Wat is een historisch feit?

De moord op Kennedy

Wat is een historisch feit? Het is eigenlijk een dubbele bewering. Om te beginnen is het een bewering over iets dat op een bepaald tijdstip is gebeurd (“op 18 september 1977 nam de Voyager 1 de eerste foto waarop de aarde en de maan tegelijk waren te zien”); daarnaast is het een bewering over die eerste bewering, namelijk dat deze waar is. Mocht u de foto in kwestie willen zien, dan is die hier, maar mijn punt is dat het zo gemakkelijk niet is te bepalen of een bewering over het verleden waar is.

Methode op MaandagEen voorbeeld is de moord op president Kennedy, waarover ongelooflijk veel bekend is – en tegelijk onvoldoende. Al vrij snel nadat Johnson president was geworden, stelde hij de Warren Commission in om onderzoek te doen naar de dood van zowel zijn voorganger als diens moordenaar, Lee Harvey Oswald. De commissie concludeerde uiteindelijk dat er één schutter was geweest. Maar wat deed ze besluiten tot deze conclusie?

De commissieleden hadden een voordeel dat de gemiddelde historicus niet heeft: ze konden veel betrokkenen nog ondervragen. Jackie Kennedy, gouverneur Connally van Texas, zijn echtgenote Nellie, de chauffeur van de auto: ze maakten de aanslag van heel dichtbij mee en spraken elkaar tegen. Er stonden tientallen mensen op het plein waar het gebeurde en ook die spraken elkaar tegen. Elkaar tegenspreken deden ook Oswalds collega’s. Hoe bepaal je dan wie gelijk heeft? Hoe scheid je de overtuigende van de minder overtuigende bronnen van informatie?

Weliswaar werd het geweer gevonden waarmee Kennedy was doodgeschoten, weliswaar kon worden vastgesteld dat Oswald het een half jaar daarvoor had aangeschaft, weliswaar werden de patroonhulzen gevonden, maar niemand heeft gezien dat Oswald er die dag mee rondliep, laat staan dat hij ermee schoot. Sterker nog: zijn collega’s verklaarden dat ze hem hadden zien lunchen op het moment van de moord. Op basis van gegevens uit het Warren-rapport kan óók worden aangenomen dat Oswald de moord niet heeft gepleegd.

- advertentie -

Een inschatting

Uiteindelijk zijn er echter twee echte argumenten waarom de Warren Commission besloot dat Oswald de moordenaar moest zijn. De ene reden is een inschatting van het karakter van de man: iemand die meende door het leven tekort te zijn gedaan (hij hield een “historisch dagboek” bij), die de Sovjet-Unie had bezocht, die contact had gezocht met de communisten op Cuba en die meer dingen had gedaan die hem verdacht deden lijken. Zo iemand voldoet aardig aan de profielschets van iemand die een president kan neerschieten.

In feite is dit een hermeneutisch argument: we verklaren het verleden door ons in te leven in de actoren en we redeneren dat een persoon als Oswald in een situatie als die waarin deze in het najaar van 1963 verkeerde in staat was tot het plegen van een moord. Het is, zoals wel meer hermeneutische redenaties, geen heel sterk argument. Iemand met contacten op Cuba en in de Sovjet-Unie was immers óók de perfecte kandidaat om de schuld in de schoenen te schuiven.

De commissie-Warren presenteert het eindrappoort aan president Johnson
De commissie-Warren presenteert het eindrappoort aan president Johnson
Het tweede argument lijkt een beetje op een bewijs uit het ongerijmde. Er zijn concurrerende theorieën maar die hebben minder empirische onderbouwing. Zo is er een theorie dat er een tweede schutter is geweest, die vanuit een andere richting heeft geschoten op de auto waarin Kennedy zat. Er zijn echter nooit patroonhulzen gevonden of andere werkelijke sporen van de aanwezigheid van zo’n tweede schutter. Zeker, er zijn mensen die iets hebben gehoord maar dat zijn kleine druppels informatie in een zee van conflicterende gegevens. Je kunt ze kiezen als overtuigend bewijs, je kunt ook andere druppels kiezen als overtuigend bewijs.

Minste bezwaren

Uiteindelijk besloot de Warren Commission dat Kennedy door alleen Oswald was doodgeschoten, enerzijds omdat er een plausibele dader was en anderzijds omdat deze theorie empirisch viel te onderbouwen en geen onmogelijkheden veronderstelde (de door Oliver Stone gepopulariseerde theorie over een “magic bullet” is inmiddels weerlegd). Perfect is de theorie van de Warren Commission ondertussen niet. Oswalds motief is bijvoorbeeld onbekend gebleven. Deze theorie kent echter van alle theorieën de minste bezwaren.

Dit is hoe veel historische feiten in elkaar steken: er is iets gebeurd maar we kunnen het niet langer waarnemen en we kunnen de betrokkenen zelfs niet meer ondervragen, maar de gebeurtenis heeft een “neerslag” in de vorm van documenten, materiële resten en een reeks gevolgen. Aan de hand daarvan kun je besluiten dat iets is gebeurd (of niet). Maar naar mate je verder inzoomt, wordt het plaatje minder scherp.

Dat is op zich niet erg. Te vaak hebben historici hypothesen opgesteld die later werden bevestigd. Hun aanpak klopt grosso modo wel. De conclusie dat je helemaal nóóit iets weet, is beslist te radicaal.

~ Jona Lendering

Meer Methode op Maandag

Jona Lendering is historicus, webmaster van Livius.org en docent bij Livius Onderwijs. Hij publiceerde verschillende boeken en verzorgt een nieuwsbrief over de Oudheid. Zie ook zijn blog: mainzerbeobachter.com

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Meer van dit soort berichten? Like ons dan!

Gelijk naar geschiedenisboeken over:
Ook adverteren op Historiek?
Goede keus! Klik hier