, ook voor de ambtenaren. Hij was het die de stadsontwikkeling een geweldig impuls gaf’. 9

De commissie ging voortvarend te werk. Een maand na haar oprichting was er een opzet klaar om de rehabilitatie van de binnenstad gestalte te geven. En de bijbehorende kosten die hieraan waren verbonden. In een brief aan het ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk (CRM) werden deze financiële consequenties van de rehabilitatie medegedeeld. Het kwam er in het kort op neer dat het rijk voor ƒ 2.300.000 in de buidel moest tasten. B&W van Kampen schreven in deze zowel indringende als vrijmoedige brief:

’Wij stellen voor deze aanpak in 7 jaar te realiseren, hetgeen betekent, dat wij zeker dienen te zijn van uw bijdragen, in casu in 1974 ƒ200.000,- en in 1975 tot en met 1981 ƒ350.000,- per jaar’. 10

Naast het inlichten van de rijksoverheid werd de Kamper bevolking geïnformeerd en kreeg zij de kans zich over de stadsvernieuwing uit te spreken.

Inspraakprocedure via espelsvergaderingen: een gouden greep

Een espel was het rechtsgebied (wijk) binnen de ommuring van een stad. In Kampen waren in een ver verleden vier espels: het Bovenespel, het Horst of Cellebroedersespel, het Broederespel en het Buitenespel. In de maand juni 1973 werd deze indeling van stal gehaald en werd de binnenstad in zes espels verdeeld om de fungeren als lichaam voor inspraak voor de bevolking. Bewoners in het desbetreffende espel werden opgeroepen om als inspreker, medespreker of tegenspreker op te treden en over de Structuurnota Binnenstad 1972 hun licht te laten schijnen.

Binnen veertien dagen – in zes vergaderingen – kregen de bewoners van de binnenstad de gelegenheid hun oordeel te geven over de stadsvernieuwing. Het bleek een geweldige vondst om mensen te raadplegen die dagelijks te maken hebben met de verkrotting in hun woonomgeving en om zo hun frustratie daarover te kunnen uiten tegen hun bestuurders. En vele burgers spraken hun zorgen uit over hun leefomgeving.11

B&W schreef over het succes van de espelvergaderingen op 22 juni 1973 aan de raad:

‘Zowel de geïnstitutionaliseerde [door instanties] inspraak als de espelgewijze inspraak zijn naar onze mening een succes, zowel voor wat betreft het aantal personen dat aan de inspraak heeft deelgenomen als voor wat betreft hetgeen schriftelijk of mondeling naar voren is gekomen’. 12

In een later schrijven aan de raad beklemtoonde B&W nogmaals het belang van de espelvergaderingen en gaf aan dat alle insprekers antwoord op hun vragen hadden gekregen of nog zouden krijgen.

Zuster Josephine [Annie Nijman]

Een persoon die zich met hart en ziel voor de stadsvernieuwing inzette was zuster Josephine. Het was in die tijd niet gebruikelijk dat een non op de voorgrond trad, ook al had zij haar habijt afgelegd. Zuster Josephine was die uitzondering. Zij woonde in het klooster De Zusters van de Liefde van Tilburg, naast de Buitenkerk in Kampen. Zuster Josephine verbleef vaak buiten het klooster wanneer zij werkzaam was in de maatschappij. Zij trad op als een van de woordvoerders van haar buurt tijdens de espelvergaderingen. Nog meer bekendheid kreeg zij toen zij het initiatief nam om het Comité Buitenkerk op te richten. Zuster Josephine stuurde daartoe aan de bewoners rond de Buitenkerk een circulaire over de stand van zaken in de binnenstad. Daarbij gevoegd was een enquêteformulier, daarin konden de bewoners invullen wat er aan hun wijk mankeerde. Dat was nogal wat: gebrek aan goede straatverlichting, goede bestrating, gebrek aan speelruimte voor de kinderen, de toenemende verkrotting in de wijk en de vernieling van het weinige groen in de binnenstad.

Buitenkerk in Kampen
Buitenkerk in Kampen (CC BY-SA 3.0 – Antoine – wiki)
Het Buurtcomité Buitenkerk werd opgericht met zuster Josephine als voorzitter. Tijdens de oprichtingsvergadering kwamen er nog andere misstanden aan de orde dan de al genoemde. Zo vonden de dronken barbezoekers in de omgeving van het klooster het een sport in de brievenbus van de zusters – en andere buurtbewoners – te plassen en er condooms naar binnen te gooien. De burgemeester zegde toe hier een eind aan te maken en bij herhaling van de ongeregeldheden de cafés in de omgeving eerder te sluiten. De realisering van de stadsvernieuwing mocht zuster Josephine niet meer meemaken. Zij stierf in 1977 op 59-jarige leeftijd aan een hersenbloeding.13

Hoofd Monumentenzorg Babs Rentjes

Eind 1972 werd ir. M.E.A. (Babs) Rentjes benoemd tot ambtenaar Monumentenzorg in Kampen. Zij woonde toen al geruime tijd in de stad. Zij had eerst gewerkt op een contract van zes maanden, maar toen er geld voor vrij was gemaakt solliciteerde zij op de functie als ambtenaar Monumentenzorg en kon zij worden benoemd. Rentjes zou het ‘veldwerk’ gaan verrichten dat voortvloeide uit de Structuurnota 1972. Babs Rentjes geloofde met heel haar hart in de stadsvernieuwing. Zij was afgestudeerd op een plan voor herstel en vernieuwing van de binnenstad van Nijmegen. Zij was van mening dat woonhuizen het kloppend hart van een stad zijn, want daar wordt gewerkt en geleefd.14

Zij zou drie jaar in Kampen werken. Zij vertrok later naar Amsterdam, omdat zij daar was gevraagd voor het bureau Monumentenzorg te gaan werken. Daarmee verloor Van Tuinen een bekwame en belangrijke kracht.15

Want het was Rentjes die veel beter met de middenstand kon opschieten dan burgemeester Van Tuinen. Want deze benaderde de winkeliers met een zeker dedain, terwijl Rentjes hen met handigheid en vriendelijkheid behandelde. Zij tackelde de angsten die bij de Kamper middenstand leefden. Deze waren bevreesd dat de binnenstad een levend monument zou worden en dat er straks geen parkeerplaatsen meer over zouden zijn voor het winkelend publiek dat met de auto kwam. Men was bang voor een derving van inkomsten.

Herbouw Middelburg

Rentjes vertelde in een voorlichtingsbijeenkomst over de excursie van elf Kampenaren aan Middelburg, waar de rehabilitatie van de binnenstad al was begonnen en hoe goed die had uitgepakt voor de stad. Deze vernieuwing van Middelburgse binnenstad was overigens begonnen, omdat in mei 1940 de binnenstad was gebombardeerd en daardoor ernstig schade had geleden.

De herbouw van Middelburg begon al tijdens de oorlog, maar kreeg in 1969 structuur toen men startte met een rehabilitatieplan en stadsvernieuwingsbeleid. In 1972 diende B&W van Middelburg een tienjarig rehabilitatieplan in bij het rijk. Er waren in de binnenstad toen 2520 bewoonde panden. Men had de intentie dat aantal te verhogen tot 2800, waar dan 6 à 7000 mensen konden wonen, want het bleek dat een groot aantal mensen in de binnenstad wilde wonen. Evenals duidelijk was geworden uit de espelvergaderingen in Kampen. Middelburg had een voortrekkersfunctie, wat ook bleek uit het feit dat het in 1975 in het Europese monumentenjaar werd uitgekozen als voorbeeldstad. Met als motto: ‘Een toekomst voor ons verleden’.16

Zicht op Middelburg na het bombardement van mei 1940
Zicht op Middelburg na het bombardement van mei 1940 (CC BY-SA 4.0 – RCE – wiki)

Rol Kamper gemeenteraad

In de loop van 1972 begon het begrip monumenten – in de zin van woningen – in te dalen in de hoofden van de raadsleden. De fractie ARP/CHU stelde bij monde van het raadslid D.J. Ten Hove:

‘Het instellen van een monumentencommissie ten behoeve van de beoordeling van alle bouwplannen in de binnenstad is dringend gewenst!’.

Daarbij doelde Ten Hove op de ‘schrikbarende toestand’ waarin het Keizerskwartier verkeerde.17 Het Keizerskwartier bestaande uit de straten Achterom, Keizerstraat en Heerensmitsteeg was een achterbuurt met verkrotte woningen. Ook Babs Rentjes was de mening toegedaan dat het Keizerskwartier eerst moest worden gerenoveerd of dat zo nodig panden moesten worden gesloopt.

Heerensmitsteeg in Kampen, voor de restauratie. Toen onbewoonbaar verklaard, nu een voorbeeld van stadsvernieuwing. Met op de achtergrond de Onze Lieve Vrouwe- of Buitenkerk.
Heerensmitsteeg in Kampen, voor de restauratie. Toen onbewoonbaar verklaard, nu een voorbeeld van stadsvernieuwing. Met op de achtergrond de Onze Lieve Vrouwe- of Buitenkerk. – Foto: Stadsarchief Kampen / F007025

Op 17 oktober 1975 kreeg die beslissing zijn beslag, doordat de binnenstad van Kampen de status van beschermd stadsgezicht verwierf. Zelfs eerder dan Middelburg, dat deze status pas in 1985 ten deel viel.18 Met daaraan verbonden de consequentie voor Kampen dat er met een jaar een bestemmingsplan voor de binnenstad op tafel moest liggen.

Beschermd Stadsgezicht 1975

In de nota staat onder andere welke elementen in de zin van de Monumentenwet tot beschermd stadsgezicht kunnen worden gerekend. Het zijn: het patroon van straten, stegen, pleinen, grachten, havens en kaden, alsmede de verkaveling van de bouwblokken; het karakter van de bebouwing, bepaald door type, structuur, diepte, breedte, opbouw in verdiepingen en bekapping, gevelindeling en materiaalgebruik; de indeling en de aard van de openbare ruimte; de indeling van de aard van de private open ruimte (binnenterreinen) en de beplanting. In de nota wordt er tevens op gewezen, dat de aanwijzing tot beschermd stadsgezicht de verplichting tot een deugdelijk bestemmingsplan met zich meebrengt.19

De financiële rehabilitatie van de Kamper binnenstad zou moeten worden opgebracht door de eigenaren van de woningen, het rijk (ministerie huisvesting en CRM), de provincie Overijssel en de gemeente Kampen. De verwachting was dat de gehele operatie globaal gerekend 150 miljoen zou gaan kosten, waarvan de gemeente tien jaar lang vier miljoen per jaar diende te betalen.20

Bezoek van de staatssecretarissen Jan Schaeffer (links) en Wim Meijer (rechts) in juni 1975 aan Kampen. In het midden burgemeester S. van Tuinen.
Bezoek van de staatssecretarissen Jan Schaeffer (links) en Wim Meijer (rechts) in juni 1975 aan Kampen. In het midden burgemeester S. van Tuinen. – Foto: Stadsarchief Kampen / F007015
Belangrijk voor Kampen was het werkbezoek dat de staatssecretarissen Wim Meijer van CRM en Jan Schaefer van Volkshuisvesting (‘in gelul kun je niet wonen’) in 1975 aan Kampen brachten. Schaefer stemde in met de Nota Stadsvernieuwing 1975 en zegde subsidie toe.21

Ook na de pensionering van burgemeester Van Tuinen ging de rehabilitatie van de binnenstad door. In september 1978 stelde de raad een krediet beschikbaar voor een negental woonhuizen in de binnenstad. Men verwachtte dat er voldoende animo zou zijn onder de inwoners en hoopte dat de gemeente er geen geld op zou toeleggen.22 Dat was het geval bijvoorbeeld in de zaak van theologiestudent Bert Endedijk. Hij kocht het muurhuisje Voorstraat 35 voor ƒ 75.000,- en ontving ƒ 30.000,- aan subsidie voor de bouwkosten.23

Renovatie/rehabilitatie Keizerskwartier

In het Bevolkingsregister 1850-1860 is na te gaan dat er in het Keizerkwartier veel ambachtslieden woonden. Zoals smeden, sigarenmakers, timmerlieden, breisters, wevers, schippers, schippersknechten, dienstbodes, een spijkermaker, een schoenmaker, een kuipersknecht, een leerling-naaister en een schilder Maar ook arbeiders, een veehouder, een veldwachter en een rentenier. Een arme wijk, maar niet crimineel.24 Een eeuw later was het Keizerskwartier een verkrotte buurt geworden.

De bedoeling van de gemeente Kampen was nu om zoveel mogelijk de buurt te renoveren. Men wilde meer groen in het wijkje en dat bij elk pand een tuintje rond een binnenruimte werd gecreëerd. Er moest nieuwe riolering komen en het gebied(je) werd autoluw. Door de subsidie van het rijk kon de prijs voor de koper van de panden laag blijven.25

De rehabilitatie van het Keizerskwartier was geen gelopen race. Oude bewoners wilden bijvoorbeeld hun opslagruimte niet kwijt. Architecten dienden niet op tijd hun plannen in en Buurtcomité Buitenkerk moest teleurgesteld worden om dat er geen speelterrein voor de kinderen kwam.26

Bezoek van de staatssecretarissen Jan Schaeffer (3e van links) en Wim Meijer (2e van Links) in juni 1975 aan Kampen in aanwezigheid van burgemeester Van Tuinen (1e van links).
Bezoek van de staatssecretarissen Jan Schaeffer (3e van links) en Wim Meijer (2e van Links) in juni 1975 aan Kampen in aanwezigheid van burgemeester Van Tuinen (1e van links). – Foto: Stadsarchief Kampen / F007018

In 1976 was het eerste huis, Heerensmitsteeg 4, gerenoveerd. Het werd gekocht door journalist Henk de Koning. Hij ging er wonen met zijn vrouw Ans en zoon Edwin. Het Nieuw Kamper Dagblad wijdde er een artikel aan met de pakkende kop: Pannebier in het Keizerskwartier.27

Edwin de Koning woont met zijn vrouw Floor nog steeds in het nu volledige gerenoveerde Keizerskwartier. In dezelfde Heerensmitsteeg, maar nu op nummer 13. De Konings zeggen pas uit hun huis weg te gaan als hun lichamelijke gesteldheid hen daartoe dwingt. Of zoals Floor de Koning opmerkte toen zij voor het eerst bij haar toekomstige schoonouders op bezoek kwam, zei: ‘Hier zou ik willen wonen’.28

Stichting Stadsherstel Kampen

Na het vertrek van burgemeester Sybren van Tuinen in 1978 begon de stadsvernieuwing trager te verlopen. De animator was weg, het rijk bezuinigde op de subsidies en de woningmarkt was ingestort. De restauratie in de Kamper binnenstad werd in de jaren tachtig gered door de oprichting van de Stichting Stadsherstel Kampen – hier kortweg Stadsherstel genoemd – en de inbreng van de woningbouwverenigingen De Eenvoud en Kampen. Zij bouwden in het kader van de woningwetbouw goedkope woningen in de binnenstad, bijvoorbeeld in de Zeepziedershof en in het voormalige Boekhuis.

Er kwam een bestuur van betrokken Kampenaren aan het roer bestaande uit H. Weil, voorzitter, H. Strengers, secretaris en de leden W. Weghorst, F. Verweij, S. Hörchner, W. van Werkhoven A. v.d. Berg en de adviseurs P. Pel en R. Busser. Mensen met kennis van zaken, die in goed overleg met elkaar functioneerden en gevoel hadden voor de binnenstad. Allen boden hun expertise pro deo aan. Pas in 1991 kwam er een onkostenvergoeding. Zij organiseerden in 1984 een expositie waarbij de stadsvernieuwing werd toegelicht. Tevens werden er donateurs geworven. Oud-burgemeester Van Tuinen werd de eerste donateur.29

De kosten van Stadsherstel werden grotendeels gedekt door rijk en gemeente. De stichting ontving bovendien een bemiddelingsbijdrage per project en had zoals gezegd donateurs. De werkwijze was als volgt. Stadsherstel ontwikkelde plannen en vroeg subsidie aan, men presenteerde deze plannen bij de aannemers, zoals Johan Geveke BV. Deze voerden de plannen uit en droegen zorg voor de verkoop of verhuur. Zoals bijvoorbeeld van het pand Voorstraat 93.30

Voormalige synagoge in Kampen
Voormalige synagoge in Kampen (CC BY-SA 4.0 – RCE – wiki)
Bovendien had Stadsherstel een belastingvoordeel doordat over de subsidie geen btw werd betaald. Dat mocht later niet meer van de belastingdienst. In 1983 had Stadsherstel een goede samenwerking, zowel met de gemeente Kampen als van de bestuursleden onder elkaar. Er was een bundeling van kennis in goed overleg. Men liep met een groepje door de stad om te zien welke panden konden worden opgeknapt.31 Een van die panden was de totaal verwaarloosde synagoge. Toen niemand van de Kamper Joden uit de vernietigingskampen terugkeerde werd het pand gebruikt als opslagplaats en garage. De synagoge werd gerenoveerd voor minder dan de geraamde ƒ 500.000, daaronder waren veel giften. De aannemer leverde tegen kostprijs en werkloze bouwvakkers werkten om niet.32

Waakhondfunctie

Op een gegeven ogenblik werd de rol van Stadsherstel marginaal. Buiten Stadsherstel werden panden door aannemers en particulieren zelf opgeknapt. Zij vingen de subsidie ervoor. Stadsherstel ging zich richten op kleine objecten zoals winkelpuien, ‘fresco’s van de kleine middenstand’ (naar een uitspraak van gemeentevoorlichter Kummer) en kleine objecten. Het eerste fresco was op de hoek van de Oudestraat en Kerkstraat met de spreuk: ‘Van de Put’s beschuit is krachtbeschuit’. Later volgden meer restauraties waaronder de reconstructie van de oude muurreclame van manufacturenmagazijn De Zon, op de noordhoek van de Nieuwe Markt en de Buiten Nieuwstraat.33

Stadsherstel heeft heden een ‘waakhondfunctie’. Zij signaleert en tracht bouwplannen te torpederen die volgens het beschermd stadgezicht niet door de beugel kunnen. Zoals de plannen voor hoogbouw van Myosotis aan de Burgwal, die twaalf meter zou bedragen, wat alle daglicht voor de buren weg zou nemen.34

Afsluiting

In de stadsvernieuwing was de belangrijkste rol weggelegd voor burgemeester Sybren van Tuinen. Hij zette Kampen in Den Haag op de kaart. Hij wist de ambtenaren van ministeries te enthousiasmeren en bewoners van de binnenstad te mobiliseren.

Na het vertrek van Van Tuinen in 1978 verliep de stadsvernieuwing enkele jaren moeizaam, maar door de oprichting, in 1983, van Stichting Stadsherstel Kampen kreeg de stadsvernieuwing weer een nieuw elan. Nog vele panden werden met subsidies opgeknapt. Rond de eeuwwisseling kwam een kentering. Heden ten dage lijdt Stadsherstel, vergeleken met de vorige eeuw, een noodlijdend bestaan. Donateurs houden Stadsherstel overeind.

~ Iet Erdtsieck

Noten

1 – Citaat van Burgemeester Sybren van Tuinen
2 – Rudger A.F. Smook, Binnensteden veranderen. Atlas van het ruimtelijk veranderingsproces van Nederlandse binnensteden in de laatste anderhalve eeuw, Zutphen 1984, 9.
3 – Geraart Westerink, Stad in de steigers. Stadsvernieuwing in Kampen vanaf de jaren zeventig van de 20ste eeuw, Kampen 2008, 15-19.
4 – D. van der Vlis, Gemeentearchief Kampen Jaarverslag, 1974, XV. Archivaris Van der Vlis maakte dit verslag in opdracht van burgemeester Van Tuinen.
5 – Westerink, Stad in steigers, 24, 25; Handelingen van de raad (HVDR), 12-02-1969.
6 – Stadsarchief Kampen (SK), B00119, Structuurnota Binnenstad 1972, p.6, Het team bestond uit de stedenbouwkundig adviseur van de gemeente, het Nederland Economische Instituut, het Ingenieursbureau Van Dijk als verkeerskundigen, de Rijksdienst Monumentenzorg, de dienst Gemeentewerken en de afdeling stadsontwikkeling der gemeentesecretarie.
7 – SK, C45, Reacties op Structuurnota Binnenstad 1972.; SK, SAK, no. 00003, inv.nr. 6913, Nota B&W aan raad, 28-06-1973; https://www.canonvannederland.n/overijssel.salland/kampen/stadsvernieuwing
8 – SK, SAK, no. 00003, inv.nr. 6913, Inspraakprocedure Structuurnota Binnenstad, 23-03-1973 en 14-05-1973.
9 – Nieuw Kamper Dagblad (NKD), 12-5-1981; Kamper Nieuwsblad (KN), 14-05-1981. SK, SAK, no. 00003, inv.nr. 2350 en 2351, Notulen Commissie Binnenstad, 1973-1976.
10 – SK, SAK, no. 00003, inv.nr. 7585, Brief B&W Kampen aan ministerie CRM, 04-12-1973.
11 – KN, 07-06-1973; 16-06-1973; 23-06-1973.
12 – SK, SAK, no. 00003, inv.nr. 6913, Structuurnota 1972, B&W aan raad, 13-03-1973, 14-05-1973 en 22-06-1973; KN, 21-06-1973.
13 – NKD, 15-04-1977; KN, 16-04-1977; A. Stoel ‘In memoriam’, in: Buurtcomité Buitenkerk, april 1997, no 2, 2.
14 – KN, 29-10-1974; Email Rentjes, 08-08-2022.
15 – NKD, 05-11-1974; KN, 07-11-1972 en 05-11-1974; Email Rentjes, 08-08-2022.
16 – Smook, Binnensteden veranderen, 150-152; ir. H. Klarenbeek, Middelburg binnenstad. Monumentenjaar 1975, Middelburg 1975, 09-27; Email Babs Rentjes,08-08-2022.
17 – HVDR, 13-12-1972
18 – Klarenbeek, Middelburg binnenstad, 09- 9-27.
19 – SK, C 40, Nota Stadsvernieuwing 1975.
20 – Van Tuinen, ‘Lezing van vogelvrije tot beschermde stad voor de Stichtse Culturele Raad’, 65, 66.
21 – SK, SAK, no .00003, inv.nr. 7585, Aanwijzing binnenstad als beschermd stadsgezicht, 31-07-1975 en 08-08-1975.
22 – HVDR, 25-09-1978.
23 – KN, 04-09-1976.
24 – Archief Theo van Mierlo, Archivaris D. van der Vlis, Jaarverslag 1974, Bijlage, XI-XVII.
25 – SK, B. 00125, Beleidsnota Rob Busser.
26 – SK, SAK, no. 00003, inv.nr. 2352, Commissie Binnenstad, 21-01-1976, 24-08-1977, 14-09-1977.
27 – Vraaggesprek Edwin en Floor de Koning, 12-09-2022; NKD, 23-09-1976.
28 – Vraaggesprek Edwin en Floor de Koning, 12-09-2022.
29 – Westerink, Stad in de steigers, 117; 04-10-2022; Vraaggesprek Wim van Werkhoven, 05-10-2022; NKD, 17-01-1984 en 30-01-1984; KN, 19-01-1984.
30 – Westerink, Stad in de steigers, 137;
31 – Vraaggesprek Wim van Werkhoven, 05-10-2022.
32 – Westerink, Stad in de steigers, 120-128.
33 – NKD, 11-08-1983;De Stentor, 29-08-2006.
34 – NKD, 07-03-2006; Westerink, Stad in steigers, 192-197.
×