Franciscus Overmeer – Het verhaal van een weggevoerde

Komend najaar is het 75 jaar geleden dat de razzia in Putten plaatsvond. In de geschiedenis van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog neemt de razzia van Putten een unieke plaats in. Geen enkele keer heeft een represaillemaatregel in Nederland het leven gekost aan zovelen. Van de 659 mannen die maandag 2 oktober 1944 uit Putten werden weggevoerd, zijn 601 mannen op transport gegaan naar Duitsland. Van hen overleefden 48 mannen de oorlog. Kort na hun terugkeer zijn vijf mannen aan de gevolgen van de concentratiekampen overleden. Tijdens de razzia in oktober 1944 worden niet alleen Puttense mannen weggevoerd maar ook evacués uit Arnhem en Oosterbeek en omgeving. Evacués die gedwongen waren hun woonplaats te verlaten, vluchtten naar dorpen als Putten in de hoop veilig te zijn voor het oorlogsgeweld dat Arnhem en omgeving teisterde tijdens Operatie Market Garden.


Het verhaal van een weggevoerde

“Eens zal de dag van heden tot het verleden behoren, dan zal men van een grote tijd spreken en van helden zonder naam. Ik zou gaarne willen dat men weet, dat er geen helden zonder naam bestonden. Dat het mensen waren met een naam, met een gezicht, met hun verlangen en hun hoop en dat daarom het leed van de laatste onder hen, wiens naam vergeten werd niet geringer was dan het leed van de eerste wiens naam bewaard is gebleven.” Opdat het nageslacht het wete, Gedenkboek Putten 1948 Tj. Wouters.

Een fragment uit, Opdat het nageslacht het wete, het gedenkboek van Putten door Tj. Wouters, samengesteld in 1948 ter nagedachtenis aan de razzia van Putten waarbij 601 mannen naar Duitsland zijn vervoerd. Velen van hen hebben daar hun leven verloren. Mannen met een naam, met een gezicht, met verlangen en met hoop. Vaders van gezinnen, mannen die een bedrijf aan het opbouwen waren, jonge jongens van amper zeventien met al hun toekomstdromen en ambities. Maar ook een man, net getrouwd, samen met zijn bruid bouwend aan hun toekomst in een tijd van oorlog. Hij heette Franciscus Overmeer.

Portret Fanciscus Overmeer (Stichting Oktober 44)
Op 1 oktober 1944, als tijdens de razzia van Putten de mannen naar de kerk worden gedirigeerd, zijn daar ook veel mannen van buiten Putten bij. Mannen op doorreis of evacués die vanuit Arnhem en omstreken door het oorlogsgeweld gedwongen waren hun woonplaats te verlaten en hun toevlucht vonden in Putten. Franciscus (Frans) Overmeer was op het moment van de razzia met zijn kersverse bruid Maria Anna (Maria) Kerkhofs geëvacueerd uit Arnhem.

Op huwelijksreis naar Arnhem

Frans en Maria Overmeer-Kerkhofs, 25 en 30 jaar oud trouwden op 18 augustus 1944 te Maastricht. Een mooie zonnige zomerdag die in Maastricht te boek staat als ‘Zwarte Vrijdag’. Op deze dag kwamen bij een geallieerd bombardement, met de spoorbrug over de Maas als doelwit, 112 inwoners en 17 Duitse militairen om. Meer dan 100 mensen raken zwaargewond en 1.500 mensen verloren hun huis. Een dag die zo mooi begon eindigde in een drama.

- advertentie -

Frans en Maria gingen wonen in een karakteristiek huis uit de achttiende eeuw aan de Witmakersstraat nr. 9 in Maastricht, (tegenwoordig een rijksmonument). Frans was de oudste zoon uit een gezin met ten minste zes kinderen van Hilardus Wibrandus Overmeer en Maria Christina Hardy. Maria Overmeer-Kerkhofs was een dochter van Ludovicus Kerkhofs en Maria Catharina Janssen. Twee weken na hun trouwdag reisden Frans en Maria op huwelijksreis naar Arnhem. Aangezien de reismogelijkheden beperkt waren, hadden ze hun huwelijksreis gekoppeld aan familiebezoek in Arnhem. De grootvader van Frans, Hilardus Wibrandus Overmeer was bierhandelaar in Arnhem en zijn familie woonde nog in Arnhem. Terwijl de pasgehuwden in Arnhem waren werd Maastricht op 14 september bevrijd. Daarmee was de weg terug naar Maastricht afgesneden. Waarschijnlijk hoopten zij rustig in Arnhem het moment af te kunnen wachten tot zij naar Maastricht konden terugkeren.

Bericht over het drama van Putten in het Amsterdamsch dagblad van 13-10-1945 (Delpher)

De slag om Arnhem

Zondagochtend 17 september barstte er een geallieerd bombardement los met als doel de Duitse kazernes van Ede en Arnhem. Voor zover mogelijk vluchtten de Arnhemse inwoners de schuilkelders in. ‘s Middags landden er bijna 5.200 man van de eerste Britse luchtlandingsdivisie bij Wolfheze en Heelsum. Maandag 18 september landden er nog eens 1.900 parachutisten op de Ginkelse heide bij Ede en zweefvliegtuigen bij Wolfheze. De slag om Arnhem was begonnen.

Na dagen van hevige strijd beval de Duitse Wehrmacht op zaterdag 23 september de evacuatie van de stad Arnhem. Voor maandagavond 25 september moesten alle inwoners de stad verlaten hebben, met uitzondering van mensen met een ontheffing, zoals politie- en brandweermensen en natuurlijk leden van de NSB en WA. Meer dan 150.000 mensen gingen op weg richting Apeldoorn of Ede, zo ook Frans en Maria Overmeer. De evacués vertrokken op fietsen, karren of kinderwagens, maar de meesten lopend. Niet ondenkbaar is dat ook Frans en Maria uiteindelijk lopend of op per fiets in Putten aankwamen. Volgens het gedenkboek van Putten van Tj. Wouters arriveerden de meeste evacués op zaterdag 30 september in Putten. Meestal werden de evacués door medewerkers van het Rode Kruis opgevangen en werd hen een adres toegewezen waar zij konden verblijven. Frans en Maria werden opgevangen bij de familie Meiling aan de Harderwijkerstraat 51 in Putten.

Evacués in de Jansstraat, hoek Jansplein in Arnhem, op 29 september 1944. (Foto P.J. de Booijs, Gelders Archief)
Evacués in de Jansstraat, hoek Jansplein in Arnhem, op 29 september 1944. (Foto P.J. de Booijs, Gelders Archief)

Frans en Theo op transport door Duitsland

Transportkaart Amersfoort Transportkaart Amersfoort Franciscus Overmeer (stichting oktober 44)
Transportkaart Amersfoort Franciscus Overmeer Theodorus Wilhelmus Degen
(stichting oktober 44)
Frans werd tijdens de razzia van zondagmorgen 1 oktober ook aangehouden. Omdat hij zijn persoonsbewijs niet bij zich had en niet kon aantonen dat hij niet uit Putten kwam, werd hij ook naar de kerk van Putten gestuurd. Of het verschil had gemaakt als hij zijn persoonsbewijs wel bij zich had valt te betwijfelen. Waarschijnlijk heeft Frans in de school bij de Oude Kerk in het centrum van Putten of bij aankomst in Amersfoort een bekende gevonden in Theodorus Wilhelmus (Theo) Degen, eveneens afkomstig uit Arnhem. In Kamp Amersfoort werden ze namelijk vlak na elkaar geregistreerd. Frans kreeg het kampnummer 8398 en Theo kampnummer 8399.

Op 11 oktober 1944 vertrok het grote transport van ruim 1.400 mannen naar Neuengamme bij Hamburg (D). In dit transport zat ook de groep van 601 mannen uit Putten. Het lijkt erop dat Frans en Theo beiden ook hier zo dicht mogelijk bij elkaar probeerden te blijven. In Neuengamme kreeg Theo kampnummer 56680 en Frans kampnummer 56699, op zo’n groot transport een verschil van negentien mensen. Op de transportlijsten is te zien dat beiden 17 oktober opnieuw op transport gingen, naar Wedel. Hier verbleven de twee maar kort, want na drie dagen gingen de mannen naar Versen (20 oktober 1944). In beide kampen kregen de gevangenen schoppen en houwelen in de handen gedrukt voor het graven van tankvallen. De omstandigheden voor de gevangenen waren zeer zwaar. Zwaar werk, onvoldoende tot geen voedsel, slechte omstandigheden in de barakken, slapen in overvolle bedden met ernstig zieken op vuil stro en tot slot de mishandelingen vergden veel slachtoffers.

Fragment brief: Maria Anna Overmeer-Kerkhofs (Archief Rode Kruis)

Naarmate de geallieerden steeds dichterbij kwamen, werden de kampen snel opgebroken en vertrokken treinen vol gevangenen verder Duitsland in. Zo ook Theo en Frans. Vanuit Versen kunnen we slechts gissen hoe hun verdere reis is verlopen. Waarschijnlijk zijn zij met een volgend transport naar Bremen-Farge gegaan. Hiervandaan vertrok een transport, via Neuengamme, in allerijl richting Sandbostel. Na de oorlog heeft Theo verklaard dat zij al die tijd samen wisten te blijven. Tijdens dit transport hebben zij volgens de handgeschreven brief van Theo het laatste stukje sigaret gerookt, en is Franciscus (Frans) Overmeer daarna overleden. Onderweg is de trein verschillende malen gestopt om de doden langs de spoorlijn te begraven, waarschijnlijk ook het lichaam van Frans Overmeer. Theo kwam op 19 april in het overbevolkte Sandbostel aan en werd daar op 29 april 1945 bevrijd. Op 30 mei 1945 keerde Theo Degen terug in Nederland. Frans Overmeer wordt geëerd op het monument op het Nederlands Ereveld in Hannover (D).

- advertentie -

Maria Overmeer-Kerkhofs wachtte tevergeefs op nieuws. Van haar man Frans die zij na amper zes weken huwelijk op het station van Putten zag vertrekken, vernam ze nooit meer iets. Ook nadat de Puttense vrouwen overlijdensberichten kregen, ontving Maria nog geen enkel bericht. Uiteindelijk besloot zij op 28 juni 1945 vanuit Maastricht een brief te sturen naar het Rode kruis met de vraag om inlichtingen. Ze uitte hierin haar zorgen omtrent het lot van haar man Frans. Het Rode Kruis deed een oproep in zijn blad Appél van augustus/september 1948 of iemand inlichtingen kon verschaffen aangaande Franciscus Overmeer. Tegelijkertijd kreeg Theo Degen bezoek van de vader van Frans. Die liet Theo een foto van Frans zien in de hoop meer informatie te krijgen. Daarop legde Theo Degen een schriftelijke verklaring af waarin hij schreef dat Frans, onderweg van Bremen-Farge naar Sandbostel, na het roken van het laatste stukje sigaret, aan uithongering is overleden. Eindelijk had Maria zekerheid.

~ Stichting Oktober 44 – Elly Hazeleger

Lees ook: Toch Sinterklaasfeest voor kinderen zwaar getroffen Putten (1945)
…of: Razzia van Putten – 2 oktober 1944
Boek: De kinderen van Putten

Stichting Oktober 44 houdt de herinnering aan de (gevolgen van) de razzia van Putten van 1 en 2 oktober 1944 levend. Bezoek de website van de stichting voor meer informatie over de razzia, de overlevenden en de omgekomen Puttenaren: www.oktober44.nl

Bronnen

– Opdat het nageslacht het wete, Gedenkboek Putten Tj. Wouters 1948
– monumenten.nl/monument/26430
– De slag om Arnhem- wikipedia
– Van Naam tot Nummer, slachtoffers van de Puttense razzia. Pieter Dekker & Gert van Dompseler
– Archief Rode Kruis
– Archief Stichting Oktober 44
– maastrichtsegevelstenen.nl

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister

Helden - Stephen Fry De jodenvervolging in foto's De Bourgondiërs - Bart Van Loo Wij zijn de Bickers - Simone van der Vlugt t Hooge Nest - Roxane van Iperen Vietnam - Max Hastings Boerhaave botanicus - Margreet Wesseling Het gedroomde Noorden - Adwin de Kluyver Vet oud - Gouden Eeuw De zaak Oldenbarnevelt
Gelijk naar geschiedenisboeken over: